PlusAchtergrond

Zo bouwt een Rotterdams enfant terrible aan een duurzaam kasjmierimperium

De activistische ondernemers Fons en Jacqui Burger hopen hun duurzame label So Good To Wear een financiële injectie te geven. Na vijf jaar pionieren willen ze nu knallen. Hoe het Rotterdamse enfant terrible, oprichter van voormalig housetempel Nighttown, fokker werd van zijn eigen kasjmiergeitenras in Nepal.

Kajsmier is warm, vederlicht en jeukt niet. Beeld Getty Images/iStockphoto
Kajsmier is warm, vederlicht en jeukt niet.Beeld Getty Images/iStockphoto

Kom bij Fons Burger (68) niet aan met de woorden dat iets niet kan. Laat staan ‘zoiets eenvoudigs’ als een paar geiten naar Nepal exporteren. Anderhalf jaar politiek gesteggel heeft het uiteindelijk gekost. Bijna was alles voor niks toen de drie bokken en evenzo­vele vrouwtjes dan eindelijk ’s nachts vanuit Australië op de farm waren gearriveerd, in speciaal gebouwde hokken waarin ze zich konden bewegen, maar niet konden bezeren, inclusief tickets goed voor 35.000 euro. De beestjes sprongen direct over de omheining en renden de duisternis in. “Iedereen er in paniek achteraan, gelukkig waren ze wit en hebben we ze teruggevonden.”

“Prachtige, trotse beesten, zijn het. Vooral de bokken zijn huge,” zegt Burger. “Met lange witte haren. Zodra ze in Nepal waren schoot meteen de krul erin, waardoor het net blonde rastafari’s werden.”

Fons en Jacqui Burger (55) – ‘sjiek voor Sjakie, ik ben vernoemd naar mijn vader’ – zitten boordevol verhalen over hun kasjmieravontuur. Als locatie voor hun project om de vroeger welig tierende, maar door ecologische schade en urbanisatie teloorgegane kasjmierindustrie nieuw leven in te blazen kozen ze het epicentrum van de eerste aardbeving in 2015: het volledig verwoeste stadje Gorkha. Waar de miljarden die werden ingezameld voor de slachtoffers in heel Nepal nooit zijn aangekomen. De Burgers besloten de inwoners weer economisch perspectief te bieden, iedereen verklaarde ze voor gek. Ook omdat kasjmiergeiten op slechts 1000 meter hoogte niet zouden kunnen overleven, en er op dat moment ter plaatse alleen nog ‘een onduidelijke mix van vleesgeiten’ rondliep. Maar dankzij hun Pippi Langkousmentaliteit – ‘dat kan toch niet zo moeilijk zijn’ – hebben ze het toch geflikt.

Het avontuur begon ietwat toevallig. Op reis in Nepal zag Fons – die net zelf de zaligheid van het materiaal had ontdekt – overal kasjmier in de struiken wapperen, waar de bevolking gewoon aan voorbijliep. “Terwijl het een waardevolle grondstof is, het wordt niet voor niets wel het zachte goud genoemd.”

Fairchain

Het idee om er iets mee te gaan doen was geboren. Met hun bedrijf GoodToGive helpt het Rotterdamse duo al jaren start-ups in arme landen bij het ontwikkelen van fairtradeproducten die door Nederlandse designers worden ontworpen. Waarbij de focus ligt op fairchain, in plaats van alleen fairtrade. Fons: “We willen voor elke fase van het productieproces verantwoordelijkheid dragen. Een product kan namelijk wel in elkaar worden gezet in een fabriek met goede arbeidsomstandigheden, maar dan kunnen de geiten nog wel asociaal behandeld worden. Of mensen in de spinnerij werken met een slot op de nooduitgang – geloof me, we hebben het gezien.”

Jacqui: “In Australië wordt op veel farms de kont van een levend schaap gevild, mulesing heet dat, omdat ze bang zijn voor urine, poep en vliegen in de vacht. Verschrikkelijk.”

“Lang ging ik mee in het idee dat we met z’n allen kleine stapjes moeten zetten qua duurzaamheid en ethiek, maar ik word steeds activistischer en wil helemaal geen compromissen meer sluiten.” Hun huis in Rotterdam is ook volledig duurzaam, met een grijswatercircuit, 36 zonnepanelen en 120 hydro pipes op het dak.

So Good To Wear is een zogeheten not-for-profitlabel. Beeld Barrie Hullegie
So Good To Wear is een zogeheten not-for-profitlabel.Beeld Barrie Hullegie

Luis in de pels

De drang om de wereld te verbeteren heeft er bij de slagerszoon uit Zandvoort altijd al ingezeten. Als hoofdredacteur en onderzoeksjournalist van Nieuwe Revu deed hij onderzoek naar schandalen rondom ontwikkelingswerk, versloeg hij conflicten in midden- en Zuid-Amerika, en dook hij in de niet altijd ethische werkwijze van rijke industriële Nederlandse families. In 1973 bouwde hij met Derk Sauer het vakbondsblad voor dienstplichtige militairen om tot actiekrant. “Wij waren een luis in de pels van de legerleiding, zo pleitten we onder meer voor lange haren in het leger.”

In thuishaven Rotterdam wordt Burger wel bestempeld als enfant terrible. Zelf houdt hij het op ‘vriendelijke anarchist’. Hij verdiende zijn brood een tijd als zanger-pianist en begon muziekcafé Rotown en nachtelijk uitgaanscentrum Nighttown, dat een belangrijke rol speelde in de Nederlandse housescene.

Jacqui Burger dankt haar onderhandelingskwaliteiten, zegt ze, aan het feit dat ze is opgegroeid met dove ouders. “Al jong was ik druk in de weer om voor een grote groep doven van alles op te lossen, dus een eigen kledingmerk opzetten, hoe moeilijk kon dat zijn?” Ze werkte lang in de communicatiewereld, was grootverbruiker van designerkleding én liefhebber van Stella McCartney en Ali Hewson van Edun, pioniers op duurzaam vlak.

Het kasjmiermerk van de Burgers, So Good To Wear, is een zogeheten not-for-profitlabel. “We willen wel winst maken, maar doen het niet voor de winst en doen ook niet alles voor de winst. We zijn een coöperatie, iedereen die werkzaam is bij het merk is ook mede-eigenaar.”

Door de populariteit van kasjmier is de handel erin wereldwijd sterk vercommercialiseerd, waarbij er ‘nul komma nul aandacht is voor het welzijn van de dieren, de natuur en de arbeiders’. “De Nepalezen beheersen de techniek om schitterend dunne kasjmier te weven met geweldige isolerende eigenschappen. Een ambacht waarvoor jarenlang nauwelijks aandacht was, waarbij India en China hun uiterste best hebben gedaan Nepal uit te sluiten van de markt,” zegt Fons Burger.

Pentagon

“Wij bouwen de kasjmierindustrie weer vanaf de grond op door verse bloedlijnen te introduceren met een nieuw ras met topkwaliteit kasjmier.” Ze gingen te rade bij een Amerikaanse veearts die in Toscane een kudde van zeventig kasjmiergeiten had lopen. “Zij had al eens zo’n importproject gedaan, kosten: zes miljoen, gefinancierd door het Pentagon voor de weder­opbouw van Afghanistan als vergoeding voor de schade die het Amerikaanse leger er had aangericht. Maar dat was door het vervalsen van bloedstalen uitgelopen op een volledige mislukking. Zij tipte ons een aantal superkasjmiergeiten naar Nepal te brengen en daar te kruisen met een ras wat kan overleven op grote hoogte. Het land had wel schapen, maar nog nooit een geit geïmporteerd, dus douanetechnisch was dat ingewikkeld. Uiteindelijk hebben we ‘schapenbokken’ geïntroduceerd die verdacht veel op geiten leken.”

2021 moet het jaar worden waarin het merk de wereld gaat veroveren. Beeld Barrie Hullegie
2021 moet het jaar worden waarin het merk de wereld gaat veroveren.Beeld Barrie Hullegie

Maar goed, ze zijn er nu, en hoe. “Als ze het ergens niet mee eens zijn gaan de bokken op hun achterpoten staan en met hun voorpoten slaan. De Nepalese mannen op de farm zijn als de dood voor ze, terwijl de vrouwen er een natuurlijk overwicht blijken te hebben.”

Ze hebben 22 mensen aan het werk in Nepal, evenveel mannen als vrouwen, tegen gelijke fairlivingwages en verantwoordelijkheden. Jacqui Burger: “Toen we dat plan presenteerden moest één Nepalees zo hard lachen, dat hij bijna onder de tafel verdween. Een week later echter was hij 180 graden gedraaid, omdat hij ineens een betere toekomst voor zijn dochter voorzag.”

De moederfarm, waar het ras wordt gefokt, bevindt zich in Methinkot. De eerste satellietfarm staat in Gorkha. Jacqui Burger: “Het is zó mooi daar, telkens als ik er door een raam kijk, denk ik dat iemand er een poster heeft opgehangen.”

Dankzij een crowfundactie waarbij mensen een geit konden adopteren, hebben ze er inmiddels honderden beesten lopen. Bok Ron is vernoemd naar hun aan de spierziekte ALS overleden vriend, chef-kok Ron Arnold.

Uiteindelijk moet de gehele productieketen, van geit tot kledingstuk, in Nepal onder hun toezicht gaan plaatsvinden, ‘zonder tussenhandelaren die in een Mercedes wegrijden, terwijl veel locals nauwelijks fatsoenlijk kunnen leven’. Dat lukt nu nog niet helemaal. Er gaan enkele generaties overheen eer de perfecte geit geboren is, en de opgezette spinnerijen leveren nog te weinig op. “Nu werken we nog met een duurzame, diervriendelijke Chinese producent.”

Tikkeltje sexy

Het merk So Good To Wear werkt op basis van traditioneel Nepalees vakmanschap: breitechniek, afwerking, kleuren met natuurlijke grondstoffen, gecombineerd met Westers design. Voorheen was de signatuur androgyn, met de nieuwe collectie is deze vrouwelijker en een tikkeltje sexy geworden. Met ontwerper Mark van Vorstenbos is een kerncollectie ontwikkeld, een nieuw team knitwearexperts stortte zich op een basiscollectie waarin wordt geëxperimenteerd met blends, zoals kasjmier met hennep, linnen of katoen, alles uit Nepal. “Geen mutsige twinset, maar statementpieces voor city rebels.”

2021 moet het jaar worden waarin het merk de wereld gaat veroveren. Na vijf jaar willen ze ‘verdomme eindelijk weleens’ grootse internationale erkenning voor hun pionierswerk. Het aantal salesagenten is uitgebreid, net als het aantal verkooppunten (in Amsterdam bij Azzurro Due en Moise Store.) Onlangs kregen ze ondersteuning van de overheid. Een ‘dame die agent was van Rick Owens’ en de voormalig ceo Benelux van Wolford hebben het team versterkt. Op de ideële investeerdersmarkt verwachten ze binnenkort een kapitaalronde binnen te halen. “We zijn klaar voor de volgende stap.”

Niet scheren, maar kammen

Kasjmiergeiten leven traditioneel op vier- tot zesduizend meter hoogte. ’s Winters groeien ze een ondervacht tegen de kou, die ze ’s zomers weer kwijt willen. Het is die ondervacht, traditioneel gewonnen door ze te kammen, die wel het zachte goud wordt genoemd. Bij op het juiste moment kammen laten de haren makkelijk los, en komt er genoeg vanaf voor één à twee truien. Kasjmier kan tot acht keer zo warm zijn als schapenwol, daarbij is het vederlicht en jeukt niet. Bij goedkope versies is de wol vermengd met bijvoorbeeld een synthetische stof als acryl. Ook de lengte van de gebruikte wolvezels speelt mee in de prijs: lange vezels pillen minder snel dan korte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden