Geschiedenisblog

28 november 1996: Patrick Kluivert had zich neergelegd bij de straf voor ‘dood door schuld’

Patrick Kluivert, hier in 1996. Beeld ANP
Patrick Kluivert, hier in 1996.Beeld ANP

Nu geschiedenis, maar destijds het laatste nieuws in Amsterdam. Van een reus die in brand vliegt tot de eerste stempelautomaat: wat gebeurde er vroeger in de stad?

28 november 1996: Patrick Kluivert begonnen aan taakstraf

‘Kluivert heeft hoger beroep ingetrokken,’ kopte Het Parool op 28 november 1996. De 20-jarige Ajaxspits was volgens de krant in de zomer in alle stilte begonnen aan zijn taakstraf van 240 uur in een ‘niet nader genoemde welzijnsinstelling’. De jonge vedette had zich daarmee neergelegd bij de straf die hem in mei was opgelegd voor ‘dood door schuld’ bij een verkeersongeluk in september 1995 op de Werengouw in Amsterdam-Noord. Daarbij kwam schouwburgdirecteur Marten Putman om en raakte diens vrouw Henny zwaargewond. Volgens zijn advocaat zag Kluivert om persoonlijke redenen af van hoger beroep. Hoewel Ajax in Het Parool niet wilde reageren, wilde een woordvoerder wel kwijt dat Kluivert ‘zijn reclasseringswerk’ aanpaste aan het trainingsschema.

November 1984: kostbare uurwerken verkopen op het Damrak wordt te riskant

Horlogespeciaalzaak Löning op Damrak 86. Beeld -
Horlogespeciaalzaak Löning op Damrak 86.Beeld -

Luxehorloges zijn niet alleen recent een gewild doelwit van criminelen. Eind november 1984 sloot F.W. Löning aan het Damrak 86 al de deuren, omdat eigenaar Franz Eckmann de verkoop van kostbare uurwerken te riskant vond worden. Daarmee kwam een einde aan een der oudste horlogemakers van de stad. Löning was een begrip; wie daar een merkhorloge kocht, was verzekerd van levenslange garantie en service. De speciaalzaak was in 1838 opgericht in de Nes door de uit het Duitse Lingen afkomstige Franz Wilhelm Löning. De zaken gingen zo goed dat Löning al vrij snel een huis kon kopen aan ’t Water, het latere Damrak. Een van zijn twee dochters trouwde met Franz Werner Eckmann, horlogemaker uit Essen, die in 1880 het familiebedrijf overnam. De oorspronkelijke naam van de winkel bleef behouden.

20 november 1974: Stadsarcheoloog vindt Romeinse munten

Amsterdams eerste stadsrcheoloog Jan Baart toont een pelgrimsinsigne gevonden bij graafwerkzaamheden voor de metro, ter hoogte van de Zwanenburgwal, in 1973. Beeld Anefo / Stadsarchief Amsterdam
Amsterdams eerste stadsrcheoloog Jan Baart toont een pelgrimsinsigne gevonden bij graafwerkzaamheden voor de metro, ter hoogte van de Zwanenburgwal, in 1973.Beeld Anefo / Stadsarchief Amsterdam

‘De geschiedenis van Amsterdam is plotseling verlegd naar een veel vroegere begindatum,’ stelde NRC Handelsblad op 20 november 1974 na de vondst door stadsarcheoloog Jan Baart (foto) van drie Romeinse munten in de metrobouwput nabij het Wees­perplein. Waren de sesterties, as en de follis, ­variërend van de 1ste eeuw vóór tot 4de eeuw ná Christus, inderdaad van Romeinse geldspeculanten, die munt wilden slaan uit het toenmalige tekort aan betaalmiddelen in het rijk? Kortom, hadden de Romeinen op weg naar hun havenfort bij Velsen ook hier voet aan wal gezet? Onzin, vond Baarts opvolger Jerzy Gawronski later: “Amsterdam bestond in die tijdnog helemaal niet.” Volgens hem waren de munten eerder ­verzamelobjecten uit zeventiende-eeuwse ­rariteitenkabinetten van ­rijke Amsterdammers.

18 november 1996: Afscheid van de lichtmasten van De Meer

De vier lichtmasten van De Meer, elk 45 meter hoog.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
De vier lichtmasten van De Meer, elk 45 meter hoog.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Bij het zo goed als gesloopte Ajaxstadion De Meer begint het Zwijndrechtse bedrijf Oostendorp op maandag 18 november 1996 met het ontmantelen van de vier lichtmasten, die ze te koop gaan aanbieden voor hergebruik. De lichtinstallatie werd een kwart eeuw eerder, op 22 november 1971, voor het eerst ontstoken. Het was Ajaxvoorzitter Jaap van Praag die de eer kreeg, met het drukken op een paar knoppen in de radiokamer van het stadion. Met de komst van de vier lichtmasten van 45 meter hoog hoefde de club voor avondwedstrijden niet langer uit te wijken naar het Olympisch Stadion. Van Praag bekende in Het Parool te hebben opgezien tegen de forse kosten van meer dan een miljoen gulden. De lichtmasten werden twee dagen later officieel in gebruik genomen bij het vriendschappelijke duel tegen de Tsjechische kampioen Spartak Trnava.

13 november 1991: crimineel Ron O. bekent ontvoering Caransa

Maup (Maurits) Caransa in 1995.
 Beeld Harry Meijer/Hollandse Hoogte
Maup (Maurits) Caransa in 1995.Beeld Harry Meijer/Hollandse Hoogte

Draaideurcrimineel Ron O. bekent op 13 november in weekblad Nieuwe Revu dat hij betrokken is geweest bij de ontvoering in 1977 van vastgoedmagnaat en multimiljonair Maup Caransa. Spijt heeft hij niet: “Ik voel me niet schuldig. Die Caransa heeft zoveel mensen uit hun huizen getrapt.” Hij bekent ook de moorden op kickbokser André Brilleman, Robbie Koning en drugshandelaar Ferry Koch, uit loyaliteit voor de die zomer geliquideerde Klaas Bruinsma. Volgens het blad heeft O. al zijn uitspraken onder invloed van drank en cocaïne gedaan. O. denkt dat hij onaantastbaar is en vreest justitie niet. “Dan zeg ik gewoon dat ik mijn neus vol coke had en maar een verhaaltje aan een journalist heb verteld. Er ligt geen enkel bewijs.”

11 november 1978: Prins Leo de Eerste inspecteert de Amsterdamse carnavalsoptocht

In 1979 werd Prins Leo de Eerste in een carnavalsoptocht door de stad geleid.  Beeld Nationaal Archief
In 1979 werd Prins Leo de Eerste in een carnavalsoptocht door de stad geleid.Beeld Nationaal Archief

Carnavalsverenigingen kiezen op de elfde van de elfde traditioneel een nieuwe Prins Carnaval. Het Amsterdams Carnavalspresidium maakt op 11 november 1996 echter bekend dat er een einde komt aan deze nog prille traditie, in 1978 ontstaan met de verkiezing van Prins Leo de Eerste, de oud-scheidsrechter die werd opgevolgd door onder anderen Donald Jones, André Hazes, Gerrie Knetemann en Carry Tefsen. Belangrijkste reden achter het besluit blijkt het afhaken van hoofdsponsor Heineken, dat geen levensvatbaarheid meer ziet in het Amsterdamse carnaval. Tom Mulder, de man die jarenlang de carnavalstocht en de feesten eromheen organiseerde, betreurt het besluit: “Het was toch een jaarlijkse happening.” Hij geeft wel toe dat het steeds moeilijker werd de optocht fatsoenlijk door de stad te laten trekken. “Overal staan paaltjes en hekjes. Het Leidseplein is bijna niet meer te bereiken.”

7 november 1943: De Marnix van St. Aldegonde gaat ten onder in de Middellandse Zee

De Marnix van St. Aldegonde, hier voordat het schip in 1941 in Singapore werd omgebouwd tot troepentransportschip. 
 Beeld -
De Marnix van St. Aldegonde, hier voordat het schip in 1941 in Singapore werd omgebouwd tot troepentransportschip.Beeld -

De Marnix van St. Aldegonde was een in 1930 opgeleverd luxepassagiersschip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland uit Amsterdam. In mei 1941 werd het bijna 180 meter lange schip in Singapore omgebouwd tot troepentransportschip en voorzien van boordwapens. Aanvankelijk werd het schip ingezet voor troepenverplaatsingen van het Australische leger naar Azië en Afrika. Op 27 oktober 1943 zette het schip vanuit Schotland koers naar de Middellandse Zee, in gezelschap van 51 koopvaardijschepen en 30 oorlogsbodems. Na het passeren van de Straat van Gibraltar werd het geallieerde konvooi aangevallen door Duitse torpedovliegtuigen. De Marnix van St. Aldegonde bleef bij de eerste aanvalsgolf gespaard, maar werd bij een nieuwe aanval geraakt door een voltreffer. Er werden 1376 opvarenden gered. Een etmaal later, op 7 november 1943 om 18.12, zonk de Marnix van St. Aldegonde voor de kust van Algerije.

November 1965: Stenograaf dagvaardt Claus von Amsberg

Prinses Beatrix en Claus von Amsberg tijdens een vakantie in 1965 op  het buitenverblijf van de koninklijke familie in het Italiaanse Porto Ercole. Beeld Brunopress
Prinses Beatrix en Claus von Amsberg tijdens een vakantie in 1965 op het buitenverblijf van de koninklijke familie in het Italiaanse Porto Ercole.Beeld Brunopress

“Ik zou de openbare orde hebben verstoord,” zegt A. de Jong in Het Parool als begin november 1965 blijkt dat hij daadwerkelijk moet voorkomen voor het uithangen van een spandoek met de tekst ‘Republiek’ tijdens de Amsterdamse rondvaart op 3 juli van de koninklijke familie. De 31-jarige stenograaf dagvaart op zijn beurt Claus von Amsberg, de kersverse verloofde van kroonprinses Beatrix, als getuige. “Volgens mij heb ik de openbare orde helemaal niet verstoord met het uithangen van dat spandoek. Van de vele getuigen die dat voor de rechter zouden kunnen verklaren, ken ik alleen de heer Von Amsberg van naam.” Officier van justitie mr. J.F. Hartsuiker betwijfelt of het verzoek redelijk is: “Er schuilt een vorm van demonstratie in.”

29 oktober 1992: zigeunerkoning Petalo bemiddelt en schikt met het GVB

Zigeunerkoning Koko Peatalo. Beeld ANP
Zigeunerkoning Koko Peatalo.Beeld ANP

Bij de GVB-garage aan de Johan Muyskenweg brengt een scharensliep de eerder in oktober 1992 meegegeven botte beitels, boren en zagen geslepen retour. Bij het zien van de rekening van 100.000 gulden denkt het vervoersbedrijf dat het om een leuke grap gaat, maar de man wil het geld zien – en rap ook. Het GVB is niet van plan de rekening te betalen. Het gereedschap zou niet meer waard zijn dan 10.000 gulden, maar volgens de gemeentelijke juristen valt aan betaling niet te ontkomen. Uiteindelijk wordt op 29 oktober een schikking van ‘slechts’ 65.000 gulden getroffen, met dank aan de bemiddeling van Koko Petalo, de zelfbenoemde zigeunerkoning uit Amsterdam en belangenbehartiger van Roma en Sinti.

Oktober 1980: sloop Centraal Israëlitische Ziekenverpleging

Jacob Obrechtstraat 92, hoek met Heinzestraat. Beeld Stadsarchief
Jacob Obrechtstraat 92, hoek met Heinzestraat.Beeld Stadsarchief

Het gebouw van de Centraal Israëlitische Ziekenverpleging (CIZ) stond sinds 1978 leeg, na verhuizing van het ziekenhuis naar Amstelveen. Eind oktober 1980 begon de sloop van het complex aan de Jacob Obrechtstraat. Het CIZ werd in 1916 geopend als luxe rusthuis. In 1919 werd het oorspronkelijke ontwerp van de architecten E.M. Rood en Harry Elte uitgebreid met een solarium. De ziekenkamers werden in 1931 al voorzien van dubbelglas, om straatgeluiden tegen te gaan. Het CIZ was een de drie Joodse ziekeninstellingen in het vooroorlogse Amsterdam. In 1943 werden de drie instellingen door de Duitse bezetter ontruimd. Het CIZ werd als enige na de bevrijding heropend. In 1979 werd het gebouw verkocht aan de Jellinekkliniek, dat op de plek nieuwbouw liet neerzetten voor behandeling van aan alcohol of drugs verslaafde Amsterdammers.

23 oktober 1965: Scholiere Martine Bijl neemt haar eerste plaatje op

Martine Bijl, hier in 1966. Beeld -
Martine Bijl, hier in 1966.Beeld -
Jacob Obrechtstraat 92, hoek met Heinzestraat. Beeld Stadsarchief
Jacob Obrechtstraat 92, hoek met Heinzestraat.Beeld Stadsarchief

Ze werd ontdekt op een schoolavond van het Spinozalyceum. Daar zong de 17-jarige Martine Bijl een paar liedjes, van Fly me to the moon tot Les feuilles mortes. Vier weken later heeft de zingende huisartsendochter, haar vader heeft een praktijk in de Bos en Lommerbuurt, een platencontract. “Ik had al wel voor mezelf thuis gezongen, maar nooit als er iemand bij was,” vertelt ze in Het Parool bij verschijning van haar debuut-EP Chansons, met vier door Ernst van Altena vertaalde liedjes van Anne Sylvestre. “Dat durfde ik voor geen geld.” Ze is dol­gelukkig over de eerste verkoopcijfers, maar minder blij met de kritiek. “Een krant schreef laatst dat ik ­platen nazong, dat vind ik niet zo leuk.”

23 oktober 1953: het einde van Tip Top Theater

Het Tip Top Theater aan de Jodenbreestraat, gezien vanuit Houtkopersdwarsstraat richting Houtkopersburgwal. Beeld Stadsarchief
Het Tip Top Theater aan de Jodenbreestraat, gezien vanuit Houtkopersdwarsstraat richting Houtkopersburgwal.Beeld Stadsarchief

De sloop van het voorma­lige Tip Top Theater, eind oktober 1953, stelde niet veel voor. Het interieur van het ooit populaire theater in de Jodenhoek was in de Hongerwinter al volledig gestript door Amsterdammers op zoek naar stookmateriaal. Tip Top werd in juni 1942 gesloten door de Duitse bezetter. Veel artiesten en bezoekers waren toen al afgevoerd naar de vernietigingskampen.

In de eerste twee jaren van de bezetting was het slechts toegankelijk voor Joodse bezoekers. Tip Top was aanvankelijk een bioscoop, waar het publiek tussen de twee hoofdfilms werd getrakteerd op variétéartiesten als Louis en Heintje Davids, Sylvain Poons en Max Tak. De kruidenier op de hoek mocht ’s avonds langer openblijven, voor pindaverkoop aan de theaterbezoekers. Op zondagen stond het theater in het teken van verheffing van het joodse arbeidersproletariaat.

16 oktober 1961 - Pistolen Paultje is ‘collectioneur van antieke en moderne wapens’

Pistolen Paultje (Paul Wilking) in 1975.
 Beeld ANP
Pistolen Paultje (Paul Wilking) in 1975.Beeld ANP

“Ik ben een collectioneur van antieke en moderne wapens,” zegt de 36-jarige Paul Wilking op maandag 16 oktober 1961 tegen de kantonrechter. De koopman, ook bekend als Pistolen Paultje, was in januari aangehouden bij de Duitse grens met in zijn auto twee revolvers, twee gaspistolen en honderden patronen. Huiszoeking in zijn woning in de Van Breestraat had nog eens drie machinepistolen en een grote hoeveelheid kogels opgeleverd. “Maar waar heeft u als verzamelaar al die munitie voor nodig?” wil de officier van justitie weten. Wilking: “Dat hoort erbij, net zoals een postzegelverzamelaar ook enveloppen spaart.”

De kantonrechter veroordeelt hem tot 150 gulden boete of tien dagen ­celstraf en verbeurd­verklaring van wapens ­en munitie.

16 oktober 1877: studenten vernielen de Muur van Oostmeijer

De Engelsman John Jorden bouwde in 1642 vijf huizen tussen Munttoren en Doelenbrug. In 1865 werd een van de ‘Engelse panden’ gesloopt, voor verbreding van de krappe passage tussen toren en huizenrijtje. Dat leverde een blinde muur op, waarvoor Meindert Oostmeijer in 1874 een vijfjarig huurcontract sloot voor reclame voor zijn textielwinkel in de Kalverstraat. Drie jaar later moesten ook de vier resterende huizen wijken, voor de aanleg van de paardentrambaan. Maar de muur bleef staan, Oostmeijer wilde zijn contract niet opzeggen. In de nacht van 16 op 17 oktober 1877 trokken leden van studentenvereniging Mavors Medicator, geholpen door matrozen, ‘het gedrocht van de kleingeest’ dat in de weg stond ‘des vooruitgangs’ omver. Meindert Oostmeijer zag het gebeuren, de politie greep niet in. Niets stond de komst van de paardentram meer in de weg.

Het restant van de muur. Beeld Stadsarchief
Het restant van de muur.Beeld Stadsarchief

9 oktober 1971: Magazijnbediende Peter ten Berge valt de Japanse keizer Hirohito aan

Het staatsbezoek van de Japanse keizer Hirohito aan Nederland veroorzaakt in 1971 veel commotie, vanwege zijn omstreden rol in de Tweede Wereldoorlog. Ook de keizerlijke wandeling door het zwaarbewaakte maar voor iedereen toegankelijk Artis, zaterdag 9 oktober, verloopt tumultueus. Op de dierenverblijven aangebrachte leuzen zijn last-minute verwijderd. De 29-jarige magazijnbediende Peter ten Berge wordt door rechercheurs en politieagenten overmeesterd als hij de keizer wil slaan. Eigenlijk had Ten Berge een dag eerder bij aankomst op Schiphol willen toeslaan, maar hij kon die dag geen vrij krijgen. “Ik dacht: dan doe ik het morgen bij Artis, dan geef ik hem die klap. Ik wilde de 16.000 Nederlandse slachtoffers in Birma wreken.”

9 oktober 1971.  De Japanse kroonprins Akihito en zijn echtgenote keizerin Nagako wordt tijdens het Japanse staatsbezoek voor de lunch op paleis Soestdijk ontvangen door koningin Juliana, prinses Beatrix en prins Claus. Beeld Hollandse Hoogte
9 oktober 1971. De Japanse kroonprins Akihito en zijn echtgenote keizerin Nagako wordt tijdens het Japanse staatsbezoek voor de lunch op paleis Soestdijk ontvangen door koningin Juliana, prinses Beatrix en prins Claus.Beeld Hollandse Hoogte

9 oktober 2006: Sloop van de Sandbergvleugel van het Stedelijk

De in 1954 geopende Nieuwe Vleugel van het Stedelijk Museum was de grote trots van directeur Willem Sandberg. Moderne kunst kon hier zonder opsmuk worden geëxposeerd. Had hij eerder in het oude gebouw de muren al wit geschilderd, in de glazen aanbouw was de kunst ook vanaf de Van Baerlestraat te zien. De Guernica van Picasso hing er, in 1956. Maar een groot aantal maanden per jaar waren er ook minder aansprekende werken van Amsterdamse kunstenaarsverenigingen.

Voor de vleugel was geen plek in de latere nieuwbouwplannen.Actie voor behoud was vergeefs. Op 9 oktober 2006 begon de sloop. Nadat kunstwethouder Carolien Gehrels symbolisch een steen door de ruiten had gegooid, reed museumdirecteur Gijs van Tuyl met een sloopkraan op de ooit vernieuwende vleugel in.`

De Sandbergvleugel van het Stedelijk Museum. Beeld Stadsarchief
De Sandbergvleugel van het Stedelijk Museum.Beeld Stadsarchief

1971: Bob Koenders gaat brommerles geven in New York

Met zijn splinternieuwe Mobylette pakt Bob Koenders op vrijdag 1 oktober 1971 het vliegtuig naar New York. De 21-jarige zoon van fietshandelaar Nico Koenders uit de Utrechtsedwarsstraat gaat een maand lang de New Yorkers warm maken voor het brommerrijden. De promotietrip is een gevolg van de fietsverhuur die vader Nico, moeder Lies en zoon Bob in de zomermaanden hebben aangeboden aan jonge Amerikaanse toeristen. Aandacht in Het Parool voor hun onder hippies populaire huurfietsen leidde tot nog meer nieuwe klandizie. Stonden er opeens van die ‘rare vogels’ uit het Vondelpark in de winkel om een fiets te huren. Bob gaat in New York ook ‘kletsen met mensen van reisorganisaties, die de fiets in hun reispakket willen stoppen.’

Bob Koenders. Beeld Het Parool
Bob Koenders.Beeld Het Parool
Afbeelding van de binnen­plaats met wilde dieren van de herberg Blaauw Jan op de Klove­niersburgwal. Beeld Stadsarchief
Afbeelding van de binnen­plaats met wilde dieren van de herberg Blaauw Jan op de Klove­niersburgwal.Beeld Stadsarchief

1784: Wilde beesten op de binnenplaats van Blaauw Jan

Ook voordat Artis werd opgericht, konden Amsterdammers tegen betaling rondwandelen tussen wilde dieren. Eind zestiende eeuw opende herbergier en blauwverver Jan Barentsz. Westerhoff achter zijn zaak op de Kloveniersburgwal een menagerie met exotische dieren, meegenomen naar Amsterdam op schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Aanvankelijk waren er tegen betaling van vier stuivers slechts papegaaien, een koningsgier en een helmkasuaris te zien. Maar de vreemde vogels kregen al snel gezelschap van leeuwen, tijgers, panters en apen. En in het rariteitenkabinet kon men zich vergapen aan de Finse reus Cajanus, de olijke dwerg Wybrand Lolkes of een heuse indiaan: ‘een Wilde, Sychnecta genaamt, van de Mohawk uyt Noord-America’. In 1784 werd de herberg inclusief de complete menagerie verkocht voor 23.000 gulden. De bebouwingen maakten later plaats voor de bouw van De Doelenzaal.

Voormalig PvdA-fractievoorzitter Ed van Thijn. Beeld ANP
Voormalig PvdA-fractievoorzitter Ed van Thijn.Beeld ANP

September 1971: Ed van Thijn pleit voor een bouwschap

De woningcrisis is geen nieuw fenomeen. September 1971 waarschuwde politicus Ed van Thijn in het jaarverslag van de Amsterdamse PvdA-fractie al voor de neveneffecten van de woningnood: ‘Meer nog dan tevoren blijkt de woningnood alle problemen van Amsterdam te beheersen. Op praktisch elk ander beleidsonderdeel werpt het zijn schaduw. De woningnood draagt ook in belangrijke mate bij aan het voortbestaan van de ongelijkheid. De achterstand in ontplooiingsmogelijkheden, de start van talloze kinderen uit slecht behuisde gezinnen, is een van de grootste knelpunten bij de democratisering van het onderwijs.’ Dus pleitte Van Thijn voor oprichting van een bouwschap, waarin rijk, provincie en gemeenten de gestagneerde woningbouw moesten vlot trekken.

September 1875: het stadsbestuur schaft de kermis in september af

September was vanouds de kermismaand in Amsterdam. Drie weken konden Amsterdammers rondstruinen langs eetkraampjes en attracties. Een bron van inkomsten voor de stad, maar ook een bron van zorg door drankmisbruik, onzedelijkheden en vechtpartijen. Dus zette het stadsbestuur een streep door de eeuwenoude traditie. De kermis van 1875 duurde slechts acht dagen en zou de laatste zijn. Daarna bleef het in september de eerste jaren regelmatig onrustig in de stad. Kermisvermaak werd slechts kleinschalig toegestaan op tentoonstellingen, buurtkermissen en Oranjefeesten. Het verbod werd officieel pas afgeschaft in 1945. Na de succesvol verlopen bevrijdingsfeesten werden kermissen tweemaal per jaar toegestaan, in het voor- en najaar.

Kermis op de Nieuwmarkt (1867) op een tekening van Reinier Craeyvanger. Beeld Stadsarchief
Kermis op de Nieuwmarkt (1867) op een tekening van Reinier Craeyvanger.Beeld Stadsarchief
Het 14de-eeuwse werk Gelaat van de Madonna van Lorenzo Monaco. Beeld Rijksmuseum
Het 14de-eeuwse werk Gelaat van de Madonna van Lorenzo Monaco.Beeld Rijksmuseum

16 september 1969: Directeur Rijksmuseum worstelt met bekraste doeken

In de Eregalerij van het Rijksmuseum ontdekt een Engelse toerist op dinsdag 16 september 1969 vers aangebrachte krassen op vijf schilderijen, waaronder het 14de-eeuwse Gelaat van de Madonna van Lorenzo Monaco. Van de dader ontbreekt elk spoor. Het museum licht pas woensdag de politie in, een dag later de media. “Om redenen van interne aard,” verdedigt museumdirecteur Arthur van Schendel dit in Het Parool. “Deze zaak heeft in de eerste plaats met de bewaking van het museum te maken.” Nog voor verschijning van de kranten blijkt de beveiliging verscherpt, na een snelle analyse. Van Schendel is als de dood dat aan de lopende grote Rembrandttentoonstelling uitgeleende werken worden teruggehaald door hun bezorgde buitenlandse eigenaars.

Een pluimgraaf was verantwoordelijk voor de stadszwanen. Beeld Getty Images
Een pluimgraaf was verantwoordelijk voor de stadszwanen.Beeld Getty Images

1672: stadszwanen worden wegbezuinigd

In 1529 verwierf Amsterdam met de ambachtsheerlijkheden Nieuwer-Amstel en Sloten ook de heerlijke rechten die daarbij hoorden, waaronder het houden van zwanen. Het stadsbestuur stelde een pluimgraaf aan, die belast werd met het toezicht op de stadszwanen. Hij had als belangrijkste taken het zorgen voor veilige nesten, het korten van de slagpennen en het brandmerken van de snavels met drie stadskruisjes.

In de winter werden de stadszwanen bijeengedreven in een kooi in de Binnen Amstel, ter hoogte van de huidige Zwanenburgwal. Rond de septemberkermis kregen de burgemeesters en schout een jonge zwaan thuisbezorgd. Maar steeds meer regenten en stadsdienaren eisten ook een zwaan, van de schepenen tot de weesmeesters. Zo werd de zwanenhouderij een kostbare zaak. In het rampjaar 1672 schrapte het stadsbestuur noodgedwongen de kostenpost.

De achterzijde van de Augustinuskerk in 1974. Beeld Stadsarchief
De achterzijde van de Augustinuskerk in 1974.Beeld Stadsarchief

1977: Sloop van de Sint-Augustinuskerk

De Sint-Augustinuskerk van architect Karel Petrus Tholens op de Postjesweg was een opmerkelijke architectonische schepping uit het interbellum. De kerk werd in 1932 in gebruik genomen door de paters van de drie jaar eerder gesloten Augustijnerkerk De Star op het Rusland, in 1848 gebouwd ter vervanging van een voormalige schuilkerk. Het imposante 19de-eeuwse Cavaillé-Collorgel en enkele kerkbanken verhuisden mee naar West. In 1977 bleek de Augustinuskerk door de ingezette ontkerkelijking te groot voor de krimpende kudde, te duur in onderhoud en bovendien bouwvallig. In september werd de kerk gesloopt voor de bouw van een verzorgingstehuis met een kleine kapel, met daarin het orgel en kerkbanken.

Ton Lutz. Beeld ANP
Ton Lutz.Beeld ANP

1995: Ton Lutz krijgt oeuvreprijs

‘Dit is een beloning voor wat ik heb geprobeerd,” zegt acteur en regisseur Ton Lutz als hij op 11 september 1995 in de Stadsschouwburg de Oeuvreprijs ontvangt voor zijn grote verdienste aan de podiumkunst. “Ik ben van plan honderd te worden en tot die tijd door te gaan.”

Lutz was zijn loopbaan begonnen als journalist bij de Nieuwe Delftsche Courant en speelde tijdens de oorlog mee in illegale voorstellingen. Pas na de bevrijding koos hij definitief voor het theater, zijn grote liefde. “Theater gaat niet over gekken, maar over levende mensen. Het is geen masker, maar een demasqué, een binnen kijken in de mensen. Het zoeken naar jezelf in de ander.”

Honderd werd hij niet, Lutz stierf in 2009 op 89-jarige leeftijd.

Bouwtekening van de bakkerij aan de Bilderdijkkade, met bovenwoningen. Beeld Stadsarchief
Bouwtekening van de bakkerij aan de Bilderdijkkade, met bovenwoningen.Beeld Stadsarchief

1957: goedkope boodschappen en de vrees voor ‘valsche redeneringen’

De populariteit van de socialistische coöperatie De Dageraad was in 1901 een waar schrikbeeld voor de leiders van de rooms-katholieke Sint Josephs Gezellen-Vereeniging. De populariteit en groei van De Dageraad was volgens de voormannen mede te danken aan de ‘katholieke huismoeders die, om financieele voordelen, tot haar afneemsters behoorden.’ Vrees was dat met de goedkope boodschappen de ­katholieke huisvaders zouden ­worden verleid tot het bijwonen van ‘socialisten-vergaderingen’ vol ‘valsche redeneringen en mis­leidende voorspiegelingen.’ En dus werd de katholieke Coöperatieve Productie- en Consumptiemaatschappij Assumptio opgericht. De eerste die zich aansloot, was bakker Roelofs van de ­Nieuwe Looiersstraat 116. In 1903 bouwde Assumptio aan de Bilderdijkkade een eigen broodbakkerij, met daarboven goedkope huur­woningen. Na de bevrijding verloor Assumptio de concurrentieslag met de grote commerciële broodfabrieken. Eind augustus 1957 werd de ­bakkerij verkocht.

Hans Wiegel. Beeld ANP
Hans Wiegel.Beeld ANP

1959: Hans Wiegel gaat op kamers

Politicus Hans Wiegel woonde tot zijn twaalfde in de Geuzenstraat, ging naar de Potgieterschool aan het Bilderdijkpark. Hij mocht naar het Barlaeus Gymnasium, maar het gezin verhuisde naar Laren in het Gooi. Vader, eigenaar van een meubelmakerij aan de Bloemgracht, wilde laten zien dat hij goed verdiende. “Maar hij had voor dezelfde centen, zo’n huis kostte 25.000 gulden, een huis in de Van Eeghenstraat bij het Vondelpark kunnen kopen,” aldus Hans Wiegel in Ons Amsterdam. In 1959 keerde hij als ­student politieke wetenschappen terug naar Amsterdam. In de ­Eerste Leliedwarsstraat ging hij op kamers bij mevrouw Oordijk. “Met uitzicht op de Westertoren, maar dan moest je wel levensgevaarlijk uit het raam hangen, anders zag je hem niet.”

Ajaxvoorzitter Van Praag (r) had in 1971 al de Europacup gehaald.

 Beeld Anefo / Nationaal Archief
Ajaxvoorzitter Van Praag (r) had in 1971 al de Europacup gehaald.Beeld Anefo / Nationaal Archief

Het besluit van Ajax om af te zien van het duel in Montevideo om de Wereldbeker tegen Club Nacional de Football, de kampioen van Zuid-Amerika, zorgt eind augustus 1971 voor beroering. De beslissing zou genomen zijn door de Amsterdamse medische staf, uit vrees voor de bijwerkingen van de benodigde inentingen. Met een handtekeningenactie wil supporter Chris Vendrik (27) de houder van de Europacup 1 alsnog op jacht sturen naar de Wereldbeker: “We hebben Ajax altijd door dik en dun gesteund, dan mogen we nu ook wel een beetje inspraak hebben.” Voorzitter Jaap van Praag is niet onder de indruk van de 15.000 verzamelde handtekeningen: “Ik kan komen met 100.000 handtekeningen van mensen die niet naar Uruguay willen.”

Laatste rit van de Haarlemse blauwe tram naar Zandvoort.

 Beeld Harry Pot/Anefo
Laatste rit van de Haarlemse blauwe tram naar Zandvoort.Beeld Harry Pot/Anefo

1957: De Blauwe Tram naar Zandvoort maakt zijn laatste rit

Twee agenten zouden waarlijk wel in staat zijn een oogje in het zeil te houden. Maar wie mocht hebben gedacht dat een paar toevallige voorbijgangers ‘de Blauwe’ zouden uitluiden, is wel heel erg bedrogen uitgekomen,’ constateerde Het Parool na de doldwaze laatste nachtelijke rit van de Blauwe Tram op 31 augustus 1957. Duizenden Amsterdammers wilden het populaire vervoersmiddel tussen het Amsterdam Spui en de Haltestraat in Zandvoort uitwuiven. In allerijl werd politieversterking opgeroepen. De tram, die vanaf de zomer van 1905 naar het strand reed, had de voorheen elitaire badplaats bereikbaar gemaakt voor een nieuw publiek. En nu moest de tram in het krappe stadscentrum wijken voor de auto, vond het Amsterdamse stadsbestuur. Pas om half twee ’s nachts wist het allerlaatste tramstel zich los te maken van het feestgewoel in de Spuistraat.

Testament van Lijsbeth Cornelis Bruntendr.  Beeld
Testament van Lijsbeth Cornelis Bruntendr.

1565: Lijsbeth Cornelis Bruntendr. bedenkt goede doelen in haar testament in ruil voor zielenheil

Notaris Franc Delff maakte op 22 augustus 1565 het testament op van de rijke en vrome Lijsbeth Cornelis Bruntendr. Haar oom Reinier Brunt was procureur-generaal en een berucht ketterjager.

Lijsbeth koos voor het veiligstellen van haar zielenheil. Ze schonk geld aan de twee Amsterdamse parochiekerken, kloosters, gasthuizen, het dolhuis en het weeshuis. Zo kreeg het Minderbroedersklooster zes jaar lang vijftig gulden. Wel moesten de broeders elke dag na de hoogmis nog een mis voor Lijsbeths ziel opdragen. Het Burgerweeshuis kreeg een losrente van zes gulden per jaar, waarvan ieder weeskind op Lijsbeths sterfdag moest worden getrakteerd op witbrood en melk.

Deze diensten voor het zielenheil waren elders gangbaar, maar zeldzaam in Amsterdam.

Burgemeester Willem de Vlugt (1872-1945). Beeld Stadsarchief
Burgemeester Willem de Vlugt (1872-1945).Beeld Stadsarchief

1936: Burgemeester De Vlugt laat kunst verwijderen om kritiek op nazi-Duitsland

Nog voor de opening van de tentoonstelling De Olympiade Onder Dictatuur (D.O.O.D.) in gebouw D’Geelvinck aan het Singel grijpt burgemeester Willem de Vlugt in. Onder druk uit Den Haag en van de Duitse consul laat hij negentien kunstwerken verwijderen van het internationale kunstzinnige protest tegen de Olympische Spelen van 1936 in het Berlijn van Adolf Hitler.

Van spotprenten van leden van de Duitse regering tot tekeningen van de Duitse vluchteling Karl Schwesig van de folteringen die hij had doorstaan in nazimartelkamers. Op 12 augustus werden nogmaals twaalf tekeningen verwijderd, op nadrukkelijk verzoek van de Duitse consul. Vijf dagen later laat De Vlugt na zijn bezoek aan de expositie nog een karikatuur, twee foto’s, een tekening, een onderschrift en twee platen weghalen.

Intocht van de derde divisie infanterie te Hasselt. Beeld Stadsarchief
Intocht van de derde divisie infanterie te Hasselt.Beeld Stadsarchief

1831: Johannes Luden, de kolonel die van zijn paard viel

Na de Slag bij Waterloo (1815) werden de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden samengevoegd tot het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Augustus 1830 kwamen de Belgen in opstand. Een jaar later probeerde Willem I met de Tiendaagse Veldtocht België weer in het gareel te krijgen. Aanvankelijk met succes, op 4 augustus 1831 werd Antwerpen ingenomen. Toen de Belgen op 12 augustus ook Leuven dreigden te verliezen, schoten de Fransen de Belgen te hulp. En sloot Nederland snel een wapenstilstand. In het Stadsarchief werd in 2017 een handgeschreven verslag in verzen gevonden, van Chr. Wunderlich. Het dichtwerk is opgedragen aan de Amsterdamse kolonel Johannes Luden, die zich tijdens de veldtocht leiding gaf aan het tweede bataljon van de tweede afdeling van de Mobiele Noord-Hollandse Schutterij. Enige smet op zijn blazoen was dat hij van zijn paard was gevallen.

Het binnenplein van het Buitengasthuis (voormalig Pesthuis) nabij de Overtoom. Beeld Tekening door P.L. Marnette, stadsarchief
Het binnenplein van het Buitengasthuis (voormalig Pesthuis) nabij de Overtoom.Beeld Tekening door P.L. Marnette, stadsarchief

Zomer 1999: het Nieuwe Pesthuis duikt weer op

Voor de start van de bouw van een parkeergarage in de Tweede Constantijn Huygensstraat kregen archeologen zomer 1999 de gelegenheid om bodemonderzoek te doen. Hier had van 1630 tot 1931 het Nieuwe Pesthuis gestaan. De pest nam begin 17de eeuw vaak epidemische vormen aan. De behandeling van pestlijders vond dan ook buiten de stadswallen plaats. Bij de bouw waren nieuwe, moderne inzichten in de hygiëne toegepast. Na de pestepidemieën werden hier andere zieken ondergebracht, die men liever niet in de stad had rondlopen, van syfilispatiënten tot ‘krankzinnigen’. De bouw duurde vijf jaar, de afbraak een jaar langer. Pas in 1937 was de afbraak voltooid van het complex, dat in de laatste jaren een daklozenopvang was.

Eind juli 1975: Hans Dagelet in de etalage

Eigenlijk wilde acteur Hans Dagelet iets doen met zijn verzameling tinnen soldaatjes. “Een soort défilé Americain,” vertelt hij aan de verslaggever van Het Parool bij aanvang van een etalagewedstrijd in de Kinkerstraat. “Maar dat zou natuurlijk nogal statisch zijn geweest. Het leek me aardiger iets van mezelf te laten zien. Ik ben toevallig toneelspeler.”

En dus neemt Dagelet zelf eind juli plaats in de etalage van slager Hein Bannenberg. Samen met zijn maatje Robbie Funcke, beiden gestoken in minuscule zwembroekjes. Hun inzending Heden vlees, dames! levert ze de eerste prijs op: een zilveren worst.

Een collega winkelier vindt de act tussen de riblappen en rookworsten dubieus: “Die Bannenberg maakt zijn zaak zo kapot!”

Een jonge Hans Dagelet Beeld ANP
Een jonge Hans DageletBeeld ANP

Zomer 1987: het laatste wollen Jägerondergoed

De ‘speciaalzaak in tricotage en lingerie’ van K.F. Deuschle-Benger werd in de zomer van 1987 opgeheven. Walter Karl Deuschle, derde generatie, verkocht zowel dames als herenondergoed van de allerbeste kwaliteit. De zaak was gesticht door Karl Friedrich Deuschle in 1886, in de Kalverstraat. Hij was getrouwd met Julie Benger, dochter van een tricotagefabrikantin Stuttgart. Deze Benger had van Gustave Jäger het patent gekregen op de productie van het door hem gepropagandeerde zuiver wollen ondergoed. De mens was van dierlijke oorsprong en zou zich volgens deze zoöloog en hygiënist ook uitsluitend moeten kleden met producten met dierlijke herkomst. In 1962 verhuisde de zaak van de Kalverstraat naar de Paleisstraat.

De lingeriezaak van Walter Karl Deuschle in de Paleisstraat.
 Beeld Stadsarchief Amsterdam
De lingeriezaak van Walter Karl Deuschle in de Paleisstraat.Beeld Stadsarchief Amsterdam

24 juli 1733: Mooie Helena had op haar sterfbed de moord op haar zus bekend

Vrijdagavond 24 juli 1953 wachtten honderden Amsterdammers in en vóór café De Waag op de Zeedijk op de geest van de verdoemde Helena. ‘Vrijdag spookt het op de Zeedijk’, had Het Parool aangekondigd. Mooie Helena had op 24 juli 1733 op haar sterfbed de moord bekend op haar zus en liefdesrivaal Dina. Haar man verdoemde de ‘zustermoordenares’ daarna tot doorspoken in de eeuwigheid.

Precies twintig jaar later begon het op de Zeedijk te spoken. Uit het huis des onheils klonk ‘gekerm, geklaag en geschreeuw.’ In 1853 spookte het weer wekenlang op de Zeedijk. Maar in 1953 liet Helena niets van zich horen, hoewel het oude vrouwtje dat boven het café woonde nog speciaal koffie voor haar had gezet.

In 1953  liet Helena niets van zich horen op de Zeedijk, hoewel het oude vrouwtje dat boven het café woonde nog speciaal koffie voor haar had gezet. Beeld Stadsarchief
In 1953 liet Helena niets van zich horen op de Zeedijk, hoewel het oude vrouwtje dat boven het café woonde nog speciaal koffie voor haar had gezet.Beeld Stadsarchief

22 juli 1973: de laatste kerkdienst in Ruigoord

Het dorpje Ruigoord, een voormalig eiland in het IJ, moest in 1973 plaatsmaken voor de aanleg van een nieuwe Amsterdamse oliehaven. Bewoners werden uitgekocht en verhuisden naar Spaarndam, Halfweg en Zwanenburg. Op zondag 22 juli 1973 vond in de Ruigoordse Sint-Gertrudiskerk de laatste mis plaats.

Een dag later barricadeerden Amsterdamse kunstenaars de weg naar het dorp en kraakten de huizen, om sloop te voorkomen. Ze kregen hulp van de pastoor, die de sleutel van de pastorie en de kerk had gegeven. Diezelfde dag nog trok Amsterdam de sloopvergunning voorlopig in. De kerk werd door de nieuwe bewoners in gebruik genomen als actiecentrum en kinderboerderij. De dorpsgemeenschap tekende in 2017 een nieuw contract met het Havenbedrijf, waarmee het voortbestaan van Ruigoord is verzekerd tot 2027.

Op zondag 22 juli 1973 vond de laatste mis plaats in de Sint-Gertrudiskerk in Ruigoord. Beeld Stadsarchief
Op zondag 22 juli 1973 vond de laatste mis plaats in de Sint-Gertrudiskerk in Ruigoord.Beeld Stadsarchief

16 juli 1978: de Reus van Amsterdam gaat in vlammen op

Ondanks bewaking, brandwerende kleding en een automatische blusinstallatie werd de Reus van Amsterdam, een gigantische reclamepop op de Dam, in de vroege uren van zondag 16 juli 1978 door brand geveld. De actiegroep Reuze-jammer eiste de brandstichting op.

Kort voordat de reus in mei op de Dam werd geplaatst, was het hoofd al ontvreemd uit een werkplaats aan de Hoogte Kadijk en in brand gestoken. Sindsdien werd het geesteskind van ontwerper Ton Giesbergen bewaakt. De bewaker die op het moment van de brandstichting in het gevaarte een reparatie aan het uitvoeren was, wist ternauwernood te ontsnappen aan de vuurzee.

De omstreden en geliefde reus, gemaakt om een stalen frame met veel kunststof, was het middelpunt van de actie Amsterdam Reuzestad, waarmee vier grootwinkelbedrijven winkelpubliek naar het centrum wilden trekken. De reus was tegen brandschade verzekerd, maar een nieuw exemplaar kwam er niet.

De reus die reclame maakte voor 'Amsterdam Reuzestad'. Beeld Stadsarchief Amsterdam
De reus die reclame maakte voor 'Amsterdam Reuzestad'.Beeld Stadsarchief Amsterdam

15 juli 1971: woedende nazaat Ilse Kreymborg gooit een asbak door het raam

‘Als u niet naar ons wilt luisteren, dan zal ik u op deze manier wakker schudden,” waarschuwt Ilse Kreymborg (31) op de jaarvergadering van het kwakkelende modeconcern Kreymborg bij het gooien van een asbak door de ramen. Als nazaat van oprichter Anton Kreymborg en mede-eigenaar van de familieaandelen is ze boos op de directie, nu uitbetaling van het dividend wederom uitblijft. “Vijf jaar lang proberen wij een oplossing te vinden voor de moeilijkheden, en al die tijd is er niks gedaan. Wij willen nou wel eens geld zien.” Ook verwijt ze de directie vriendjespolitiek: “Mijn broers krijgen geen topfuncties aangeboden, terwijl ze daarvoor wel zijn opgeleid.” De directie reageert de volgende dag, 16 juli, met schorsing van haar broer Hans als filiaalchef.

Ilse Kreymborg.



 Beeld
Ilse Kreymborg.

10 juli 1945: verzetsman Theo ‘Oome Jan’ Dobbe wordt herbegraven

Na een uitvaartdienst in de Rozenkranskerk in de Jacob Obrechtstraat wordt op 10 juli 1945 Theo Dobbe met militair eerbetoon herbegraven op de rooms-katholieke begraafplaats Buitenveldert. Dobbe, of ‘Oome Jan’ zoals hij in verzetskringen werd genoemd, was september 1944 doodgeschoten in Dieren door twee leden van de Sicherheitsdienst. Zijn stoffelijk overschot werd na de Duitse capitulatie teruggevonden, tijdelijk begraven in Dieren en uiteindelijk overgebracht naar zijn geboorteplaats Amsterdam. Dobbe ging direct na de meidagen 1940 al in het gewapend verzet. Op 14 mei 1941 pleegde zijn groep een bomaanslag op een villa aan de Bernard Zweerskade, waar Duitse officieren waren gehuisvest. Dobbe wist na een arrestatie te ontsnappen, waarna hij bij verstek ter dood werd veroordeeld.

Theo Dobbe Beeld -
Theo DobbeBeeld -

9 juli 1942: tramlijn 8 wordt opgeheven

De meest beladen tram van Amsterdam is er een die nooit meer zal rijden, beloofde het GVB in 1997 na forse kritiek op het voornemen een toeristentram het vrije cijfer 8 te geven. Wisten ze niet dat tram 8 in de oorlog was gebruikt om Joden te deporteren? Lijn 8 reed van de Rivierenbuurt naar het Centraal Station, dwars door de Jodenbuurt. Op zondagochtenden was het de drukste tramlijn van de stad, vanwege de populaire markt op Uilenburg, totdat het Joden eind juni 1942 werd verboden met het openbaar vervoer te reizen. Bij gebrek aan passagiers werd de lijn op 9 juli 1942 opgeheven. Een week later begonnen de grootschalige nachtelijke tramdeportaties. Over de route van tram 8, maar ook over die van de lijnen 7, 9, 16 en 24.

Tramlijn 8 voor het Centraal Station op het Stationsplein. Route: Centraal Station-Noorder Amstellaan (Churchill-laan). Beeld Stadsarchief Amsterdam
Tramlijn 8 voor het Centraal Station op het Stationsplein. Route: Centraal Station-Noorder Amstellaan (Churchill-laan).Beeld Stadsarchief Amsterdam
Sean Connery tijdens de opnames van de film 'Diamonds are Forever'. Beeld Mieremet, Rob / Anefo
Sean Connery tijdens de opnames van de film 'Diamonds are Forever'.Beeld Mieremet, Rob / Anefo

3 juli 1971: Woonbootbewoner verdedigt zich tegen de golven van James Bond

Over de Amstel, bij de Magere Brug, klinkt zaterdagmorgen 3 juli 1971 een harde knal. Net op het moment dat twee politieboten met schuimende boeggolven aanstormen om assistentie te verlenen bij het opdreggen van het lijk van een oudere dame. De drenkeling springt daarna weer te water: het blijkt een verklede stuntman. De filmcrew van de nieuwste James Bondfilm, Diamonds Are Forever, is in de stad. Dat lijk staat in het script van de in en langs de Amstel gedraaide scènes met Sean Connery. De harde knal niet. Die blijkt het luidruchtig protest van woonbootbewoner Bruinewoud, die met een wanhoopsschot uit een alarmpistool zijn waardevolle collectie porseleinen bierbekers probeert te behoeden voor volgende verwoestende boeggolven van de politieboten.

1 juli 1984: Shell brengt zijn mensen met eigen bootjes naar het lab in Noord

Op 1 juli 1984 stopte het personeelsvervoer over het water naar het Shell-laboratorium in Noord. Een beslissing die ‘de nodige emoties’ opriep, volgens personeelsblad LabSpiegel. Sinds de opening van het complex op de plaats van het voormalige galgenveld, in februari 1914, was het personeel het IJ overgezet met bedrijfsbootjes.

In de vroege jaren met sleepboten en dekschuiten. Schepen, waarmee in de Hongerwinter ook voedseltochten werden gemaakt. Zo loodste schipper Willem Los een lading aardappelen van de Wieringermeerpolder naar Amsterdam, drie weken zigzaggend door de polders om aan de Duitse controles te ontkomen. Later werden ook schepen gehuurd van de rederijen Koppe en Boekel. ‘Lange tijd werd de steiger bij het Noord-Zuidhollandsch Koffiehuis gebruikt voor de schepen van ons lab en daar was het gezellig wachten op de boot…,’ aldus LabSpiegel.

De Dilecta doorklieft de golven. Beeld uit het personeelsblad 'LabSpiegel' van Shell. Beeld LabSpiegel
De Dilecta doorklieft de golven. Beeld uit het personeelsblad 'LabSpiegel' van Shell.Beeld LabSpiegel

28 juni 1936: het Indisch Theehuis in het Vondelpark brandt af

Jan Olij opende in 1928 in het Vondelpark het Indisch Theehuis, een in ‘exotische stijl’ gebouwde horecapaviljoen naar een ontwerp van de broers Herman en Jan Baanders. De Amsterdammers noemden het door de chaletstijl al snel het Zwitsersche Theehuis. Olij was trots op zijn nieuwe etablissement met pachterswoning, op de plek van zijn oude houten drinkstalletje. In de vroege uren van zondag 28 juni 1936 mopperde zijn vrouw Marretje op de drukke mussen in de rietenkap. Het bleken echter vlammen: binnen een uur restte er slechts een houten skelet. Kortstuiting, zei de brandweer, maar in 1942 bekende een inbreker alsnog de brandstichting. Het parkbestuur koos niet voor herbouw, maar voor een modern rond gebouw van glas en staal. Dat Blauwe Theehuis, van Herman Baanders, is sinds 2018 proeflokaal van Brouwerij ’t IJ.

Het Indisch Theehuis na de brand in 1936. Beeld Stadsacrchief
Het Indisch Theehuis na de brand in 1936.Beeld Stadsacrchief

6 januari 1886: Abraham Kuyper kraakt Nieuwe Kerk

Kerkenraadsvoorzitter dominee A.J. Westhoff had de deur van de consistoriekamer laten voorzien van nieuwe sloten, versterkt en twee potige portiers ingehuurd. Desondanks wist een groepje mannenbroeders onder leiding van Abraham Kuyper op woensdag 6 januari 1886 met geweld bezit te nemen van de ruimte in de Nieuwe Kerk waar de eigendomsbewijzen van de kerkelijke goederen lagen. Kuyper had de rechtzinnige gelovigen al hun eigen krant, politieke partij en universiteit gegeven. Met de bezettingsactie wilde hij de modernistische vrijzinnigen binnen de kerkenraad buitenspel zetten. De bezetting werd een jaar volgehouden, een scheuring binnen de hervormde kerk bleek onoverkomelijk. De gehavende ‘deur van Kuyper’ in de kerk herinnerde jarenlang aan de pijnlijke kerkscheuring. En verhuisde in 1979 naar Museum Catharijneconvent in Utrecht.

Abraham Kuyper. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Abraham Kuyper.Beeld Stadsarchief Amsterdam

6 januari 1978: sluiting van de VAMI-lunchroom

Eigenaar Ahold kondigt op 6 januari 1978 de sluiting aan van het VAMI-restaurant in de Kalverstraat 171. De definitieve sluitingsdatum is afhankelijk van het overleg met de vakbonden en verkoop van het pand. Het concept is volgens Ahold verouderd, terwijl de Kalverstraat vooral steeds meer jong publiek trekt. De ‘lunchroom voor de gewone man’ was oorspronkelijk eigendom van de Verenigde Amsterdamse Melk Inrichtingen (VAMI). En geliefd om de poffertjes, ijs uit de eigen melkfabriek aan de Prinsengracht en redelijk geprijsde stamppotten en complete maaltijden. Na de overname door Ahold werd de melkinrichting afgestoten en werd er OLA-ijs geserveerd. Ook Dik Trom gaat in een van zijn boeken poffertjes eten bij VAMI. Serveerster A. Koppens in Het Parool. “Als kinderen daarnaar vragen, zeggen wij: kijk, op die stoel heeft Dik Trom gezeten en daar mag jij nu op zitten.”

Motor met zijspan van VAMI-roomijs op de Van Tuyll van Serooskerkenweg ter hoogte van nummer 17 bij de Agamemnonstraat. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Motor met zijspan van VAMI-roomijs op de Van Tuyll van Serooskerkenweg ter hoogte van nummer 17 bij de Agamemnonstraat.Beeld Stadsarchief Amsterdam

19 december 1960: een rechtszaak om rood

Modeontwerper Dick Holthaus ligt eind 1960 overhoop met zijn buren in de Vondelstraat. Op maandag 19 december dient zelfs een kort geding tegen de ‘gruwelijk ossenbloedrood’ gekleurde muren van de hal van zijn benedenwoning. “Voorbijgangers krijgen vanaf de straat de indruk dat het een huis van lichte zeden betreft,” meent de advocaat van de buren. De rechter wordt door de raadsman van Holthaus bedolven onder stapels Franse modetijdschriften om aan te tonen dat het gaat om ‘verantwoord gebruik van functioneel rood’ in een modern interieur. “Wat in Frankrijk kan, behoeft hier nog niet te kunnen,” riposteert de advocaat van de klagers. Rechter U. Stheeman stelt de uitspraak uit, pakt de fiets en inspecteert eerst de hal: “Dit is rood.”

Dick Holthuis kreeg later nog meer zin in rood: stewardessen van Martinair showen de nieuwe collectie ontworpen door de couturier (foto uit 1989). Beeld anp
Dick Holthuis kreeg later nog meer zin in rood: stewardessen van Martinair showen de nieuwe collectie ontworpen door de couturier (foto uit 1989).Beeld anp

13 december 1942: Mussert uitgeroepen tot Leider Nederlandsche Volk

‘Een grootste manifestatie van verbondenheid en trouw aan den Führer en den Leider der NSB,’ zo omschreef De Telegraaf de partijbijeenkomst op zondag 13 december 1942 van de Nationaal Socialistische Beweging der Nederlanden, in ‘een tot de allerlaatste plaats’ bezette grote zaal van het Concertgebouw. Rijkscommissaris Arthur Seyss Inquart betrok de NSB officieel bij het landbestuur en riep partijleider Anton Mussert uit tot ‘Leider van het Nederlandsche Volk’. Tot grote tevredenheid van NSB-partijbons Cornelis van Geelkerken: “De laatste drie jaren heeft men wel het meest van ons gevraagd, omdat toen onze wensen en verlangens bij alles ten achter moesten worden gesteld. Voor landverraders zijn wij uitgemaakt, doch het is nu wel duidelijk, wie de landverraders zijn.” Waarna twee coupletten van het Oostlandlied werden gezongen, en elf leden van de Jeugdstorm de zaal binnenmarcheerden om de elf gewestvlaggen aan hun leider te presenteren.

De NSB-bijeenkomst in het Concertgebouw. Beeld Stadsarchief
De NSB-bijeenkomst in het Concertgebouw.Beeld Stadsarchief

10 december 1970: Jordanees Toon Klepper in nieuwe film Jacques Tati

Jordanees Toon Klepper (41) speelt in de nieuwe Franse filmkomedie Traffic van Jacques Tati de rol van garagist. En daar is hij trots op, vertelt hij 10 december 1970 in Het Parool. In de film reist Tati als zijn alter ego Monsieur Hulot met een nog geheime nieuwe luxe sportwagen van Parijs naar de AutoRAI. Volgens het artikel werd ‘de rossige, wat corpulente Toon’ voor de rol gecast in zijn stamkoffiehuis Puck op de Brouwersgracht, en zal hij in januari zijn rol inspreken in Parijs. “Het is volgens hen erg moeilijk om een Fransman te vinden die Engels met een Hollands accent spreekt.” Volgens Toon is Tati tevreden. “Ik heb nooit eerder geacteerd, maar in de Jordaan zijn we allemaal toneelspelers.”

Fragment uit de filmposter van Traffic. Beeld -
Fragment uit de filmposter van Traffic.Beeld -

3 december 1887: Circustheater Carré geopend

De reislustige Duitse circusfamilie Carré reisde met hun paardendressuurnummer door heel Europa. Vanaf 1864 verzorgde de familie ook optredens in Nederland, in Amsterdam op het Amstelveld tijdens de jaarlijkse kermis. Na het gemeentelijke kermisverbod kocht Carré een terrein aan de Amstel waar hij een houten circustent liet bouwen. Het brandgevaarlijke gevaarte werd zeven jaar later vervangen door een imposant stenen circustheater. ‘Het is een paleis, dat u door zijne afmetingen niet alleen, maar door zijne inrichting aan iets vorstelijks doet denken,’ jubelde de Nieuwe Rotterdamsche Courant bij de opening op 3 december 1887. ‘Breede toegangen, gemakkelijke trappen, fraaie koffiekamers en foyers – en dan de hoofdzaak: eene kleurrijk gedecoreerde zaal, imposant door hare wijdte en hoogte.’ Het circustheater kreeg later een tweede leven als variététheater. In 1968 dreigde even sloop. Een vastgoedtycoon droomde van de bouw van een hotel, parkeergarage of gevangenis.

Carre 1888  Beeld Collectie Stadsarchief
Carre 1888Beeld Collectie Stadsarchief
null Beeld Stadsarchief
Beeld Stadsarchief

December 1943: Piet Mijksenaar hoofd Bureau Ontruimingen

Begin december 1943 werd Piet Mijksenaar (1901-1975) benoemd tot hoofd van het nieuwe gemeentelijke Bureau Ontruimingen. Als hoofd Voorlichting, Propaganda en Vreemdelingenverkeer had hij na de capitulatie in mei 1940 al ijverig gebouwen gevorderd voor inkwartiering van de Duitse troepen. Met dezelfde inzet stortte hij zich op een zo efficiënt mogelijk verloop van de gedwongen verhuizing van 80.000 Amsterdamse Joden. Zijn gemeentelijke garantstelling aan verhuisbedrijven maakte een einde aan opgelopen vertragingen. Daarbij schroomde hij ook niet om ambtenaren en andere diensten onder druk te zetten, bleek vier jaar geleden uit onderzoek van historicus Stephan Steinmetz. Mijksenaar mocht na de bevrijding aanblijven als hoofd Voorlichting, trad zelfs toe tot het Militair Gezag en werd geëerd voor het redden van twee Joden uit de Hollandsche Schouwburg.

Pieter Jan Mijksenaar. Beeld Stadsarchief
Pieter Jan Mijksenaar.Beeld Stadsarchief

21 november 1938: weer een wereldrecord voor Iet van Feggelen

De Amsterdamse zwemster Iet van Feggelen (1921-2012) was een fenomeen op de rugslag. Op 21 november 1938 verbeterde ze haar eigen wereldrecord op de 100 meter rugslag, tijdens de zweminterland Nederland-Indië. ‘Het was al meer dan een week geleden dat let van Feggelen voor het laatst een wereldrecord verbeterd had,’ aldus De Telegraaf na haar nieuwe wereldrecord van 1 minuut en 13 seconden. Ze grossierde dan ook in wereldrecords, maar werd door de oorlog weerhouden van kans op Olympisch goud. Haar vader richtte in 1939 zwem- en waterpolo vereniging De Meeuwen op, na een conflict met zwemvereniging Het Y over de trainingsfaciliteiten voor zijn dochter. In 1947 introduceerde Iet van Feggelen het kunstzwemmen in Nederland met de Bathing Beauties, de kunstzwemafdeling van De Meeuwen.

Iet van Feggelen, hier in het midden (met bril), was een Amsterdamse rugslagspecialiste die liefst zeven keer een wereldrecord vestigde. Beeld
Iet van Feggelen, hier in het midden (met bril), was een Amsterdamse rugslagspecialiste die liefst zeven keer een wereldrecord vestigde.

13 november 1933: Duikers subtiele Cineac

Met veel bombarie werd op 13 november 1996 het filiaal van de Amerikaanse restaurantketen Planet Hollywood geopend, in de voormalige bioscoop Cineac. Ook bij de opening van de Cineac, november 1933, rukte de pers uit. Het enthousiasme voor de opvallende constructie van architect Jan Duiker in de Reguliersbreestraat, opgetrokken uit staal, glas en beton, kende geen grenzen. Zowel het gebouw als de functie, een doorlopend bioscoopjournaal, waren uniek voor Nederland. De Cineac, onderdeel van het Franse Cinéma Actuel, werkte samen met het Algemeen Dagblad. Kunsthistoricus Erik Mattie prees in Ons Amsterdam dat met de komst van de Amerikaanse keten de oorspronkelijke gevel van Duiker weer in ere was hersteld. Maar was minder gelukkig met de aankleding van de zaal met filmparafernalia: ‘Elke subtiliteit van Duiker is aan het oog onttrokken door de romantiek van een tienerkamer, met de bijhorende rotzooi.’

De creatie van Duiker van glas, staal en beton. Beeld Paul Guermonprez/ Stadsarchief
De creatie van Duiker van glas, staal en beton.Beeld Paul Guermonprez/ Stadsarchief

Lees ook het oude overzicht terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden