PlusExclusief

Zanger Thomas Oliemans: ‘Ik zing graag onder de douche, maar het is niet dat ik dan full Britney ga’

Thomas Oliemans: 'Roken komt vaker voor onder klassieke zangers, hoor. Ik ben er gelukkig van af. Ik hield me voor dat het me hielp tegen de stress, onzin natuurlijk.' Beeld Harmen de Jong
Thomas Oliemans: 'Roken komt vaker voor onder klassieke zangers, hoor. Ik ben er gelukkig van af. Ik hield me voor dat het me hielp tegen de stress, onzin natuurlijk.'Beeld Harmen de Jong

Thomas Oliemans (1977) is zanger van klassiek repertoire en lichte muziek. Komende week staat hij in het Concertgebouw met Schuberts Winterreise. Een gesprek aan de hand van trefwoorden. Over pianospelen als bijvak, zijn 25-delige podcast en blikjes cola waar je beter van gaat zingen.

Peter van Brummelen

Bilthoven

“Ik ben in Amsterdam geboren, maar heb daar hooguit twee jaar gewoond. Bilthoven was groen en rustig, een soort Amsterdam Zuid. Mijn vader werkte bij de Shell en was later hoogleraar in Delft. We woonden heerlijk, hadden het goed thuis en ik werd op een goede manier verwend met aandacht. Pas later realiseerde ik me: o, dat ging allemaal wel heel makkelijk.”

Franse chansons

“Mijn ouders hadden nogal wat Franse muziek in hun platencollectie. Ook van die Vive La France-verzamelelpees, weet je wel. We luisterden ook in de auto naar chansons. En Willem Duys draaide zulke muziek zondagochtend op de radio. Vond ik prachtig. Maar ik hield ook van popmuziek, hoor. En ik zat al vroeg in de klassieke muziek, het echt zware werk ook meteen. Uit de bieb leende ik cd’s van Sjostakovitsj, Brahms en Prokofjef, die ik op cassettes zette.”

Harry Bannink

“Ik zong en speelde piano en mij werd aangeraden eens bij Harry Bannink langs te gaan. Hij woonde in Bosch en Duin, vlak bij Bilthoven, het is daar een bossige pot nat. Hij was heel bereikbaar door de geografie, maar wat mij betreft ook heel ónbereikbaar door wie hij was. Harry Bannink, de man van de muziek van Ja zuster, nee zuster! Ervan uitgaand dat het niet zo zou zijn, zei ik: oké, als hij in het telefoonboek staat, bel ik hem. En hij stond er wél in: H. Bannink. Dus toen moest ik wel.”

“Er is een aantal jaren durend, voor mij zeer waardevol contact uit ontstaan. Zijn belangrijkste advies: wees eerlijk en direct, zing zonder opsmuk en respecteer wat er staat. Toen ik van hem eens Onder de appelboom zong en daarbij een kleine variatie in de melodie maakte, reageerde hij als door een wesp gestoken. Niet dat hij kwaad was, maar hij maakte wel duidelijk dat dat ene nootje er niet voor niets stond. Door er iets anders van te maken, kreeg je net een ander accent op de tekst. Die scherpte heb ik meegenomen naar alle muziek die ik daarna zong.”

Winterreise

“Het was mijn eerste zanglerares die zei: ‘De Dijk en Julien Clerc zijn leuk, maar om je stem te trainen gaan we op de klassieke manier zingen.’ Zo kwamen we bij de Winterreise van Schubert terecht. Ik had er nog nooit van gehoord, ik was een jaar of 14, 15, maar was meteen gegrepen.”

“Het waren liederen, stukken met de kleine vorm die ik kende van de popsongs waar ik zo gek op was. Maar die liederen hadden tegelijk de grote muzikaliteit van, zeg, de symfonieën van Mahler, die ik ook zo mooi vond. Perfecte popalbums hebben, vroeger verdeeld over twee kanten, een logische opbouw. Dat herkende ik ook in de volgorde van de liederen van de Winterreise. Zoals de titel aangeeft, volgen zowel de uitvoerenden als het publiek een bepaalde route.”

Piano

“Op het conservatorium was piano mijn bijvak, maar wel een serieus uit de hand gelopen bijvak. Het is heel ongebruikelijk dat bij de Winterreise de zanger zichzelf begeleidt op de piano. Maar de inzet is bij mij niet: kijk eens, ik doe het allemaal zelf! Ik was geïnteresseerd of ik door mezelf te begeleiden iets anders kon vertellen, of ik de vorm er nog intiemer door kon maken. Normaal staat de zanger in de bocht van de vleugel, heel ernstig en statisch. Nu ik als zanger achter die vleugel zit, krijg je – om weer even in poptermen te blijven – een singer-songwriterachtige directheid.”

Podcast

“Podcastkeizer Gijs Groenteman ken ik dankzij onze gedeelde Banninkfascinatie. Maar hij houdt ook heel veel van Schubert. Zo ontstond het idee samen een podcast te maken waarin we per aflevering een lied van de Winterreise bespreken. Het was ontzettend leuk om te doen en er wordt ook goed naar geluisterd. Ik denk dat het een heel toegankelijke podcast is. De opnames waren ook heel ongedwongen, we maakten ze gewoon bij mij thuis. Soms waren we in negen minuten klaar, maar er zit ook een aflevering bij van vijftig minuten. Dat is het leuke van een podcast: er is geen vast formaat, je gaat door zolang je wilt.”

Buitenland

“Ik treed vaker in het buitenland op dan hier. Heel januari stond ik in Hamburg, nu pendel ik heen en weer tussen Amsterdam en Berlijn, volgende maand staat Barcelona op het programma. Ik heb ook wel gezongen in de Verenigde Staten, Japan en Hong Kong, maar vooral Europa is mijn werkterrein. Het is niet altijd leuk om lang weg te zijn, maar het is weer wel heel leuk dat je buitenlandse steden zo echt leert kennen.”

“Londen ken ik goed en in Madrid ben ik de afgelopen jaren bij elkaar wel zo’n negen maanden geweest. Dan ben je geen toerist meer. Ik reis meestal alleen. Soms ben ik op stap met een pianist of een heel orkest. Als zanger reis je licht. De collega’s die ik zie slepen met celli of contrabassen zijn echt niet te benijden.”

Zenuwen

“Het is allang niet meer zo erg als vroeger, maar soms slaan de zenuwen toe, vooral aan het begin van een productie. In Hamburg hebben ze een echt mooi en wereldberoemd operahuis, toen ik daar laatst voor het eerst te gast was en naar het gebouw wandelde, dacht ik wel weer even: waarom doe ik dit vak? Maar het ging goed, gelukkig. Vroeger kreeg ik migraine van de zenuwen. Ik moest een keer een oudere koning spelen in een productie van de reisopera. Echt, ik zag scheel van de hoofdpijn en moest van tevoren ook overgeven. En wat zeiden mensen na afloop? ‘O, dit was echt een van je beste voorstellingen!’ Ze vonden dat ik eindelijk eens rustig was en niet zo wild heen en weer liep op het podium.”

Stembanden

“Je stembanden in conditie houden, is vooral een kwestie van proberen er niet te spastisch over te doen. Veel water drinken, slapen wanneer je kan – ook korte slaapjes overdag zijn goed. Een bariton is een middenstem, ik hoef anders dan een sopraan of een bas niet veel aan heel hoog of heel laag te doen. Ik heb een programmaatje van oefeningen: toonladders, ademdingen. Mensen in mijn omgeving horen me ook vaak even iets als mmmjaaah of johooo zingen: dan ben ik onbewust even aan het checken waar ik zit met mijn stem.”

Roken

“Ik ben er gelukkig van af. Ik hield me voor dat het me hielp tegen de stress, onzin natuurlijk. Roken komt vaker voor onder klassieke zangers, hoor. Dietrich Fischer-Dieskau, echt een heel grote, werkte wel zestig sigaretten per dag weg. Waar haal je de tijd vandaan, zou je denken. Kurt Moll, een bas, was ook een roker. Als mensen zeiden: ‘Maar dat kan toch niet, een zanger die rookt?’ zei hij: ‘Ik ben geen zanger die rookt, ik ben een roker die zingt.’”

Douche

“Zeker, ik zing graag onder de douche. Het is heerlijk qua akoestiek, maar die warme damp is ook goed voor je stem. Ik ben dan vooral met mijn vak bezig en zing klassiek repertoire: frases van werken waar ik op dat moment mee bezig ben. Het is niet dat ik onder de douche in een keer full Britney ga. Als ik er lichte muziek zing, dan wordt het iets van Nat King Cole of Sinatra.”

Chips en cola

“Ik dacht een tijd: o, als ik tijdens een voorstelling maar geen honger krijg of geen energie meer heb. Dus at ik vooraf twee zakjes chips – het waren van die kleintjes, hoor – en dronk ik ook cola.”

“Tijdens een voorstelling drink ik nog weleens een cola. Bij een opera sta je niet de hele tijd op het podium, dus dat kan best. Die cola is een beetje een tic, of bijgeloof: ik denk dat ik er beter van ga zingen. Die chips eet ik niet meer. Daar ga je echt niet beter van zingen, je slibt er hooguit van dicht.”

“Ik houd van lekker eten en van koken. Ik word er door veel mensen vierkant uit gekookt en zal me zeker niet opgeven voor Masterchef, maar ik vind het leuk om te doen. Zeker tijdens de pandemie heb ik van alles uitgeprobeerd. In Madrid vind ik pulpo a la Gallega, met aardappelen en pimentón, altijd zo fantastisch. Dus toen ik in de coronatijd een keer naar de Albert Cuyp ging om mosselen te halen, kwam ik thuis met een inktvis. Mijn vriendin, die net in een Zoommeeting zat, schrok zich dood toen ik die uit mijn tas haalde.”

Amstel

“Zij vliet zoals zij vlood. Ik kijk er graag naar. Ik had nooit gedacht nog eens in een huis aan de Amstel te wonen. Toen het te koop stond, dacht ik: leuk om daar een keer binnen te kijken, maar hoe zou ik me zo’n huis kunnen veroorloven? En toen ik er eenmaal woonde, kreeg ik het even heel benauwd toen de pandemie uitbrak, maar hier zit ik. Kijk, wat een prachtig uitzicht. Veel Amsterdamser dan dit kun je niet zitten. Ik kan – ideaal – lopend naar de opera. En toen ik met mijn chansonprogramma Formidable in Carré stond, kon ik daar ook gewoon te voet heen.”

Charisma

“Ik kan moeilijk zelf vaststellen of ik dat heb, natuurlijk. Ik kan ook niets met charisma als ik het podium op ga, wel kan ik me zo goed mogelijk voorbereiden. Als ik zelf als bezoeker naar een opera ga, vraag ik me altijd af: waarom kijk ik naar hem of haar, wat doet die persoon dat me intrigeert? Ik val voor mensen die totaal verbonden zijn met wat ze staan te doen, dat ze zo gefocust zijn dat hun rol een onontkoombaarheid krijgt. Is dat charisma? Ik weet het niet. Ik weet wel dat ik het verschrikkelijk vind als operazangers heel nadrukkelijk de charismakaart spelen.”

De Dijk

“Ha, over charisma gesproken. Huub van der Lubbe, die heeft het, zeker weten. Als jongen was ik al fan van De Dijk. Op het eindexamenfeest van het lyceum in Bilthoven zong ik Dansen op de vulkaan en Binnen zonder kloppen. De Dijk heeft met het Amsterdam Sinfonietta het album Dijkers en Strijkers opgenomen. Toen ik een keer met hetzelfde Sinfonietta in het Muziekgebouw stond, heeft de artistiek leider, die wist van mijn bewondering voor Huub van der Lubbe, hem uitgenodigd. Na afloop heb ik hem ontmoet, waar ik best trots op was. Een duet samen? Hmm, nooit over nagedacht, maar het lijkt me heel leuk. Naam en telefoonnummer bekend bij de redactie, zal ik maar zeggen.”

Thomas Oliemans’ uitvoering van Winterreise dinsdag in de kleine zaal van het Concertgebouw is uitverkocht, maar het concert staat vanaf donderdag op www.concertgebouw.nl en is daar vervolgens een maand terug te zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden