PlusAchtergrond

Aandeel van de Britse variant blijkt kleiner, en dat heeft gevolgen

De coronapuzzel zou de komende weken wel eens beter in elkaar kunnen vallen dan eerder werd gedacht. Mede omdat de Britse variant van het virus minder snel oprukt dan was voorspeld, blijft een grote besmettingenpiek voorlopig uit. Het vaccineren vordert intussen gestaag. Veel ouderen zijn daardoor minder kwetsbaar wanneer er alsnog een grote golf komt.

Medewerkers van de GGD Brabant Zuidoost nemen coronatesten af in een teststraat in Helmond.  Beeld Rob Engelaar
Medewerkers van de GGD Brabant Zuidoost nemen coronatesten af in een teststraat in Helmond.Beeld Rob Engelaar

Bijna 20 procent meer besmettingen in een week, klinkt alarmerend. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) grijpt de weekcijfers die het dinsdag publiceerde dan ook aan om nog eens een fikse waarschuwing te geven. Versoepel niet te snel, is de boodschap. Diverse keren spreekt het instituut van een derde golf. “Modellering laat zien dat we zonder naleving van de maatregelen veel meer besmettingen zouden hebben. (...) De druk op de zorg zou hierdoor flink hoger zijn geweest.”

Dáár valt wat voor te zeggen. Voor het uitroepen van de derde golf iets minder. Het aantal positieve tests is dan wel 19 procent toegenomen, maar het aantal mensen dat door de teststraat ging, groeide nog veel harder: 38 procent. Blijkbaar vormde het winterweer in de weken hiervoor bij veel mensen een te groot obstakel om de gang naar de GGD te maken.

Logisch gevolg is dat onder de streep het percentage tests dat positief uitviel flink slonk, van 11,5 naar 9,7 procent. Zo'n afname wordt doorgaans gezien als signaal dat een virus op zijn retour is. De laatste keer dat dit percentage onder de 10 procent zat, was eind september, aan het begin van de tweede golf.

Bijstellingen

De gevreesde snelle groei van de Britse variant in Nederland was, in combinatie met de berichten en beelden uit Engeland en Ierland, voor het kabinet reden om in januari de strenge lockdown die in december van kracht werd te verlengen én uit te breiden met een avondklok en nog strengere bezoekregels.

Sindsdien heeft het RIVM de inschattingen over het oprukken van de Britse variant een aantal keer fors naar beneden bijgesteld, ook gisteren weer. Aanvankelijk was de voorspelling dat begin februari de helft of misschien wel twee derde van de besmettingende Britse mutant zou betreffen. Uit steekproeven blijkt nu dat ‘slechts’ 31,3 procent van de positieve tests begin deze maand tot die variant behoren.

Een coronatest in Helmond. Beeld Rob Engelaar
Een coronatest in Helmond.Beeld Rob Engelaar

Dat het aandeel van de Britse variant kleiner blijkt dan eerder gedacht, heeft gevolgen. Het aantal besmettingen wordt immers minder hard beïnvloed door de Britse variant, en zal bij gelijkblijvend beleid dus minder snel stijgen dan eerder gevreesd. Het RIVM denkt nog steeds wel dat de Britse variant besmettelijker is. Het aandeel van de Zuid-Afrikaanse variant, waarvan ook gevreesd wordt dat hij meer besmettingen veroorzaakt, was begin februari naar schatting 2,5 procent.

Piek komt mogelijk later

Gevolg van het kleinere aantal ‘Britse’ gevallen (áls de dinsdagavond aangekondigde versoepelingen niet al te veel roet in het eten gooien) is dat de mogelijke voorjaarspiek in het aantal besmettingen later komt dan eerder werd verwacht. Dat biedt voor Nederland een groot voordeel: er zijn tegen die tijd meer kwetsbare mensen beschermd. De prikcampagne is inmiddels flink op stoom. Van de thuiswonende 90-plussers heeft 57 procent minimaal één prik gehad, bij de thuiswonende 85 tot 89-jarigen is dat 61 procent en van de thuiswonende 80 tot 84-jarigen 27 procent.

Dagelijks worden nu tussen de 30.000 en 40.000 prikken gezet. Alle thuiswonende ouderen boven de 80 hebben een uitnodiging gehad om een afspraak te maken, vanaf volgende week gaan de uitnodigingen voor de leeftijdsgroep 75 tot en met 79 de deur uit. Daarnaast heeft ook een groot deel van de verpleeghuisbewoners en het zorgpersoneel al een prik gekregen.

null Beeld BELGA
Beeld BELGA

Van de mensen die aan het coronavirus overlijden is 81,3 procent ouder dan 75. Als de vaccins geleverd blijven worden en de priksnelheid er de komende weken in blijft zitten, is een groot deel van deze kwetsbaarste groep in elk geval enigszins beschermd, mocht de derde golf over een paar weken alsnog hard toeslaan. Voorlopige studies in het buitenland suggereren namelijk dat de bescherming tegen zware ziekte ook na één prik al vrij hoog is, in elk geval bij het vaccin Pfizer-BioNtech, dat in Nederland tot nu toe veruit het meest wordt gebruikt.

Minister Hugo de Jonge suggereerde dinsdagavond op de persconferentie dat nu al voorzichtig zichtbaar is dat het aantal besmettingen en ziekenhuisopnamen onder ouderen afneemt.

De varianten

De Britse variant is nu 511 keer aangetroffen in de zogeheten kiemsurveillance van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In de derde week van januari was 22 procent van dat type, in de vierde week 26 procent en in de eerste week van februari 31,3. Het aandeel van de variant in de nieuwe besmetting groeit dus wel, maar minder hard dan eerder werd gevreesd.

Het aantal besmettingen met de Zuid-Afrikaanse variant groeide in de steekproef in dezelfde periode van 0,7 procent naar 2,5 procent. Van deze variant wordt gevreesd dat immuniteit en vaccinatie minder bescherming bieden. Dat geldt ook voor sommige andere mutanten van het covidvirus, maar die lijken in Nederland maar zeer beperkt aanwezig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden