Plus

Arie Slob over het onderwijsakkoord: ‘Het voelt alsof ik tegen de stroom in roei’

Beeld ANP

Na vaak ‘nee’ verkopen kwam er vrijdagavond ineens toch extra geld voor onderwijs. Maar de inkt was nog niet droog, of de grootste onderwijsbond trok de handen ervan af. Onderwijsminister Arie Slob reageert. “Ik blijf staan voor onze afspraken.”

Even was Arie Slob de minister die de aangekondigde landelijke onderwijsstaking wist af te wenden. Maar de afgeblazen lerarenstaking van woensdag, op de dag dat de Tweede Kamer debatteert over de onderwijsbegroting, werd zondag – na hevig protest van leraren – door de Algemene Onderwijsbond (AOb) en CNV Onderwijs weer nieuw leven ingeblazen.

Het weekend van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs was een rollercoaster. Van de opluchting die hij vrijdagavond nog voelde, ging het in een rechte lijn naar de teleurstelling van zondagmiddag. “We kunnen onze energie beter steken in samenwerken aan het grote maatschappelijke vraagstuk van het lerarentekort dan dat we tegenover elkaar staan.”

Toch staat u nu weer tegenover elkaar. Wat dacht u toen u hoorde dat de AOb de handen aftrekt van het convenant?

“We wisten van tevoren dat de druk hoog was op de AOb. En ik snap de wens ook van leraren dat ze er jaarlijks geld bij willen. Dat is twee jaar geleden ook beschikbaar gesteld. Er is nu vooral eenmalig geld beschikbaar, meer zit er niet in. Het is een substantieel bedrag. Dat erkende iedereen vrijdagavond ook nog. We doen dit voor 2020 en 2021. Ik kan geen beloftes doen over mijn kabinetsperiode heen, maar kijk naar de politiek, zie wat er door politieke partijen is uitgesproken aan wensen voor de nieuwe kabinetsperiode. Dit is een overbrugging. Voorzitter Liesbeth Verheggen heeft haar bestuur volledig meegenomen voordat ze een handtekening zette onder het akkoord.”

De AOb stelt dat Verheggen buiten haar mandaat handelde.

“Alle voorzitters hebben aangegeven mandaat te hebben om namens hun organisatie te kunnen tekenen. Een aantal partijen hebben tijdens de besprekingen behoefte gehad aan een raadpleging van de achterban. Die gelegenheid is ze geboden en daar hebben ze ook gebruik van gemaakt.”

Leraren reageren bij PO in Actie ook woedend. Ze vinden dat de bonden met een kluitje het riet in zijn gestuurd en gaan door met acties. Begrijpt u dat?

“Ik las ergens dat het ‘een flutpakket’ is. Dat mag, maar dat is het niet. Tegen deze mensen zou ik willen zeggen: kijk eens wat we inhoudelijk aan het doen zijn. Er wordt snel geoordeeld, maar kijk eens naar alle feiten. Er is een enorme toestroom aan zij-instromers, dan moet er ook geld zijn voor de begeleiding daarvan.”

U houdt vast aan het akkoord, maar wat is daarvan nu nog de waarde?

“Het doel van het akkoord is om zoveel mogelijk krachten te bundelen om het personeelstekort in het onderwijs verder aan te pakken. Organisaties – en niet personen – hebben zich daaraan gecommitteerd. Ik blijf staan voor onze afspraken en zal die ook uitvoeren.”

Lange tijd was er niks extra’s mogelijk voor het onderwijs. Bij de onderhandelingen over de begroting vroeg geen enkele partij om extra geld, schreef deze krant. ‘Onderwijspartij’ D66 niet, Slobs eigen ChristenUnie ook niet.

Het beeld ontstond van een minister die maar geen geld voor onderwijs wist te regelen. Had u dit niet met Prinsjesdag kunnen regelen?

“Zo is het gewoon niet gegaan. Bij de Algemene Beschouwingen kwam er ruimte. Die kans was er tot Prinsjesdag niet geweest.”

Was er ook geld gekomen als de PvdA er niet zo’n groot punt van had gemaakt?

“Dit staat volledig los van de PvdA. Je hebt gezien dat in de Tweede Kamer de coalitiepartijen aangaven dat het fijn was als we aanvullend wat zouden doen – overigens ook GroenLinks. PvdA heeft alleen maar aangegeven dat de loonkloof moest worden gedicht.”

Wat vindt u ervan dat PvdA-leider Lodewijk Asscher het niet voldoende vindt?

“Dat past in zijn beoordeling van dingen. Er is nooit geld uitgetrokken voor het lerarentekort in het vorige kabinet, waar Asscher vicepremier van was. Nu lukt het ons wel. Dan zeg ik: meneer Asscher, u bent wel erg kort van memorie.”

Slob klinkt geërgerd, en dat geeft hij ook toe. In een lange monoloog zet de ChristenUnie-bewindsman uiteen waarom hij vindt dat de waarheid soms geweld wordt aangedaan. Want in het regeerakkoord, nu twee jaar geleden, kwam er structureel 700 miljoen euro bij voor het basisonderwijs. “Meer dan welk departement dan ook.” Om de salarissen op te krikken (“Met gemiddeld 9,5 procent, een enorme stap”) kwam er 270 miljoen euro, voor het bestrijden van de werkdruk was er 430 miljoen, waarvan nu al 333 miljoen euro naar de scholen gaat. “Ik merk dat het irritaties oproept dat ik dat steeds blijf herhalen, maar we kunnen niet net doen alsof dat er niet is.”

Slob zegt ‘soms’ te worden geraakt door alle kritiek. “Ik ben ook maar een mens en in al mijn vezels een onderwijsman. Er wordt al een paar jaar heel hard en heftig gereageerd. Dat moet ik maar incasseren.”

Dat er nu volgens werkgevers en onderwijsbonden extra geld nodig is, heeft alles te maken met het almaar aanzwellende lerarentekort. De problemen worden steeds nijpender. “De werkloosheid is historisch laag terwijl het aantal vacatures stijgt. Daar hebben een aantal sectoren veel last van. De bouw, de zorg én het onderwijs. Een aannemer kan ook later een badkamer installeren en in de zorg kunnen de wachttijden toenemen – ook niet leuk. Maar als een kind ’s ochtends – haar netjes gekamd, tasje mee – op school komt en er is geen leraar, dan is dat een urgent probleem.”

Pakket noodmaatregelen

Onlangs kwamen de schoolbesturen van de vier grote steden plus Almere met een pakket noodmaatregelen. Eén van de punten: als scholen bij een acuut vervangingsprobleem geen bevoegde docent noch docent-in-opleiding kunnen vinden om de klas tijdelijk over te nemen, mag er een ouder voor de klas. Boze leraren roerden zich op sociale media: bij ziekte van een piloot kon de KLM wel iemand zonder vliegbrevet vragen het toestel te vliegen, werd er gesneerd, en een chirurg kon worden vervangen door de slager.

Slob las het nieuws op zijn herfstvakantieadres en schrok. Bozig: “Er is geen sprake van dat we docenten gaan vervangen door ouders. No way! Dat is helemaal nooit de insteek of de bedoeling geweest en daar heb ik nooit ruimte voor geboden.”

Liegen de schoolbesturen dan? Zij zeggen dat u er toestemming voor gaf.

“Nee, ze liegen niet. Ze hebben generieke plannen ingediend namens vijf steden. Er zijn wettelijke bepalingen van wat wel of niet mag in dit land. Maar dat kan in het geval van een calamiteit wel eens schuren: er komen kinderen naar de school, er is geen docent en je móet iets regelen. Maar de plannen voor hoe schoolbesturen met zulke situaties willen omgaan, waren wel erg algemeen. De situatie in Rotterdam is anders dan die in Amsterdam. Ik heb gezegd: maak plannen per stad of per stadsdeel. De inspectie gaat daarna per situatie oordelen of dat kan.”

Dus als er meerdere zieken zijn op een school en in de middag wordt nóg een docent geveld door de griep, dan mag de schoolleider die ten einde raad is niet een vader of moeder vragen een paar uur voor de klas te staan?

Geërgerd: “Ik ga vanuit mijn positie als minister geen groen of rood bordje omdraaien. Als je voor de klas staat, ben je les aan het geven en onderwijs is een vak. Het is ook een fout beeld voor docenten om te denken dat zij zomaar vervangen kunnen worden door een ouder. Het gaat om onderwijs. Als er echt helemaal niemand is, houdt het op. Dan kan het ook geoorloofd zijn om te zeggen: er is geen les.”

Potje

De problemen zijn groot, erkent Slob, maar er zijn ook lichtpuntjes. In zijn werkkamer tuurt de minister naar een tabel, waarop de nieuwste cijfers van zij-instromers staan; mensen die zich willen laten omscholen tot leraar in het basisonderwijs. “In 2015 waren het er nog 19, vorig jaar 355 en dit jaar hebben zich al 864 mensen aangemeld. En het jaar is nog niet voorbij.” Voor elke zij-instromer trekt hij 20.000 euro uit – ook als het potje daarvoor eigenlijk leeg is. “Gegarandeerd.”

Veel scholen hebben ook problemen met de begeleiding van zij-instromers. Zij hebben daar simpelweg geen mensen voor.

“Ik zie dat het moeilijk is voor de scholen, daar komt nu geld voor bij. We willen die begeleiding op regionaal niveau gaan clusteren, door scholen te laten samenwerken. Dat gebeurt nu ook steeds meer. Kun je zeggen: nu pas? Maar ik ben blij dat het gebeurt.”

Slob schermt met meer cijfers: ook de Pabo, de hbo-opleiding tot basisschooldocent, wint aan aantrekkingskracht. Vorig jaar begonnen daar 11 procent meer studenten aan een opleiding, de teller staat dit jaar op 7,5 procent extra. “Dat zijn in totaal een dikke 7000 studenten. Dat is hartstikke goed nieuws.” En dan zijn er zo’n 500 leraren die met een uitkering op de bank zaten ‘teruggeplaatst’ in het onderwijs. En, oh ja, ruim 300 onderwijsassistenten, het extra paar handen voor docenten in de klas, zouden ‘door willen groeien’ naar leraar. “Tel dat allemaal eens bij elkaar op.”

Bedoelt u daarmee: probleem opgelost? Het extra geld was niet nodig geweest?

“Nee. De vlag gaat echt niet uit. De arbeidsmarkt is zó krap dat het probleem onverminderd groot blijft. Ik voel me iemand die in een boot tegen de stroom in roeit. Maar de aanpak die we al hebben, werkt en kunnen we nu verder versterken. Daar moeten we mee doorgaan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden