Adviesraad: kijk naar streefcijfer voor aantal asielzoekers

Een jaarlijks streefcijfer voor asielzoekers is niet langer taboe. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) suggereert zo’n richtgetal als middel om greep te houden op asielmigratie.

null Beeld KOEN VAN WEEL/ANP
Beeld KOEN VAN WEEL/ANP

Sinds 2005 kwamen er 2,6 miljoen mensen naar Nederland, circa 2 miljoen vertrokken er weer. Per saldo groeide Nederland door migratie met 600.000 inwoners.

Een jaarlijks aantal als richtsnoer kan helpen om de vluchtelingenstroom te beheersen, opvang in eigen regio te verbeteren en zal bijdragen aan behoud van draagvlak voor de komst van asielzoekers, schrijft de WRR in een rapport, waarin ze er ook voor pleit om meer vluchtelingen uit te nodigen.

Nu worden gemeenten vaak verrast door plotselinge pieken in het aantal migranten. Een streefcijfer – de WRR spreekt zelf van een ‘beleidsmatig richtgetal’ – kan een oplossing zijn: “Dat brengt een politieke discussie op gang over de vraag hoeveel asielzoekers je als land jaarlijks kan toelaten. Ook voorkomt dat het beeld van een land dat geen greep heeft op asielmigratie,” zegt Godfried Engbersen, raadslid van de WRR en hoogleraar algemene sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. “We zeggen: kijk naar Duitsland, leer ervan.”

Tentenkampen

In Duitsland spraken regeringspartijen na de enorme hausse aan Syrische vluchtelingen in 2015 af om jaarlijks tussen de 180.000 en 220.000 vluchtelingen op te nemen. Dit is geen keiharde limiet – volgens mensenrechtenverdragen en wetgeving mogen vluchtelingen niet geweigerd worden – maar een na te streven doel.

De Duitse regering doet meer om de instroom beperkt te houden, bijvoorbeeld investeren in opvang in de eigen regio en een betere bescherming van de EU-buitengrenzen. Ook is de lijst met veilige landen uitgebreid. “De jaren daarna lag het aantal asielaanvragen in Duitsland onder het richtgetal.”

De raad noemt voor Nederland geen aantal. Engbersen: “Dat is aan de politiek. Maar zo’n richtgetal kan goed zijn voor het draagvlak en de kwaliteit van opvang. In de geschiedenis werden we telkens overvallen door migratie: in de jaren negentig moesten er tentenkampen komen, na de oorlog in Syrië werden gymzalen ingericht. Je wil meer regie, weten wat je kunt verwachten.”

Schildpaddengedrag

Sinds 2005 kwamen er 2,6 miljoen mensen naar Nederland, circa twee miljoen vertrokken er weer. Per saldo groeide Nederland door migratie met 600.000 inwoners, evenveel mensen als er in Den Haag wonen. De WRR vindt dat het Nederlandse beleid beter moet inspelen op nieuwe ontwikkelingen: immigranten komen nu uit veel meer verschillende landen, nieuwkomers blijven korter.

De tijd van Nederland als eindbestemming voor mensen uit ‘klassieke’ migratielanden als Marokko, Turkije en de Antillen is definitief voorbij. Nederland heeft nu nieuwkomers uit meer dan tweehonderd landen. Zij blijven korter en komen om meer diverse redenen (asiel, de liefde, werk en studie).

Die nieuwe realiteit is nog niet geland in veel steden en op het Binnenhof, merkt de WRR. “Het beleid is nog geworteld in de wereld van gisteren,” zegt Engbersen. “We zijn een dynamisch migratieland geworden. Als je daar niet op inspeelt, als je dit op zijn beloop laat, krijg je schildpaddengedrag: mensen trekken zich dan nog meer terug in eigen kring, het veilige schild.”

Kenniswerker uit India

Het kabinet neemt vanaf 2021 het inburgeringsbeleid op de schop: gemeenten krijgen de regie over inburgering. Dat is een eerste stap, vindt de WRR. Wat de raad betreft, gebeurt er meer: ook niet-inburgerplichtige immigranten – bijvoorbeeld uit EU-landen – zouden bijvoorbeeld de taal moeten leren. “Je kunt hen niet verplichten,” zegt Engbersen. “Maar je kunt ze wel prikkelen, op weg helpen. Wij pleiten dus voor ‘welkomstcentra’ in gemeenten voor alle nieuwkomers. Dat is hun startpunt, hier worden ze op weg geholpen. De asielzoeker uit Syrië hoort daar hoe zijn inburgering begint, maar ook de kenniswerker uit India krijgt te horen hoe hij de taal kan leren.”

En steden en gemeenten zouden moeten samenwerken als ze vergelijkbare migrantengroepen opnemen. “Bijvoorbeeld Amstelveen en Veldhoven: daar vestigen veel kenniswerkers zich en hebben ze te maken met een andere groep dan in bijvoorbeeld tuinbouwgemeenten. Dat vergt lokaal maatwerk.”

Ook moeten gemeenten weer investeren in wijkvoorzieningen, bibliotheken, buurthuizen en welzijnswerk, vindt de raad. “Veel van die infrastructuur is wegbezuinigd, maar dat zijn plekken waar immigranten en Nederlanders zonder migratieachtergrond elkaar ontmoeten.” Er hoeven geen ‘multiculturele kookclubs’ te komen, zegt WRR-projectcoördinator Meike Bokhorst: “Maar met voorzieningen creëer je wel mogelijkheden dat alle groepen elkaar zien. Hier in Den Haag is een grote sportcampus gebouwd aan de rand van de Schilderswijk. Dat werkt.”

Nieuwkomers

Het aantal nieuwkomers in Nederland stijgt al jaren: in 2019 kwamen er 272.000 mensen, het aantal mensen dat vertrok was met 158.000 veel lager, per saldo was dit een plus van 114.000 mensen. Een flink deel van de nieuwkomers kan zich via de EU vrij vestigen.

Asielzoekers spelen een grote rol in het politieke debat, maar hun aandeel is statistisch beperkt. Vorig jaar was asielmigratie 6 procent van het totaal, maar dat zijn alleen de mensen die een verblijfsstatus hebben gekregen. In totaal vroegen bijna 30.000 mensen asiel aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden