PlusInterview

Zo lanceer je zonder modeachtergrond een duurzaam en eerlijk kledinglabel

In de documentaire Taking Justice volgt Chanel Trapman een oud-advocaat en een jurist die vanuit hun passie voor gerechtigheid het duurzame en eerlijk producerende modelabel J-LAB3L zijn gestart. Een hoopvol verhaal.

Chanel Trapman, kosteloos, foto: Laura van der SpekBeeld Laura van der Speks

Geen betere timing dan nu voor de lancering van ­Taking Justice. ­Wereldwijd ligt de mode-industrie plat door ­Covid-19, en wordt weer eens pijnlijk duidelijk dat vooral de makers van onze kleren in lagelonenlanden daar de dupe van zijn. Veel arbeiders zitten thuis zonder salaris, merken cancelen massaal hun orders of nemen reeds geproduceerde orders niet meer af. In Bangladesh alleen al verloren vier miljoen mensen in de kledingindustrie hun baan.

“Er gaan echt mensen sterven van de honger’, zegt Chanel Trapman, maker van de documentaire die 24 april, op Fashion Revolution Day (onderdeel van de Fashion Revolution Week die nu gaande is), werd gelanceerd op YouTube. De speciale dag en week zijn zeven jaar geleden in het leven geroepen na de instorting van kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh. Een van de initiatieven tijdens deze week, is de oproep om foto’s van kledingstukken binnenstebuiten op sociale media te plaatsen met de hashtag #whomademyclothes. Dit om aandacht te vragen voor mensen die, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, werken in de kledingindustrie, ongeveer een zesde van de wereldbevolking.

Practice what you preach

Eerder maakte Trapman (26) al de documentaire The Positive Chain of Change, waarmee ze pioniers van de duurzame kledingindustrie een stem wilde geven en aantonen dat verbinding de sleutel is tot positieve verandering. Met haar nieuwe, 24 minuten durende documentaire ­Taking Justice wil ze laten zien hóe je eerlijk en duurzaam kunt produceren, en tevens tonen dat de macht aan de consument is. “Als jij de kleinere, duurzame labels support, dan steun je ook de innovatie en laat je je omgeving en grote merken zien wat jij belangrijk vindt.”

Trapman, die tevens platform Mumster runt, volgt in de documentaire de oprichters van het eerlijk producerende en duurzame label J-LAB3L tijdens een werktrip naar India. Schoolvoorbeeld dat het allemaal kan, als je als merkeigenaar maar wíl, en bereid bent met kleinere marges genoegen te nemen. J-LAB3L werd in juli 2018 opgericht door Judith van der Wolde (32), werkzaam in de straft- en bestuursrecht­advocatuur, en jurist Janneke Honings (36). Beiden moeders, zo benadrukken ze, die hun kinderen zo opvoeden dat ze later hopelijk bewuste keuzes zullen maken die niet schadelijk zijn voor mens, dier en milieu. Onder het motto ‘practice what you preach’ besloten ze hun droom te verwezenlijken.

Zeer verbaasd

Honings: “We zijn aan onze studie begonnen vanuit een grote behoefte om bij te dragen aan meer rechtvaardigheid in deze wereld, maar uiteindelijk zaten we vooral veel achter een bureau dossiers weg te werken. Beiden hebben we een grote passie voor mode, dus hebben we onze baan opgezegd en zijn we met onwijs veel ­naïviteit dit avontuur gestart. Dat we op een ­juridische en analytische manier naar het ­produceren van een merk keken, heeft ons ­geholpen. Doordat we geen modeachtergrond hebben, dachten we niet in regeltjes en beperkingen. Toen wij na negen maanden een hele collectie hadden geproduceerd, waren kenners uit het veld zeer verbaasd, omdat zo’n beetje de regel is dat je eerst start met slechts enkele stukken.”

De collectie van J-Lab31, grotendeels in India geproduceerd.Beeld Renske Meinema

Het label wordt grotendeels in India geproduceerd, een klein gedeelte in China. Judith van der Wolde: “De fabriek in China draait alweer, maar India is volledig in lockdown. De fabriek waarmee wij werken, betaalt hun arbeiders ­gelukkig door, maar we weten niet wat de ­toekomst gaat brengen. Ook niet voor ons label. We hebben in ieder geval besloten niet mee te doen aan de uitverkoop dit jaar, ook om retailers te beschermen zodat ze hun voorraden niet kwijtraken.”

Van hun spaargeld ontwikkelden ze de eerste twee collecties, met een lening van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) konden ze een professionaliseringsslag maken. Inmiddels ligt het merk in 21 winkels in Nederland, België en Luxemburg, en sinds kort ook in een winkel in Londen.

Corruptie

Van der Wolde: ”We produceerden eerst in Indonesië, ik ben met mijn gezin naar Jakarta ­verhuisd, maar daar liep het niet helemaal lekker met de kwaliteit.” Ze vroegen advies aan ­José Koopman, specialist sustainable textile sourcing, die jarenlang werkte voor grote modemerken, zij adviseerde India als goede productielocatie. Honings: “India kent meer dan 40.000 kledingfabrieken, waarvan er slechts een handjevol fair en onder ethische omstandigheden produceert. Wij hebben als een malle online gezocht naar fabrieken met certificaten die aantonen dat ze eerlijk en duurzaam produceren. Uiteindelijk hebben we er samen met ­José vijf bezocht, waarvan de fabriek met de meeste certificaten de slechtste arbeidsomstandigheden bleek te hebben. Dat geeft wel aan hoe belangrijk het is om fabrieken echt te bezoeken. Er heerst helaas veel corruptie.”

“Tijdens de productie gaan we er ook altijd naartoe om te zien of onze kleren daadwerkelijk door hun machines gaan, en dat onze order niet door de fabriekseigenaar aan een werkplaats wordt uitbesteed met minder eerlijke arbeidsomstandigheden. Als startend merk moet je een relatie opbouwen met de fabriek, waardoor ze dat soort dingen niet durven te flikken. We gaan af en toe ook met het lokale team, één jongen en zeven vrouwen, naar de markt. Daardoor hebben we elkaar goed leren kennen. De fabriek biedt een betaalde naaiopleiding voor mensen uit de buitenwijken, de lunch wordt voor de helft vergoed, als ze extra kosten maken door ziekte of scholing kunnen ze een renteloze ­lening krijgen. Hun salaris is een ‘fair wage’ dat voldoet aan de daarvoor gestelde normen.”

Beeld Renske Meinema

Daarnaast compenseert het duo de CO2-­uitstoot van het vervoer van de collecties. In de fabriek print een gecertificeerde digitale printmachine alleen op duurzame stoffen, en op een manier die waterbesparend is en vervuiling zo veel mogelijk voorkomt. Het water dat bij de productie wordt gebruikt, wordt gefilterd in het eigen waterzuiveringssysteem en vervolgens weer opnieuw gebruikt. De energie wordt ­grotendeels gewonnen door zonnepanelen. ­Honings: “Het is een fijne plek met veel licht, er wordt veel gelachen onderling, en er is een parkje naast zodat mensen buiten kunnen lunchen.”

Judith van der Wolde en Janneke Honings, de oprichters van J-LAB3L.Beeld Renske Meinema

Eerlijk is eerlijk: hun label betekent nóg een merk erbij, ­terwijl er al zo’n overdaad is. “Dat is waar,” zegt Van der Wolde, “maar ons merk komt hélemaal vanuit onze tenen en ons hart. Wij zien het als onze missie om bij te dragen aan een positieve ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Een goede balans tussen geven en ­nemen. Het is een illusie om te denken dat mensen niets nieuws meer willen, bij ons kunnen ze dan met een gerust hart eerlijke kleren kopen.”

Zestig paar handen

De prijzen van J-LAB3L liggen tussen 69,95 en 179,95 euro. Vanwege de afname van kleinere aantallen zijn de productiekosten hoger, maar er wordt genoegen genomen met minder winst. “We weten van José Koopman dat het bij de grote merken waarvoor zij gewerkt heeft, bij de inkoop altijd ging om die laatste cent goedkoper, voor winstmaximalisatie. Maar consumenten weten inmiddels wel dat prijzen van eerlijke mode hoger liggen dan die van fast fashion.”

Honings: “Hoewel ik wel heb gemerkt dat veel consumenten nog steeds denken dat kleren ­gewoon uit een machine komen rollen. Ze hebben geen idee hoe een kledingstuk gemaakt wordt, dat er bijvoorbeeld gemiddeld zestig paar handen aan één kledingstuk werken.”

Beeld Renske Meinema

“Je hebt altijd frontrunners nodig,” zegt José Koopman in de documentaire. “Dan kun je laten zien: hallo, we kunnen gewoon een T-shirt ­maken voor een redelijke prijs van biologische katoen of mooie blouses van tencel of ecovero. Die voorbeelden heb je nodig, dan heeft een groot merk geen enkel excuus meer, dat ze het niet ook kunnen maken.”

Chanel Trapman: “Als twee meiden zonder modeachtergrond dit kunnen, dan moeten grote modebedrijven, met al hun experts in huis, dit toch ook kunnen?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden