PlusAchtergrond

Bereid je voor op een lange, strenge coronawinter: ‘Het wordt taai’

Met een virus dat ons nog steeds in de houdgreep heeft, duikt Nederland een lange, onzekere winter in. Wat staat ons te wachten, met de feestdagen op komst? Het wordt taai, voorspellen virologen. Het virus zal niet verdwijnen, een vaccin gaat ons (nog) niet redden. Maar er zijn ook lichtpuntjes.

De eerste experimenten met de sneltest test zijn hoopgevend. Beeld ANP

Het is oktober. In de onbezorgde jaren van weleer begonnen we ons rond dit tijdstip misschien heel langzaam druk te maken over de bestemming van onze wintersportvakantie, of over de naderende kerst - wanneer gaan we naar de schoonfamilie, en moet dat nou écht weer de hele dag?

Hoe anders is het nu. Omdat het coronavirus ons land al ruim zeven maanden in een oncomfortabele houdgreep heeft, zijn de vraagstukken die ons bezighouden in deze oktobermaand een stuk ingrijpender. Kunnen we met kerst überhaupt wel met de familie bij elkaar komen? Hoe ziet de wereld er dan uit? Mogen we in februari wel naar de Alpensneeuw? Houdt het personeel in onze ziekenhuizen het vol? En wanneer zijn we eindelijk van deze rottige ellende af?

Het is onmogelijk om dit soort vragen tot in detail te beantwoorden. Maar er valt wel degelijk iets te zeggen over de (spoileralert) lange, taaie winter die ons wacht. Virussen worden al meer dan een eeuw bestudeerd door virologen. En zoals zij terecht voorspelden dat een pandemie ons sneller zou gaan treffen dan wij misschien wilden geloven, kunnen ze ook iets vertellen over het verloop van zo’n enorme virusgolf.

1. Dit virus laat zich niet stoppen. In ieder geval niet door ons.

Alsof ze het erom deden, ons in het Westen een beetje wilden jennen. De beelden van feestende jongeren in het Chinese Wuhan, die dansten of corona nooit bestond, gingen onlangs de wereld over. Het is een ergerniswekkend contrast: in de stad waar corona ontkiemde, lijken ze nergens meer last van te hebben. En wij weten ons al meer dan een half jaar geen raad met (dixit premier Rutte) ‘dat kut-virus’. We komen er maar niet vanaf.

Het slechte nieuws: dat gaat ons ook deze winter niet lukken. Hoe hard we ook rennen, corona zal ons steeds weer inhalen. Het is enerzijds het natuurlijke karakter van een pandemie, zegt Ron Fouchier, hoogleraar moleculaire virologie aan het Erasmus MC in Rotterdam. “Het virus gaat door tot we de samenleving immuniteit bereikt, daar is wat mij betreft niks aan te doen.’’

“Deze golf rolt de rest van de winter voort, minimaal tot aan het voorjaar,” beaamt Peter Rottier, emeritus hoog-leraar virologie en virusziekten aan de Universiteit Utrecht. “En misschien krijgen we volgend najaar wel een derde golf.’’ Termen als tweede en derde golf zijn maar ‘semantiek’, zegt Eric Snijder, hoogleraar moleculaire virologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum. “Deze pandemie is gewoon één grote, lange uitbraak die af en toe onderbroken wordt door overheidsmaatregelen en die doorgaat tot genoeg mensen immuun zijn.’’

Hoe hard we ook rennen, corona zal ons steeds weer inhalen, zegt Ron Fouchier, hoogleraar moleculaire virologie aan het Erasmus MC in Rotterdam. Beeld Hollandse Hoogte / ANP

In theorie zou alleen menselijk handelen verspreiding van het virus deze winter kunnen stoppen. Dat kan héél misschien door een vaccin, daarover later meer. Het kan ook door hardhandig overheidsingrijpen, zoals in China. Maar zoals ze het in de communistische volksrepubliek doen, met uiterst strenge lockdowns en een verplichte app op de telefoon die elke beweging van burgers registreert, dat kan in ons liberale landje niet, gelukkig.

We kunnen wel een voorbeeld nemen aan andere democratieën die er veel beter dan wij in slagen om het virus onder controle te krijgen. Duitsland bijvoorbeeld, dat met een combinatie van maatregelen, testen, traceren en mensen in quarantaine plaatsen stukken meer succes heeft dan wij. Maar of het Nederland lukt om het virus in te dammen zonder dat nog strengere maatregelen nodig zijn? De virologen zijn somber. “Als ik zie dat we inmiddels qua besmettingen in de top van Europa zitten, dan lijkt het verder aantrekken van de teugels me onvermijdelijk," zegt Snijder.

Dat de GGD’s ruim zeven maanden na het uitbreken van de crisis nog steeds worstelen met het testen en bron- en contactonderzoek, is ook al geen goed teken. “Onze GGD’s lijken niet capabel genoeg,” is Rottier hard in zijn oordeel. “Ik ben er steeds weer verbaasd over hoe log en weinig efficiënt sommige van onze overheidsdiensten in elkaar zitten. Dat is wat mij betreft na deze crisis echt een parlementaire enquête waard. Het feit dat we een deel van onze testen in Abu Dhabi moeten laten analyseren, tekent voor mij echt ons onvermogen.’’

Natuurlijk zijn er ook positieve ontwikkelingen. Zoals de supersneltest, die binnen een kwartier moet aangeven of je besmet bent of niet. De eerste experimenten met die test zijn hoopgevend. Mocht deze test - en dit is uiterst belangrijk - massaal beschikbaar komen, dan kan het iets bijdragen aan het onder controle houden van het virus.

Ook het gedrag van de burger telt zwaar mee. De ervaring leert dat het vrij eigenwijze Nederlandse volk niet bepaald tot de meest gedisciplineerde op aarde behoort. Dus wordt ook dat spannend: lukt het de Nederlander om discipline te houden, of worden regels massaal genegeerd?

In dat laatste geval kan het wel eens een pittige winter worden. Fouchier: “Dit voorjaar hadden we het geluk dat het weer steeds mooier werd. Luchtwegvirussen houden om twee redenen van kou. Ten eerste omdat ze goed gedijen bij lage temperaturen en lage luchtvochtigheid. Ten tweede omdat mensen automatisch dichter op elkaar kruipen, waardoor verspreiding een stuk sneller gaat.’’

2. Een vaccin gaat ons deze winter waarschijnlijk (nog) niet redden

Veel vaccintrajecten sneuvelen in de laatste fase, waarschuwen deskundigen steevast. Toch is er goede hoop dat uiteindelijk één of meer van de zes door de EU-landen aangekochte vaccins de eindstreep haalt. Hoe lang dat nog duurt, weten we niet precies. Vervolgens is de vraag wanneer Nederland over de eerste doses kan beschikken, en wat we daar deze winter aan hebben.

Het resultaat zou zomaar tegen kunnen vallen. Voor twee vaccins (van AstraZeneca en Pfizer/BioNTech) bestaat de hoop dat ze, áls ze goedgekeurd worden, ons land in het eerste kwartaal van 2021 kunnen bereiken. Maar hoeveel doses krijgen we dan op korte termijn? Laten we als voorbeeld het vaccin van Pfizer en BioNTech nemen, het vaccin dat mogelijk als eerste op de markt komt. De Europese Commissie heeft 200 miljoen doses gekocht, Nederland krijgt daarvan 7,78 miljoen. Dat die niet allemaal in één keer komen, is volgens ingewijden zeker. Stel - en dit is een gunstig scenario - dat er eind februari 1 miljoen doses afgeleverd worden en op dat moment al precies bepaald is wie ervoor in aanmerking komen. Dan moeten al die vaccinaties ook nog uitgevoerd worden, een aantal weken later gevolgd door een tweede prik. “Een enorme logistieke operatie,” weet emeritus hoogleraar virologie Rottier. “Moeten de GGD’s dat óók nog doen? Ik houd mijn hart vast.’’

Immuniteit

Na de tweede prik heeft het afweersysteem nog een dag of tien nodig om immuniteit te ontwikkelen. Tussen de levering en het moment dat de vaccins beginnen te werken, kan dus zomaar een tot anderhalve maand verschil zitten. “Dat betekent dat je deze winter hoogstwaarschijnlijk niet heel veel aan vaccins zult hebben,” tempert Johan Neyts, hoogleraar virologie aan de KU in Leuven, al te grote verwachtingen. “Bovendien moet je je afvragen of het vaccin dat straks als eerste op de markt komt, ook het beste vaccin is. Een aantal van de vaccins die worden ontwikkeld mikken op een minimaal effect van 50 procent. Maar dat percentage kan je ook een rad voor ogen draaien. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat het vaccin vooral werkt bij mensen die normaal alleen milde symptomen zouden ontwikkelen. Wil je dat? En is het dan wel slim om meteen massaal met dát middel te gaan vaccineren? Misschien moet je wel wachten op een vaccin dat betere bescherming biedt. We moeten af van het beeld dat dit een race is die gewonnen wordt door het snelste vaccin. Om in wielertermen te spreken: de renner die als eerste over de meet komt, hoeft niet de beste renner te zijn.’’

Niet zaligmakend

“Geen enkel vaccin heeft nog gerapporteerd over studies bij grote groepen mensen,” waarschuwt ook emeritus hoogleraar virologie Peter Rottier. “We moeten er inderdaad niet vanuit gaan dat al die vaccins fantastisch zullen werken, ze zijn heus niet zaligmakend. We zullen misschien de beschikking krijgen over relatief kleine aantallen. Dan kun je bijvoorbeeld niet meteen alle ouderen en kwetsbaren vaccineren. Je kunt denken aan het verdelen van vaccins onder zorgmedewerkers. Dat zal het virus niet meteen onder controle brengen.’’

Peter Rottier, emeritus hoog-leraar virologie en virusziekten aan de Universiteit Utrecht.Beeld Pix4Profs/Jan Stads

Tot die conclusie komt ook Ron Fouchier. “Ik kijk met verbazing naar al die mensen die roepen dat het snel goed komt met het vaccin. Bij de Mexicaanse grieppandemie in 2009 konden we een vaccin gebruiken dat nota bene gewoon op de plank lag. Maar zelfs toen duurde het negen maanden voor het er was. Nu moeten we iets compleet nieuws ontwikkelen. Het zou onverstandig zijn om daar al onze hoop op te vestigen.’’

En toch, zegt Eric Snijder, is het nu de enige echte hoop die we kunnen koesteren. “Anders zijn we pas van het virus af als een groot deel van ons het heeft opgelopen.’’

3. Donald Trump laat ons zien wat er allemaal mogelijk is

Uit de ziekenhuizen komt somber nieuws. Het aantal patiënten stijgt met vele tientallen per dag en ligt inmiddels weer boven de duizend. De tweede golf is pas een paar weken onderweg en nu al moeten steeds meer operaties en behandelingen worden uitgesteld, en zijn er problemen met het spreiden van patiënten over het land. Het is niet gewaagd om te voorspellen dat het hoe dan ook een moeilijke winter gaat worden voor onze ziekenhuizen. En dat er na die winter misschien wel een stuwmeer van niet-geleverde zorg wacht op het toch al vermoeide personeel.

Toch is het niet alleen kommer en kwel. Het valt op dat het aantal patiënten op de intensive cares minder hard stijgt dan je op basis van het snel toenemend aantal besmettingen zou verwachten, wetende hoe hard het ging tijdens de eerste golf dit voorjaar. Ga maar na: toen lagen er op het piekmoment op 7 april, een krappe zes weken nadat in Nederland de eerste officiële besmetting werd geconstateerd, 1424 patiënten op de ic’s. Nu zijn het er nog geen 200.

Behandelopties

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat die langzame stijging eeuwig zo kan doorgaan. Maar het laat wel zien dat artsen beter weten hoe ze corona moeten behandelen. “Een ultiem medicijn tegen corona bestaat nog altijd niet, maar we hebben nu wel een aantal goede behandelopties,” zegt Johan Neyts. “De virusremmer remdesivir kan de ligduur van patiënten verkorten, vooral als je het vroeg toedient. We hebben bloedverdunners die bloedstollingen tegengaan, en de ontstekingsremmer dexamethason die zorgt dat het immuunsysteem niet in de overdrive gaat, wat het aantal sterfgevallen vermindert.’’

Ook viroloog Ron Fouchier ziet de successcores razendsnel omhoog gaan. “In het voorjaar is gewoon heel veel misgegaan in de ziekenhuizen. Dat kun je ze niet kwalijk nemen: alles was nieuw en er was paniek. Maar op dit moment zien we bij enorme aantallen positieve tests nog een relatief milde druk op de bezetting. Dat is echt een interessante ontwikkeling. Ik hoop dat het doorzet.’’

Volgens arts-microbioloog Marc Bonten van het UMC Utrecht was de ontdekking dat dexamethason, een middel dat stamt uit de jaren 50, werkt tegen corona, deze zomer de laatste belangrijke slag die op het medicijnfront werd geslagen. “En ik verwacht niet meteen een grote nieuwe doorbraak.’’

Toch liet de behandeling van de Amerikaanse president Donald Trump afgelopen week zien wat er drie kwart jaar na het uitbreken van de pandemie mogelijk is. Trump, met zijn 74 jaar en 111 kilo een risicopatiënt, kreeg een combinatie van zuurstof, remdesivir, dexamethason en een experimentele behandeling met synthetische antilichamen. “Ik zeg dit van een afstandje, en op basis van één enkele patiënt, en wat mij betreft kreeg hij te vroeg dexamethason, dat is voorbehouden aan patiënten met een meer gevorderd ziektebeeld,” begint Neyts voorzichtig en kritisch. “Maar wat ik naar aanleiding van de behandeling van Trump wel wil meegeven: de combinatie van remdesivir en die antilichamen, dat heeft wat mij betreft zeker veel potentieel. Het heeft wel een prijskaartje, het zal straks niet voor elke patiënt ter wereld zijn weggelegd. Dat moeten we niet vergeten.’’

Neyts doet op de universiteit van het Belgische Leuven onderzoek naar virusremmers die kunnen bijdragen in de strijd tegen corona. Hij is er vast van overtuigd dat die te vinden zijn. “Bij hiv heb je wel dertig krachtige remmers die in cocktails, dus in combinaties van geneesmiddelen, worden toegediend. Die kunnen het virus compleet onder de knoet krijgen, zonder bijwerkingen. Dat moet bij corona uiteindelijk ook mogelijk zijn. Het is zoeken naar een speld in de hooiberg, maar het kan.’’

4. Immuniteit kan ons misschien toch een beetje helpen

Officieel raakten er vorige week ruim 27.000 mensen besmet met het coronavirus. Maar hoeveel waren het er echt? Volgens de meest recente schattingen van het RIVM, van vorige week, lopen er een kleine 150.000 besmettelijke personen rond in ons land. Het RIVM gaat uit van een besmettelijke periode van zes tot tien dagen. Het is nattevingerwerk, maar dat zou betekenen dat er nu per week minimaal 100.000 coronapatiënten bij zouden komen.

WHO-directeur Mike Ryan stelde deze week dat ongeveer een op de tien mensen op aarde corona al onder de leden heeft gehad. “Ik weet niet hoe hij aan dat percentage komt, maar als het klopt zitten we al een stukje hoger dan gedacht,” zegt viroloog Ron Fouchier. “Het lijkt duidelijk dat we in de eerste golf veel meer besmettingen hadden dan we dachten. En als je ziet hoe hard het aantal besmettingen nu toeneemt, dan bouw je de komende tijd best wat immuniteit op.’’

WHO-directeur Mike Ryan. Beeld REUTERS

Groepsimmuniteit, het woord dat Nederland in maart leerde kennen door de beroemde speech van Mark Rutte vanuit het Torentje, dat is nog ver weg. Zo’n 60 procent van Nederland zou corona moeten krijgen om het virus hier langzaam te laten uitdoven, was de eerst aangekondigde strategie van het kabinet. Een plan dat snel werd ingetrokken toen bleek hoeveel druk het coronavirus legde op het zorgsysteem.

“Stel dat je over een paar maanden te maken hebt met een immuniteit van 20 procent, dan is er natuurlijk nog altijd geen sprake van die groepsimmuniteit," zegt emeritus hoogleraar Peter Rottier. “Maar tegelijk heb je als samenleving wel íets van immuniteit opgebouwd. Daardoor zal de verspreiding ook weer ietsjes langzamer gaan.’’

Paniek

Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar de vraag hoe lang iemand die corona heeft gehad, immuun is. De afgelopen maanden ontstond een aantal keer paniek toen er verhalen kwamen over mensen die het virus voor de tweede keer opliepen. “Dat is door sommige media opgeblazen,” oordeelt Fouchier. “Want je ziet dat bij alle luchtwegvirussen. Een gemiddeld persoon is voor lange tijd immuun. Maar je hebt altijd extremen, die kwamen in het nieuws. Ik ben er van overtuigd dat veruit het grootste deel van de mensen die het coronavirus heeft opgelopen, voorlopig immuun is. Dus van massale herbesmettingen krijgen we deze winter geen last.’’

Wellicht kan ook het feit helpen dat veel mensen vroeger al eens een veel ouder zusje van het coronavirus - meestal gewoon een verkoudheidje - onder de leden hebben gehad. Onderzoek moet uitwijzen of zogenaamde T-cellen die we toen hebben opgebouwd ook actief meestrijden tegen een infectie met Covid-19. “Dat kan een rolletje spelen,” denkt Eric Snijder. “Maar het is niet de factor die hét verschil maakt. Anders hadden we het al geweten.’’

Dan is er nog een andere prangende vraag: hebben we nog wel te maken met precies hetzelfde virus als in het voorjaar? Kan het zijn dat de ic’s minder snel volstromen omdat het virus onderweg iets minder gemeen is geworden? “Virussen veranderen altijd,” begint Fouchier zijn analyse. “Dus ook dit coronavirus. Maar het is heel moeilijk om dat nu te meten. Daarvoor zou je een groep mensen met het virus van toen moeten infecteren en een andere groep met het huidige virus. Dat mag natuurlijk niet. Dus het enige dat je kunt doen is observeren. Het zou kunnen.’’

Snijder acht de kans niet groot. “In proefdiermodellen zien we beperkte verschillen. Maar of het milder wordt, vraag ik me af. Een virus moet eigenlijk gedwongen worden om van karakter te veranderen, bijvoorbeeld doordat veel mensen al immuniteit hebben opgebouwd. Dit virus kan zich nog makkelijk verspreiden, dus die reden is er niet.’’

5. Met gezond verstand komen we een eind

Wie goed leest, ziet dat virologen een beetje op twee gedachten hinken. Aan de ene kant is er angst en beven voor de ziekenhuizen. Maar anderzijds zijn er ook lichtpuntjes. De supersneltest die misschien wel gaat werken, de ic-bezetting die minder hard oploopt dan bij de eerste golf. Wat betekent dat als we de balans opmaken?

Peter Rottier is misschien wel het somberst in zijn vooruitblik. “Het wordt een lange, taaie winter. Dat is geen vermoeden, ik ben er stellig van overtuigd.’’ Kerst vieren met grote families, samen naar het voetbalstadion, een bruiloft: de Utrechtse hoogleraar virologie denkt dat we het grotendeels op onze buik kunnen schrijven. “Het punt is gewoon dat je steeds maatregelen moet blijven nemen om de ziekenhuizen niet te overbelasten. En dan kun je bijvoorbeeld niet massaal in grote groepen kerst gaan vieren, want dan is het virus niet te controleren.”

Eric Snijder zou graag wat positiever willen zijn, maar het lukt hem nauwelijks. “Tot nu toe komen mijn meest pessimistische voorspellingen steeds uit. Het virus is niet verdwenen in de zomer, en we krijgen het nog altijd niet onder controle. Dus ik heb weinig reden tot een zeer optimistisch winterbeeld. Je kunt blij zijn dat nu een kleiner percentage van de patiënten op de ic belandt. Maar daar heb je niet veel aan als de totale toestroom in de ziekenhuizen veel groter zou worden dan dit voorjaar.’’

Dan Ron Fouchier. Hij is voorzichtig ietsjes hoopvoller. “Het weer werkt de komende maanden waarschijnlijk in ons nadeel, maar de kennis die we hebben opgebouwd is een groot voordeel,” vat de Rotterdamse viroloog zijn oordeel samen. Misschien, denkt Fouchier, kan de combinatie van betere behandelmethoden, toegenomen immuniteit en wellicht een milder virus ervoor zorgen dat we de winter wat beter doorkomen dan we vooraf misschien denken. “De risicogroepen kennen we, we weten wie we moeten afschermen. Als we daar heel hard ons best voor doen, komen we misschien ergens. Je moet dit niet te positief opschrijven, want er zijn genoeg zorgen. Maar binnen een halfjaar hebben we in elk geval een heleboel vooruitgang geboekt.’’

Er is hoop,” besluit ook Johan Neyts. “Met gezond verstand kunnen we deze periode doorkomen zonder dat we opnieuw in lockdown moeten, is mijn stellige overtuiging. Als we afstand blijven houden, mondmaskers dragen, onze handen wassen, dan kunnen we zorgen dat de economie blijft draaien zonder dat de ziekenhuizen overweldigd worden. Dan moeten we het wel met zijn allen doen. We hebben één vijand. Dat is niet de politiek, het zijn niet de wetenschappers, maar dat is het virus. Als we dat niet vergeten, kan het ons echt lukken.’’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden