PlusInterview

Zarafa zorgde in negentiende-eeuws Frankrijk voor een ware giraffengekte

In de roman Kom Atir kom volgt Agnita de Ranitz het 900 kilometer lange hoefspoor van de eerste giraffe op Franse bodem: Zarafa, in 1827 aan koning Karel X geschonken door de pasja van Egypte.

Zarafa’s komst leidde tot een giraffengekte in Frankrijk. Er kwamen allemaal giraffenartikelen: serviezen, waaiers, zeepjes en prenten, zoals deze uit 1827.Beeld Getty

Ze werd ’s nachts van boord geleid in de ­haven van Marseille, want er moest worden voorkomen dat paniek zou uitbreken onder de bevolking, na de ­geruchten over een ­gigantisch monster dat op weg zou zijn naar de stad. Vanuit Soedan was ze naar Alexandrië vervoerd en vandaar over zee naar Marseille, waar boot, bemanning en beest voor de kust eerst enkele weken in quarantaine moesten in verband met de pest.

Maar Zarafa bleek een vriendelijk monster en toen kon haar zegetocht beginnen. In 42 dagen legde ze met een bont gevolg de bijna 900 kilometer af van Marseille naar Parijs, waar de eerste giraffe op Franse bodem in 1827 aan Karel X werd gepresenteerd.

Het verhaal inspireerde de in Frankrijk woonachtige Agnita de Ranitz tot de roman Kom Atir kom, waarin ze de tocht beschrijft door de ogen van de gerenommeerde zoöloog Étienne Geoffroy Saint-Hilaire, die het gezelschap aanvoerde, en de jonge Soedanese dierenverzorger Atir. Ruim vier jaar geleden hoorde ze in de auto een documentaire over de pasja van Egypte die van plan was geweest om Griekenland aan te vallen maar bang was voor Franse inmenging.

“En zoals indertijd gebeurde – en nog steeds gebeurt – kwam er een diplomatiek geschenk om de gemoederen te sussen. Al koos de pasja wel voor een zeer ongebruikelijk smeermiddel. Je kunt je voorstellen hoe een giraffe de mensen toen de stuipen op het lijf moet hebben gejaagd. Wij kennen giraffen van afbeeldingen en dierentuinen, maar voor hen moet het een ongelooflijk, verbluffend beest zijn geweest. Ik kon het me helemaal voorstellen, een geweldig verhaal.”

Waarom heeft u de keuze gemaakt twee ­vertellers aan het woord te laten?

“Het is historisch materiaal, maar ik moest het me eigen maken. Dat heb ik gedaan door de verhouding van deze twee totaal verschillende mensen die de stoet met de giraffe 42 dagen lang hebben begeleid als uitgangspunt te nemen. Saint-Hilaire de wetenschapper, de katholiek, die het mondaine leven kende, en de eenvoudige Atir uit Soedan, een vrijgekochte slaaf. Totaal verschillende leefwerelden die samenkomen. Wat gebeurt er met die twee? Het verhaal van Zarafa is natuurlijk ongelooflijk leuk en gek, maar het moest geen reis­verslag worden – er moest wat gebeuren tijdens die reis.”

Over Atir was vrijwel niets bekend, schrijft u in uw nawoord, behalve dat hij in Parijs bekendstond als rokkenjager.

“Van Saint-Hilaire weten we veel, uit zijn studies, zijn geschriften. Tijdens de reis zet ik hem neer als de wetenschapper die hij was, hij bestudeert, analyseert, ontleedt, ­beschrijft.”

“Over Atir is daarentegen eigenlijk niks. ­Daardoor kon ik hem maken zoals ik dat wilde: zijn uiterlijk, zijn omstandigheden, zijn emoties. Atir reageert tijdens de reis op zijn gevoel. Dat kon ik door de wisselende perspectieven goed tot uitdrukking brengen. Ik beschrijf dezelfde situaties steeds vanuit een andere ik-persoon; zo zie je ook hoe misverstanden ontstaan. Maar, wellicht heeft u het opgemerkt, het laatste hoofdstuk is geschreven in de wij-vorm.”

Saint-Hilaire wil bij aanvang van de reis, zoals u schrijft, ‘die zwarte’ niet eens meenemen.

“Die zwarte wil hij niet meenemen, nee. Het is een historische roman, maar o zo actueel. Er worden zoveel problemen in aangeroerd die toen problemen waren en nu nog steeds: huidskleur, godsdienst, vluchtelingen, besmettelijke ziektes … Er was zelfs een griep die, toen Frankrijk in de ban was van de giraffe ‘de giraffe’ werd genoemd. Ik kwam die tegen in brieven. ‘Hoe is het met de giraffe van uw zoontje?’ ”

De angst voor het ‘monster’ sloeg om in een hype. U beschrijft hoe Frankrijk uitloopt om de giraffe te zien tijdens de tocht en later in de Jardin des Plantes in Parijs.

“Er was een giraffengekte. Er kwamen allemaal giraffenartikelen: serviezen, waaiers, zeepjes. Mannen gingen lange dassen dragen als de nek van een giraffe, vrouwen lieten hun haar zo hoog opmaken dat ze op de vloer van hun koetsjes moesten gaan zitten omdat ze er anders niet in pasten. In het boek beschrijf ik een geborduurd beursje waarop Atir zichzelf met de giraffe ziet afgebeeld. Dat bevindt zich in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs, maar ik heb ook patronen gevonden. Mensen borduurden de giraffe, ze kwam overal op stoffen. In de eerste maanden kwamen 600.000 mensen kijken in de Jardin des Plantes, in Lyon ­tijdens de reis al 30.000 mensen.”

U bent diep de geschiedenis ingedoken, blijkt ook uit de noten en bronnen in uw boek.

“Ik ben in archieven gedoken, heb ooggetuigenverslagen en plaatselijke kranten gelezen. Ik heb echt het tijdsbeeld bestudeerd. Het was de tijd van de ontdekkingen; de eerste stoomboot voer over de Seine. Maar ik heb ook gelezen over de wijnen van die tijd, de kaas bij de maaltijd, de brie de Meaux die toen erg in de mode was. Dat uitvogelen van historische en sociale gegevens vind ik erg leuk. In het boek beschrijf ik een schildersatelier. Aanvankelijk had ik het over tubes verf – maar tubes bestonden toen helemaal niet. Hoe bewaarden schilders dan hun pigment? In varkensblazen, zo bleek. Al met al ben ik wel vier jaar bezig geweest. Soms ben je dagen bezig iets historisch uit te zoeken dat maar tot een klein zinnetje leidt. Je moet je impregneren met de geschiedenis, maar het moet leesbaar blijven. Dus ik strooi de details door het boek heen.”

U heeft ook de reis van Marseille naar Parijs gemaakt – zij het in tien dagen tijd en met de auto – maar wel zo nauwkeurig mogelijk in het spoor van de giraffentocht.

“Ik wilde de reis beleven en door de ogen van Saint-Hilaire en Atir het landschap en de steden van de Provence, de Rhônevallei en de Bourgogne bekijken. Ik heb de stadspoorten gemeten, of een giraffe daar inderdaad onderdoor kon. Dan zei ik tegen mijn man, die met me mee was: ‘Hier ruikt Amir de geur van thijm’ of ‘Op dit muurtje zit Atir als hij besluit dat hij in Frankrijk wil blijven’.”

“We leefden in het boek en hebben onderweg ook fantastische mensen ontmoet, plaatselijke historici en gidsen. Iemand vertelde ons: ‘Daar en daar is een Manoir La Giraffe’; daar reden we dan naartoe. Een landhuis met in plaats van een windhaantje een giraffe, en een bord met een giraffe erbij. De eigenaresse was ervan overtuigd dat de giraffe daar gelogeerd had. Dat kon helemaal niet – ik heb een berekening gemaakt en dat zou een veel te grote omweg zijn geweest – maar ik heb haar niet willen beroven van de illusie.”

Wat was uw mooiste ontdekking?

“De luchtgaten! Ongelooflijk was dat! We probeerden zo veel mogelijk te overnachten op plekken waar Saint-Hilaire moet hebben overnacht, al weten we niet elke plek en hebben we soms een inschatting moeten maken. Maar in Mâcon waande ik me in de hotelkamer van Saint-Hilaire, en ik besloot de stallen achter het hotel te bekijken. Ik trof er vier meter hoge staldeuren met bovenin luchtgaten. Dat was heel emotioneel: bewijs dat de giraffe daar echt was geweest en ik nu precies op die plek stond.”

Zarafa staat nu opgezet in het Muséum d’Histoire Naturelle in La Rochelle. Hoe voelde het om haar daar te zien?

Face-à-face, zoals ze dat zeggen.Ik ben er nog niet geweest, het staat op het programma. Ook dat is een raar verhaal. Eerst stond Zarafa opgezet in de Jardin des Plantes, maar ze was wegens ruimtegebrek begin vorige eeuw weggehaald en men wist niet meer waar ze was.”

“Tijdens de Eerste Wereldoorlog zouden Franse soldaten een grap hebben uitgehaald met de resten van een giraffe uit een gebombardeerd museum. Ze zouden hals en kop hebben meegenomen en als een periscoop boven de loopgraven hebben uitgestoken. Eerst werd aangenomen dat dat de giraffe van de pasja was Later beweerde La Rochelle de giraffe in bezit te hebben. Het bewijs zou het unieke vlekken­patroon zijn; die in La Rochelle heeft dezelfde rare vlek op haar hals die ook te zien is op een tekening van Zarafa door Nicolas Huet. Het blijkt echter dat opgezette dieren in musea weleens worden bijgeverfd – dus ook daar is nu weer discus­sie over.”

Schrijver en raadslid

Agnita de Ranitz (Den Haag, 1952) studeerde kunst­geschiedenis en egyptologie aan en was werkzaam in het Allard Pierson Museum. Ze woont sinds 1978 in Frankrijk, waar ze in haar woonplaats l’Étang-la-Ville actief is als gemeenteraadslid.

Meer informatie over de giraffentocht is te vinden op haar website agnita­deranitz.com.

Agnita de Ranitz
Agnita de Ranitz, Kom Atir kom. Uitgeverij De Brouwerij/Brainbooks, €20,99 350 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden