Plus

Zijn er nog schrijverscafés in Amsterdam?

De Pels, De Zwart en nog een paar cafés golden lang als de schrijverscafés van Amsterdam. Auteurs die met elkaar dronken en de stand van de letteren doornamen. Bestaan ze nu nog?

Schrijvers Geerten Meijsing (l) en P.F. Thomése in De Zwart, 1991. Beeld Frans Schellekens/HH

Hoe lang is het geleden dat je een rondje door de stad kon fietsen en dan bijna alle beroemde schrijvers kon zien drinken? Naar De Zwart, waar A.F.Th. van der Heijden, Jean-Paul Franssens en P.F. Thomése grote glazen bier dronken. Of je ging naar Welling, of De Pels, De Doffer, Schiller, De Engelbewaarder, Eijlders. Je kon Thomas Rosenboom, Kester Freriks, Joost Zwagerman aanraken.

Wie nu op vrijdagavond langs de cafés schuimt, zoekt tevergeefs naar een kluitje (vooral) schrijvende mannen. Die scène bestaat niet meer. A.F.Th. van der Heijden schrijft vooral, P.F. Thomése woont al jaren in Haarlem en Jean-Paul Franssens is dood.

En de jeugd dan, neemt een nieuwe generatie schrijvers dan niet de plaats in van 'de oudjes'? Zoals het zou horen?

Hotelbars
"Ik raak vrij snel ontmoedigd van schrijversgesprekken in het café," zegt Daan Heerma van Voss, een voorhoedespeler van de nieuwe, jonge generatie schrijvers. "Veel geroddel, veel geklaag. Maar over het algemeen is het gehang in cafés heel erg veranderd, het wordt veel minder gedaan. En dat schrijvers bij elkaar plakken en uren zitten te drinken, is een mythe. Gewoon in cafés zitten is een beetje uit, jonge schrijvers die graag willen paraderen gaan naar lobby's van hippe hotels. De jonge garde die niet zozeer schrijver wil zijn of spelen, maar gewoon graag schrijft, werkt ook na kantooruren door. Er moet natuurlijk wel gewoon brood op de plank komen. Ik zou zelfs zeggen dat de schrijver iets burgerlijker is geworden."

Maartje Wortel zegt dat zij zo ongeveer de slechtste is om te vragen naar plekken waar schrijvers nog drinken. "Ik zit nooit met schrijvers op drinkplekken. Wel met mijn vrienden. En dan hou ik het allermeest van Café L' Affiche. Daar zitten trouwens ook weleens andere schrijvers, zoals Saskia de Jong. Verder hang ik vooral bij mensen thuis of in restaurants. Veel schrijvers houden van hotelbars. Dat is wat ik weet, maar ik zit er zelf nooit. Ik denk dat de samenkomsten vooral plaatsvinden tijdens boekpresentaties en voorleesavonden. En daarna verder naar de kroeg, om het even welke plek."

"Uit De Pels en De Zwart blijf ik sowieso weg. Ik hou niet van 'de schrijver uithangen'. Niet iedereen doet dat daar natuurlijk, maar ik heb daar vaak het idee alsof het vooral een show is. Alsof schrijvers in dat café gaan zitten omdat ze schrijven. Natuurlijk is het fijn om met gelijkgestemden een biertje te kunnen drinken, maar doet doe ik dan liever in eh, ja gewoon een kroeg. Niet dat zelfbewuste. Kortom: aan mij heb je niets, maar drinken kan ik wel."

Herenpils

A.F.Th. van der Heijden schreef over die avonden in De Zwart in zijn requiem Asbestemming (Querido, 1994) 'We dronken (...) grote, koude glazen bier met het bijna kauwbare schuim, waar De Z. het patent op heeft. Het kleine café liep nu, halfzes, snel vol. Er vormden zich steeds meer groepjes, die soms als tandraderen in elkaar grepen, met ellebogen en schouders elkaar aan het draaien brengend, en je moest niet vreemd opkijken wanneer je, na zo'n draaibeweging, opeens tot een ander gezelschap behoorde. Het overkwam mij tussen mijn zesde en zevende herenpils.'

Ilja Leonard Pfeijffer schreef ook over Amsterdamse schrijverscafés in zijn deze week verschenen Brieven uit Genua (De Arbeiderspers). Uit het hoofdstuk Brieven aan mijzelf op jongere leeftijd: 'In De Zwart, De Pels en De Doffer kwam je toen nog niet, want je hebt nog niet gedebuteerd en bent nog geen vieze oude snob van boven de dertig die Amsterdam beschouwt als een verlepte minnares met wie je hangend aan de toog zoete witte wijn lebbert met een dubbele wodka ernaast zonder ijs om het moment van de vreugdeloze seks op een verzuurde mansarde nog even uit te stellen als in een cartoon van Peter van Straaten.'

De Nachtploeg
Ook Mano Bouzamour hangt niet vaak in Amsterdamse cafés rond. "Als ik met collega's een biertje doe, is dat elke keer ergens anders. Er is niet echt een vaste hang-out. Hotelbars? Ik heb wel een keertje met Herman Koch op de bovenste verdieping van het Okura cocktails zitten drinken tot laat terwijl we het zachtjes hadden over werelddominatie, maar verder?"

Jan van Mersbergen ontmoet wel eens collega's in De Pels. Maar daar blijft het bij. Hij maakte deel uit van de Nachtploeg, een club schrijvers die afspraken maakte waar elkaar te ontmoeten. Ook de Nachtploeg had niet echt een vaste kroeg. Carolina Trujillo zat erbij. Zij noemt De Pels en De Doffer, maar wil niet specifieker worden: "De verstopplekken voor bier als het café dicht is, kan ik niet bekendmaken, en over de obscure badkuipfeesten zouden we nooit wat vertellen, dus ik vrees dat ik je niet echt kan helpen."

James Worthy is beslister: "Over schrijverscafés kan ik kort zijn. Ik vind schrijvers vrijwel altijd onuitstaanbare mensen. Ze praten alleen maar over zichzelf, hebben een Godcomplex, en zijn eigenlijk gewoon niet aardig. Ik drink dan nog liever een biertje onder een brug."

Betekent dit de teloorgang van het schrijverscafé?
Maurice Seleky, organisator van Jonge Schrijversavond: "In mijn beleving zijn er niet of nauwelijks meer specifieke schrijverscafés waar je standaard grotere groepen schrijvers aan kan treffen in Amsterdam. Wel zie je kroegen en cafés die een clientèle aantrekken met overwegend creatieve beroepen, waaronder schrijvers, maar ook muzikanten en filmmakers, bijvoorbeeld Lux en Weber. Ook zie je dat grotere groepen schrijvers zich verzamelen op boekpresentaties bij uitgeverijen en tijdens literaire avonden op bepaalde locaties, zoals tijdens Kalf in De Koe of tijdens Sunday in the Village in Tabac of in Bar Bukowski."

Het schrijverscafé lijkt dood, de jeugdige generatie schrijvers schrijft vooral. Jammer voor de 'gewone' caféganger; schrijvertjes kijken is er niet meer bij.

Dit is deel 3 van serie de Boekenstad. De eerste aflevering 'Boeken moet je voelen, ruiken, proeven' stond 16 februari in de krant. Aflevering 2 'Zij die ons de winkel in kunnen lokken' stond 24 februari in de krant. Volgende aflevering: de kleine uitgeverijen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden