PlusMuziekrecensie

Zehetmair speelt Bach zonder uitzondering schitterend

De Oostenrijkse violist Thomas Zehetmair heeft voor de tweede maal in zijn leven de drie sonates en drie partita’s voor viool solo van J.S. Bach op de plaat vastgelegd. De verschillen tussen de twee konden niet groter zijn.

Klassiek Thomas Zehetmair Sei solo (ECM New Series)

Ten tijde van de eerste opnamen speelde hij als vroege twintiger nog in Concentus Musicus, het orkest van Nikolaus Harnoncourt, een van de aartsvaders van de oudemuziekbeweging. Bij Harnoncourt deed hij zijn eerste verkenningen op de darmsnaren van de barokviool. Samen met de dirigent nam hij de sonates en partita’s noot voor noot door, maar toen hij in 1983 zijn eerste opname van de stukken maakte, koos hij toch voor een moderne viool en dito stok.

Verschillende stokken

Voor zijn tweede opname – 33 jaar later en 33 jaar vertrouwder met de specifieke moeilijkheden van een instrument en een stok uit de tijd van Bach – nam hij een viool uit 1685 van een onbekende Zuid-Tiroler meesterbouwer (voor de partita’s) en een viool uit 1750, gemaakt door Joannes Udalricus Eberle (voor de sonates) ter hand. 

Hij gebruikte ook twee verschillende stokken. Een korte voor het spectaculaire virtuozenwerk in bijvoorbeeld de Corrente. Double. Presto uit de Partita nr. 1 en een langere en zwaardere voor de eeuwig verbijsterende Ciaconna uit de Partita nr. 2 en andere delen met meer gravitas en melodische spanwijdte. Hij bespeelde de violen zonder kinstuk en schoudersteun, om ‘zo dicht mogelijk bij Bach en de klank en speelwijze van zijn tijd te komen’.

Zehetmair nam de stukken op in de Propstei St. Gerold in Tirol, een kleine kerk waarvan de akoestiek in hoge mate bijdraagt aan deze geweldige uitvoeringen van Bachs meesterwerken. Hij gaf ze de overkoepelende titel Sei Solo, waarin je de aanmoedigende kunstenaarsverzuchting ‘wees alleen’ kunt lezen (de suggestie van eenzaamheid wordt door de kerk­akoestiek nog versterkt), al zal hij zes solo’s hebben bedoeld – maar waarom schreef hij dan niet Sei Soli?

Zilveren toon

De stukken vallen in twee categorieën uiteen. De Partita’s zijn reeksen van gestileerde barokdansen en daarmee speelser en minder formeel dan de soms ongenaakbaarder Sonata’s, waarin altijd een fuga zit. Maar het onderscheid is niet streng. Het Andante uit de Sonate nr. 2 is misschien wel het emotioneel aansprekendste deel van allemaal.

Zehetmair speelt de stukken zonder uitzondering schitterend en zelfs meer dan dat. Als ik ook eens iets mag zeggen, vind ik dit geloof ik de allermooiste opname van de Sei Solo die ik ooit heb gehoord. Dat zit hem behalve in de uitzonderlijke technische en muzikale beheersing die Zehetmair tentoonspreidt (neem de echo-effecten in het Allegro van de Sonate nr. 2 – overtuigender kan het niet), vooral ook in zijn dooraderde zilveren toon en in de sfeer van ootmoed die hij weet op te roepen, mijlenver verheven boven de eeuwige aardse en egocentrische strubbelingen van de mensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden