Plus

Zo wordt de ondertiteling van Teletekstpagina 888 gemaakt

Bijna alle NPO-programma's worden ondertiteld via Teletekstpagina 888. Vooral meetypen tijdens live-uitzendingen is een kunst. 'We zijn geen helderzienden en weten niet van tevoren wat iemand gaat zeggen.'

Beeld Screenshot

Het bordje 'on air' boven hokje 3 brandt. Binnen zitten vertalers Bas ten Bokum (45) en Geert Kenbeek (39) klaar voor de vrijdaguitzending van De Wereld Draait Door. Headset op hun hoofd, drie computerschermen per persoon voor hun neus.

Op het linkerscherm zien we de studio al, waar Matthijs van Nieuwkerk zijn kaartjes nog eens doorneemt voordat ze over een minuut live gaan.

Overigens zal de uitzending pas twee minuten hierna in de huiskamers te zien zijn; zoveel speling hebben Ten Bokum en Kenbeek om vanuit het NPO-gebouw in Hilversum correcte ­ondertitels te verzorgen.

"Vijf, vier, drie...," de uitzending gaat live.

De aankondiging, waarin Van Nieuwkerk in rap tempo de namen van zijn gasten noemt, is vooraf aangeleverd. Die teksten staan al in het systeem.

Maar vanaf het ­moment dat tafelheer Marc-Marie Huijbregts begint te vertellen over zijn week, moet Bas ten Bokum aan de slag.

Het systeem werkt zo dat Ten Bokum napraat wat de gast op televisie zegt. De spraakherkenning maakt daar een zin van, maar die is niet altijd honderd procent correct.

Zo wordt componist Cole Porter in het systeem 'kolporter', pienter wordt Peter en app wordt eb. Daarom is collega Kenbeek er: hij corrigeert de spraaksysteemzinnen. Een derde collega, die een stukje verderop zit, zet vervolgens de titels op het juiste moment in beeld. En dat allemaal in twee minuten tijd.

De afdeling van de NPO waar de live-ondertiteling onder valt, heet officieel 'Access Services'.

Er werken 43 mensen, die behalve de ondertitels ook de coördinatie van de ­audiodescriptie, gebarentolken en gesproken ondertiteling verzorgen. Volgens onderzoek van Ipsos uit 2015 ­maken 4,5 miljoen mensen weleens gebruik van de ondertiteling.

Minder dan 10 procent daarvan, circa 400.000 mensen, doet dat met grote regelmaat.

Ongeveer de helft van de programma's van de NPO wordt live ondertiteld; denk aan alle journaals, Kassa, Pauw en Tijd voor Max. Hoewel kijkers wel weten dat een programma live is, staan ze er niet altijd bij stil dat ­iemand dus óók live moet ondertitelen.

Projectleider Jurgen Lentz: "Veel mensen weten dat niet en verbazen zich dat de ­ondertiteling bij liveprogramma's achterloopt. Alsof we helderziend zouden zijn en we van tevoren weten wat de gasten gaan zeggen."

Angstschreeuw in twee aanslagen
Vroeger moesten ondertitelaars vooral snel kunnen ­typen op een speciaal Velotypetoetsenbord. Lentz laat er eentje uit een kast halen. Op zo'n toetsenbord, met speciale indeling, kan de typist in één keer lettergrepen aanslaan. Lentz laat als grapje zijn collega 'angstschreeuw' ­typen. "Een typisch Velotypemoeilijkheidje; dat is het maximale aantal letters in twee aanslagen."

Na een jaar training met zo'n toetsenbord, haalden de ondertitelaars zo'n zes-, zevenhonderd aanslagen per minuut. Slechts één medewerker maakt er nu nog gebruik van. "De spraakherkenning is veel sneller en accurater," zegt Lentz.

Desondanks zijn er nog wel altijd mensen nodig. De spraakherkenning direct op een programma als DWDD aansluiten, levert nog te veel fouten op.

Ondertitelaar Bas ten ­Bokum: "Wij moeten het in duidelijke zinnen ­napraten. Zouden we dat niet doen, dan is bijna elke zin verkeerd of in elk geval warrig. Mensen praten met veel eh's, nee's, ja's en bijzinnetjes. Wij brengen met het napraten al een ordening aan."

Niet bij elk programma

Minimaal 95 procent van de Nederlands gesproken programma’s op de publieke omroep moet worden ondertiteld. Bij de NPO zitten ze op maar liefst 99 procent. Wat valt er dan onder die ene procent zónder ondertitels? “Het groot dictee der Nederlandse taal,” zegt Jurgen Lentz, p rojectleider Access Services. “Het lijkt een beetje een flauwe grap, maar het is wel echt waar. We hebben eens gebrainstormd over hoe we het tóch zouden kunnen ondertitelen, bijvoorbeeld door de zinnen fonetisch uit te schrijven, maar dat zag er niet uit.”

De meeste redacteuren op de ondertitelafdeling hebben een talige of communicatie-achtergrond.

Lentz: "Opleiding maakt in principe niet zo veel uit; je moet vooral een goede algemene kennis hebben - sport, geschiedenis, ­politiek - en natuurlijk foutloos kunnen schrijven. Als je moet nadenken of word met een d of een t is, ben je al te laat. Dat moet er zo uitrollen, zeker in de stress van een live-uitzending."

Sollicitanten moeten voor diverse disciplines - sport, actualiteit en spelling - een test doen voordat ze binnenkomen. En die tests zijn streng; zo moet je van de 20 dt-spellingvragen er minstens 19 goed hebben.

Praten als een robot
Terug naar hokje 3. Bas ten Bokum praat het item na waarin onder anderen Alexander Klöpping praat over sociale media. Collega Geert Kenbeek leest geconcentreerd de zinnen na, voordat ze met een druk op de knop de huiskamers in worden geslingerd.

Het napraten voor het spraakherkenningssysteem is een bijzondere vaardigheid. Om het systeem zoveel mogelijk te laten herkennen, praat Bas met een soort stem die nog het meest doet denken aan robot Robin uit Bassie en Adriaan: zonder intonatie en met afgemeten stiltes.

Dat geeft een licht komisch effect als hij even later de zinnen na moet praten van tv-recensent en vogelliefhebber Jean-Pierre Geelen, die in een item vertelt over het agressieve karakter van het roodborstje.

Ten Bokum citeert Geelen in robot Robin-stijl: 'Het roodborstje ziet er lief en poezelig uit - maar in werkelijkheid is het - de Bokito onder de zangvogels - een hooligan.' Collega Kenbeek moet er ook een beetje om gniffelen.

Na het vertrouwde 'tot zover, tot morgen!' van Van Nieuwkerk, zetten de twee hun headsets af en rollen de bureaustoel naar achter om even achterover te leunen. Hè hè, dat zit er weer op.

Ten Bokum: "Dit was een leuke uitzending. De gesprekken waren duidelijk; we hebben bijna elk woord in beeld kunnen brengen. Ik doe ook Studio voetbal. Nou, dan kun je door al die cafégesprekken waarin iedereen door elkaar praat weleens de draad kwijtraken."

Kenbeek: "Of Prem, dat is ook een lastige." Ten ­Bokum: "Pfoe inderdaad! Dan moet je scherp zijn om de lijn te blijven volgen. Ivo Opstelten daarentegen is weer heel fijn. Daar kun je zonder stressen elk woord rustig ­napraten."

Tegelijkertijd luisteren en praten
De twee redacteuren bereiden een live-ondertiteling voor aan de hand van de presentatieteksten die ze eerder op de middag al krijgen van de redactie. Ten Bokum: "Dan zien we welke fragmenten er klaar staan en zetten we de namen van de artiesten alvast in de woordenlijst."

Toch worden ze dan nog weleens verrast. "Ik moest een keer een item over Franse chansons ondertitelen, waarin de gast telkens maar met nieuwe titels van chansons bleef komen die niet in de voorbereide lijst stonden. Dan ben je wel de Sjaak."

De kunst van het ondertitelen zit hem in de vaardigheid dat je tegelijkertijd moet kunnen luisteren en praten. Want terwijl je de ene zin napraat, moet je ondertussen horen wat er gezegd wordt om de volgende zin te kunnen reproduceren.

Kenbeek: "Je moet er vooral niet te lang over nadenken. Al je dat wel doet, gaat het mis. Het moet een automatisme worden." De napraat-rol vergt de meeste concentratie. Ten Bokum: "Na een halfuur moet je echt wisselen, want de kwaliteit gaat daarna snel achteruit. Continu elke zin ­napraten is best vermoeiend."

Hebben ze weleens blunders gemaakt? Kenbeek: "Het systeem heeft ooit van prinses Ariane, prinses 'Arie Haan' gemaakt." Ten Bokum: "En ik heb eens een klassieke slappe lach gehad. Ik ben altijd vrij geconcentreerd, maar toen kwamen we er echt niet meer uit. Dat is heel vervelend, want de spraakherkenning pakt je zinnen dan niet meer op." Hij moet er nu nog om lachen: "Dat werd héél snel ­typen voor de corrector."

Na een korte pauze staan voor Ten Bokum straks ­Jinek en het late Journaal nog op het programma. Sommige van zijn collega's doen liever geen live-uitzendingen - te veel stress - maar hij vindt het livewerk juist het leukste. "Dat je samen kunt werken én onder druk kwalitatief goed werk af kunt leveren, dat zijn voor mij de krenten uit de pap."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden