PlusAchtergrond

10 jaar na de Amsterdamse zedenzaak is de kinderopvang veiliger dan ooit

De Amsterdamse zedenzaak is een nationaal trauma, maar heeft de kinderopvang in tien jaar ook onherroepelijk veranderd. Ten goede, zeggen betrokkenen. ‘Eberhard van der Laan zei: er is hier alleen plek voor uitstekende crèches.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Natuurlijk herinnert hij zich die zondag nog. Eerst het telefoontje, toen de schok, de koude rillingen over zijn rug. En daarna de achtbaan waarin hij terecht kwam. Voor Gjalt Jellesma was de Amsterdamse ­zedenzaak zonder twijfel het heftigste wat hij heeft meegemaakt als voorzitter van Boink (Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang).

Het nieuws dat een crèchemedewerker in ­Amsterdam tientallen kinderen seksueel had misbruikt, ging de hele wereld over: Jellesma stond zelfs CNN te woord. “Het was in alle opzichten een keerpunt. In de eerste plaats voor de tientallen slachtoffers en de ouders die er direct mee te maken hadden. Hun leven zou nooit meer hetzelfde worden. Maar ook voor de hele branche, voor de gemeente, voor toezicht­houders was de impact enorm. Bij iedereen was er direct het besef dat er alles aan gedaan moest worden om te voorkomen dat dit ooit nog kon gebeuren.”

Deze maand is het tien jaar geleden dat de strafzaak tegen Robert M. (zie kader) begon. Wat is er in die tien jaar veranderd in de kinderopvang?

Jellesma is niet de enige die het gevoel van verslagenheid van toen nog helder voor de geest heeft staan. “De klap dreunt nog steeds door,” zegt Carole Arnold Bik, al 25 eigenaar van ­kinderdagverblijf Kiekeboe op het Henrick de Keijserplein in De Pijp, niet ver van waar het Hofnarretje gevestigd was. “Veel ouders met kinderen op mijn crèche hadden het gevoel door het oog van de naald te zijn gekropen. Het was voor iedereen zo heftig. De hele branche kwam in een kwaad daglicht te staan, terwijl 99,9 procent van de mensen die er werken toegewijde professionals zijn.”

Eberhard van der Laan

De zaak rond het Hofnarretje vormde het startpunt van een kwaliteitsslag. “Opeens waren alle ogen op ons gericht. Iedereen had een mening over de kinderopvang en ging zich ermee bemoeien. En terecht ook wel,” zegt ­Carole Arnold Bik, terugdenkend aan de periode rond het proces van de grootste kinder­misbruikzaak ooit in Nederland. “Eberhard van der Laan zei: ‘In Amsterdam is geen plek voor goede crèches, alleen voor uitstekende crèches.’ Daar schrokken wij best van, maar het zorgde ook voor een gevoel van urgentie.”

Amsterdam liep die eerste jaren voorop in het doorvoeren van maatregelen en protocollen die de veiligheid moesten vergroten. Dat begon met het instellen van een commissie onder leiding van Louise Gunning, die een rapport publiceerde met 77 aanbevelingen. Er werd een ‘waakhond’ in het leven geroepen die toezicht hield op kinderdagverblijven. Het Stedelijk Bureau Handhaving Kinderopvang voerde onaangekondigde inspecties uit en deelde boetes uit aan crèches die het niet zo nauw namen met de voorschriften. Maar ook zonder stok achter de deur van de gemeente ging de branche aan de slag met het doorvoeren van verbeteringen, wat uiteindelijk zou culmineren in de op 1 januari 2018 ­ingevoerde Wet IKK (Innovatie en Kwaliteit ­Kinderopvang).

Vierogenprincipe

Een van de voornaamste veranderingen, zegt Asja Godthelp, adjunct-directeur van de Brancheorganisatie Kinderopvang, is het zogeheten vierogenprincipe. “Dit werd al snel na het rapport-Gunning ingevoerd en komt erop neer dat medewerkers nooit alleen met een kind kunnen zijn. Dat vergde behoorlijk wat aanpassingen: er kwamen camera’s en babyfoons in slaapvertrekken en verschoningsruimten, veel crèches werden verbouwd zodat er meer glas en doorkijkjes kwamen, maar het vergde ook een verandering in de organisatiecultuur. Inmiddels is het doodnormaal dat collega’s bij elkaar naar binnen lopen als ze met een groep kinderen bezig zijn. Transparantie is de nieuwe norm geworden.”

Ook is er een systeem van continue screening ingevoerd. Dat houdt in dat de overheid een ­register bijhoudt waarin medewerkers gekoppeld zijn aan de organisatie waar ze werkzaam zijn. Naast de Verklaring Omtrent het Gedrag die nodig is om te werken bij een kinderdagverblijf, wordt permanent bijgehouden of iemand de wet overtreedt. Op het moment dat dat gebeurt, krijgt de kinderopvanglocatie waar de persoon werkzaam is een melding en wordt voorkomen dat die persoon ooit nog op een andere plek aan het werk kan.

Liever geen mannen

Wat heel belangrijk is, zegt Godthelp, is dat ­duidelijk werd gemaakt dat de aangescherpte regels geen blijk van wantrouwen ­waren tegen de mensen die in de kinderopvang werkten. “Dat zijn vrijwel allemaal bevlogen mensen die elke dag met hart en ziel met kinderen werken. Het vierogenprincipe en de continue screening ­zorgen er juist voor dat mensen met kwaad in de zin niet meer in de kinderopvang komen te werken, omdat ze weten dat er op ze wordt ­gelet.”

Trudy de Boer, die dertig jaar kinderdagverblijf Kiddy Care op het Granpré Molièreplein in Nieuw-West bestierde, munt de term ‘signaalgevoelig’. “Je moet als team alert zijn. Het zijn wel andermans kinderen die je toevertrouwd krijgt, dat is niet zomaar iets. Het minste wat je dan kunt doen, is opletten wat iedereen doet. Achterdocht is niet goed, maar blind vertrouwen evenmin.”

Op De Boers kinderdagverblijf werkte ze altijd met een vast team. “Wat mij ­betreft, is dat de basis voor goede opvang: vast personeel dat elkaar door en door kent. Ik heb nooit met zzp’ers en invalkrachten hoeven werken, en nooit heren op de groep gehad. Na de affaire op het Hofnarretje gaf de ouderraad ook aan de voorkeur te geven aan voor vrouwen voor de groep.”

Boze ouders

Daarmee roert De Boer een precair punt aan: mannen in de kinderopvang. Het waren er vóór 2011 al niet veel, maar sinds de Amsterdamse zedenzaak moet je de mannelijke medewerkers helemaal met een vergrootglas zoeken. “Veel kinderdagverblijven wilden ze liever niet meer in dienst hebben, en ook ouders wilden het liever niet. Gevolg was dat veel mannen zich lieten omscholen en iets anders gingen doen,” zegt Godthelp, die voor ze bij de brancheorganisatie in dienst trad achttien jaar ‘in het veld werkte’.

“Na het Hofnarretje is er veel verbeterd in de branche, maar het verder teruglopen van het aantal mannelijke medewerkers beschouw ik als iets negatiefs. Uit onderzoek blijkt dat het voor de ontwikkeling van jonge kinderen ­belangrijk is rolmodellen te hebben, vrouwelijke én mannelijke. Tegelijkertijd snapte ik ook wel dat direct na de zedenzaak bij ouders en kinderdagverblijven het animo om met mannen te werken gering was.”

“In andere landen ligt het percentage mannelijke werknemers veel hoger,” zegt Jellesma, van Boink. In Zweden en Duitsland is 20 procent van de crèchemedewerkers man, in Nederland om en nabij de 2 procent. “Toen de ­affaire op het Hofnarretje aan het licht kwam, kregen crèches boze ouders aan de telefoon die eisten dat er geen mannen meer zouden werken. Wij hebben altijd de aanwezigheid van mannen op kinderdagverblijven verdedigd. Het is een gevoelige zaak, maar de kans dat een kind seksueel misbruikt wordt, is nog altijd het grootst in de thuissituatie.”

Bij kinderdagverblijf Kiekeboe in De Pijp ­lopen sinds kort weer twee mannen rond ‘op de vloer’. “Eentje is stagiair, en collega’s, kinderen en ouders zijn dol op hem. De ander is mijn zoon. Een man erbij doet zoveel goeds voor de dynamiek in de groep,” merkt Arnold Bik. “Ik denk dat, naarmate de jaren verstrijken, het steeds minder ongemakkelijk wordt. Inmiddels is er een generatie ouders die nog geen kinderen had tijdens de zedenzaak, zij kijken er denk ik ook anders tegenaan.”

Klappen voor de piloot

Er zijn de afgelopen tien jaar grote stappen ­gemaakt. “De kwaliteit is toegenomen: de sector is professioneler en transparanter geworden,” zegt een woordvoerder van de Inspectie Kinderopvang van de GGD Amsterdam. Ook Jellesma ziet lichtpunten. “Wat ­betreft ­kinderopvang staan we op de internationale ranglijsten inmiddels in de top 5. Dat mag ook wel, want vanwege ons veel te korte ouderschapsverlof gaan baby’s nergens ter wereld vroeger naar de crèche. Dan vind ik onberispelijke kinderopvang niet meer dan normaal.” Een belangrijke maatregel: het aantal baby’s per ­pedagogisch medewerker (de term ‘crècheleidster’ wordt niet meer gehanteerd) is teruggebracht van 4 naar 3.

Het trauma van het Hofnarretje is tien jaar na dato nog steeds niet helemaal verwerkt, maar het heeft ook goede dingen gebracht. “Ik denk dat het een wake-upcall is geweest voor de hele branche,” zegt De Boer. “Door Robert M. heeft Nederland zijn naïviteit afgeworpen. Je kunt nooit 100 procent uitsluiten dat er iets misgaat, maar we zijn ons nu meer bewust van de risico’s,” zegt Jellesma.

Enerzijds moet je niet te lang stilstaan bij de kwetsbaarheid van kinderen, anderzijds moet je je er voortdurend van bewust zijn, zegt Arnold Bik. “Het is een beetje zoals klappen als het vliegtuig veilig is geland. Absurd, want je mag er toch vanuit gaan dat zo’n toestel veilig aan de grond wordt gezet. Tegelijkertijd leggen alle passagiers hun volste vertrouwen in de piloot.”

De Amsterdamse zedenzaak

Een uitzending van Opsporing Gezocht op 7 december 2010, waarin een foto van een tweejarige jongetje wordt getoond die was aangetroffen in een onderzoek naar kinderporno in de VS, geldt als het begin van de Amsterdamse zedenzaak.

Nog op de avond van de uitzending wordt de dan 27-jarige, uit Letland afkomstige Robert M. opgepakt.

Op 12 december, vijf dagen nadat M. is gearresteerd, maakt burgemeester Eberhard van der Laan tijdens een persconferentie bekend dat een groot aantal kinderen slachtoffer is geworden van seksueel misbruik. De ouders van de vermoedelijke slachtoffers waren toen al op de hoogte gebracht. Uit verklaringen van Robert M., zou blijken dat hij, met medewerking van zijn echtgenoot Richard van O. en handlanger Edwin R., minstens 83 kinderen heeft misbruikt, de jongste was 19 dagen oud.

Robert M. wordt in hoger beroep veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging, Richard van O. krijgt 4,5 jaar celstraf wegens ontucht met een minderjarige en het bezit van kinderporno. De jonge slachtoffers van het misbruik zijn jarenlang gescreend. In 2018 bleek uit onderzoek dat een op de drie van hen ‘zorgelijk seksueel gedrag’ vertoonde. Sommigen deden seksuele handelingen na, anderen hadden gedragsproblemen zoals woede-, paniek- en angstaanvallen, incontinentie, slaapproblemen en verlatingsangst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden