Het humeur van de doorgaans zo opgewekte Mark Rutte is de laatste maanden behoorlijk onder druk komen te staan.

PlusAchtergrond

2019 moest een jubeljaar worden voor Rutte III. Het liep anders

Het humeur van de doorgaans zo opgewekte Mark Rutte is de laatste maanden behoorlijk onder druk komen te staan.Beeld ANP

Het kabinet-Rutte III had gerekend op een jaar van economische voorspoed en veel goed nieuws. Het draaide echter uit op een jaar met getob over klimaat­maat­regelen en maatschappelijke onvrede. 

De afgelopen periode was ‘in bestuurlijke complexiteit de ingewikkeldste’ van zijn tijd als premier, verzuchtte Mark Rutte onlangs. Zijn naaste omgeving vond hem dit najaar ‘uit zijn doen’. Kortaf, vermoeid, anders dan anders.

Het stikstofdossier bleek een ‘dossier dat zich moeilijk laat plooien’, klaagde de doorgaans optimistische kabinetsleider. Bovendien was het de zoveelste gor­diaanse knoop die het kabinet dit jaar kreeg gepresenteerd.

Zelden werd het Malieveld zo vaak gevonden door ontevreden burgers als dit jaar. Leraren, verpleegkundigen, klimaatstakende jongeren en bovenal: boeren die het complete land stillegden met hun naar Den Haag oprukkende trekkers. “We komen niet meer toe aan regeren, we reageren alleen nog maar,” aldus een mopperende bron uit de coalitie.

Jubeljaar

Hoe anders hadden Rutte en zijn kabinetsploeg zich 2019 voorgesteld. Het kabinet had zich opgemaakt voor een jubeljaar. De wind in de rug leek van orkaankracht. Met klinkende koopkrachtcijfers – ‘ruim 95 procent van alle huishoudens gaat erop vooruit!’. Met een investeringsagenda op het gebied van zorg, onderwijs, defensie, veiligheid en infrastructuur – een schier eindeloos rijtje. En daar bovenop nog genoeg overschot om de staatsschuld af te lossen.

De weelde was zo groot dat de coalitiepartijen – VVD, CDA, D66 en ChristenUnie – zich zelfs wat politiek gekrakeel durfden te veroorloven. VVD’er Klaas Dijkhoff waagde het de verhoudingen op scherp te zetten door D66-leider Rob Jetten een klimaatdrammer te noemen, als opmaat tot het klimaatakkoord. Die liet daarop snel T-shirtjes drukken om die belediging als geuzennaam te voeren.

Mooie beloftes

Bij het aantreden van dit kabinet was immers afgesproken dat er ruimte moest blijven voor de regeringspartijen om zich ten opzichte van elkaar te onderscheiden. Die ruimte is elkaar makkelijker te gunnen met de wind in de rug.

Maar de zuurstof voor politieke profilering en opstootjes was al snel op. Kabinet en coalitie stonden in een mum van tijd met de rug tegen de muur nadat was gebleken dat achterhaalde cijfers waren gebruikt om de stijging van de energierekening te voorspellen. Dag mooie koopkrachtbeloftes: die 95 procent van de Nederlandse huishoudens ging er bij nader inzien toch niet in koopkracht op vooruit. Ministers wrongen zich in bochten door te benadrukken dat ‘dat ook nooit was beloofd’.

Het was niet de enige tegenvaller. Al een jaar werd gewerkt aan maatregelen om aan het Klimaatakkoord van Parijs te voldoen. Er werd voor gekozen maatschappelijke organisaties zelf met ideeën te laten komen. En toen die kwamen, zaten er nogal wat controversiële voorstellen tussen. Het kabinet kon nog zo vaak benadrukken dat het niet de zogeheten klimaattafels waren die het beleid bepalen, maar de toon was gezet. De onvrede over bijvoorbeeld de nooit ingevoerde vleestaks of een snel verbod op aardgas in de woning leidde tot een storm van protest op sociale media.

Vergroeningsmaatregelen

Toen uiteindelijk het echte klimaatakkoord werd gepresenteerd, was er niets meer van euforie te bespeuren. In plaats daarvan beklijfde het beeld dat het kabinet door alle protesten deels op zijn schreden was teruggekeerd.

En daar bleef het niet bij. Een uitspraak van de rechter die een streep zette door het stikstofbeleid, werd voor de zomer nog door het kabinet geparkeerd bij een commissie. Pas toen die dit najaar met haar rapport was gekomen, drong de omvang van het probleem in volle omvang bij het kabinet door. Ook bij premier Rutte. De bouw dreigde stil te vallen, boeren vreesden voor hun nering en burgers zagen nog meer vergroeningsmaatregelen op zich af komen.

Het succes van het bereikte pensioenakkoord waaraan tien jaar geruzie was voorafgegaan, raakte al snel overschaduwd. Gaandeweg was het kabinet-Rutte III ook nog eens zijn meerderheid in de Tweede Kamer verloren, na het zoveelste schandaaltje rond VVD’er Wybren van Haga. En ook die in de Eerste Kamer verdween na de Statenverkiezingen, waarbij drie van de vier regeringspartijen zetels moesten inleveren.

Langzaam sloop het chagrijn de coalitie binnen. De vrijheid om zich ten opzichte van elkaar te profileren, kreeg ineens een andere dimensie toen D66 voorstelde de veestapel te halveren. Het leidde tot woedende reacties bij VVD, CDA en ChristenUnie. En dat terwijl de vier zich alweer moesten opmaken voor het volgende jaar. Het laatste van dit kabinet alweer voor er nieuwe verkiezingen komen.

Humeur onder druk

Rutte bleek te hebben geleerd van het echec van 2018. Hij waagde zich dit jaar op Prinsjesdag niet aan beloftes over koopkrachtgroei, hoewel die er volgens de berekeningen wél voor vrijwel iedereen komt. In plaats daarvan zei Rutte voor elke beschikbare microfoon dat de werkeloosheid historisch klein was en: “We moeten ons geen crisis laten aanpraten.”

De premier etaleerde vooral voorzichtigheid. De koning moest zelfs van een ‘winstwaarschuwing’ spreken. Niet alleen de tijden van bezuinigingen waren voorbij, die van beloftes over welvaart ook.

Tegen de achtergrond van het maatschappelijk protest van stakende leraren en verpleegkundigen, muitende werkgevers in de bouw en boze boeren en slechte peilingen voor de regeringscoalitie, kwam Ruttes doorgaans zo opgeruimde humeur onder druk te staan. De protesten probeerde het kabinet stuk voor stuk te sussen. De bouwers werden gepaaid met een ruimere pfas-norm, leraren en verpleegkundigen kregen een nieuwe cao en de boeren werd beloofd dat niemand zijn bedrijf gedwongen zal hoeven stoppen. Desondanks is het vertrouwen in het kabinet aan het eind van het jaar klein.

Profileren

Het is lang niet zeker of het kabinet in 2020 nog de kans krijgt te laten zien dat het écht op veel terreinen investeert. En het geld om onrust nog af te kopen raakt op. Het begrotingstekort loopt na 2020 weer op.

De coalitiepartijen zullen zich alleen maar méér willen profileren in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Bij D66 en CDA zal daarnaast de strijd om het partijleiderschap ontbranden terwijl in de VVD onvrede borrelt omdat de partij na het kinderpardon en de verlaging van de maximumsnelheid te veel heeft moeten inleveren.

Tegen die achtergrond en het aanhoudend maatschappelijk onbehagen wordt het voor dit kabinet nog een hele toer om de eindstreep te halen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden