Plus

Ankie Broekers-Knol: ‘Al die Afghaanse families helpen? Nee, dat kunnen we hier niet aan’

De asielopvang zit overvol. En nu een groot aantal Afghanen ook nog hoopt op asiel in Nederland, maakt demissionair staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Asiel, VVD) zich zorgen. ‘Mijn eerlijke antwoord is: nee, dat kunnen we niet aan.’

Demissionair Staatssecretaris Ankie Broekers van Justitie en Veiligheid. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Demissionair Staatssecretaris Ankie Broekers van Justitie en Veiligheid.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Asielzoekers in tenten, op veldbedden, terwijl de striemende regen tegen het tentdoek slaat. “Dat is mijn schrikbeeld, ja.” Ankie Broekers-Knol (74) slaakt een diepe zucht bij de gedachte aan deze ‘crisisnoodopvang’ – als er geen andere opties meer zijn. “Ik vind dat mensen die vluchten voor oorlog en geweld fatsoenlijk moeten worden opgevangen.” De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ‘hoopt van harte dat het nooit zover komt’. “Maar we zitten nu wel even in een noodsituatie.”

Wat die situatie is? Wekelijks komen er zo’n 1200 asielzoekers ons land binnen. Bijna alle 29.000 bedden in azc’s zijn bezet. Er zijn kazernes ingezet, een tentenkamp gebouwd, in de Zeelandhallen werd een noodopvang geopend én er zijn gesprekken over het inzetten van de Frieslandhallen en de Jaarbeurs. “Dat geeft wel aan dat de nood heel hoog is. Er zitten 11.000 mensen die hier mogen blijven, die recht hebben op een huis. Maar die stromen niet uit.”

Probleem is: er zijn geen huizen. Daarom riep Broekers-Knol, samen met minister Ollongren van Binnenlandse Zaken, gemeenten eind augustus op ‘met spoed’ te zoeken naar opvangplekken in ‘leegstaande panden’ of door ‘hotels in te zetten’.

U deed een paniekerige oproep. Dat klinkt als bestuurlijk onvermogen.
“Nee. Je moet ook kijken naar de woningsituatie in Nederland. Die is gewoon nijpend.”

De problemen op de woningmarkt zijn ook gevolg van kabinetsbeleid.
“Luister eens: voor wonen moet u niet bij mij zijn, daarvoor moet u bij de minister van Binnenlandse Zaken zijn.”

Daar kunt u zich niet achter verstoppen.
“Dat is ook zo. We zijn met z’n allen hét kabinet.”

Ú kampt nu met de gevolgen.
“Ja, maar de bereidwilligheid van gemeenten is groot. Zij zeggen: we zien in de loop van november of december mogelijkheden. Alleen is het niet vandaag opgelost en we hebben nú een probleem. De korte termijn is nu even nijpend, echt nijpend.”

Vorig jaar al, toen het relatief rustig was, waarschuwde het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) al dat het vinden van opvangcapaciteit hét probleem was. Dan lijkt het erop dat u het dak niet heeft gerepareerd toen het droog was.
“Dat is niet zo. Het COA is ook heel hard bezig om te zorgen dat opvanglocaties goed functioneren. Dat het geen afgetrapte boel is. Ook wordt hard gezocht naar nieuwe plekken in andere gemeenten.”

In 2015, midden in de vluchtelingencrisis, deed toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff een oproep: hij zocht ‘stoere burgemeesters’ die ‘verantwoordelijkheid’ wilden nemen. Broekers-Knol doet zo’n oproep niet. Zij heeft begrip voor burgemeesters die zeggen: ons asielzoekerscentrum was tijdelijk, dus nu houdt het op. “Dat is heel terecht, want dat is hun verantwoordelijkheid. Tegen de burgerij hebben ze dan gezegd: het is voor vijf jaar.”

Dus u slaat niet met uw vuist op tafel: we zitten omhoog, houd uw azc nog een jaar langer open?
“Ik bel ook met gemeenten. Maar als de gemeenteraad nee zegt, kan ik hoog en laag springen, maar moet ik ook respect voor hebben voor dat democratisch proces.”

Dus eigenlijk zegt het kabinet ‘wir schaffen das’ en de gemeenten ‘wir schaffen das nicht’?
“Het draagvlak voor opvang is groot. Maar nu zijn er onverhoopte situaties, waarbij een gebrek is aan woningen, er tweeduizend Afghanen in één keer bij komen en we in juni, juli ineens de asielinstroom weer zagen aantrekken nadat de covidmaatregelen minder streng werden. Dan heb je even een enorme piek.”

Met alle noodoplossingen, hoopt de VVD-bewindsvrouw ‘het te redden’. Anders moet ze gemeenten verplichten vluchtelingen op te nemen. “Dat wil ik ten koste van alles voorkomen. Maar als er morgen ineens 10.000 mensen de grens over komen, is het niet anders.”

Er is ook goed nieuws: de hardnekkige achterstand bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 15.350 asielzaken is ‘op een oor na gevild’. “Een pak van m’n hart.”

Er is haar veel aan gelegen de asielprocedure zo kort mogelijk te maken, vooral voor mensen uit ‘veilige landen’ als Marokko die geen kans maken op asiel. “De kanslozen moeten snel weten waar ze toe zijn, want dat betekent ook dat je niet voor opvang hoeft te zorgen.” De terugkeer van dergelijke afgewezen asielzoekers gaat al jaren moeizaam. Dit jaar ‘gooide covid roet in het eten’, zegt de staatssecretaris gelaten: landen van herkomst eisen een vaccinatie of een negatieve testuitslag. “Wij kunnen dat niet afdwingen. Dus afgewezen asielzoekers zeggen nee en kunnen niet worden teruggestuurd.”

En nu zorgt de plotse instroom van zo’n tweeduizend geëvacueerde Afghanen weer ‘even voor een prop’ bij de IND. Maar dat, verwacht Broekers-Knol, zal vlotter verlopen.

Ministers Kaag van Buitenlandse Zaken en Bijleveld van Defensie traden af vanwege de chaotische evacuatiemissie. U bent de enige bewindspersoon die er nog zit. Voelt dat ongemakkelijk?
“We hebben met z’n drieën daar gezeten en zijn scherp bevraagd door de Tweede Kamer. Maar ik moet zeggen dat de rol van mij als verantwoordelijke voor de IND beperkter is dan die van Buitenlandse Zaken en Defensie. Zo steekt dat in elkaar.”

U voelde zich niet aangesproken voor de motie die het hele kabinetsbeleid afkeurde?
“Eerlijk gezegd: je denkt wel even, goh, wat was mijn eigen positie? Je draait nog even de film in je hoofd af: heb ik steken laten vallen? Aan het einde van die film kwam ik toch tot de conclusie: nee, ik hoef niet af te treden.”

Vond u dat van de andere twee wel?
“Persoonlijk vind ik dat een bewindspersoon niet hoeft af te treden na een motie van afkeuring. Dat is toch een gele kaart.”

Wat u verbaasd dat minister Kaag meteen aftrad?
“Ze heeft zich gehouden aan haar eigen principes.”

Toch doemt aan de horizon meer op. De Tweede Kamer dwong af Afghanen die een band hadden met de Nederlandse missie in hun land, ook asiel te bieden. Prompt kreeg het ministerie van Buitenlandse Zaken 23.000 e-mails met hulpverzoeken.

Kan Nederland dat aan?
“Als die 23.000 mails allemaal van één persoon zijn, en die willen vaak ook hun gezin meenemen – maal vijf, reken ik altijd maar – zijn dat 100.000 mensen. Mijn eerlijke antwoord is nee. Dat kunnen we niet aan. Dat is problematisch. Mijn woordvoerder denkt nu vast: dat is niet handig om te zeggen. Maar ik vind gewoon dat je daar eerlijk over moet zijn. En ik wil er ook nog iets anders bij zeggen. Ik denk ook dat je goed in de gaten moet houden dat je niet zorgt voor een braindrain van het land.”

Dat argument gebruiken de Taliban ook om te verhinderen dat geschoolde mensen het land zouden verlaten…
“Ik vind het héél vervelend dat u dat nou zegt. Want het is iets wat je vaker ziet in de asielproblematiek. Bij Syrië was dat ook aan de orde. Een land kan het toch niet hebben als de hele intelligentsia deze kant op komt? Dat is best iets om heel goed over na te denken.”

Wat gaat u nu doen dan?
“Het kabinet is bezig om te kijken hoe we er het beste uitvoering kunnen geven.”

U heeft toch wel een plan?
“Er wordt aan gewerkt, het is niet zo eenvoudig.”

Dat klinkt niet alsof het kabinet bezorgd is?
“Het zijn verontrustende geluiden. Dat aantal is groot, dus het is goed om binnen het kabinet te bespreken: hoe gaan we dit aanpakken? Daar komen we op terug.”

Iets anders: u kwam in het kabinet toen u…
Lacht: “Ik ben op leeftijd! Zeg dat maar gewoon.” Zangerig: “De nadagen van mijn carrière.”

…en eigenlijk bent u nu een soort trendsetter: de afgelopen tijd zijn meer 65-plussers in het kabinet gekomen.
“Ik zei tijdens de ministerraad tegen Ben Knapen, Tom de Bruijn en Henk Kamp (nu ministers van Buitenlandse Zaken (70), Buitenlandse Handel (72) en Defensie (69), red.) dat we nu de bende van vier zijn. De zeventigers! Da’s gewoon lachen.”

Voor u duurt de rit door de eindeloze formatie alsmaar langer.
“Ik dacht wel: voor de zomer is het klaar. Toen Rutte mij in 2019 vroeg zeiden mijn kinderen: ‘Mam, wat ga je nou doen?!’ Mijn man zei al meteen dat ik dit toch leuk zou vinden. Dat vind ik ook. Ik doe het met plezier.”

Ook als debatten, zoals het Afghanistandebat, tot bijna 03.00 uur ’s nachts duren?
“Ik lag om 04.15 uur in m’n bed, en de volgende dag was ik om 08.30 uur weer paraat. Als je ouder wordt, zeggen ze, heb je minder slaap nodig.”

Dus u wilt ook in Rutte IV wel door?
“Mijn standaardantwoord is dan: ik zeg nooit nee, maar ik word wél 75 volgende maand. Met een accentje op de e van wel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden