Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Zo is de stad ook leuk, op ooghoogte met je rechterhand uitgestrekt

PlusBabs Gons

Babs Gons

“Kijk,” roept een vriend en wijst omhoog. “Wat een mooi beeld.”

Ik kijk met hem mee en zie in de gevel een prachtig uitgehouwen hoofd in steen.

“Hier ook,” roept hij enthousiast en warempel, ik zie overal op de gevels mooie beelden.

We staan in mijn straat. De straat waar ík al ruim acht jaar woon. Die beelden waren me nooit eerder opgevallen. Sterker nog, als je me op een willekeurig moment in de straat had aangehouden en gevraagd of de gevels aan mijn kant van de straat beelden hadden, had ik zonder twijfel nee gezegd. En nu sta ik hier mee te kijken met iemand die warempel ook nog eens uit een andere stad komt.

Ik voel dat ik er een beetje chagrijnig van word, hoezo liep ik hier al die jaren aan voorbij? Kijk ik dan nooit omhoog? Als we daarna verder lopen door de stad, hou ik mijn hoofd in mijn nek, want ik ga me niet meer laten verrassen door beelden, ornamenten en andere kunst die overal aan gevels prijken en ik tot nu toe letterlijk over het hoofd heb gezien. ‘Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy’, hoor ik Shaffy zingen, al bedoelde hij er niet mee dat we naar de gevels moeten kijken.

Weken later ga ik nog steeds met mijn blik omhoog gekeerd door de stad, geen beeld ontgaat me nog. Bij de kindertjesbrug in Zuid, stap ik even af om de beelden van kinderen met armen vol dieren te bewonderen. Hier was ik toch ook al tig keer voorbij gereden.

Als ik weer verder fiets, zie ik een jongetje voor me dat alles aanraakt waar hij bij kan met zijn rechterarm. Het neemt me even terug naar vroeger en ik vergeet de beelden. Achter hem aan fiets ik met mijn rechterhand uitgestrekt. We raken blaadjes aan van struiken, lantaarnpalen, neuzen van honden en bijna de dikke winterjassen van voorbijgangers, maar natuurlijk niet echt. Zo is de stad ook leuk, op ooghoogte met je rechterhand uitgestrekt.

Als ik na een tijdje mijn koud geworden rechterhand in mijn jaszak steek, sjeest er iemand voorbij in korte broek. En dichter bij huis zie ik weer iemand in korte broek. En een dag later als ik de bh-brug naar IJburg oversteek, fietst er weer iemand heel nonchalant met een korte broek voorbij. Ik vind ze wonderbaarlijk, de mensen die onder de 10 graden kort gebroekt gaan. Als je erop let, lijkt het wel of er altijd wel iemand is, op elk moment, in elk stadsdeel met een shortje in de kou. En overal zijn beelden. En kinderen op fietsen die de wereld op ooghoogte proberen te voelen met hun vingertoppen.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden