Plus

Zitten we zonder roofkunst straks met lege zalen?

Het Tropenmuseum en het Rijksmuseum zijn bereid koloniale kunst terug te geven. Ook Frankrijk en België praten over roofkunst. Wat moet er terug, waar komt het terecht en zitten landen er wel op te wachten?

Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika bij Brussel heet nu AfricaMuseum. Het is uitgebreid en totaal anders ingericht. Beeld Jo Van de Vyver/Africa Museum

"Gesnelde koppen en schedels. Voor ons een curiosum, daar heeft het een andere betekenis," vertelde Adriaan van Dis vorige week in Nieuws­uur. De schrijver stond voor een vitrine met mensenschedels in het Tropenmuseum, naar aanleiding van het nieuws dat roofkunst onder bepaalde criteria kan worden teruggegeven aan het land van herkomst.

Het bekijken van museale objecten uit een voormalige kolonie was voor Van Dis blijkbaar nogal ongemakkelijk: "Uiteindelijk heeft men toch ook een beetje de ziel van een volk weggenomen en dat staat nu hier in het Tropenmuseum."

Dialoog
De Europese blik op oude voorwerpen uit Afrika, Azië, Oceanië, Australië en Amerika is de afgelopen jaren dramatisch veranderd. Vroeger werden deze objecten vooral gezien als een 'primitieve' kunstvorm, die dichter bij de natuur stond en dus puurder was dan kunstwerken die in de moderne, westerse wereld waren ontstaan.

Kunstenaars als Picasso werden geïnspireerd door Afrikaanse maskers en er ontstond een levendige handel in etnografica. Het duurde lang voordat kunst uit niet-westerse landen op zichzelf gewaardeerd werd.

De opening van Musée Quai Branly in Parijs (2006) was een mijlpaal. Eindelijk werden de topstukken uit verre windstreken net zo voornaam gepresenteerd als de Venus van Milo of de Mona Lisa in het Louvre.

Nog steeds is de opstelling in Quai Branly vooral esthetisch, met gedempt licht en objecten die opdoemen uit donkere nissen. Het museum wil een 'dialoog tussen culturen' op gang brengen; het koloniale verleden wordt niet of nauwelijks genoemd in de zaalteksten.

Toch woedt ook in Frankrijk het debat over teruggave van roofkunst uit de voormalige koloniën. Een rapport dat werd opgesteld in opdracht van president Emmanuel Macron pleit voor repatriëring van kunstvoorwerpen die Franse musea tussen 1885 en 1960 hebben verworven.

In Nederland moet in geval van een claim worden aangetoond dat er onvrijwillig afstand is gedaan van een object. Macron wil de zaak omdraaien: als niet kan worden aangetoond dat de spullen op een eerlijke manier naar Frankrijk zijn gekomen, mogen ze terug.

Geschat wordt dat het gaat om ongeveer de helft van de 90.000 objecten. Handelaren vrezen dat de markt voor etnografica instort. Liefhebbers zijn bang dat er in Quai Branly straks weinig meer te zien zal zijn.

Digitale musea
Ook in België wordt gediscussieerd over repatriëring van kunstwerken. In Tervuren bij Brussel werd onlangs na een renovatie van vijf jaar het AfricaMuseum heropend. Koning Leopold II nam het initiatief tot de bouw van het museum, dat in 1910 werd geopend. Het bezit een enorme collectie Afrikaanse objecten, waarvan een groot deel werd buitgemaakt in Congo, destijds een Belgische kolonie.

Het voormalige Koninklijk Museum voor Midden-Afrika is nu uitgebreid met een nieuw gedeelte en is totaal anders ingericht. Men heeft de collectie nadrukkelijk gecombineerd met werk van hedendaagse Afrikaanse kunstenaars. Ook is geprobeerd de namen te achterhalen van anonieme makers.

Directeur Guido Gryseels staat 'open en constructief' tegenover teruggave van objecten. "Maar Congo heeft geen nationaal museum en ook geen capaciteit voor het beheer, de opslag of restauratie van een grote collectie. Op korte termijn is er geen sprake van teruggave, tot die tijd zijn afspraken gemaakt om bijvoorbeeld mensen in Afrika op te leiden."

Gryseels pleit ervoor dat Europese musea helderheid verschaffen over hun collectie. "Het zou goed zijn als musea hun eigen inventaris zouden delen. Want nu weet niemand in Afrika waar de objecten zich bevinden. Het zou transparanter zijn als musea hun collecties digitaal openstellen."

De kans dat er straks geen objecten meer in Europa overblijven, is volgens Gryseels klein. "In Nederland wilde men eens meer dan tienduizend objecten aan Indonesië teruggeven, maar daar wilden ze maar een paar honderd voorwerpen aannemen. Die landen gaan ook met hun tijd mee. Musea gaan heel anders te werk dan vroeger. Vroeger werd alles aanvaard, tegenwoordig is men veel selectiever."

AfricaMuseum. Beeld Jo Van de Vyver/Africa Museum

De criteria voor teruggave zijn volgens Gryseels in België nog niet helder. "Je wordt geconfronteerd met allerlei voorwaarden. Menselijke resten en geplunderde voorwerpen lijken in aanmerking te komen, maar voor veel andere objecten is het minder duidelijk."

"Een van de grootste vragen is: wat kan bewezen worden? Is alles uit Afrika per definitie roofkunst? Daar moet meer onderzoek naar gedaan worden. Wat willen de landen zelf? En wie is de gesprekspartner? Specifieke families, musea, overheden?"

Moraal van de geschiedenis
Beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen vindt het jammer dat veel kennis over etnografische objecten in musea verloren gaat. "Rembrandt en Vermeer zijn heel lang bestudeerd. Dat zit in het dna van kunstliefhebbers. Het is jammer dat conservatoren die verstand hebben van niet-westerse kunst nu worden vervangen door mensen die gefocust zijn op het koloniale verleden. Ze vinden de moraal van de geschiedenis belangrijker. De objecten zelf worden leidend voorwerp en daarmee verliezen ze een deel van hun betekenis."

"Er zijn ontzettend veel misverstanden over niet-westerse kunst. Neem dat verhaal van Adriaan van Dis. Die schedels in het Tropenmuseum zijn gewoon voorouderschedels. Papoea's werden gedecoreerd begraven. Het is te vergelijken met een Nederlandse grafsteen. Hier krijgen veel mensen een grafsteen; na tien jaar wordt het graf geruimd. Dat ging met Papoea's ook zo. Dat heeft niets met roofkunst te maken."

"Stel dat je telefoon krijgt: 'We hebben een grafsteen uit 1936 gevonden van mevrouw Pieterse, wil je die terug? Want dat is vast heel belangrijk voor jou.' Dat zou toch heel vreemd zijn?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden