PlusAchtergrond

Aziatische Nederlanders zijn al decennia mikpunt van spot en belediging

Mensen met een Aziatisch voorkomen worden, ook in Amsterdam, meer gediscri­mineerd sinds de uitbraak van het coronavirus.Beeld Evert Elzinga

Sinds het coronavirus is de openlijke discriminatie van Aziatische Nederlanders toegenomen. ‘Chinezen worden, meer dan voorheen, als een bedreiging gevoeld.’

Op de Facebookpagina van Reza Kartosen-Wong, die in zijn Parool­-column van afgelopen maandag al tot in pijnlijk detail beschreef wat Aziatische Nederlanders te verduren krijgen sinds de uitbraak van het ­coronavirus, meldt een Koreaanse student dat hij geen kaartje mocht kopen in een Amsterdamse tram en het voertuig moest verlaten. Hij citeert de conductrice: ‘I need to keep my passengers safe.’

Kartosen-Wong: “Chinezen, Koreanen, Japanners, Indische mensen, het maakt allemaal niet uit. Iedereen van Aziatische afkomst wordt op één hoop gegooid.”

Aziatische Nederlanders melden dat ze worden bespot, beschimpt, bedreigd en zelfs aangevallen. Op Radio 10 was een carnavalslied te horen met het refrein ‘Vreet geen Chinees, dan heb je niks te vrezen, want voorkomen is beter dan Chinezen’. Een studentenflat in Wageningen werd met uitwerpselen besmeurd, op de muren stond ‘Die Chinese’ (‘Sterf, Chinezen’).

De online petitie ‘We zijn geen virussen!’ was gisteravond bijna 57.000 maal ondertekend.

Meme in de groepsapp

“Het is belachelijk dat Chinezen hier één op één worden gelinkt aan het virus,” zegt documentairemaker Julie Ng. “We zijn in ­Nederland, ver weg van China, de meesten zijn hier geboren, we hebben niks met dat virus te maken. Die incidenten waarbij mensen worden behandeld alsof ze het virus zelf zijn, dat kan ­gewoon niet.”

“Op straat sta ik continu op scherp en dat is heel onprettig. Zeggen mensen niks, doen mensen niks? Want als het wel gebeurt, vind ik het mijn plicht daar iets over te zeggen.”

Dat gebeurde laatst op haar werk. Ng: “Een ­collega plaatste een meme in de groepsapp met ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’. Toen heb ik gereageerd: luister, dit is niet grappig. Ik liet een screenshot zien met ‘kankerchinees’. Zo’n ­meme is daar een voorproefje van.”

Waarom reageren mensen zo op volstrekte vreemden van wie ze in alle redelijkheid ook wel weten dat zij niets te maken hebben met een ­virus aan de andere kant van de wereld? “Vooroordelen en stereotypen maken de complexe wereld overzichtelijk,” zegt Juliëtte Schaafsma, hoogleraar cultuur en interactie aan de Universiteit van Tilburg. 

“Ziekte wakkert een primaire angst aan. Het stereotype: China is een eng land, er komt van alles vandaan waar we geen grip op hebben, er is wantrouwen over hoe in China het virus wordt bestreden en daar is in de media ook veel aandacht voor. Blijkbaar is er een sociale consensus ontstaan: dit mogen we zeggen tegen Aziatische Nederlanders.”

Toch hoor je dergelijke verhalen niet of nauwelijks over Afrikanen in Nederland en het ebolavirus. Schaafsma: “Het is geen automatisme, de trigger wordt niet bij elke ziekte geactiveerd. Dat is afhankelijk van het beeld dat we hebben van de ziekte. Is het beheersbaar, is het onder controle, is het op afstand, kan het ons raken? We leven in onzekere tijden wat de mate van controle betreft op wat er in de wereld gebeurt.”

De opkomst van China als wereldoverheersende mogendheid speelt daarin een rol, zegt Schaafsma. “Tot nu toe waren vooroordelen het meest pregnant tegen Turken en Marokkanen. Chinese migranten hebben daar niet zo veel last van gehad, omdat ze een gesloten gemeenschap waren en vrij zelfredzaam. Ze waren niet zo in the picture. Maar door de opkomst van China komen ze dat steeds meer. Chinezen ­worden, meer dan vroeger, als een bedreiging gevoeld.”

Reza Kartosen-Wong heeft een andere verklaring. “Mensen van Aziatische afkomst werden altijd gezien als modelmigranten, tussen aanhalingstekens: goede migranten. Kijk eens hoe goed ze zijn geïntegreerd, werd gezegd. Maar dat is een valse voorstelling van zaken. Het lijkt een geruisloze integratie, maar dat komt alleen doordat ze zich nooit hebben uitgesproken over alles wat ze hebben meegemaakt.”

Gordon

Vooroordelen en racistische grappen worden door de Chinese gemeenschap schijnbaar lijdzaam ondergaan, veel meer dan ­bijvoorbeeld door de zwarte gemeenschap. Ng: “Kennelijk is het beeld dat Chinezen het niet erg vinden om uitgelachen te worden. Racisme ­tegen ­Chinezen is bijna zo ingeburgerd dat het normaal is.”

In 2013 vroeg jurylid Gordon in Holland’s Got Talent aan een kandidaat met Aziatisch voor­komen welk nummer hij ging zingen: “Nummer 39 met llijst?” Of neem dat eeuwige ‘sambal bij’. Ng: “Dat is totaal niet grappig. Je moet je voorstellen, mijn ouders kwamen naar een land waar ze de taal en ­cultuur niet kenden, met de focus op een beter leven. En dan staat altijd weer die klant voor hun neus: sambal bij? Hoe kunnen zij zich verweren? Ze spreken de taal niet én het zijn hun klanten.”

Kartosen-Wong onderschrijft dat. “Er is pas een paar jaar aandacht voor het stigma van ­Chinezen, sinds Gordon in 2013. Nu pas valt het op. Surinamers spreken zich al langer uit. De ­oudere generatie Chinezen heeft altijd aan hun kinderen door­gegeven: maak geen problemen. Maar de huidige generatie zegt: dit is ook ons land, wij moeten ons ook thuis voelen.”

De lijdzame stilte van jongeren is inderdaad voorbij, voorspelt ook Ng. “Over het algemeen zijn Chinezen wat rustiger en zullen ze niet zo snel hun stem laten horen. Maar wij pikken dit gewoon niet. Hoezo kan ik de r niet uitspreken? Echt waarrr? Ik ben hier geboren!”

‘Zo’n liedje helpt niet’ 

Chia-Wen Tang (21)Student politics, psychology, law & economics aan de Universiteit van Amsterdam, en barvrouw

“In Amsterdam heb ik nog geen rare opmerkingen gehoord vanwege het coronavirus. Het blijft toch een internationale stad. Toch ben ik me ervan bewust dat ik zomaar een opmerking naar mijn hoofd kan krijgen, ook al ben ik Taiwanees. Mensen in Frankrijk en Amerika is het ook gebeurd: ik zou er niet verrast door zijn. Ik denk echter dat er dan genoeg mensen zouden zijn om iemand die zo’n opmerking maakt te corrigeren. Vooralsnog heb ik het idee dat Nederlanders te weinig belangstelling hebben voor het virus. Soms roepen mensen op straat wel ni hao of konichiwa naar me als ik langsloop. Veel vaker voel ik de blikken van mensen, vooral in omgevingen waar de meeste mensen wit zijn. Het gaat dan niet om uitgesproken racisme, maar meer een impliciete en passieve vorm.”

Frank Man (69), eigenaar reisbureau op de Geldersekade

“Ik woon al bijna vijftig jaar in Nederland. Dagelijks pak ik vanaf mijn huis in Zuid de auto naar de Nieuwmarkt, breng ik de dag hier door en ga ik weer naar huis. In deze buurt ben ik bekend en bovendien heb ik een vrolijke uitstraling, dus voordat het coronavirus speelde, was er niets aan de hand. Maar sinds de uitbraak van het virus duiken Nederlanders weg als ze een Chinees zien hoesten. Ik heb dat zelf ook meegemaakt in de bus, en vele vrienden met mij. Of je krijgt opmerkingen over je mondkapje. Ik denk dat het vooral in het openbaar vervoer en theaters of bioscopen gebeurt, in ruimtes waar je heel dicht bij elkaar staat. En natuurlijk helpt het niet als er zo’n racistisch liedje op een radiostation wordt uitgezonden. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar dat betekent niet dat je een volk kunt beschadigen.”

Lucica Wang (20), student media aan de Universiteit van Amsterdam, en rapper

“In het algemen hoor je op straat wel ni hao of ‘tjing tjong’. Dat is onprettig, maar als je daar iets van zegt, vinden mensen al snel dat je van een mug een olifant maakt. Sinds het coronavirus dragen veel Chinezen mondkapjes. Mensen die langslopen roepen dan ­‘corona’ tegen mij of mijn vrienden. Mijn vrienden vragen hen dan waarom ze zo’n opmerking maken. Dan zeggen ze meestal dat het een grapje is. In ­Amsterdam heb ik sinds de uitbraak al twee keer een nare opmerking naar mijn hoofd gekregen. Als rapper heb ik besloten om er een liedje over te schrijven, omdat er iets heel tragisch gebeurt in mijn land, iets dat niemand verwachtte. We voelen ons geïsoleerd: de rest van de wereld mijdt Chinezen, terwijl men in ons land keihard probeert het ­virus aan te pakken.”

Tahrim Ramdjan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden