PlusDe Klapstoel

Analist Nikki Sterkenburg: ‘Mijn hoofd staat alleen stil als ik slaap’

Nikki Sterkenburg (1984) is analist voor de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Ze promoveerde woensdag op radicaal- en extreemrechtse bewegingen, waarover zij ook een boek schreef: Maar dat mag je niet zeggen.

Nikki Sterkenburg. Beeld Harmen de Jong
Nikki Sterkenburg.Beeld Harmen de Jong

Sneek

“In de Monnikstraat hadden mijn ouders voor 35.000 gulden een huis gekocht. Mijn moeder heeft er nachten wakker van gelegen. Het was hun eerste opknapper. Voordat ik in Amsterdam ging studeren, zijn we minstens vijf keer verhuisd. Elke keer zaten we in de puinhoop. Ik heb in een schuur geslapen, in een tent en op de slaapbank. Als alles af was, werd mijn vader alweer onrustig. Het was niet altijd even leuk: weer een nieuwe school, weer nieuwe vriendjes zoeken. Mijn vader zei dan doodleuk: we zijn gewoon een nomadengezin.”

Annie Makinje

“Mijn oma van moederskant. Ze heeft als tiener in de oorlog haar ouders overgehaald om het Joodse gezin van haar beste vriendin in huis te nemen. Ze zaten met zes kinderen drie jaar lang ondergedoken op haar slaapkamertje. Later is er door het verzet nog een extra echtpaar bij gezet. Iedereen had honger en overdag moesten ze op de grond liggen, zodat je ze van buitenaf niet kon zien. Ze hebben elkaar echt de tent uitgevochten. Mijn oma was een stoere vrouw, maar ook dusdanig getraumatiseerd dat ze keihard was voor zichzelf en haar omgeving. Toch is ze voor mij een bron van inspiratie: ze had het lef om het goede te doen.”

Kabelsjouwer

“Als student had ik een baantje als gasten­ontvanger bij Paul de Leeuw. Moest je de leuke mensen op de eerste rij zetten of vierhonderd Adjefans de studio in loodsen. Ik zag al die techniek en dacht: misschien is cameravrouw wel wat voor mij? Ik solliciteerde bij Dutch View. Daar moest je onderaan beginnen als kabel­sjouwer. Inderdaad, precies wat je je erbij voorstelt: kabels in gootjes leggen en achter cameramannen aan rennen. Toen de rest van de crew erachter kwam dat ik aan de universiteit twee studies tegelijk deed, vroegen ze zich af wanneer ik iets van mijn leven ging maken.”

Erkenbrand

“Mijn onderzoek naar radicaal- en extreemrechtse bewegingen wijst uit dat ook aardige mensen heel onverdraagzame ideeën kunnen hebben. Het zijn niet die paar schreeuwende neonazi’s waar we ons zorgen over moeten maken, maar clubs als Erkenbrand. Keurige jongemannen, welbespraakt en hoogopgeleid, die eindeloos op je in zitten te praten. In het begin zit je mee te knikken, tot je denkt: hoe hebben we deze afslag genomen? Het duurde even voordat ik doorhad dat ze dat heel bewust op die manier deden.”

“Ze hebben het niet over het blanke ras, maar over beschaving, identiteit en cultuur. Dat klinkt onschuldig, maar uiteindelijk willen ze gewoon een witte etnostaat. Erkenbrand is niet groot, maar hun boodschap slaat aan. In de Kamer is al eens gedebatteerd over de vermeende relatie tussen volkeren en IQ. Als je vroeger zei dat je een hekel had aan buitenlanders, raakte je in een sociaal isolement. Nu kun je op zondag naar een anti-islamdemonstratie en vindt je baas het best, zolang je op maandag maar op tijd op je werk verschijnt.”

Twitter

“Op Twitter heb ik mijn man ontmoet. Hij was een artikel van mij aan het afkraken, dus daar moest ik wel op reageren. Twitter heeft mij veel gebracht. Natuurlijk ben ik een paar keer het mikpunt geweest, maar ik heb me er als journalist goed op kunnen profileren. Het hielp om snel naam te maken en dus werk te krijgen. Ik heb het weleens uitgerekend: 33.000 tweets in acht jaar; meer dan tien per dag. Als ik eerlijk ben: dat is wel een beetje ongezond. Met mijn boek ben ik nu weer even terug, maar vijf maanden geleden was ik in stilte gestopt. Niemand die het was opgevallen. Heel louterend.”

Dennis Abdelkarim Honing

“In haar boek Ik ga leven bedankt Lale Gül hem nog voor de goede grappen die hij maakte en die ze letterlijk van hem heeft overgenomen. Een bekeerling die radicaliseerde en deradi­caliseerde. Een slimme jongen, die zich aangetrokken voelt tot extremen. Ik kwam met hem in contact toen ik schreef over een uitreiziger naar Syrië. Die had maanden bij Dennis op de bank geslapen. Terwijl we rondjes reden in mijn auto heeft hij uren tegen me aangepraat. We hebben samen een boek geschreven, maar we hebben geen contact meer. Het heeft me altijd getrokken: ondoordringbare werelden. Jihadisten, extreemrechts, beroepscriminelen. Voor Quote schreef ik over bankiers en accountants. Die hebben ook het nodige te verbergen.”

Excuses

“Dat was in de tijd dat de Amsterdamse anti­radicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb werd ontslagen. Ik suggereerde in een tweet dat sprake was van belangenverstrengeling: de man van haar vriendin Fatima Elatik werkte met haar samen. Zo droeg ik bij aan het beeld van een Marokkaanse kongsi op het stadhuis. Ik heb later nog geappt naar collega’s: moeten we dit niet recht zetten? Dat wilden ze niet. Toen heb ik zelf een mea culpa geschreven. Er waren er die zeiden: goed dat je het doet, ik zou het ook moeten doen, maar ik durf niet. Raar toch? In de journalistiek wordt bijna nooit sorry gezegd, maar als we niet eens zelf onze fouten kunnen toegeven, hoe kunnen we dan andere mensen ter verantwoording roepen?”

Paardenmeisje

“Zoals ze zeggen: paardenmeisjes zijn liever behaaglijk dan begeerlijk. Ze worden intens gelukkig van een stal met paarden die op hooi kauwen. Mijn hoofd staat alleen stil als ik slaap of als ik aan het paardrijden ben. Met een fulltime baan, jonge kinderen, een proefschrift en een boek was het mijn paard dat me geestelijk gezond hield. Hij heet Baily. Mijn moeder zou hem zadelmak maken, maar dat eindigde met vier gebroken ribben en een klaplong. Toen ben ik erop gestapt, twaalf jaar geleden. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik heb hem gewoon ingepikt, daar komt het wel op neer.”

Mavo-2

“Toen ik in 2008 afstudeerde, was het crisis en kon ik geen werk vinden. Dus ik dacht: ik ga mijn geluk beproeven als leraar Nederlands. Nou kan ik hard werken, maar dat is de zwaarste baan die ik ooit heb gehad. Ik had een mavo-2 klas. Als je iemand eruit stuurde, stapte die uit het raam, want je had niet gezegd dat hij door de deur moest. Riep ik erachteraan: ‘Gelukkig zitten we wel op de begane grond!’ Wat ik echt niet trok, was het nakijkwerk: 120 leesverslagen in het weekend of honderd leerlingen die een samenvatting moeten maken. Het onderwijs is fantastisch, maar het vak Nederlands zoals dat nu is ingericht, is een hel.”

13 cent

“Het basistarief dat De Persgroep per woord betaalde, ook al ontkennen ze dat zelf. Nadat ik in 2018 ontslag had genomen als journalist bij Elsevier en ging freelancen, viel het me op hoeveel gemakkelijker het was om geld te verdienen buiten de journalistiek. Als je ervan wilt leven, werk je jezelf kapot of moet je steeds subsidie aanvragen. Je ziet bijna geen journalisten boven de vijftig meer. Die gaan wel wat anders doen. Zelf dacht ik op een gegeven moment: ik moet nu echt even stoppen met de journalistiek en kijken hoe het leven dan is.”

Geheim agent

“Dat ben ik dus niet. Wij zijn geen inlichtingendienst. Ik ben het plaatsvervangend hoofd van de afdeling analyse van de Nationaal Coördi­nator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Vaag? Dat is helemaal niet vaag. Wij analyseren alles wat de nationale veiligheid van Nederland raakt. Ik heb zelf bijvoorbeeld de brexit gedaan: hoe zit het met de aanvoer van essentiële goederen? Gaan er in Nederland enorme opstoppingen ontstaan?”

“Het werkt net als een journalistieke redactie. Je vraagt je af: wat is er aan de hand, wat kunnen we met zekerheid zeggen en wat zegt dit over Nederland? Ik lees met iedereen mee, een afdeling van 35 mensen. Behalve als het gaat om extreemrechts. Ik wil het zuiver houden. Ik kan toch moeilijk zeggen tegen de mensen die ik heb onderzocht: dank jullie wel voor alles wat jullie me hebben verteld, en nu ga ik lekker voor de overheid werken.”

Dronten

“Ik heb relaties gehad die uit gingen omdat ik niet weg wilde uit Amsterdam. En nu woon ik in Dronten... Af en toe rij ik naar Kampen, als ik opeens behoefte heb aan grachtjes. Nou goed, ik mis Amsterdam niet, behalve als ik er ben. Dan denk ik: het is toch wel de mooiste stad ter wereld. We waren al verhuisd naar Haarlem vanwege de kinderen, maar ook daar puilt het tegenwoordig uit. Ons zoontje werd ingeloot op een van de slechtste basisscholen van de stad. Dat was het laatste zetje. Hier konden we voor relatief weinig geld een huis kopen. Er is licht en lucht, water, weiland en bos. En niet onbelangrijk: mijn ouders wonen in de buurt. Die waren weer eens verhuisd.”

Pieter Omtzigt

“Ik heb in 2017 op hem gestemd. Hij is het beste Kamerlid dat we hebben. Door roeien en ruiten, zonder zich iets gelegen te laten liggen aan partijpolitiek. Ik zat weleens met hem op de radio en dan gaf ik hem soms een lift naar het station. Een man met een groot gevoel voor rechtvaardigheid en een enorm doorzettingsvermogen. Heel conservatief, dat wel. Het is ook de enige keer dat ik op het CDA heb gestemd. Bij de afgelopen verkiezingen heb ik op Splinter gestemd, op Femke Merel van Kooten, omdat ze zo goed oppositie had gevoerd.”

Kalvijn

“Wie? Meer dan een miljoen abonnees op You­Tube? Het zal wel. Ik heb helemaal geen tijd om daarnaar te kijken. Weet je wel hoe hoog de stapel boeken is die ik nog moet lezen?”

Nikki Sterkenburg: Maar dat mag je niet zeggen – de nieuwe generatie radicaal- en extreemrechts. ­Uitgeverij Das Mag, €23,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden