PlusInterview

Zuid-Koreaanse drumster Sun-Mi Hong: ‘De jazz heeft alles veranderd’

De Zuid-Koreaanse drumster Sun-Mi Hong presenteert zaterdagavond de cd A Self-Strewn Portrait in het Bimhuis. ‘Ik wist nauwelijks iets van jazz toen ik naar Nederland kwam.’

Sun-Mi Hong: ‘Toen ik op YouTube Nederlandse jazzdrummers ontdekte, wist ik: daar moet ik zijn.’Beeld Nosh Neneh

Haar inwonende grootmoeder vond dat ze dat drummen met chopsticks op tafel en serviesgoed vooral niet ook buiten de deur moest doen. De mensen zouden nog denken dat ze gestoord was. Drummen is geen liefhebberij, laat staan een professie voor meisjes, vonden ze bij Sun-Mi Hong thuis in de Zuid-Koreaanse stad Inchion. Maar na lang, héél lang zeuren mocht ze van haar moeder toch een drumles op de muziekschool volgen, kijken of het echt wat voor haar was.

De ogen van Sun-Mi (1990) beginnen te stralen bij de herinnering aan die eerste keer. “De drumleraar was zo’n heavymetalfiguur met heel gespierde armen. Eerst liet hij me drummen op een autoband, na een uur mocht ik achter het drumstel. Ik vond het geweldig en vroeg of ik na de les mocht doorspelen. Ik heb toen vier uur achter elkaar zitten drummen. Na afloop trilden mijn benen en armen, maar drummen voelde zó goed. Dit was wat ik wilde.”

Dat het drummen haar naar Nederland zou brengen om te studeren aan het conservatorium, had ze toen niet kunnen bedenken. Dat ze vervolgens in datzelfde Nederland zou blijven wonen nog veel minder. “Medestudenten op het conservatorium hadden vaak al een heel verleden in de jazz. Ik wist nauwelijks iets van jazz toen ik naar Nederland kwam. Ik sprak ook nog geen woord Engels, laat staan Nederlands. Ik had nooit gedacht buiten Korea te komen. De jazz heeft alles veranderd.”

Eerst nog even terug naar haar tienerjaren, die ze naar eigen zeggen grotendeels in de kerk doorbracht. Ter begeleiding van de zang was er een groep muzikanten. “Ik luisterde en zag alleen de drummer. Later zorgde ik ervoor dat ik altijd achter de band zat, zodat ik precies kon zien wat hij met zijn armen en benen deed. Thuis speelde muziek geen grote rol. Er was die kerkmuziek en je had K-pop, de Koreaanse popmuziek die je overal hoorde, meer kende ik eigenlijk niet.”

Vrijheid

Op het Koreaanse conservatorium waar Sun-Mi ging studeren viel ze aanvankelijk van de ene verbazing in de andere. “The Beatles, wat!?

Stevie Wonder, wát!? Maar na een tijdje begon ik me te vervelen. Als ik pop drumde, ik heb een tijdje in een K-popband gespeeld, voelde ik me een metronoom. Ik wilde als muzikant veel meer vrijheid. Vrienden wezen me op jazz.

Brian Blade was de eerste jazzdrummer waar ik voor viel: hij speelde in de taal van jazz én in een herkenbare groove. Van andere jazzdrummers begreep ik toen nog niets. Ik wilde wel heel graag jazz leren spelen.”

Conservatoria in Zuid-Korea boden geen jazzopleidingen, dus week ze uit naar het buitenland. Maar waarom naar Nederland? “Natuurlijk dacht ik eerst aan de Verenigde Staten, maar jazzopleidingen daar waren onbetaalbaar voor mij. Ook weer via vrienden hoorde ik van het Conservatorium van Amsterdam, waar het jazzonderwijs niet alleen goed zou zijn, maar ook relatief goedkoop. Ik wist echt helemaal niets van Nederland, toen ik op YouTube Nederlandse jazzdrummers als Martijn Vink, Joost Patocka en Han Bennink ontdekte, wist ik: daar moet ik zijn.”

In 2011 vertrok ze, tegen de zin van haar familie, naar Nederland. Het viel haar aanvankelijk niet mee in het land waar iedereen groot en blond leek en waar de mensen elkaar bij ook maar de minste aanleiding aan het huggen en zelfs zoenen waren. En dan was er ook nog die taalbarrière: “Omdat ik nog geen Engels sprak, nam ik alle conservatoriumlessen op. ’s Avonds thuis zocht ik met een vriendin, die beter in Engels was, uit wat er allemaal was gezegd. Eerst dacht ik nog: ik blijf een jaar of twee in Amsterdam en als ik als drummer eenmaal swing, ga ik terug naar Korea. Maar de jazz is zó groot. Ik heb het conservatorium afgemaakt en ben nog steeds aan het leren en aan het ontdekken.”

Persoonlijke muziek

Tegenwoordig leidt ze haar eigen Sun-Mi Hong Quintet, dat is samengesteld uit alumni van de jazzafdeling van het Conservatorium van Amsterdam. Composities voor de groep, zoals te horen op het nieuwe album A Self-Strewn Portrait, schrijft ze zelf.

“Ik speel geen piano, maar kan achter de toetsen wel een melodie bedenken. Koreaanse invloeden? Ik maak heel persoonlijke muziek, dus daar speelt mijn afkomst ook een rol in, maar ik ben er niet op uit jazz te mengen met Koreaanse muziek. Ik gebruik soms een Koreaans percussie-instrumenten, veel verder gaat het niet. Mensen vragen me hier vaak naar traditionele Koreaanse muziek. Natuurlijk ken ik die, maar heel veel weet ik er niet van. Traditionele muziek is een serieuze zaak in Korea, te waardevol om zo maar zelf mee aan de slag te gaan.”

Met het Sun-Mi Hong Quintet, een internationaal gezelschap waarin haar partner, de Schot Alistair Payne, trompet speelt, trad ze ook op in Korea. Bij een concert daar zaten haar ouders in de zaal, wat vonden ze er van? “Dat hebben ze niet gezegd. Jazz staat zo ver van ze af, ik was al blij dat ze niet in slaap vielen. Mijn vader vraagt me wel eens waarom ik niet gewoon K-pop ga maken. Daar valt veel meer mee te verdienen.”

Sun-Mi Hong Quintet, Bimhuis, Amsterdam, zaterdagavond om 19.30 en 22.00 uur. Voor overige optredens: www.sunmihong.com.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden