Berging vliegtuigwrakken Tweede Wereldoorlog levert nog niets op

In een grootscheepse operatie worden de komende jaren tientallen vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog opgegraven om nabestaanden de kans te geven hun familie een laatste rustplaats te geven. Maar op de eerste bergingslocatie werden tot nu toe geen stoffelijke resten gevonden.

Short Sterling-vliegtuigen. Beeld Getty Images

Rebecca Dutton staat bij een groot rechthoekig gat in de Limburgse zandgrond en veegt met haar vingertop langs de onderkant van haar oog. Eerder had de frêle Britse al gezegd ‘een brok in haar keel te krijgen’ nu ze zo dichtbij de locatie is waar haar oom, sergeant Maurice S. Pepper, in september 1942 crashte. Maar nu heeft ze gehoord dat de Nederlandse bergers tot nu toe geen stoffelijke resten hebben gevonden. Haar man reikt haar een blauw gestippelde zakdoek aan.

“Het is vreselijk om te bedenken hoe hij is gestorven,” zegt Dutton zacht. “Heel treurig.” Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken, op bezoek bij de berging, knikt. “Dat is het ook.” Ollongren zette het nationaal programma berging vliegtuigwrakken op, nadat regeringspartijen ChristenUnie, CDA en VVD haar daartoe opriepen, en stak er 15 miljoen euro in.

Studiegroep

Een speciale studiegroep heeft alle 5500 locaties waar vliegtuigen tijdens de oorlog boven Nederland neerstortten onderzocht. Dertig tot vijftig locaties zijn ‘kansrijk’ om er stoffelijke resten te bergen. Deze locatie, door de gemeente Echt-Susteren gepromoot als ‘het smalste stukje Nederland’, werd uitgekozen als eerste bergingslocatie. Ollongren: “Je kunt je hier bijna voorstellen hoe het was die donkere nacht: de chaos, de paniek, de vuurzee.”

De oom van Dutton was niet de enige die aan boord was van het Short Sterling-vliegtuig dat op een steenworp afstand van de Abdij Lilbosch in Echt neerstortte. Het Britste toestel had acht bemanningsleden aan boord: twee militairen wisten de crash te overleven, twee kwamen om het leven en vier zijn nog altijd MIA – missing in action.

Wat er is gevonden bij de opgraving in Echt. Beeld Koen Verheijden

“Ik had verwacht dat er een ledemaat zou worden gevonden, of een deel van een skelet,” bekent Dutton nadat ze de opgraving heeft bezocht. “Zijn de lichamen in elkaar geduwd door de impact van de crash?,” wil ze weten van majoor Bart Aalberts die de berging leidt. Hij moet het antwoord schuldig blijven. “Ik moet bij de feiten blijven.”

Feit is dat er sporen zijn gevonden van een eerdere opgraving – mogelijk door malafide schroothandelaren. Ook zijn de bommen die het vliegtuig aan boord had foetsie. Dutton wil weten hoe dat kan. Heeft het vliegtuig van haar oom de bommen afgeworpen vóór de crash? Zijn de drie kraters waar een lokale politieman over repte nadat het vliegtuig neerstortte gevonden? Aalberts haalt zijn schouders op. Weer klinkt dat hij ‘bij de feiten moet blijven’. “Er is geen bewijs voor kraters en we hebben nergens in het gebied bommen gevonden.”

De opgraving. Beeld Koen Verheijden

Een paar meter verderop, in een tent, is op tafels uitgestald wat er wél is gevonden. Een krukaswang, een drijfstang, bougies. Grote stukken verwrongen staal en minuscule geblakerde onderdeeltjes. Het is bijna onvoorstelbaar dat er niets is gevonden van de passagiers, geen botten, geen knoop van een uniform. Aalberts: “We hebben alles opgegraven, en alles dubbelgecheckt.”

Het is een teleurstelling voor Dutton, die jaren ijverde om het toestel te laten opgraven. De Abdij, eigenaar van het land, lag dwars. De Abt weigerde de grafrust te verstoren. “Wij vinden dat ze in de schoot van de aarde moeten blijven,” verklaart Abt Dom Malachias Huijink. Maar nadat de Tweede Kamer en de gemeente moties aannamen, besloot hij het verzet te staken. “De algemene opinie maakt een andere afweging.”

Er is nog een sprankje hoop, zegt majoor Aalberts. In het weiland wordt in één van de groene containers opgegraven grond gezeefd op bijvoorbeeld botresten of een flard van een uniform. “Dat duurt nog een aantal weken.”

Ook als er geen stoffelijke resten worden gevonden is de berging geen mislukking, benadrukt voorzitter Ivo de Jong van de Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, die alle wrakken inventariseerde. “We kunnen nabestaanden recht in de ogen kijken en zeggen dat we er alles aan hebben gedaan. Het is geen vraagteken meer.”

Al blijven er vragen. Want als de vier militairen niet meer in het toestel zaten, wat is er dan met hun lichamen gebeurd? En wie is daarvoor verantwoordelijk? Ollongren: “Die vragen zullen wellicht voor de eeuwigheid blijven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden