Plus Klapstoel

Anne Vegter: ‘Ik heb fucking veel geluk gehad’

Anne Vegter (1958) is dichter. Van 2013 tot 2017 was ze Dichter des Vaderlands. Nu wordt ze voorzitter van de Akademie van Kunsten in Amsterdam.

Anne Vegter op de Klapstoel Beeld Harmen De Jong

Delfzijl

“Ik heb er zes maanden in een wiegje gelegen, maar ik kan me er niks van herinneren. Het huis waar ik ben geboren, is gesloopt. Het stond in een achterstandswijk: de huizen waren niet goed en piepklein. Mijn straat bestaat nog wel, maar het terrein ligt nog steeds braak. Ik ben er gaan kijken en werd er droevig van. Maar ik ben verwekt op een terp en die is er nog wel! Dat was in het dorpje Uitwierde, tegen Delfzijl aan, de eerste gemeente van mijn vader. Hij was pre­dikant. Na een half jaar verhuisden we naar Drenthe, daarna woonden we in Friesland. Zeker jonge predikanten worden vaak na vier jaar alweer geroepen naar een andere gemeente. Mijn moeder hield het altijd een beetje tegen omdat zij heel vaak mooie tuinen aanlegde die zo’n beetje na vier jaar net op kracht waren.”

“Op mijn zestiende vond ik het heel lastig dat we weer gingen. Achteraf had ik best kunnen zeggen: ik blijf. Maar ik heb het nooit overwogen. Toch typisch. Misschien dat meisjes van nu dat wel zouden zeggen. Ik voelde die zelfstandigheid niet.”

Psychiatrische kliniek

“Toen ik negentien was, wilde ik vooral weg. Zo ver mogelijk, en dat werd Limburg. Vooruit, Noord-Limburg, anderhalf uur rijden vanaf mijn ouderlijk huis, maar oké. Bij een katho­lieke instelling werkte ik met mensen met een ­verstandelijke beperking en psychiatrische ­problematiek. Stoere gevallen. Af en toe werd ik alleen voor de groep gezet. Ik speelde piano en ging muziek met ze maken. Ik heb het maar kort gedaan, want ik werd ziek. Wie me is bij­gebleven, is een enorm grote man met krullend haar, die naar de kliniek was gebracht nadat hij in een psychose van een brug in Nijmegen was gehaald. Hij was ontroerend en hartstochtelijk, ik was gefascineerd door hem. Hij was een fantastische bassist. Onze big man als wij gingen jammen.”

Multiple sclerose

“Een been werkte niet meer, ik was aan één oog blind en mijn lichaam voelde alsof er een net omheen werd getrokken. Dat waren allemaal verschijnselen van MS, maar de diagnose wilden ze me toen nog niet in de maag splitsen. Ik was 19, en de prognose was dat ik niet heel oud zou worden. Ik heb zes weken in het ziekenhuis gelegen. Daarna had ik anderhalf jaar steeds opnieuw klachten. Later werd het rustiger, op incidentele, enorme vermoeidheden na. Het is in principe een chronische ziekte, maar ik heb er nu geen last van.”

“Ik wilde niet dat de ziekte het zou overnemen, dus ik ben toch gaan doen wat niemand voor mogelijk hield: een opleiding volgen richting kunst en theater. Ik deed waar ik zin in had, in plaats van waarvan ik wist dat het verstandig was. Ik ken een paar vrouwen met MS die er net zo bij lopen als ik, maar we zijn in de minderheid. En daar heb je zelf niet veel over te zeggen hoor. Het is niet zo dat de mensen voor wie het leven zwaarder is, niet op de goede manier met die ziekte omgaan. Ik hoor bij het kleine percentage dat fucking veel geluk heeft gehad.”

Auto

“Die heb ik niet. Op een gegeven moment dacht ik: als Dichter des Vaderlands heb je niet veel nodig, maar wel een auto. Dat schoot vooral door me heen toen ik weer eens ’s avonds laat na een optreden op een lastig station op de trein stond te wachten. Maar eigenlijk is het meer zo dat er altijd wel auto’s waren, maar dat ik drie keer een ongeluk heb gehad waarna ik mezelf niet meer heb toegestaan te rijden. Ik heb nog steeds een rijbewijs, dat zit in mijn tas, ik heb zelfs les genomen om over die angst heen te ­komen.”

Ongeluk 1

“Mijn eerste ongeluk was in Bretagne, iets van 35 jaar geleden, waar ik rondtrok als begeleider van een groep Parijse kinderen, met woon­wagens en grote knollen. We gingen op een avond ergens swingen, er werd te veel gedronken met de leiding en toen stapten we bij de verkeerde gasten in een auto om te worden teruggebracht. We klapten tegen zo’n Bretonse muur. Ik zal dat nooit vergeten, die enorme stilte die intreedt na zo’n ongeluk. Dat is heel heftig. De bestuurder was dronken, de auto bleek ook nog eens geleend. Ik denk dat hij nog steeds aan het afbetalen is.”

Ongeluk 2

“Ik was zwanger, van mijn middelste. Je moet misschien ook niet te veel rijden als je zwanger bent. Ik had één jongetje achterin, niet in de gordel – zo kut. Waar de Blaak onder de Coolsingel doorgaat, werd ik verblind door de laaghangende zon. Ik knalde op een rij stilstaande auto’s, die echt allemaal in elkaar deukten. Ik reed in de net aangeschafte auto van mijn vriend. Dit was echt niet grappig. Mijn kind was met zijn hoofd tegen de voorruit gekomen, ik was hoogzwanger dus wij werden opgenomen in het ziekenhuis. Er was een risico dat de placenta zou loslaten. Het beeld dat me is bij­gebleven: ik duwde hup, vijf, zes auto’s in elkaar en er sprongen allemaal mannetjes uit die hun telefoon pakten om hun verzekeraar te bellen.”

Ongeluk 3

“Wat mij het meest aangreep, maar de minste schade heeft veroorzaakt, was een rit van mijn huis in Rotterdam naar mijn ouders. Ik was weer zwanger, van mijn derde kind. Ik reageerde vertraagd: bij Boskoop werd ik rechts ingehaald waarbij ik werd aangetikt. Ik raakte in een spin, misschien was het maar één rondje, maar het was zo’n dying moment waarin je echt afscheid neemt. Mijn auto kwam tot stilstand ­tegen de vangrail, ik zag de auto’s op me afkomen. Wonderbaarlijk genoeg is het direct waargenomen door de ANWB, de baan werd meteen afgesloten. Ik ben uit de auto gestapt en in de middenberm gaan staan. Alles speelde zich in vijf, zes minuten af. Ze hebben me naar een benzine­station gebracht en me gedwongen daarna zelf door te rijden – alles deed het nog. Dat rijden ging goed, maar de volgende dag kreeg ik enorme stress. Ik ben toen nog wel naar huis ge­reden, maar daarna durfde ik niet meer.”

“We hebben hem nog jaren gehad, mijn geliefde reed erin. Maar nu zijn de auto en de geliefde allebei weg. De auto was al weg. Nu rijdt hij in haar auto.”

Dichter des Vaderlands

“Ik had twee jaar nodig om er struikelenderwijs achter te komen hoe ik het wilde invullen, wat ik achter wilde laten. Ik heb een onderwijsprogramma ontwikkeld, Hallo gedicht. Ik kende een paar goede dichters die veel over poëzie te vertellen hadden. We kozen een aantal steengoeie gedichten uit om daarover op het podium hardop na te denken met het publiek. Dat liep goed, daar was ik trots op. En ik vind de verzamelbundel van mijn gedichten uit die periode heel effectief.”

Wilhelmus

“Tot ergernis van sommige mensen heb ik, toen ik mijn functie van Dichter des Vaderlands afsloot, een nieuw Nederlands volkslied geschreven, uitgevoerd door Syrische muzikanten. Op basis van de melodie van het Wilhelmus, met een andere tekst. Het idee was: hup, de deuren open, wij zijn hier nu ook. Mensen waren woedend. Ergens vond ik dat ook prima, een van mijn taken was een steen in de vijver gooien. Het was natuurlijk een gevoelig onderwerp, je mag niet zomaar aan een volkslied komen. Het is geen enorme hit geworden.”

#MeToo

“Er wordt over gesproken alsof dat tijdperk alweer achter ons ligt. Hier, vanuit de Akademie van Kunsten, onderzoeken we het onderwerp vanuit het perspectief van de makers: hoe kijk je naar het lichaam, hoe werkt het geheugen van je eigen lichaam – en ook dat seksualiteit ook het domein is van manipulatie. Voor de eerste sessie hadden we Manon Uphoff uitgenodigd, naar aanleiding van haar boek over seksueel misbruik, en Helen Verhoeven, de dochter van Paul, die net een expositie had met kwetsbaar, krachtig naakt in de Hermitage. Dat is ook wat de Akademie wil zijn: een plek om de grote thema’s van deze tijd te bevragen.”

Volkstuin

“Vorig jaar heb ik twee weken in het tuinhuisje van Jan Wolkers gezeten. Ik heb er niets geschreven. Ik heb gelezen, en de eendjes gevoerd – die dreven daarachter in de plomp. En ik heb vooral zitten huilen. Na de scheiding ben ik behoorlijk off track geweest. Ik moest echt uit de modder komen.”

“Ik vond het een leuke gedachte dat Jan Wolkers daar had rondgestekkerd. Ik kende hem van vroeger, ik heb weleens opgetreden op plekken waar hij ook optrad. Er was wel een dingetje. Maar dat had hij met alle vrouwen.”

“Of ik seks met hem heb gehad? Is that a real question? Hij heeft mij veel geleerd over hoe je erotische spanning in een verhaal brengt. Turks Fruit heeft mij de ogen geopend toen ik vijftien was. Ik leerde mijn lichaam kennen door de taal van Jan Wolkers. Dus in die zin, ja, heb ik seks met hem gehad.”

Vluchteling

“Ik heb een bundel gemaakt met Ghayath ­Almadhoun, een Palestijns-Syrische dichter. Hij is niet zozeer een vluchteling maar een ­migrant, maar heeft wel veel familie verloren. Ik was erg van hem onder de indruk, vooral omdat hij zo open was over het dilemma van in een rijk, westers land wonen. ‘Ik ben weggegaan, ik ben veilig, maar als ik mijn moeder bel, hoor ik bommen op de achtergrond. En dan vraagt zij: hoe is het weer daar?’”

Edwin Schimscheimer

“Zijn werk heb ik misschien gehoord zonder te weten dat het van hem was. Hij laat goed zien dat het werk van een autonoom kunstenaar een onophoudelijk gevecht is om de kop boven water te houden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden