Plus

Amsterdammers over hoe zij racisme ervaren: ‘Welke van de 5000 dingen zal ik noemen?’

Racisme is ook in Nederland gemeengoed. Soms subtiel, soms expliciet. Deze mensen vertellen hoe zij racisme ervaren: ‘O, zijn jouw kinderen allebei van dezelfde vader?’

Jamiro RyaardBeeld Jakob van Vliet

Jamiro Ryaard (18) wordt al van jongs af aan anders behandeld vanwege zijn huidskleur. “Alsof ik een dief ben.”

“Het gebeurde laatst nog in de trein. Ik liep achter een vrouw aan, op zoek naar een zitplek. De vrouw keek achterom, zag mij en dacht dat ik haar tas wilde stelen. Toen ging ze ineens rennen door het gangpad. Alsof ik een dief ben.

Dit soort dingen gebeuren wel vaker. Als ik bij een vrouw in de lift stap en ze heeft haar tas over de schouder hangen, dan pakt ze hem vast of ze schuift hem naar voren op haar buik.

Ik ken dit al van jongs af aan. Er was altijd wel iets. Ik werd gepest vanwege mijn huidskleur en werd als laatste gekozen bij voetbal. Hoewel ik weet dat het bij veel mensen gebeurt, kan ik het nog steeds niet begrijpen. Ik snap racisme niet. We zijn toch allemaal mensen? Het is ook zo dat anderen erop worden afgerekend als ze met mij gezien worden. Als ik een foto op internet plaats met een blond meisje dan is het meteen: zij houdt van negers, ze houdt van zwarte mannen. Kom op nou.

Het is ook raar hè? Als een wit iemand iets steelt, zijn niet direct alle witte mensen een dief. Als een zwart iemand dat doet wel. Het is een serieus probleem.

Pff, snap je. Het is echt pijnlijk.” 

Dex ElmontBeeld Jakob van Vliet

Dex Elmont (36) is bang dat zijn moeder gelijk heeft: “We moeten twee keer zo hard werken om ergens te komen.”

“Als jonge judoka kwam ik al overal in Nederland voor wedstrijden, we gingen vaak naar plekken ver van Amsterdam. Het is een keer gebeurd dat ze daar bananenschillen naar mijn hoofd gooiden. En soms, als ik midden in een wedstrijd zat, hoorde ik oerwoudgeluiden vanaf de kant. Mijn reactie is in dat soort gevallen meestal: ik gedraag me, ik laat het links liggen. Negeren. Maar of dat een goede reactie is, ik weet het niet.

Mijn moeder zei altijd tegen mij en mijn broer: ‘Jullie moeten twee keer zo hard werken om ergens te komen.’ Ze zei: ‘Ze gunnen het ons gewoon niet.’

Ik ben bang dat ze wat sommige mensen betreft gelijk heeft. Ik wil dat niet zeggen tegen mijn kinderen, dat zou niet nodig moeten zijn. Maar ook daarvan weet ik niet of ik het kan volhouden. Ik wil het niet zeggen, maar ik ben bang dat ook zij twee keer zo hard moeten werken om geaccepteerd te worden. Misschien gaat dat pas veranderen voor mijn kleinkinderen.”

Margo MorrisonBeeld Jakob van Vliet

Margo Morrisson (67) zal haar eerste schooldag in Nederland nooit vergeten. “Ze noemden me Zwarte Piet.”

“52 jaar geleden ben ik naar Nederland gekomen en ik zal mijn eerste schooldag nooit, nooit meer vergeten. Het was in november, ik had extra moeite gedaan om me mooi te kleden en mijn haar te doen. Ik had nog een afro toen. Die dag werd ik op school uitgelachen. Ze noemden me Zwarte Piet en gingen mijn accent nadoen.

Ook in de jaren daarna kreeg ik in Nederland stelselmatig te maken met opmerkingen vanwege mijn zwarte kleur. Sommigen voelen aan mijn huid en vragen zich af of ik afgeef. Anderen vragen zich af of ik naar poep ruik, want ik heb de kleur van poep. Hoe moet ik mezelf daartegen verdedigen?

Soms zeggen ze ‘grapje’, maar het is niet grappig. Men verschuilt zich vaak achter flauwe grappen, maar ik zeg altijd: een grap is leuk als de ander de humor ervan in kan zien. Als dat niet het geval is, is het geen grap. Ik denk dat het vaak onnozelheid en onwetendheid van anderen is, want ik ben trots om een zwarte vrouw te zijn, ik heb een mooie bruine huid en ben niet minder dan een ander.”

Louis BurlesonBeeld Jakob van Vliet

Louis Burleson (78) valt het op dat mensen zich ‘er kennelijk niet meer voor schamen vreselijke dingen te roepen’.

“In 1969 ben ik aangehouden door de politie in Den Haag. We demonstreerden tegen het sturen van troepen naar Curaçao, nadat bij een staking op de raffinaderij van Shell doden en gewonden waren gevallen. Met een groepje Surinaamse activisten hadden we een busje gehuurd om naar de demonstratie te gaan. Marcel Kross was erbij, Nizaar Makdoembaks en Lucien Lafour.

De politiecommissaris van Den Haag was toen Jan Gualthérie van Weezel. Hij had de bijnaam Jan Hak, vanwege zijn harde optreden. Ik werd vrijwel meteen uit de groep demonstranten geplukt. Ik maakte foto’s en deed niets strafbaars, maar heb de nacht op het bureau moeten doorbrengen.

De volgende dag ben ik met een politieauto naar Amsterdam gebracht. Kennelijk voelden ze toch nattigheid. Wilden ze me hebben omdat ik zwart was? Dat weet ik niet precies. Racisme was in die jaren veel meer bedekt. Er gebeurden dingen, maar het was moeilijk om er de vinger op te leggen. Dat is een groot verschil met nu. Als je op de sociale media kijkt, vliegt het racisme je om de oren. Mensen schamen zich er kennelijk niet meer voor om de meest vreselijke dingen te roepen over iemand met een donkere huid.”  

Dylan BakkerBeeld Jakob van Vliet

Dylan Bakker (27) kiest ervoor met mensen uit de donkere gemeenschap te werken. “Die behandelen me als een gelijke.”

“Ik werk in de cultuursector. Dat is nog steeds een erg blanke sector. Het is heel lastig om mijn ideeën erdoorheen te krijgen als man van kleur. Het wordt weggewuifd, terwijl anderen juist bevoorrecht worden. Gewoon vanwege hun kleur.

Vroeger heb ik even in het centrum van Amsterdam op school gezeten, maar dat ging niet. Ik was anders tussen alle andere kinderen. Ik viel op en ik werd Zwarte Piet genoemd. Toen heeft mijn moeder me op een school in Zuidoost gezet.

Nu heb ik ook besloten om me voor mijn werk te mengen onder mijn mensen, ik werk vooral met mensen uit de donkere gemeenschap. Dat is mijn keuze. Ik werk veel liever met mensen die me als gelijke behandelen. Dat is onbewust bewust zo gegaan. Snap je het als ik dat zeg? Ik wilde niet meer dagelijks te maken hebben met discriminatie en racisme. Ja, je zou kunnen zeggen dat ik racisme ontwijk. Dat is wel zo.”

Christien Chocolaad-GulpenBeeld Jakob van Vliet

Christien Chocolaad-Gulpen (53) riep verbazing op omdat zij als zwarte vrouw naar een filmpremière in Tuschinski ging. “Ik zei tegen de dame bij de deur: je had zeker witte mensen verwacht.”

“Een klasgenoot die bij mij op de cursus zit, zei laatst nog tegen mij: ‘Als ik jou zou meenemen naar Groningen dan zou je een attractie zijn’. Waarom ben ik een attractie? Ik heb ook aan haar gevraagd waarom ze mij als een attractie zag. Ik ben toch net als zij? Een mens van vlees en bloed.

Ik weet nog wel een voorbeeld. Een aantal jaar geleden ging ik naar een filmpremière. Ik stond bij de deur van Pathé Tuschinski en er stonden twee witte dames bij de deur. Ik zei mijn naam, ze keken op de lijst en toen weer naar mij. Toen zei ik: ‘Je had zeker witte mensen verwacht.’ Ze begonnen onhandig te lachen.

Ze zeiden niets, maar ik zag aan hun mimiek dat ze verbaasd waren. Waarom? Ook zwarte mensen mogen naar een première, die is niet alleen voor witte mensen.

Hoe vaak ik zulke dingen niet meemaak. Ook ­tijdens sollicitaties, al is dat ­voorbeeld misschien cliché geworden; het blijft gevoelig.”

Dionne HoostBeeld Jakob van Vliet

Dionne Hoost (31) heeft een dikke huid gekregen. “Zelfs als mensen me zomaar nigger noemen, raakt het me niet meer.”

“Het gebeurde twee weken geleden nog. Ik had een kickbokstraining in Almere en at een banaan. Toen ging een man apengeluiden maken. Dat is best wel erg, maar ik heb al zoveel dingen meegemaakt.

Op mijn opleiding fysiotherapie was ik het enige zwarte meisje en ik weet nog goed dat de docent zei: je moet de klachten van zwarte mensen niet serieus nemen, zij overdrijven. Dat zal ik nooit vergeten.

Het is echt niet oké, mensen afrekenen op hun kleur. Maar ik heb een dikke huid gekregen. Zelfs als mensen me zomaar nigger noemen, raakt het me niet meer. Het emotioneert me niet, ik word er niet boos van. Ik reageer er niet meer op.

Maar het moet stoppen. Dat ik een dikke huid heb gekregen betekent niet dat het een vrijbrief is om door te gaan. Ik hoop dat een volgende generatie nooit hoeft te demonstreren voor gelijke rechten. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat je niet achtergesteld of gediscrimineerd wordt vanwege je huidskleur.”

Neumine MarshallBeeld Jakob van Vliet

Neumine Marshall (41) lacht alles weg. “Dat heb ik geleerd: je kan beter lachen dan dat je boos kijkt.”

“Hoe vaak het mij niet gebeurt dat mensen vragen: ‘Mag ik je haar eens aanraken? Hoe vaak was jij je haar eigenlijk?’ En over mijn kinderen: ‘O, zijn jouw kinderen allebei van dezelfde vader?’ En dat is allemaal niet lang geleden, dat is gewoon wat nu nog steeds gebeurt in Nederland, in deze tijd.

Hetzelfde geldt voor die hele discussie over Zwarte Piet. Toen ik nog in Breda woonde, zeiden mensen weleens tegen me: ‘Hé, Sinterklaas is er vroeg bij dit jaar.’ Ik liep gewoon op straat. Dan denk ik maar één ding: hoe snel kan ik hier weg? Ik heb Breda achter me gelaten, daar was het veel erger dan hier in Amsterdam.

Ik lach. Ik lach altijd. Dat heb ik geleerd: je kan beter lachen dan dat je boos kijkt. Zie maar wat er gebeurt als je op sociale media iets schrijft over Zwarte Piet. Je krijgt een berg drek over je heen. Mijn broer, hoogopgeleid, kreeg overal te horen: je kan ook schoonmaakwerk doen, dat is echt iets voor jou. Het is allemaal racisme en ik pik het niet meer. Misverstanden kunnen voorkomen, maar ik wil dat mensen mij begrijpen of in elk geval hun best doen zich in mij te verplaatsen.”

Tiffany MartenBeeld Jakob van Vliet

Tiffany Marten (29) vraagt zich af of ze er iets van moet zeggen als mensen over ‘negers’ praten. “Misschien moet ik feller zijn.”

“Je gaat falen. Dat zeiden ze tegen me op school. Ik ben op 17-jarige leeftijd van Curaçao naar Nederland gekomen. Met goede papieren: ik schreef goed Nederlands, maar ik sprak het net een beetje minder. Dus terwijl ik in Den Haag, waar ik toen ging wonen, mbo op niveau 4 had mogen doen, ben ik naar niveau 2 gestuurd.

Mijn huidskleur speelde daar een rol bij, dat is zeker. Ze hadden op die school geen ervaring met donkere kinderen, ik was een van de drie. Er werden denigrerende grapjes gemaakt over mijn huidskleur. Ik heb dat heel vaak van me laten afglijden.

Ook nu nog doet mijn kleur er voor sommige mensen toe.

Collega’s praten over ‘negers’. Racisme? Dat is het denk ik wel, maar vaak is het ook onwetendheid, denk ik. Voor mij voelt dat heel slecht, mensen hebben het over míj. Moet ik er iets van zeggen, denk ik dan. Doe maar niet, je wil niet die felle zwarte vrouw zijn, dan weet je zeker dat er gedoe komt. Maar ik realiseer me dat ik soms te afwachtend ben. Misschien moet ik feller zijn.”

Sarah BakangaBeeld Jakob van Vliet

Sarah Bakanga (25) zag als kind dat blonde meisjes werden voorgetrokken. “Als donker iemand word je vaker als agressief gezien.”

“Als mensen vragen waar ik vandaan kom, is Arnhem niet voldoende. Nee ze willen weten waar ik écht vandaan kom, omdat ik niet wit ben. Of deze: ‘Je hebt geen accent, ben je geadopteerd?’ ‘Wat spreek je goed Nederlands’ komt ook regelmatig voor. Of mensen die zomaar aan mijn haar voelen. Het gebeurt zo vaak, ik ben eraan gewend geraakt. Het laat me koud.

Ik moet wel harder mijn best doen, dat merk je aan alles. Als kind zag ik al dat blonde meisjes werden voorgetrokken. Op school zeiden ze dat ik nooit een papiertje zou halen. Dat heb ik wél op zak.

Daarna begon het volgende obstakel: solliciteren. Ik paste vaak niet in het profiel. Het gebeurde zo vaak dat ik in Amsterdam-Zuidoost ging werken, terwijl ik nog in Arnhem woonde.

Ik heb persoonlijk ook geen goede ervaring met hoe de politie optreedt. Ik weet nog dat ik als klein meisje met mijn vader was, toen ze hem op straat oppakten. Als donker iemand word je nog steeds vaker als agressief gezien. Of als je een accent hebt. Ik heb dat van dichtbij meegemaakt, ook met mijn broers. Daardoor wil ik nooit meer iets met de politie te maken hebben, niet op een goede en niet op een slechte manier.”

Henk DonkBeeld Jakob van Vliet

Henk Donk (55) ging als tiener voor de spiegel zitten om te kijken wat er anders aan hem is. “Na lange tijd zag ik het: je bent zwart.”

“Als jongen liep ik eens over de Albert Cuyp, toen een van de kooplui tegen mij riep: ‘Hé, geef jij af?’ Ik liep gewoon door. Ik begreep gewoon niet wat die man bedoelde. Er was niks anders aan mij, toch? Ik was een kind, kinderen zien geen kleur, die zien alleen de mens.

Maar later kreeg ik een vriendje op school. Toen bleek hij van zijn ouders niet met mij te mogen spelen, omdat ik zwart was. Later is dat jongetje nog van school afgehaald, omdat hij met mij bleef spelen.

Als tiener ben ik eens voor de spiegel gaan zitten. Ik keek: wat is er dan anders aan mij? En opeens, na lange tijd, toen zag ik het: je bent zwart, je hebt kroeshaar. Ik ben daar nu trots op. En ja: ik word vaak aangehouden als ik in een mooie auto rij. Dat is vervelend, maar ik gun mensen het plezier niet dat ik er kwaad om word. Ik stap uit, ik laat ze weten dat ik precies weet waarom ze mij aanhouden. Waarom ik wéér degene ben die zijn rijbewijs moet laten zien. Ik laat ze merken dat ze domme vragen stellen.

Mijn leraar op school zei altijd: ‘Degene die jou discrimineert, is degene die dommer is dan jij.’ En dat is helemaal waar.”

Guno NimmermeerBeeld Jakob van Vliet

Guno Nimmermeer (58) weet nog dat hij op wintersport al die witte Nederlanders achter zich liet. “Dat was een mooi gevoel.”

“Als kleine jongen kwam ik al met racisme in aanraking. Een leraar zei tegen mij: ‘Van jouw soort komt toch niets terecht. Ga jij maar lekker fietsen pikken op de Dam.’ Dat raakte me wel. Tegelijk gaf het mij kracht. Ik dacht: ik moet deze man laten weten dat hij het mis heeft, dat ik niet opgroei voor galg en rad. Elk jaar ben ik vervolgens overgegaan. Elk jaar weer liet ik aan het einde van het jaar mijn goede rapport aan hem zien. Zodat hij zou weten dat hij zich in mij had ­vergist.

Ook daarna ben ik nog regelmatig racistisch benaderd. In dienst was ik een van de drie zwarte jongens. Er werden regelmatig apengeluiden gemaakt, niemand die ertegen optrad.

Ik weet niet of het goed is, maar ik probeerde ook hier kracht uit te putten, ik probeerde mijn gevoel erover om te zetten in energie, om door te vechten. Ik wilde koste wat kost laten zien dat ik beter ben dan mensen denken of zeggen dat ik ben. Ik kan me nog herinneren dat ik op wintersport ging naar Oostenrijk en als zwarte man al die witte Nederlanders achter me liet. Dat was een mooi gevoel.”

Otas ElimBeeld Jakob van Vliet

Otas Elim (50) vindt het soms moeilijk maar weet ook: “Je moet boven zulk racistisch gedrag staan. Als je een scène maakt, kan je dat op een gegeven moment je leven kosten.”

“Nu kom ik er niet meer natuurlijk, maar toen ik als jonge jongen nog weleens naar het Leidseplein ging om te stappen, waren er allerlei clubs waarvan je wist dat je er niet in zou komen met een zwarte huidskleur. Dat is nu eenmaal zo.

Toch kwam het hard aan toen ik een paar jaar geleden met mijn kinderen naar Walibi ging en ik bij binnenkomst moest worden gefouilleerd. Walibi! Een attractiepark! En dan gaat zo’n beveiliger in je tas staan rommelen. Ik was de enige bij wie dat moest en ik was ook de enige in de rij met een kleur. Maar ik accepteer het, ik leg me erbij neer dat het zo is. Ik heb een dikke huid gekregen. Je kan wel kabaal gaan staan maken en moord en brand gaan schreeuwen, maar dan maak je een scène, dat wil je ook niet als je een gezellige dag wilt hebben met je kinderen. Als je dat doet, kan je dat op een gegeven moment je leven kosten. Dus ik doe niks. Ik denk: als iemand op mij jaagt, dan ben ik degene die de weg wijst. Het is soms moeilijk, maar zulk racistisch gedrag, daar moet je boven staan.”

Carry CordobaBeeld Jakob van Vliet

Carry Cordoba (64) voelt zich vernederd als zij haar tas moet openmaken zonder reden. “Maar ik wil niet dat zwarte mens zijn dat overal ruzie staat te maken.”

“Niet zo lang geleden ben ik aangehouden toen ik een winkel uitliep waar ik uiteindelijk niets had gekocht. Er kwam een beveiliger achter me aan die op een heel agressieve manier zei dat ik mijn tas moest openmaken. Ik pikte dat niet, ik zei: er lopen hier heel veel mensen in en uit zonder dat ze iets kopen, die worden echt niet allemaal gecontroleerd. Ik werd eruit gepikt omdat ik zwart ben. ‘Niks mee te maken,’ zei die beveiliger. Ik voelde me belachelijk gemaakt en zei: laat de politie maar komen, dan zullen we zien.

Uiteindelijk heb ik toch maar mijn tas opengemaakt voordat de politie arriveerde. En natuurlijk zat daar niets in dat was gestolen. Dat voelde wel als een vernedering, maar soms moet je wel, ik wil niet ‘dat zwarte mens zijn dat overal ruzie staat te maken’.

Racisme is overal. Ik werk als conducteur en witte collega’s controleren zwarte reizigers veel vaker dan witte. Ik weet niet of ze zich van hun gedrag bewust zijn, maar ze doen het wel. Omdat ik ervaring heb met racisme, ben ik me daar juist heel erg van bewust.”

Shareen PletBeeld Jakob van Vliet

Shareen Plet (26) moest vroeger vaak huilen om de scheldpartijen. “Ze zeiden: je moeder is poep.”

“Vislip noemden de andere ­kinderen mij vaak op school. Of schaap, omdat ze in Vlissingen kennelijk nog nooit kroeshaar hadden gezien.

Mijn jeugd heb ik doorgebracht in Zeeland, daar ben ik geboren. Ik werd daar heel vaak uitgescholden. Dan zeiden ze: ‘Je moeder is poep.’ Ik begreep het gewoon niet, ik ben niet zo opgevoed, maar ik snapte wel dat ze dingen zeiden die slecht waren. Ik was toen nogal een jankebalk, dus ik moest vaak huilen. Maar verder deed ik niets, ik liet het over me heen komen.

Mijn moeder was anders, die zat er echt bovenop. Zij ging dan praten op school, ging uitleggen wat er gebeurde met mij, maar dat hielp ook niet echt: kinderen die dat soort gedrag vertonen, die zulke racistische dingen zeggen, die krijgen dat mee van huis uit. Dus het gescheld ging gewoon door.

Pas nadat we naar Rotterdam waren verhuisd, werd het beter en nu ik in Amsterdam woon, kan ik meer mezelf zijn. Niet dat hier geen racisme is, maar het is meer onderhuids. Je krijgt het gevoel dat je anders wordt behandeld op basis van de kleur van je huid.”

Shammah BrempongBeeld Jakob van Vliet

Shammah Brempong (25) merkt dat ze soms wordt gebruikt voor ‘het diversiteitsvinkje’. “Zo kunnen ze bij hun subsidie­aanvraag laten zien dat ze ook een zwarte vrouw in hun team hebben.”

“Wow, ik vind dit moeilijk hoor. Ik stop nare ervaringen vaak weg als ze me overkomen. Ik weet nog dat ik een keer op de deur klopte om de les binnen te komen. Je kon door het glas heen zien dat ik het was. Toen ik binnenkwam, zeiden klasgenoten: ‘Kijk, daar heb je Zwarte Piet. Daarna ging iedereen lachen.

En deze week nog zei een man tegen mij dat ik geen identiteit heb.

Het gebeurt zo vaak. Ook in de branche waar ik werk: de entertainment­business. Soms vragen mensen me erbij, gewoon om dat diversiteitsvinkje te kunnen zetten, zodat ze bij hun subsidieaanvraag kunnen laten zien dat ze ook een zwarte vrouw in hun team hebben. Tijdens sommige vergaderingen worden er dan ook nog grapjes gemaakt over zwarte mensen. Grapjes die niet grappig zijn.

Weet je wat nog het ergste is, waar ik spijt van heb? Dat ik er op dat moment niets van zeg. Dan laat ik die mensen onwetend. Ik ben daardoor wel teleurgesteld in mezelf. Het is mijn taak om ze erop te wijzen dat iemand te ver gaat en niet om te zwijgen bij misstanden.”

Kitty BalkerBeeld Jakob van Vliet

Kitty Balker (41) weet dat ze extra in de gaten wordt gehouden in winkels. “Soms ben ik boos, soms verdrietig, soms raak ik teleurgesteld.”

“Natuurlijk krijg ik als zwarte vrouw opmerkingen over mijn huidskleur. Dat gebeurt gewoon. Maar racisme uit zich ook op andere manieren. Welke van de vijfduizend dingen moet ik noemen? Dat ik de Etos inloop en gevolgd word door medewerkers? Ook bij kleding- of schoenenwinkels gebeurt dat, hoor: medewerkers lopen achter me aan, komen dichtbij me staan, zo dichtbij dat het opvalt. Het irriteert me. Soms ben ik boos, soms verdrietig, soms raak ik teleurgesteld.

Ik strijd al twaalf jaar actief tegen racisme en al die jaren werd ik voor gek verklaard. Ik heb het gevoel dat ik vecht tegen een systeem dat geïmplementeerd is om zwarte mensen tegen te werken. Alleen om hun huidskleur. Om die reden ben ik ook zzp’er geworden, om niet afhankelijk te zijn van een baas die me aanneemt. Ik heb die stap gewoon ontweken. Nu wordt racisme eindelijk zichtbaar voor anderen. Genoeg is genoeg.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden