PlusAchtergrond

Zelfportretten in het Van Gogh: het eigen hoofd als studieobject

In de 19de eeuw schilderden kunstenaars zichzelf vaak om te oefenen en te experi­menteren. Soms poseerden ze als de gekwelde kunstenaar, maar op In the Picture hangen ook totaal andere portretten.

Gustave CourbetBeeld Musée Fabre, Montpellier

Hij ziet er een beetje sip uit. Ingevallen wangen, bleke neus. Vincent van Gogh zit ergens binnen, maar heeft een dikke jas aan en een bontmuts op. Het is januari 1889 en de schilder is net ontslagen uit het ziekenhuis van Arles. Daar was hij op kerstavond opgenomen nadat hij zijn linkeroor had afgesneden. Daarvan getuigt de witte doek om zijn hoofd.

Achteraf vond hij die waanzinnig actie een beetje genant. Door een zelfportret te schilderen waarop het verbonden oor ook te zien was, stelde Van Gogh zich dus kwetsbaar op. Maar het schilderij getuigt ook van zijn hernieuwde kracht om weer te gaan werken. Op de achtergrond staat een ezel met een nieuw doek, ernaast hangt een Japanse prent. Die verwijst naar een utopische toekomst, vol troostrijke kunst met een positieve inhoud. Daar was hij in Arles al langer naar op zoek. “Ik houd goede hoop,” schreef hij aan zijn broer Theo. “Maar ik voel me zwak en een beetje onrustig en angstig. Wat hopelijk zal overgaan naarmate mijn krachten terugkeren.” De schilder was slachtoffer van zijn eigen driften, maar ook vastbesloten om zijn leven een positieve wending te geven.

Ontsnappen aan conventies

Met zelfportretten zoals deze groeide Van Gogh na zijn dood uit tot het archetype van de lijdende kunstenaar. Maar Van Gogh was niet de eerste die zo zijn getroebleerde bestaan vastlegde. Gedurende de hele 19de eeuw probeerden kunstenaars zich te ontworstelen aan academische regels en andere conventies, om ruim baan te geven aan hun eigenlijke, individuele zienswijze. Hun persoonlijkheid werd daarmee onderdeel van hun werk en het zelfportret een uitgelezen genre voor een kunstenaar om zijn artistieke of persoonlijke identiteit zichtbaar te maken, of een maatschappelijke positie te etaleren.

Van Gogh schilderde zichzelf vaak en het is verleidelijk om in deze reeks zelfportretten te zien als een verkenning van zijn identiteit. Maar je kunt het ook interpreteren als gemakzucht. Hij wilde graag portretten leren schilderen en koos gewoon zijn eigen hoofd als studieobject. Zijn spiegelbeeld was een gratis model. Daarom maakte hij ook zoveel zelfportretten in Parijs, toen hij allerlei nieuwe schilderstijlen wilde uitproberen.

Mina Carlson-BredbergBeeld Prins Eugens Waldemarsudde, Stockholm

Zelfportret met verbonden oor hangt normaal gesproken in The Courtauld Gallery in Londen, dat vanwege een verbouwing langere tijd dicht is. Nu vormt het schilderij het startpunt van de tentoonstelling In the Picture, met 75 kunstenaarsportretten uit de periode van 1850 tot 1920, van kunstenaars zoals Eugène Delacroix, John Singer Sargent, Edvard Munch, Charley Toorop, Paul Cézanne en Helene Schjerfbeck. Er zijn zowel zelfportretten te zien als portretten van kunstenaars, die gemaakt zijn door collega’s.

Gustave Courbet schilderde zichzelf meer dan veertig jaar vóór Van Gogh als een zelfbewuste, antiautoritaire bohemien. In een zelfportret met als titel De wanhopige vereeuwigde hij zichzelf al in een gekwelde pose. In Man met pijp kiest hij een realistischere invalshoek. Met zijn ongekamde haren en ruige baard kijkt hij vanuit de hoogte op de toeschouwer neer. Hautain en nonchalant tegelijk, pijpje in de mondhoek. Dit is een kunstenaar die zich niets laat wijsmaken, die wars is van autoriteit.

Mooie mesdames

Al waren vrouwelijke kunstenaars in de 19de eeuw zwaar in de minderheid, op de tentoonstelling hangen relatief veel schilderijen van hen. En die zijn van hoog niveau. Thèrese Schwartze, die destijds ‘Koningin van de Nederlandsche Schilderkunst’ genoemd werd, schilderde zichzelf met een vriendelijke, onderzoekende blik en in haar linkerhand draagt ze penselen en een groot palet. Ze maakte het op uitnodiging van de Uffizi in Florence.

Mina Carlson-Bredberg vestigde zich na een stukgelopen huwelijk in haar eentje in Parijs. Terwijl veel vrouwelijke kunstenaars zichzelf destijds afbeeldden als mooie mesdames, poseert Carlson-Bredberg nadrukkelijk als kunstenaar, met eenvoudige kleding in een donker interieur.

Vincent van GoghBeeld The Courtauld Gallery, Londen

De tentoonstelling maakt ook nog een paar uitstapjes naar de periode na de Tweede Wereldoorlog. Verder is er nog een videocompilatie van acteurs die Vincent van Gogh hebben gespeeld. Met natuurlijk Kirk Douglas, met vlag en wimpel de meest invloedrijke Van Gogh-vertolker uit de filmgeschiedenis.

Van Francis Bacon zijn twee schilderijen opgenomen waarin Van Gogh figureert als een getormenteerde, lijdende kunstenaar die alles overheeft voor zijn kunst. Minder geslaagd zijn de werken van Guillaume Bruère. De Franse kunstenaar maakte vorig jaar een reeks werken op papier, die gebaseerd zijn op de zelfportretten van Van Gogh. Hij haakt aan bij de expressionistische traditie, maar voegt daar niets bijzonders aan toe.

Veel geslaagder is Van Gogh als filiaalmanager van Emo Verkerk, gemaakt in 2015. Een kassa staat centraal in de compositie, Van Gogh zelf is een beetje naar de rechter onderhoek verhuisd. Verkerk baseerde zich niet op een van de vele geschilderde portretten van de kunstenaar, maar op het enige fotoportret van Van Gogh. Dat werd gemaakt toen Vincent 19 jaar was en nog geen ambitie had om kunstenaar te worden. Hij draagt een keurig kostuum en lijkt niet helemaal gelukkig. In zijn zorgelijke blik lijkt toch al iets van een gewelde geest door te dringen.

In the Picture: t/m 24 mei in Van Gogh Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden