Aantal grijze zeehonden in Waddenzee stijgt

Het aantal grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee stijgt. Afgelopen voorjaar zijn er twintig procent meer zeehonden geteld dan vorig jaar. Ook het aantal zeehonden in de rest van de Waddenzee stijgt. Onderzoek moet nu uitwijzen in hoeverre de corona-lockdown en het mooie weer van invloed zijn geweest. 

Een grijze zeehond met pup. Beeld ANP

Grijze zeehonden hebben zich, na jaren afwezig te zijn geweest, rond 1980 weer in Nederland gevestigd. De eerste pups zijn rond 1985 geboren. Sindsdien groeit de populatie door lokale voortplanting, maar ook door migratie uit Engeland en Schotland waar veel meer grijze zeehonden voorkomen.

De universiteit van Wageningen telt in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit sinds 2002 het aantal grijze zeehonden in de Waddenzee. Dat doen ze in samenwerking met Denemarken en Duitsland. 

Afgelopen voorjaar zijn er 5687 grijze zeehonden in de Nederlandse Waddenzee geteld; een toename van bijna 20 procent ten opzichte van vorig jaar. In de internationale Waddenzee zijn 7649 zeehonden geteld; bijna 17 procent meer dan vorig jaar.

Ruiperiode

Om een beeld van de totale aantallen grijze zeehonden in de Waddenzee te krijgen, wordt er door onderzoekers begin april tijdens de ruiperiode geteld, meldt natuurwebsite Naturetoday, onderdeel van de Universiteit van Wageningen. In deze periode van het jaar liggen namelijk de meeste grijze zeehonden op het droge, waardoor ze goed zichtbaar zijn vanuit het vliegtuig.

Naast de lokale dieren liggen er dan ook zeehonden die vanuit Engeland en Schotland naar het gebied zijn gekomen. Dit jaar was het door de 1,5 metermaatregel uitdagend om de tellingen vanuit een klein vliegtuig uit te voeren, meldt de universiteit. Toch is het met enige aanpassing gelukt.

Pups

De telling in april is overigens niet de enige zeehondentelling. In de winter worden ook de pasgeboren zeehondenpups op de hoger gelegen zandplaten in het Waddengebied geteld. De stijging van het aantal pups is wel kleiner dan vorig jaar. Dit jaar werd slechts een stijging van 2 procent geteld ten opzichte van 22 procent vorig jaar. 

Onderzoeker Jessica Schop van Wageningen Marine Research denkt dat stormachtig weer vlak voor de telling in december, de daling sterk heeft beïnvloed. ,,Het kan zijn dat veel van de pups toen van de kolonies zijn weggespoeld, bijvoorbeeld naar hoger gelegen platen of duinen waar ze moeilijker te tellen waren, of dat ze te water zijn geraakt,” aldus Schop tegen Naturetoday. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden