Interview

Advies aan kabinet: stop met doen alsof migratie ons overkomt

Als Nederland blijft uitbreiden met distributiecentra en aspergevelden worden we vanzelf een lagelonenland, stelt de Adviesraad Migratie. Dus moet het kabinet leren van de Duitsers.

Hanneke Keultjes en Hans van Soest
Voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad Migratie.  Beeld ROBIN UTRECHT
Voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad Migratie.Beeld ROBIN UTRECHT

Het is niet mogelijk om op korte termijn de migratie naar Nederland aan banden te leggen met een quotum of ‘richtgetal’, stelt de Adviesraad Migratie in een langverwacht rapport dat donderdag verschijnt. Maar als het kabinet de boel minder op zijn beloop laat, kan er ‘meer dan je denkt’.

Volgens voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad Migratie heeft de samenleving door gebrek aan sturing nu last van migratie. “In Brabant worden bijvoorbeeld bedrijven aangetrokken uit Frankrijk, maar dan komen er arbeidsmigranten naar Nederland om er het goedkope werk te doen. Zien wij dat als goed economisch beleid? Zo worden we een lagelonenland.”

Volgens Kremer kan de overheid veel meer doen om grip te krijgen op wie er naar Nederland komt. Internationale verdragen staan een asielquotum met een harde bovengrens niet toe, stelt de adviesraad. Maar arbeidsmigratie kan wel degelijk worden bijgestuurd. Bijvoorbeeld met strengere regels voor bedrijven die arbeidskrachten naar Nederland halen.

Quotum is niet zinnig

Het kabinet vroeg vorig jaar advies aan de raad over de vraag of de migratie in de hand kon worden gehouden door te werken met een ‘beleidsmatig richtgetal’, of een quotum. Maar zo’n cijfer afspreken is de verkeerde volgorde, zegt Kremer. “Dat is niet zinnig. Het kabinet moet eerst nadenken: welke samenleving willen we, welke arbeidsmarkt en hoeveel migranten passen daarbij? Pas dan kun je nadenken over een eventueel streefcijfer. In die volgorde.”

Zo kunnen door EU-regels arbeidsmigranten uit andere lidstaten niet worden geweerd, maar kan het kabinet wel ingrijpen door bedrijven te dwingen hogere lonen te betalen, vaste contracten te geven en arbeidsomstandigheden te verbeteren, zodat het onaantrekkelijker wordt goedkope arbeidskrachten uit het buitenland in te huren. Ook moet er meer sturing komen op welke bedrijven hierheen komen.

Jaarlijks komen er zo’n honderdduizend migranten bij in Nederland. Het merendeel is arbeidsmigrant uit de EU. Volgens de adviesraad bepalen nu vooral werkgevers dat er zoveel mensen bij komen, terwijl de overheid daar meer op moet sturen. Veel arbeidsmigranten gaan aan het werk in de tuinbouw of in slachthuizen. “Daar gaat het vooral om handjes,” zegt Kremer. “Er komen nu overal distributiecentra bij en het aantal hectaren aspergeteelt groeit. Terwijl je juist mensen nodig hebt in de zorg en in het onderwijs.”

Beter nadenken

De overheid moet, stelt Kremer, beter nadenken welke migranten Nederland nodig heeft. Dan zou ook de ‘ongewenste’ arbeidsmigratie, die vaak gepaard gaat met erbarmelijke huisvesting en uitbuiting, vanzelf minder worden.

In Nederland werken ook veel minder hoogopgeleide arbeidsmigranten dan in andere Europese landen. Van alle mensen die hier werken is 4,2 procent een internationale ‘kenniswerker’, terwijl dat in Zweden twee keer zoveel is.

Kremer wijst naar buurland Duitsland, waar de overheid zo’n beetje ‘alles’ anders én beter doet dan in Nederland. “De overheid zegt daar: we moeten gaan sturen. Daar is migratie een integraal onderdeel van het arbeidsmarktbeleid.”

In Nederland wordt daar niet of nauwelijks over nagedacht, stelt ze. “De overheid heeft te lang niks gedaan. Ja, dan overkomt migratie je. Maar het kabinet kan veel meer aan de touwtjes trekken, veel meer het initiatief nemen.”

En wanneer je weet wat je wilt, kan een richtgetal op termijn wel degelijk houvast bieden. Niet voor asielmigratie. Daarop heeft de overheid, zo benadrukt Kremer, de minste grip. Neem het afgelopen jaar, toen door de oorlog in Oekraïne tachtigduizend vluchtelingen uit dat land naar Nederland kwamen. “Door die onvoorspelbaarheid organiseer je als overheid je eigen falen als je met een richtgetal gaat werken.” Een asielquotum waar sommige partijen voor pleiten, wijst de adviesraad dan ook af. Ook wijst Kremer erop dat asielzoekers met 12 procent maar een klein deel vormen van alle migranten. ‘Winst’ is te boeken bij arbeidsmigratie.

Burgerberaden

De Adviesraad vindt ook dat burgers meer moeten meebeslissen over hoeveel migranten er welkom zijn. In Canada wordt daarvoor aan burgers de mening gevraagd via enquêtes. Het kabinet zou, zo vindt de adviesraad, moeten beginnen met pilots voor burgerberaden over migratie.

Bang dat de een dan zegt dat de instroom naar nul moet, terwijl de ander iedereen wil verwelkomen, is Kremer niet. “Dan onderschat je de maatschappij. Mensen denken genuanceerder dan je denkt. Bijna niemand zegt ‘doe de deur maar helemaal dicht’ en bijna niemand zegt ‘doe de deur maar helemaal open’. Iedereen ziet ook dat er personeelstekorten zijn.”

Migratie inperken met quick fixes lukt niet, zegt voorzitter Kremer. “Deze maatregelen vragen een lange adem. Maar er kan meer dan je denkt en meer dan nu gebeurt.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden