Plus Klapstoel

Acteur Hugo Koolschijn: ‘Die bijbel wilde maar niet zinken’

Hugo Koolschijn (1946) is acteur. Bij Toneelgroep Amsterdam speelde hij in tientallen producties, zoals De kersentuin, Fountainhead, Romeinse tragedies en Scènes uit een huwelijk. Onlangs verschenen zijn memoires. 

Hugo Koolschijn. Beeld Harmen De Jong

Den Haag

“Tot mijn twintigste heb ik in Den Haag gewoond, in de Vogelwijk, aan de rand van de duinen. Dat was fantastisch. Comfortabel, stil, er was toen, in de jaren vijftig, nauwelijks verkeer. Je kon in de duinen hutten bouwen, in een kwartier liep je naar het strand. Daar verlang ik soms wel naar terug. Het was dicht bij Scheveningen: op een mistige avond hoorde je de misthoorn en zwaaide er zo’n licht over de duinen. Ook op mijn zolderkamer zag ik dat licht voorbijkomen. Dat was heel mooi, daar heb ik wel poëtische herinneringen aan.”

Geloof

“Het was extreem, en dat extreme valt niet uit te leggen. Ons gezin hoorde niet bij een georganiseerd kerkgenootschap, maar bij een afsplitsing van een afsplitsing, geleid door één dominee. Dat was Jan Pieter Paauwe, dezelfde als in Jan Siebelinks Knielen op een bed violen. In zijn leer stond het moment centraal dat God je laat weten dat je behouden bent, dat je het Koninkrijk Gods deelachtig wordt. Om dat te bereiken, kun je je best doen, maar als het voorbeschikt is dat het niet gebeurt, gebeurt het niet. Dat is heel beklemmend.”

“Dansles was uitgesloten, over muziek en literatuur praten ook – dat deden we op zolder. We lazen drie keer per dag uit de Bijbel, op zondag mochten we niet naar buiten. Er was veel wat we niet konden delen. We waren outsiders.”

“Mijn vader was een fanatiek volger, maar hij had een andere, wereldse kant die daar totaal niet mee klopte. Het ging hem vooral om geld verdienen, om statusjacht. Hij benaderde mensen anders als ze hoger of juist lager geplaatst waren – fundamenteel onchristelijk. De moraal­kwestie, hoe je moest leven, dat ontging hem eigenlijk. Dat maakt dat je op je tiende er al niets meer van gelooft en die leer als een stoornis gaat zien.”

Krukkenfamilie

“Zo noemde de zwemleraar mij en een paar klasgenoten. Bij zwemles riep hij: ‘En nou de krukkenfamilie!’ Dan sprong er een aantal jongens in met zo’n rubberbandje angstig in het diepe. Ik geloof dat ik nooit een diploma heb ­gehaald. Ik vind er nog steeds niet veel aan: met vakantie bij de Middellandse Zee durf ik ook niet door te zwemmen als er geen bodem meer onder de voeten is.”

Toneel

“Op de middelbare school imiteerde ik vaak leraren. Dat had niets met acteren te maken, meer met de puberteit, maar ik was er vrij goed in. Mijn leraar Nederlands, Herman Hissink, wakkerde bij mij de liefde voor het toneel aan. Hij koos mij voor rollen bij schoolvoorstellingen en zei: waarom ga je niet naar de toneelschool? Eerst mocht het niet, maar op voorspraak van een oom was mijn vader ineens om. Hij is nooit komen kijken, naar geen enkele van mijn voorstellingen. Maar ik ben nooit verstoten, ik moest het dan zelf maar weten.”

“Of ik toch in de hemel kom... Dat kan nog raar uitpakken. Als kind maakte het verhaal van de kruisiging van Jezus grote indruk op me. Hij hing tussen twee moordenaars, en zei tegen een van hen: heden zult gij met mij in het paradijs zijn. Een moordenaar!”

Film

“Ik heb het niet met film. Film houdt niet van mij, ik houd niet van film. Ik heb geen geweldig coördinatievermogen, ik kan ook slecht danspassen onthouden. Naar een bepaald punt toe lopen en dan iets zeggen en dan kijken en er reke­ning mee houden dat je binnen het kader blijft – daarin zie ik mezelf schutteren. Ik sta altijd net uit het licht, of voor iemand anders. Ik heb één filmrol gespeeld waar ik tevreden over ben: Shock Head Soul, een artfilm uit 2011. Ik speelde iemand uit de rechterlijke macht die stemmen hoorde. In die rol kon ik mijn eigen gekte goed gebruiken.”

Ramses Shaffy

“Buitencategorie. Ramses was van alle markten thuis. Dat is een beetje een burgerlijke uitdrukking, maar er was niets waar hij zich niet intuïtief in kon voegen. Hij kon in een café zitten met junks, maar ook op een chique receptie. Hij kon een vertrouwelijk gesprek met je voeren, maar je ook afweren als hij zich verveelde. Hij kon zeggen: daar zijn de camera’s, nu kan ik je niet gebruiken, maar hij kon je er ook in betrekken. Hij was betrouwbaar en onbetrouwbaar. Waanzinnig getalenteerd en muzikaal, met een enorm charisma.”

“Het was geen gelijkwaardige vriendschap. Ik weet niet of dat kon bij hem. Hij was niet iemand die je opbelde: zullen we eens koffiedrinken? Je moest hem tegenkomen. Hij was iemand die de eenzaamheid opzocht. Een dolende ziel, dat was hij.”

Hugo Koolschijn. Beeld Harmen De Jong

Soldaat van Oranje

“Ik word in elkaar geslagen omdat ik met Volk en Vaderland colporteer, ik sta in een schuurtje mensen af te luisteren. Die film komt telkens terug bij interviews, ook vanwege die musical die steeds maar doorgaat. Het verhaal doet het al veertig jaar – voor mij waren het drie, vier dagen van mijn leven. Romeinse tragedies, daar ben ik al vijftien jaar mee bezig.”

Romeinse tragedies

“Een geniaal concept: het publiek kan op het toneel komen, tussen de spelers, of aan de zijkant bestellingen doen tijdens de pauzes. Het zijn drie stukken: Coriolanus, Julius Caesar en Antonius & Cleopatra. Als Julius Caesar ga ik dood en lig ik opgebaard in het midden. Op een gegeven moment sta ik op en eet ik een pizza die aan de zijkant wordt geserveerd. En daarna moet ik weer op, omdat mijn lijk door Antonius aan het volk wordt getoond. Hans Kesting droeg mij in zijn armen. Hij heeft een keer zijn enkel gebroken toen hij zich verstapte. Het gewicht van twee personen was voor die enkel te zwaar. Een hachelijk moment, ik dacht dat mijn kop uit elkaar zou spatten, zo’n klap was het, maar er was niks aan de hand. Hans moest naar het ziekenhuis. Drie weken later heeft hij Antonius gespeeld in een rolstoel.”

#MeToo

“In Scènes uit een huwelijk zoen ik, op de mond, met vier verschillende vrouwen. Dat komt in het stuk te pas. Die vrouwen zoenen ook weer met anderen, een groot gezoen. Toen wij dat deden in 2005 was dat totaal geen probleem. Toen we het nu weer gingen spelen, dacht ik ineens: jee, misschien vindt die vrouw het wel heel vervelend dat ik haar zoen. Maar als je daarnaar vraagt, zit je al fout. ‘Hoezo, heb jij dan een bedoeling?’ Elke spontaniteit verdwijnt. Aan de andere kant denk ik ook van een heleboel mensen: wat laat jij je welgevallen! De vrijpostigheid van mannen: opmerkingen, schuine taal, dat heb ik altijd vervelend gevonden. Maar #MeToo werpt zijn schaduw uit over normale relaties. Je bent op je hoede, en het feit dat je op je hoede bent, is al verdacht.”

Huwelijken

“Ik heb vier kinderen uit drie huwelijken. Ik ben er niet op uit geweest, maar ik had een irre­ële verwachting van hoe een huwelijk zou moeten zijn. Als het te veel passen en meten werd, dacht ik dat het mislukt was. Dan was ik door de aanvangsperiode verblind. Als de passie slijt, komen ook karakterverschillen naar voren en beginnen omstandigheden een rol te spelen. Dan houd je nog wel van iemand, maar werkt het niet meer. Van mijn eigen ouders heb ik altijd gedacht: waarom gaan jullie niet uit elkaar, als je alleen maar over elkaar klaagt? Mijn ideaalbeeld van een relatie was zwart-wit. In een gelukkig huwelijk had ik gemerkt dat er gekibbeld kon worden zonder altijd die onderhuidse spanning.”

Statenbijbel

“Bij ons thuis werd gelezen uit de Statenbijbel, een enorm ding met koperen sloten. Toen ik voor het eerst ging trouwen, wilde ik zo’n bijbel hebben. Die heb ik de hele tijd met me meegesleept. Toen mijn oudste dochter trouwde, wilde ik iets zeggen over de liefde. Ik zocht het op in een moderne vertaling, en dacht: dat heb ik toch anders geleerd. Maar die formulering was zo archaïsch. Ik werd er driftig van: wat zat ik daar toch in vast! Wat zat ik toch steeds die Statenbijbel mee te slepen, van verhuizing naar verhuizing! Het was de schuld van de Staten­bijbel dat ik aldoor moet verhuizen! Toen heb ik hem in het water gegooid, in het Noorder Amstelkanaal, vanaf de brug tussen de Johan M. Coenenstraat en de Beethovenstraat. Hij wilde niet zinken. Mensen bleven staan kijken. Toen dacht ik: dit komt me duur te staan. De angst kwam terug, dit was een barbaarse handeling. Ik denk er met enige huivering aan terug. Het was een hysterische, impulsieve daad.”

Vliegangst

“Ik vind vliegen verschrikkelijk. Voor Toneelgroep Amsterdam heb ik veel gevlogen, maar ik zie er weken tegenop. Eenmaal in de lucht kan ik me wel redden. Dan kijk ik op mijn horloge, of volg ik op het scherm waar we zijn. Ik kijk geen film, ik kan mijn aandacht alleen richten op de angst. Vliegen is ook slecht voor het milieu, daar verschuil ik me tegenwoordig graag achter. De trein vind ik geweldig.”

Boek

“Het schrijven was heftig. De herbeleving. Maar ik heb afstand gecreëerd. De stijl is niet: ‘nu zie ik hoe erg het was’, of: ‘wat ben ik toch een schobbejak’. Ik beschrijf wat er toen gebeurde, en hoe ik er toen tegenaan keek.”

Nadia Bouras

“Ik kende haar niet, maar het lijkt me een sympathieke vrouw, met ruime opvattingen en inzichten.”

Hugo Koolschijn: Voorstellingen – levensberichten van een toneelspeler. De Bezige Bij, €24,99. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden