Plus

Zangeres Ria Valk: 'Ik heb altijd gek gedaan'

Zangeres van het lichte lied Ria Valk (77) zit zestig jaar in het vak en krijgt het publiek nog altijd aan het hossen. 'Ik ben wel boos dat ik nog nooit een prijsje heb gehad.'

Ria Valk Beeld Ernst Coppejans

Ria Valk bepaalt de tafelschikking. Met reden, zo blijkt. "Je moet rechts van me zitten, anders versta ik niets van wat je zegt. Mijn linkeroor werkt amper meer. Twaalf jaar geleden heb ik mijn trommelvlies gescheurd.

Een of ­andere idioot klom in een discotheek in Den Bosch het podium op en begon in mijn oor te gillen. Ineens werd het stil om me heen. Mijn orkestband, niets hoorde ik meer. Ik ben huilend het toneel afgegaan." Ze gebaart: "Dus pak die stoel maar."

Zes decennia zit Valk inmiddels in het vak. Ter ere van dat jubileum verscheen deze maand een biografie, ­geschreven door superfan Marc Didden.

Het is het verhaal van de koningin van het pikante carnavalslied en van haar succesnummers als Worstjes op Mijn Borstjes (1975), Leo (1976), Oma Wil een Toyboy (2014) en haar doorbraak met de poldercountry van Rockin' Billy (1968).

Een verhaal met een open einde, Want, gehoorproblemen of niet, Valk treedt nog steeds op. "Mijn geluidsjongen zet ­alle muziek op de rechterkant. Gaat best." Ze vertelt over het begin van het carnavalsseizoen, halverwege deze maand.

In twee feestzalen besteeg Valk de bühne. Triomfantelijk: "Kreeg ik ze toch weer aan het hossen." Haar manager Pascal, die het hele gesprek aan tafel zal blijven zitten: "Ze had er zo vijf kunnen doen die avond. Aanvragen genoeg."

En die neemt ze aan, zolang het fysiek kan. "Ik geef ­mezelf nog tien, twaalf jaar; 90 zou ik dan worden. Maar als je dat wilt halen, moet je wel in beweging blijven, hè? Daarom doe ik elke dag mee met Nederland in Beweging op tv en zwem ik vaak. Waarom zou je met een lang ­gezicht gaan zitten wachten tot je aan de beurt bent?"

Bent u na zestig jaar tevreden over hoe uw carrière is ­gelopen?
"Nou, ik ben wel boos dat ik nog nooit een prijsje heb ­gehad. Niet eens een Zilveren of Gouden Harp, of iets voor mijn oeuvre. Niets. Vind ik toch een beetje raar. Ik vind mezelf er goed genoeg voor."

Waarom zou men u zo'n prijs niet geven?
"Vinden ze niet chique, denk ik, zo'n carnavalszangeres. Zoiets gebeurde indertijd ook met Leo. Dat nummer werd zo ongelooflijk goed verkocht, maar bleef staan op 2."

"Via via hoorde ik dat die Top 40-samenstellers liever Queen op 1 hadden met Somebody to Love. Terwijl mijn liedje veel populairder was."

Al in 1971 schreef recensent Jacques d'Ancona over uw loopbaan: 'Ria Valk heeft zich een beetje vergooid aan de goedkope hitjes. Ze kan meer.'
"Dat heb ik vaker gehoord, ja. Maar ik had Peter Koelewijn als producer. Die schreef veel carnavalsmateriaal voor me. Luisterliedjes? Die wilden ze niet van mij! Dat deed Willeke Alberti al. Daarom vind ik het nu zo leuk om in bejaardenhuizen te zingen. Daar kan het wel."

"Een prachtig liedje als Waarom blijft de zon toch schijnen? Of The French Song van Lucille Starr. Vinden die mensen prachtig. Krijg ik een groot applaus en denk ik: zie je wel."

Toch bent u bijna uw hele carrière de komische noot ­geweest.
"Ik heb altijd gek gedaan, ja. Op school al. Ging ik met een waterpistool achter de kapelaan aan. De andere kinderen lachten er om, dus ik dacht: dat houd ik er in."

U kwam op uw zevende van Eindhoven naar Amsterdam. Was dat een lastige overgang?
"Ik was een tutje uit Brabant en kwam ineens in Amsterdam-West te wonen. Mijn vader had als schoenverkoper een nieuw rayon gekregen. Hondsbrutaal vond ik die ­Amsterdamse kinderen. Eng zelfs, soms. Maar ik heb me snel aangepast, hoor. Je moet wel."

Het begin van uw carrière is een talentenjacht in de ­voormalige Amsterdamse bioscoop Cinema Royal, op zoek naar de Nederlandse Elvis Presley.
"Ik snapte ook wel dat ik als meisje weinig kans zou ­maken, maar vond het onzin het niet te proberen. Toen ik me aanmeldde, werd ik eerst geweigerd: 'Elvis kan geen meisje zijn.' Maar ik mocht toch meedoen. En ik werd nog tweede ook."

U was 17. Hield u een carrière in de muziek voor mogelijk?
"Daar dacht ik helemaal niet over na, joh. Thuis zongen we veel. Maar gewoon tussen de schuifdeuren, hè? Dan was tante Mary jarig en deden mijn zusje en ik allerlei gekke Eindhovense liedjes. Maar na Elvis rolde ik van het een in het ander. Eigenlijk deed ik maar wat. Gitaartje mee en dan een paar cowboycovers."

Wat is uw grootste talent?
"Entertainen. Als ze me als zangeres aankondigden, zei ik altijd: 'Nee, ik ben een komisch kijknummer.' Dat ontdekte ik al vroeg: benen de hoogte in, gekke bek trekken, dat had altijd succes op het podium."

Wat was u geworden als het komische nummer niet was aangeslagen?
"Nou, ik heb twee schoenenzaken in Amsterdam gehad. Op de Haarlemmerdijk en in de Kinkerstraat. Na het overlijden van mijn man in 1980 heb ik ze verkocht. Was te veel voor in mijn eentje."

"Maar het verkopen lag me wel. Gewoon leuk en vriendelijk tegen de klanten zijn. Zo moeilijk is het niet."

In uw boek vertelt u over misgelopen rollen in musicals en tv-series. 'Ik heb veel pech gehad,' zegt u.
"Het lag ook aan mij, hoor. Ik was gevraagd voor een auditie voor de musical Billy Elliot. De rol van grootmoeder. Toen ik voor dat tafeltje stond met die mannen erachter, sloeg ik he-le-maal dicht. Ik deed nog een beetje gek. Dacht: misschien vinden ze dat leuk. Maar nee dus."

U heeft moeite met audities?
"Vreselijk, ja! Dan voel ik me zo bekeken. Ik wil ook nooit bekenden in de zaal. Dan denk ik: misschien lachen ze me uit. Toch onzeker blijkbaar."

Nog steeds? Na een loopbaan van zestig jaar? Wat zou een psycholoog daarvan maken, denkt u?
"Ach, wat kan mij dat schelen? Zo'n man lult toch maar een eind weg."

Waar denkt u zelf dat die onzekerheid vandaan komt?
"Misschien m'n jeugd. Ik had mijn uiterlijk niet mee. Mijn tanden staken vooruit en ik had geen tieten. 'Hee slagtand! Konijnenkop!' werd er geroepen. Die kinderen konden best hard zijn. Toen ben ik gek gaan doen om van dat gedoe af te komen."

Waar bent u het meest trots op?
"Ik vind alles wel leuk wat ik heb gedaan. Maar ik had wel meer willen doen. Weet je dat ik voor het Theater van de Lach van John Lanting ben gevraagd? Ik hoefde geeneens auditie te doen. Maar mijn man vond dat Lanting te weinig betaalde. Dus dat ging niet door."

Uw man bepaalde dat soort dingen?
"Ja. En nu heb ik toch wel spijt dat ik daar niet tegenin ben gegaan. Zo'n rol in een klucht was me op het lijf geschreven. Ik ben er eigenlijk nog steeds een beetje boos over."

"Jaren later zou ik een rol in Vrouwenvleugel krijgen. Leek me enig. Maar ik had toen een jongere vriend die het niets vond dat ik dan voor langere tijd naar Luxemburg moest voor opnames."

Waarom liet u uw mannen voor u beslissen?
"Misschien toch de invloed van mijn vader. Die was hartstikke streng. Als hij zei dat iets wit was, dan was het wit. Ook als je overduidelijk zag dat het zwart was. Snap je wat ik bedoel?"

Ria Valk Beeld Ernst Coppejans

"Maar ik heb er nu wel spijt van, hoor. Je moet je als vrouw niet door je man op je kop laten zitten, dat zie ik nu wel. Ik dacht ook altijd dat ik niet zonder kon. Maar ik ben nu acht jaar alleen en als ik geweten had hoe leuk het was, had ik het twintig jaar eerder gedaan. Heerlijk om alles zelf te bepalen."

Heeft u de discussie rond #MeToo gevolgd?
"Die vind ik een beetje overdreven, hoor. Zo'n juffrouw die dan roept dat ze dertig jaar geleden in haar billen is ­geknepen. Kom op, zeg."

Heeft u weleens iets in die richting meegemaakt?
"Nee hoor, nooit iets gemerkt. Was ik vast veel te lelijk voor. Ik ben nooit een vrouwelijke vrouw geweest, altijd jongensachtig. Ik denk niet dat ze het durfden."

Wat had u gedaan als u een rol had kunnen krijgen in ruil voor een wederdienst?
"Ik had zo'n vent een knal voor z'n hoofd gegeven. Wat dacht jij dan?"

Zijn ze eigenlijk prettig, die levensjaren tussen de 70 en de 80?
"Best wel, ja. Vooral omdat al die mannen zijn opgesodemieterd. En wat ook leuk is: ik heb nu een hele groep vrienden. Voor een sociaal leven heb ik nooit tijd gehad met al die optredens. Nu wel."

"We verzamelen elke dag in een brasserie hier in Breukelen. Om een uur of vier, vijf gaat de witte wijn open. En ze hebben me toepen geleerd. Die gezelligheid heb ik nooit gekend."

"Mijn vrienden zijn allemaal jonger. Veertigers, vijftigers. Toch zeggen ze: 'Bel Valk, da's een leuk wijf.' Dat vind ik mooi."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden