PlusAchtergrond

400 actieve coronaclusters op basisscholen: ‘In korte tijd neemt het aantal fors toe’

Op een kleine 6 procent van de basisscholen zijn momenteel clusters van coronabesmettingen. Het aantal loopt zo hard op dat er in het OMT onrust ontstaat. ‘We zien met name in de hogere groepen besmettingen. Dat is een punt van zorg.’

 Een teststraat in de Rai. Beeld Nina Schollaardt
Een teststraat in de Rai.Beeld Nina Schollaardt

Er zijn nogal wat besmettingen op basisscholen sinds ze op 8 februari open zijn gegaan. En dat heeft gevolgen: klassen die in quarantaine moeten door een besmette leerling of leerkracht. Of scholen die zelfs helemaal dicht gaan, omdat de ene na de andere klas thuiszit.

Uit de cijfers van het RIVM blijkt dat er momenteel vierhonderd actieve clusters, waarbij drie of meer mensen besmet zijn, op basisscholen zijn. Voor de heropening lag dat aantal op tachtig in de noodopvang. Het RIVM noemt een cluster actief als er in de afgelopen twee weken mensen positief zijn getest die aan anderen zijn te linken. “Het kan dus zijn dat de laatste positieve persoon tien dagen geleden werd toegevoegd en er al even geen besmettingen meer bijkomen,” legt Susan van den Hof, hoofd van het centrum voor epidemiologie en surveillance van infectieziekten bij het RIVM, uit.

Op een kleine 6 procent van de ruim 6700 basisscholen zijn meerdere mensen door elkaar besmet. Het RIVM ziet dat ruim een derde van deze clusters alleen uit kinderen bestaat, bijna twee derde betreft leerkrachten én kinderen. Het komt nauwelijks voor dat alleen leraren besmet raken.

Bovenbouw

Het aantal clusters loopt op naarmate de kinderen ouder worden. Met name in de bovenbouw zijn leerlingen besmet geraakt. “In de praktijk blijkt dat meer oudere kinderen worden getest, dus dat is te verklaren,” aldus Van den Hof. Hoewel het aantal clusters hoger is dan voor de kerstvakantie – ‘logisch, want er werd veel minder getest’ – vindt het RIVM het aantal relatief laag. “Als er echt veel uitbraken op basisscholen zouden zijn, zouden die percentages veel hoger liggen. De helft van de clusters is niet groter dan drie à vier personen. Vaak moet een klas in quarantaine en blijft het bij één besmette persoon. Je zou kunnen zeggen dat het quarantainebeleid lijkt te werken,” constateert Van den Hof. Bij de clusters op basisscholen tellen ook eventuele besmettingen in gezinnen mee.

Overigens hoeft dit niet te betekenen dat de clusters op vierhonderd verschillende scholen zijn uitgebroken, er kunnen ook meerdere clusters op één school bestaan, bijvoorbeeld in verschillende klassen.

De heropening van basisscholen leidde tot zorgen over besmettingen van leraren en leerlingen. Vlak voor de kerstvakantie bleek een grote uitbraak op een basisschool in Bergschenhoek door de besmettelijkere Britse variant. Een groep leerkrachten was bang om weer voor de klas te moeten. Op de meeste scholen waar klassen naar huis worden gestuurd, blijft het bij een enkele besmetting. In een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) onder ruim 1200 directeuren zegt meer dan de helft de afgelopen week één of meerdere klassen in quarantaine te hebben geplaatst.

Om meer te ontdekken over de rol van basisscholen bij de verspreiding van het coronavirus onderzoekt de GGD zes grote uitbraken. Ook gaan RIVM-onderzoekers bekijken welke kinderen op welke momenten besmet raken (of niet) en in hoeverre ze corona mee naar huis nemen.

Nieuwe maatregelen

Károly Illy, OMT-lid en voorzitter van de Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK), zegt dat er zorgen ontstaan over het aantal clusters. “Het RIVM ziet met name in de hogere groepen meer besmettingen, dus dat is een punt van zorg,” reageert hij. Tegelijkertijd stelt Illy dat het op het gros van de basisscholen wél goed gaat. “Het merendeel van de kinderen kan gewoon naar school. Al is het voor de kinderen die hiermee te maken hebben natuurlijk heel vervelend.”

Vorige week gingen meer dan 103.000 4- tot 12-jarigen door de teststraat. Daarvan kregen bijna 5000 kinderen een positieve testuitslag, 4,8 procent. Dat percentage ligt bijna de helft lager dan bij andere leeftijdsgroepen.

Kinderarts-epidemioloog Patricia Bruijning vindt het vooral belangrijk om de trend van het aantal besmettingen te zien. “Dit aantal hoeft nog niet ernstig te zijn. Het is de vraag of dat constant is of dat toch een stijgende lijn doorzet,” reageert ze. Als het aantal clusters blijft groeien, zullen nieuwe maatregelen op tafel moeten komen. Bruijning: “Het preventief testen van alle leerkrachten, zoals vanaf half april de planning is, zal in ieder geval kunnen helpen om de clusters waar leerkrachten bij betrokken zijn te reduceren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden