PlusEssay

Arnon Grunberg: ‘Onze toekomst geven we vorm door uit het verleden te putten’

Het is cruciaal dat we het verleden blijven onderzoeken, stelt schrijver Arnon Grunberg. Woensdag organiseert hij hierover een avond in Carré. Wat kunnen humanisme en daarmee hoop nog betekenen na Auschwitz?

Beeld Lynne Brouwer

Het verleden houdt ons in zijn greep, in de eerste plaats omdat daar – je zou bijna zeggen, ‘op die plek’, alsof het verleden een plaats is waar je heen kunt reizen – onrecht is geschied dat niet vergeten mag worden, dat op de een of andere manier ‘hersteld’ moet worden. Het slavernijverleden bijvoorbeeld, in Amerika wordt het verleden als bron van onrecht handzaam samengevat met de slogan Black Lives Matter. Een ander goed voorbeeld in dit verband is uiteraard de Tweede Wereldoorlog.

Voor anderen is het verleden veeleer een bron van nostalgie omdat daar grootse daden zijn verricht die tegenwoordig niet of nauwelijks meer plaatsvinden, denk aan de woorden ‘Gouden Eeuw’ en hoe die door sommige politici en hun aanhangers worden ingezet.

De vraag is dus hoe je je verhoudt tot dat verleden; je ervan bevrijden lijkt me onmogelijk en vermoedelijk zelfs onwenselijk, amnesie is geen ideaal. Of het verleden nu een bron van schaamte en schuld is of van troost en nostalgie, het gaat om de conclusies die je eruit trekt en de onwrikbaarheid waarmee die worden getrokken, al was het maar omdat wat groepsidentiteit wordt genoemd niet veel anders is dan een conclusie die uit het verleden is getrokken, voorzien van wat rituelen, gewoontes, verhalen.

Speelbal van het noodlot

De afgelopen twaalf maanden heb ik mij vrijwillig – maar wat heet vrijwillig – meer dan anders met de Tweede Wereldoorlog beziggehouden, omdat het in januari 75 jaar geleden was dat Auschwitz werd bevrijd en ik een bloemlezing samenstelde met verslagen van ooggetuigen uit dat kamp en op 4 mei hield ik de voordracht in de Nieuwe Kerk. Dat maakte de vraag wat een juiste omgang is met eigen en andermans geschiedenis wat mij betreft extra urgent. Was het niet allemaal wat veel? Was mijn interesse eigenlijk een obsessie? Een obsessie wordt al snel een kerker.

Loslaten is het advies in het geval van liefdesverdriet en bovenmatige rouw, wat neerkomt op het loslaten van het verleden, op loslaten wat niet kon worden vastgehouden. Is loslaten, bedenk ik nu, niet ook de kern van wat verzoening wordt genoemd?

Goed, ik hield me bezig met geschiedenis, die ook van mij is, maar wanneer precies is geschiedenis van jou?

Het geritualiseerde terugblikken heet herdenken en in een mooi boekje, De tweede minuut stilte van Ilse Raaijmakers en Bertine Mitima-Verloop, uitgegeven door het Nationaal Psychotrauma Centrum, benadrukken de auteurs het belang van ‘verbondenheid’ als effect van herdenken. Inderdaad, in je eentje herdenken noemen we rouwen en dat is iets anders, al was het maar omdat het individuele rouwen meestal niet tot een conclusie hoeft te leiden, misschien als er sprake was van een misdaad, terwijl herdenken zoals wij dat kennen mede gestoeld is op de noodzaak om te voorkomen dat bepaald onrecht wordt herhaald.

Hoe dat te voorkomen, welke woorden je inzet om dat te voorkomen, is ook een politieke kwestie. Het verleden is zoals aangegeven geen neutrale plaats; zelfs als het gaat om de Tweede Wereldoorlog, waar goed en fout zo duidelijk vast lijken te liggen, moeten we constateren dat er over het verleden altijd strijd wordt geleverd. Dat is onvermijdelijk. Politiek is niet alleen strijd leveren over de vraag hoe de toekomst moet worden vormgegeven, in hoeverre politici, mensen dat kunnen en meer zijn dan speelballen van het noodlot, maar daaraan zit de minstens zo dringende vraag vast hoe het verleden moet worden geïnterpreteerd, want precies ontspruit de toekomstverwachting, het ideaal.

Een staat veronderstelt misschien consensus over dat verleden, maar in praktijk blijkt het met de consensus mee te vallen. Zelfs in Duitsland is die consensus er niet altijd, denk aan Alexander Gauland, die als fractievoorzitter van de AfD in 2018 het nationaalsocialisme reduceerde tot ‘vogelpoep in de Duitse geschiedenis’. Waarmee hij regelrecht inging tegen het raison d’être van het hedendaagse Duitsland.

Hoe dan ook moeten burgers het ergens over eens zijn om de onvermijdelijke en noodzakelijke onenigheid zo te kunnen vormgeven dat die niet leidt tot burgeroorlog. Op zichzelf is er niets mis met polarisatie, maar waar die polarisatie in een stroomversnelling komt, dreigt het geraamte van het politieke en maatschappelijke stelsel, het basisvertrouwen dat nodig is om samen te leven, af te brokkelen. Kijk naar wat er nu gebeurt in Amerika, hoewel ik zelfs daar de burgeroorlog niet een twee drie zie uitbreken.

Waar kunnen we het over eens zijn? Dat onrecht niet meer mag voorkomen, dat vindt bijna iedereen, maar over welk onrecht hebben we het? Mensen zijn geneigd vooral aan het onrecht te denken dat de eigen groep is aangedaan.

Zeker, het kwaad moet worden bestreden, maar wat is het kwaad precies, waar bevindt het zich en hoe gaan we die bestrijding vormgeven?

Zodra je bezighouden met het verleden, en dat geldt dus ook voor herdenken, meer is dan het oplepelen van gemeenplaatsen wordt het een heikele kwestie. De gemeenplaats mag vertrouwd klinken, maar hij betekent zo weinig. Laat ik het anders zeggen: nog nooit ben ik iemand tegengekomen die beweerde het slechte na te streven. Hooguit zeggen mensen dat om het achtenswaardige te bereiken minder prettige maatregelen nodig zijn, het bekende verhaal van het doel en de middelen.

De barakken van AuschwitzBeeld Lynne Brouwer

Wet overtreden

De eigen daden kunnen altijd worden gerechtvaardigd of verontschuldigd, het zijn andermans daden die doorgaans niet te rechtvaardigen en te verontschuldigen zijn. Daar begint het probleem, het bestrijden van het kwaad is altijd het bestrijden van anderen.

In een gevangenis in Arnhem waar ik een paar jaar geleden schrijflessen gaf, vertelde een gevangene me dat hij door harddrugs te smokkelen doelbewust grote risico’s had genomen, maar het profijt woog op tegen de risico’s. Het hielp dat hij naar eigen zeggen geen geweldsdelict had begaan, vanuit moreel oogpunt heb je voor een misdrijf een slachtoffer nodig. Goed, harddrugs zijn schadelijk, maar schadelijker dan het legale alcohol? Laten we die discussie voor een andere keer bewaren.

Het juridische perspectief is hoe dan ook anders, de wet kan worden overtreden zonder dat er van slachtoffers sprake is. De wet wordt gemaakt door politici en politiek is als bekend de kunst van het haalbare, dat geldt dus ook voor de wet die daaruit voortkomt. Moraal bekommert zich minder om het haalbare, wat voordelen heeft.

Foute vrienden

De gevangene die over criminaliteit sprak alsof het een onderneming was, zij het eentje met andersoortige risico’s dan het uitbaten van een haringkraam, raakte mij omdat hij zo anders over zijn lot praatte dan zijn medegevangenen, die zichzelf al dan niet terecht in de eerste plaats bleken te zien als slachtoffer, van het systeem, van omstandigheden, van foute vrienden, van wat dan ook. Ook voor hen had ik weliswaar sympathie, wie in een gevangenis is geweest weet hoe moeilijk het is het monster te herkennen in de gevangene, voor zover de gevangene überhaupt ooit monster is geweest; je moet erg hardvochtig zijn om met de gevangene niet ook medelijden te hebben, maar de gretigheid waarmee zij zichzelf als slachtoffer omarmden was verontrustend. Waar waren de daders, wie ziet zichzelf als dader?

Ook herinnerden deze gedetineerden me eraan hoe moeilijk het is de dader aan het woord te laten. De dader heeft immers de begrijpelijke neiging zijn aandeel in het misdrijf te minimaliseren en zichzelf voor te stellen als, inderdaad, slachtoffer.

Misdadig regime

Sinds ik schrijf, houdt de vraag hoe je de dader aan het woord laat, zowel in fictie als daarbuiten, mij bezig. Niet omdat ik vind dat het verhaal van het slachtoffer niet interessant is, dat is het natuurlijk wel, maar het slachtoffer kiest er niet voor slachtoffer te zijn, het overkomt hem. We gaan er daarentegen wel vanuit dat een dader een keuze had; als hij niet de mogelijkheid had gehad anders te handelen, zou hij niet verantwoordelijk zijn voor zijn daad en is hij feitelijk geen dader. Zowel in juridische als morele zin menen we dat er een keuze aan de daad of daden voorafgaat die de dader tot dader maakt, in alle andere gevallen is er sprake van ontoerekeningsvatbaarheid of overmacht. Hier zien we overigens dat de moraal zwaarder kan wegen dan de wet. Zo zijn de meeste oorlogsmisdaden begaan tijdens het Derde Rijk feitelijk niet strafbaar volgens de indertijd geldige wet. De mensheid, dat woord is hier op zijn plaats, meende echter dat een algemeen geldige en bekend geachte moraal zwaarder woog dan wetten en orders van een misdadig regime, temeer daar de daders doorgaans straffeloos immorele bevelen konden weigeren. Uit onderzoek van bijvoorbeeld de historicus Browning bleek dat Duitse politieagenten die weigerden mee te doen aan massaexecuties geen haar is gekrenkt. Voor de slachtoffers lag dat anders, zij moesten de weigering een bevel op te volgen doorgaans bekopen met de dood.

Zeker, ook in de manier waarop het slachtoffer omgaat met zijn lot zitten keuzemogelijkheden, maar het is de dader die ingrijpt in het leven van een of meer anderen, en allicht ook in zijn eigen leven. Vooral als hij gestraft wordt, maar als die straf uitblijft, mogen we niet uitsluiten dat hij lijdt onder schuldgevoel. Dat laatste is niet zeker, er zijn vermoedelijk daders die niet lijden onder hun gruweldaden.

Waarheidsvinding is misschien niet zozeer een middel om te bepalen wat rechtvaardig is als wel een doel van wat wij rechtvaardigheid noemen. Wij willen weten wat er gebeurd is, en waarom, het slachtoffer wil erkenning voor wat hem is aangedaan, daarin schuilt vaak al veel genoegdoening. Een van de redenen dat wij ons blijven bezighouden met het verleden, waarheidsvinding, een onderzoek dat nooit helemaal is afgerond.

Er is een andere, belangrijke reden waarom het perspectief van de dader mij al zolang intrigeert en voor problemen stelt. Het is zo makkelijk en geruststellend te geloven dat jij nooit een dader kan zijn, omdat je zelf moreel voortreffelijk bent of omdat je toevallig behoort tot een moreel voortreffelijk volk, of omdat het gewoon niet in je aard ligt. Er bestaan moreel voortreffelijke mensen – ze zijn uitzonderlijk, maar ze bestaan – er bestaan geen moreel voortreffelijke volkeren. Hooguit bestaan er omstandigheden waardoor je niet in de verleiding kon komen. Abel Herzberg, die net zo indringend over Bergen-Belsen heeft geschreven als Primo Levi over Auschwitz, merkte op dat hij niet in de verleiding kon komen, dat het nazisme hem alleen al omdat hij Jood was nooit heeft kunnen verleiden. Waar het slachtoffer tot slachtoffer wordt gemaakt vanwege zijn afkomst hebben sommige slachtoffers inderdaad het ‘voorrecht’ gehad om niet in de verleiding te kunnen komen, een ‘voorrecht’ waarvoor een gruwelijke prijs is betaald.

De identificatie met het slachtoffer getuigt van empathie maar heeft allicht als neveneffect dat men zichzelf al te makkelijk als potentieel slachtoffer ziet. Ja, het is menselijk en begrijpelijk maar ook hoogmoedig jezelf als potentieel slachtoffer te zien en niet als potentiële dader.

Ik meen dat het voorkomen van extreem onrecht alleen dan zinvol want effectief kan zijn als mensen de stap zetten, de sprong wagen om zichzelf als potentiële dader te zien. Het gaat niet om de bereidheid het kwaad te bestrijden, integendeel, het probleem lijkt me eerder dat het kwaad zich vaak voordoet als bestrijding van het kwaad. Het gaat om het onderkennen van het kwaad in jezelf.

Een jongen bekijkt de getatoeëerde armen van Joods-Poolse gevangenen die vanuit Auschwitz in het net door de Amerikanen bevrijde Dachau aankwamen. Beeld Lynne Brouwer

Brandstapels komen dichtbij

Het is een gevaarlijke relativering, onjuist en onrechtvaardig, het verschil tussen daders en slachtoffers weg te willen poetsen, maar we ontkomen er niet aan in de dader een medemens te zien. Het monsterlijke van de dader is altijd een geruststelling, monsterlijk zijn wij immers zelf niet.

Mensen moreel verheffen is volgens mij onmogelijk, een volgende generatie zal heus niet beter zijn. De morele lessen zijn al eeuwen bekend, althans de basis daarvan. Denken wij echt dat de geschiedenis die wij levend proberen houden ons een zuiverder geweten zal schenken dat onze voorouders node misten? Wij mensen, ik voorop, zijn gemiddelde zondaars. Ik wantrouw iedereen die daar iets aan wil doen, omdat de harde hand nooit ver weg is, en waar men met harde hand de zondaars wenst te bekeren komen de brandstapels of de hedendaagse variant dichtbij.

Dit is geen pleidooi voor lethargie, want we kunnen wel iets doen aan de verleidingen waaraan mensen worden blootgesteld en zichzelf blootstellen. Niet op individueel niveau, op politiek niveau. De verleidingen voor dieven en verkrachters zullen altijd blijven bestaan, maar wij weten ook dat zij een kleine minderheid vormen. Over de individuele misdadiger, hoe interessant ook, zeker vanuit het perspectief van de romanschrijver, heb ik het hier niet, ik spreek over een politiek systeem waarbij de misdaad niet meer zaak is van een enkeling of van een criminele organisatie, die zich buiten de staat bevindt, maar waar de staat zelf zijn burgers aanzet tot grootschalige misdrijven, waar de staat zelf gaandeweg, soms bijna ongemerkt tot criminele organisatie is verworden, en dat gevaar bedreigt iedere staat, ook de meest fatsoenlijke.

Vrome leugen

Hoe wij onszelf kunnen behoeden voor al te gevaarlijke verleidingen is een politieke kwestie. De kiezers gaan hier niet geheel vrijuit; mensen horen niet aan bepaalde verleidingen te worden blootgesteld, maar de verleiding mag nooit tot excuus worden. Juist ook daar geldt dat de identificatie met de dader zou kunnen leiden tot behoedzaamheid; dat men niet alleen zichzelf ziet als iemand die beschermd moet worden, maar dat men bereid is ook zichzelf te zien als iemand tegen wie andere mensen beschermd moeten worden.

Veinzen dat herdenken geen politieke aangelegenheid is, is een vrome leugen die de angel uit dat herdenken haalt waardoor niemand er meer aanstoot aan hoeft te nemen en men tijdens de herdenking rustig in slaap kan sukkelen.

Waarover kunnen we het eens zijn zodat we onze onenigheid zo kunnen vormgeven dat die onenigheid niet – of laat ik realistisch blijven: nauwelijks – tot slachtoffers zal leiden?

Dat is een maatschappelijke, politieke vraag, die aan het herdenken voorafgaat.

Nogmaals, onze toekomst geven we vorm door naar het verleden te verwijzen, door uit het verleden te putten, door er afstand van te nemen, of juist niet. Dat verleden is, het kan niet genoeg worden benadrukt, geen neutraal domein en zal dat ook nooit worden. De geschiedenis is en zal een strijdtoneel blijven ten behoeve van zeer reële, hedendaagse en toekomstige doelen.

Arnon Grunberg, Na het nee,

Carré, woensdag 9 september

om 19.00u en 21.30u. www.carre.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden