PlusAnalyse

Binnen het onderwijs is er nog altijd een gapende loonkloof

Het gapende gat tussen salarissen in het basis- en in het middelbaar onderwijs is al vier jaar een heikel punt. Welke partijen willen hem dichten, en helpt dat tegen het lerarentekort?

Zeven partijen noemen het dichten van de loonkloof als punt in hun verkiezingsprogramma.   Beeld ANP
Zeven partijen noemen het dichten van de loonkloof als punt in hun verkiezingsprogramma.Beeld ANP

Stond het dichten van de loonkloof in het onderwijs bij de vorige verkiezingen nog in geen enkel partijprogramma, nu noemen zeven partijen het expliciet. Maar grote partijen als VVD en CDA doen geen beloftes. De salarissen van leraren die lesgeven op een basisschool gelijktrekken met wat hun collega’s op een middelbare school verdienen, kost flink wat geld.

Als de maximumsalarissen van een leraar op de basisschool worden verhoogd tot het niveau op de middelbare school, dan kost dat de overheid een half miljard euro per jaar. Ga je álles gelijktrekken – zelfde salarisschalen, eindejaarsuitkering en vakantiegeld – dan loopt dat op tot een kleine 1 miljard euro per jaar. D66 en GroenLinks hebben al laten weten 900 miljoen euro per jaar te willen uittrekken om de loonkloof te dichten.

Hoewel het startsalaris fors lager ligt, verdiende een fulltime basisschoolleraar in 2020 gemiddeld 4470 euro bruto per maand – exclusief eenmalige uitkeringen – en een docent op een middelbare school 5330 euro, stelt het ministerie van Onderwijs. Een gat van 860 euro per maand. Hoewel er bij de start van kabinet-Rutte III wel geld kwam om de lerarensalarissen te verhogen, werd de loonkloof niet aangepakt. Als het aan de SP ligt, gebeurt dat dit jaar wél.

Een motie van de SP – die zich daar samen met GroenLinks, PvdA en Partij voor de Dieren voor uitspreekt – kreeg vorige maand een meerderheid. Kamerlid Peter Kwint is daar blij mee, want eerder lukte dat niet. “Als de partijen zich aan deze belofte houden, moet het bij deze formatie wel worden geregeld.”

Maar VVD-Kamerlid Rudmer Heerema wil zo’n belofte juist niet doen. “Als we de middelen hebben, vind ik dat leraren in het basisonderwijs meer moeten verdienen. Maar of dat in één kabinetsperiode lukt? Ik weet niet of we dat kunnen waarmaken.” Dus stemde zijn partij, net als het CDA, tégen de motie. De kans is groot dat de liberalen en/of de christendemocraten nodig zijn in de volgende coalitie.

Meer instroom op pabo’s

Heerema wijst erop dat er de afgelopen vier jaar veel is geïnvesteerd in het onderwijs. “Structureel heb je het over 2 miljard euro. Dat is niet weinig. Ik zou het fantastisch vinden als de salarissen van basisschoolleraren toegroeien naar die van middelbareschooldocenten, maar we hebben niet niks gedaan.”

Maar helpt het dichten van de loonkloof tegen het lerarentekort? Volgens Kwint is dat ‘nooit keihard aan te tonen’, maar is de instroom op de pabo’s – de lerarenopleiding voor het basisonderwijs – wel toegenomen toen er meer aandacht kwam voor het onderwijs. “Zelfs toen de economie nog volop groeide.”

Voor Heerema haalt dat ‘juist het argument onderuit’ dat de hoogte van het salaris doorslaggevend is. Onzin, stelt D66-Kamerlid Paul van Meenen. “Sinds 2017 zijn de salarissen van basisschoolleraren al gestegen en is de werkdruk gedaald. Dát effect zie je nu terug.”

Hoge werkdruk

Uit eerdere onderzoeken blijkt dat het salaris wel degelijk een rol speelt, maar niet de hoofdrol. Zo zijn afgehaakte leerkrachten te verleiden om terug te keren als de werkdruk minder wordt en het loon stijgt, bleek in 2017 uit een enquête van journalistiek platform Investico.

In datzelfde jaar werden door onderwijsbond AOb werkdruk en salaris genoemd als ‘knelpunt’. Loopbaanadviesbureau Qompas stelde na een onderzoek in opdracht van OCW dat ‘gebrek aan carrièreperspectief’ en het ‘lage salaris’ voor scholieren en mbo’ers de belangrijkste redenen zijn om niet voor het beroep van leraar te kiezen.

Een hoger salaris heeft aantrekkingskracht, stelt Van Meenen. “Dat is gewoon een economisch principe.” Critici wijzen er echter op dat een hoger salaris óók averechts kan werken: als leraren meer gaan verdienen, zouden ze weleens minder uren kunnen gaan werken. En in het basisonderwijs wordt juist gepoogd het grote aantal parttimers méér te laten werken in de strijd tegen het lerarentekort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden