Recensie

Zwaar verhaal van 'De kleine blonde dood' met vrolijkheid gebracht (****)

Hoofdrolspeler William Spaaij levert in de musical 'De kleine blonde dood' in alle opzichten een topprestatie. Al leidt het script af en toe tot verwarring.

null Beeld Annemieke van der Togt/Roy Beusker Fotografie
Beeld Annemieke van der Togt/Roy Beusker Fotografie

Voor wie het boek van Boudewijn Büch niet heeft gelezen en de film met Antonie Kamerling niet heeft gezien, nog even het verhaal van 'De kleine blonde dood': een man genaamd Boudewijn, een homo met een tamelijk liederlijk leven, heeft een onenightstand met zijn vroegere onderwijzeres. Daaruit wordt een zoontje geboren, waar Boudewijn pas later achter komt. Eindelijk heeft hij een doel in zijn leven. Maar het jongetje gaat dood.

Büch liet aan zijn omgeving weten dat hij werkelijk een zoontje had en leende zelfs geld voor de begrafenis, maar de kleine blonde bestond alleen in zijn hoofd. De musical vertelt het verhaal van de roman, met speciale aandacht voor de relatie tussen Boudewijn en zijn liefdeloze vader. Er is één scène waarin aan de biografische waarheid wordt gerefereerd: vader hoont het bestaan van dat zoontje weg door het een fantasie te noemen.

Gruwelijk
Die vader-zoonrelatie leidt tot ijzingwekkende scènes. De vader, een Duitse Jood die door Frans van Deursen strak en met een subtiel Duits accent wordt gespeeld, zegt gruwelijke dingen, als: 'Jij kan helemaal niks. Je was al overbodig toen je geboren werd.'

Het onderwerp is zwaar, maar scriptschrijver Dick van den Heuvel heeft veel humor en vrolijkheid gebracht in scènes tussen Boudewijn en zoontje Micky en tussen Boudewijn en de twee vrouwen in zijn leven.

Daar is veel energie voor nodig van de hoofdrolspeler, William Spaaij. Die heeft hij in overvloed. Hij levert in alle opzichten een topprestatie (spel, zang, dans en voortdurende, overtuigende aanwezigheid). Het jongetje, Stijn van der Plas tijdens de première, speelt en zingt verbazend goed. Marjolein Teepen als de verslonsde moeder en Margreet Boersbroek als de arts met wie Boudewijn ooit het bed heeft gedeeld, zijn ook sterk.

Rockidioom
De muziek in 'De kleine blonde dood' is nieuw. Ad van Dijk componeerde die in een stevig rockidioom, afgewisseld met mooie, droevige, schurende liedjes. Alles uitgevoerd door een uitstekende band. Enige nadeel van dat rock­idioom: de soms gebrekkige verstaanbaarheid.

Het script leidt af en toe tot verwarring. Van den Heuvel speelt met de tijd als een driftige jongleur. Als de overleden vader in gesprek raakt met zijn zoon, kun je je nog voorstellen dat de zoon zich dat inbeeldt, maar als het jongetje aanwezig is bij zijn eigen conceptie, is dat moeilijk te accepteren. Je kunt jezelf wel voorhouden: op het toneel kan alles, gewoon niet over nadenken, maar dat lukt niet altijd. En dat schept afstand. Toch komt de ontroering alsnog op het eind, als het jongetje sterft.

Die ontroering werd verlengd tijdens het slotapplaus, toen Frans van Deursen William Spaaij een zetje gaf, zodat hij even vooraan stond. Die plek had hij verdiend.

Musical: De kleine blonde dood
Door: Albert Verlinde Entertainment
Gezien: 9/12 (première)
Waar: Koninklijke Schouwburg Den Haag
Te zien: 18/1 De Meervaart, 24/3 Carré

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden