Waterlooplein circa 1965 door fotograaf Ed van der Elsken.

PlusExpositie

Zo zag het leven er de afgelopen 400 jaar uit in de oude Jodenbuurt

Waterlooplein circa 1965 door fotograaf Ed van der Elsken. Beeld Joods Historisch Museum

Een nieuwe tentoonstelling in het Joods Historisch Museum laat 400 jaar leven in de oude Jodenbuurt zien aan de hand van verhalen over de bewoners, bodemvondsten en beeldmateriaal.

Voddenhandelaar Simon Suesan (1898-1967) overleefde de oorlog als een van de weinige Joodse marktkoopmannen. Na de oorlog stond hij weer op het Waterlooplein met onder meer ‘gedragen kleding’. Twee foto’s van Suesan uit ongeveer 1960 en 1967 zijn bewaard gebleven. Op een van de foto’s zit hij met sigaar bij zijn kraam. Achter hem staat het marktbord met zijn naam en marktnummer 1223: ‘In en verkoop lompen en metalen. Zolder en kelderopruimingen enz.’ Het originele marktbord is op de tentoonstelling te zien.

Visverkoopster Rachel Moffie (1874-1943), beter bekend als Brutale Coba, was een andere legendarische koopvrouw. Ze is geboren aan de Uilenburgersteeg en was moeder van tien kinderen en vijf stiefkinderen. Zij stond met vis op de Jodenbreestraat, op de hoek van de Houtkopersdwarsstraat. Haar bijnaam dankte ze aan haar vermeende verkoopmethode: ze blies de vis bol met een rietje zodat deze lekker vet en vers oogde. Zij overleefde de oorlog niet. In maart 1943 overleed ze in Sobibor, 68 jaar oud. Ze was een gewild model voor kunstenaars en is in tekeningen en schilderijen vastgelegd.

Simon Suesan was een handelaar, ca. 1960, 1967. Fotograaf Onbekend.Beeld Collectie Joods Historisch Museum

Niet zo romantisch

De tentoonstelling toont het leven van de bewoners van de afgelopen 400 jaar van het Waterlooplein en omstreken. Het verhaal begint in 1625 als Vlooienburg is volgebouwd. De dertig jaar eerder aangelegde nieuwbouwwijk trok immigranten uit allerlei oorden. De mensen hielden zich voornamelijk bezig met de houthandel. “Het was aanvankelijk een gemengde buurt, pas later werden Vlooienburg en de drie andere buurten, Marken, Uilenburg en Rapenburg, bekend als het hart van de Jodenbuurt,” zegt conservator Titia Zoeter van het Joods Historisch Museum.

Met de drooglegging van twee grachten langs Vlooienburg ontstond in 1882 het Waterlooplein, met tien jaar later de markt. De periodes van het leven op Vlooienburg, Marken, Uilenburg en Rapenburg worden op allerlei manieren getoond. Bodemvondsten vertellen bijvoorbeeld over het vroege leven in de 17de eeuw. In 1981 en 1982 zijn vondsten gedaan in een beerput van de Zwanenburgwal 51, waar vanaf 1642 Joseph Bueno Vivas, een Sefardische welvarende Joodse koopman, met zijn vrouw Simca en kinderen woonde. Bueno Vivas handelde in koloniale waren. In de beerput werden kippenbotjes, visgraten, aardewerk, een restant van een sjabbatlamp en een pispot van tin aangetroffen.

“Aan de hoeveelheid kippenbotjes is te zien dat hij rijk was. De aanwezigheid van een sjabbatlamp, resten van koosjere dieren en koosjerloodjes aan het vlees wijzen op een Joods huishouden,” zegt Zoeter.

De periode van eind 19de eeuw tot aan de oorlog is in schilderijen vastgelegd die vooral veel levendigheid en drukte tonen. “Kunstenaars als Gerard Johan Staller, Max Liebermann en Jozef Israëls schilderden romantische taferelen, maar in feite was het niet zo romantisch. De buurten waren onleefbaar en ongezond. Men leefde in stegen van stegen. Er heerste veel armoede,” zegt Zoeter.

Sfeerbeeld uit de Valkenburgerstraat, 1906-1918. Beeld Collectie Joods Historisch Museum, Collectie Jaap van Velzen

Linker- of rechterschoen

Van de oorlog is audiomateriaal beschikbaar waarin oud-bewoners vertellen over de verschrikkingen die ze meemaakten op en rond het Waterlooplein. Er zijn foto’s van de houtroof uit de leegstaande huizen van gedeporteerde Joden tijdens de Hongerwinter van 1944-1945 en van de sloop van de huizen na de oorlog, waaronder het laatste huis in de Jodenbreestraat: nummer 43, waar ooit de gebroeders Quiros een vleeswarenhandel bestierde en Sal Meijer zijn eerste broodjeszaak begon.

De naoorlogse afbraak van de buurt wordt verteld aan de hand van affiches met protesten tegen de komst van het stadhuis/muziektheater. Van deze periode is de originele schutting bewaard gebleven die bij de bouwput stond. Politieagenten, kleurloze ambtenaren met attachékoffertjes, Amsterdamse pandjes, ratten, de Mozes en Aäronkerk en de angst voor de kernbom en technologie zijn verbeeld door kunstenaar Hugo Kaagman (1955).

Verder zijn op de tentoonstellingen tal van korte video’s te zien van bijvoorbeeld Ed van der Elsken, Kadir van Lohuizen en Gerard Reve. De schrijver verborg in 1961 een camera en microfoon onder zijn jas en sprak met verschillende marktkooplieden en bezoekers van het Waterlooplein. Een van de door hem heimelijk gefilmde marktkoopmannen verkocht enkele schoenen. “Als je linkerschoen stuk was, kon je bij hem proberen een bijpassende rechterschoen te vinden. Het zegt iets over de armoede die er was,” zegt Zoeter.

Ook zijn er beelden van jongens die in het Joodse jongensweeshuis Megadlé Jethomiem aan de Amstel woonden, naast het Waterlooplein. Op 10 februari 1943 vond daar een razzia plaats en werden zo’n honderd kinderen gedeporteerd naar Sobibor en vermoord. Onderdirecteur Koos Caneel wist nog een aantal kinderen te redden.

De expositie is vanaf 2 oktober tot en met 28 februari te zien. Bijbehorend boek ‘Waterlooplein. De buurt binnenstebuiten’ (Walburg Pers) kost 19,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden