PlusDe klapstoel

Zanger Kenny B: ‘Het is best wel apart om mij te zijn’

Kenny B: ‘Het voelt ook goed te worden gewaardeerd door mensen die al wat meer hebben meegemaakt.’ Beeld Harmen de Jong
Kenny B: ‘Het voelt ook goed te worden gewaardeerd door mensen die al wat meer hebben meegemaakt.’Beeld Harmen de Jong

Op de Klapstoel: zanger Kenny B (Kenneth Bron, 1961). Deze week verscheen zijn nieuwe single Nergens heen; zondag 25 september staat hij in De Kleine Komedie met het theaterprogramma The Story of Kenny B. Een interview aan de hand van steekwoorden, over nummer 1-hits, Bob Marley en asielzoekers.

Peter van Brummelen

Paramaribo

“Ik ben er geboren, maar mijn familie komt uit het binnenland. In mijn jeugd was Suriname nog niet onafhankelijk, maar van Nederland merkte je niet veel. In sommige radioprogramma’s werd wel Nederlandse muziek gedraaid. The Cats waren ook bij ons populair. En Heintje had een grote hit in Suriname: ‘Maaaama, je bent de allerliefste van de heeeele wereld.’ Op school was het onderwijs wel heel Nederlands. We gebruikten De Kleine Bosatlas; van de Nederlandse provincies wisten we alles, maar er stond maar één pagina Suriname in. We leerden ook over kraaien, spreeuwen en meeuwen, maar niets over Surinaamse vogels.”

Marrons

“Ik aarzel het woord te gebruiken want het betekent oorspronkelijk ‘weggelopen vee’. Ik ben een nazaat van tot slaaf gemaakten die wisten weg te vluchten van de plantages en zich vestigden in het binnenland. Pas lang na de afschaffing van de slavernij zijn ze mondjesmaat richting Paramaribo getrokken. De houding was: jullie kunnen wel zeggen dat we vrij zijn, maar we moeten het nog maar eens zien. Marrons zijn niet altijd vriendelijk ontvangen in Paramaribo. Als ik als jongen in Paramaribo op straat liep, maakten andere kinderen oerwoudgeluiden. Nu hangt in de Domineestraat, een belangrijke winkelstraat, een heel groot doek met daarop een foto van mij en de tekst ‘Welcome to the city of Kenny B’.”

Theater

“Geweldig om te doen. En ik sta versteld van mezelf: ik wist al dat ik kon zingen, maar nu blijk ik ook nog iets te vertellen te hebben. Ik heb het in The Story of Kenny B over waar ik ben geboren, over hoe het thuis was, over hoe ik me daarna heb ontwikkeld. Ik ben ter voorbereiding echt diep aan het graven geweest in mijn eigen leven. Ik had al een breed publiek, maar nu is er ook het theaterpubliek bijgekomen. Ik wist niet eens dat dat bestond. Oudere mensen vooral, ja. Maar dat vind ik wel leuk. Ik heb fans in de leeftijd van 0 tot 100 jaar, maar de harde kern is ergens tussen de 20 en 25 jaar oud. Ik vind het fantastisch dat die jonge mensen mijn muziek leuk vinden, maar het voelt ook goed te worden gewaardeerd door mensen die al wat meer hebben meegemaakt.”

Parijs

“Het nummer dat voor mij alles heeft veranderd, ook financieel. Ik vind het zelf niet eens mijn mooiste nummer, maar het publiek is de baas natuurlijk. Toen het zo’n grote hit werd, zeiden mensen: ‘Je droom is uitgekomen.’ Maar ik heb nooit zo groot durven dromen. Ik wilde gewoon muziek maken, dat was alles. Mijn moeder kon heel mooi zingen, van haar heb ik het. Ik was nog nooit in Frankrijk geweest toen ik Parijs schreef. Het begon met de woorden ‘Frisse morgen in Parijs...’ Toen werd het een love story. Een vriend van me zei dat ik er ook de Champs-Élysées in moest noemen. Ik wist niet eens wat het was. De Seine? Nooit van gehoord. Bij het filmen van de clip heb ik het allemaal voor het eerst gezien.”

Tilburg

“In Suriname is Paramaribo mijn thuis, hier is Tilburg home. Ik heb er, voor ik doorbrak met Parijs, zó veel baantjes gehad. Taarten bakken, kasten bouwen, tuinstoelen in elkaar zetten, ik heb echt alles gedaan. Nu staat Tilburg voor mij vooral voor rust. Mijn werk speelt zich meestal ergens anders af, ik interact er ook niet veel. Ik zou kunnen verhuizen, maar ik vind het wel lekker zo.”

Bob Marley

The man himself. Ik ben niet zo gelovig en al helemaal niet zweverig, maar met hem heb ik wel een heel speciale band. Hij is vier keer in mijn dromen verschenen, de eerste keer toen ik 15 was. In het dagelijks leven triggert hij me ook. In die tijd dat ik al die verschillen baantjes had, zat ik in de auto een keer te twijfelen of ik wel of niet bij een baas moest blijven. Ik zette de radio aan: Bob Marley met Buffalo Soldier. Ik dacht: Oké, dit is mijn clue, ik ben weg hier. Bob Marley was en is heel populair in Suriname. Ik was als jongen diep onder de indruk toen ik hem voor het eerst hoorde. Ik kende alleen maar liefdesliedjes. Hij zong politiek geladen songs als War. In The Story of Kenny B zing ik van hem Guiltiness.”

Ronnie Brunswijk

“Familie van me. Zijn en mijn vader waren volle neven. Zijn familie komt uit hetzelfde dorp als die van mij. En nu is hij vice-president van Suriname. Ik was dienstplichtig militair in Suriname toen hij als rekruut het leger in kwam. Een man met heel veel pit, zag ik meteen. Tijdens de binnenlandse oorlog in Suriname was ik woordvoerder van zijn Junglecommando en heb ik vredesonderhandelingen gevoerd. Later zijn we onze eigen weg gegaan, maar ik beschouw hem wel als mijn brother, ik zou klaar staan als hij me nodig heeft. Maar verwacht hier van mij geen politieke uitspraken. Als het om Suriname gaat, sta ik boven de partijen. Ik voel me met geen enkele partij verbonden, maar draag iedereen die het beste met het land voorheeft een warm hart toe.”

Dreadlocks

“Heb ik al zó lang. Een jaar of zeventien geleden heb ik ze eens afgeknipt. Ik kon een baan krijgen als intercedent bij een uitzendbureau, maar dan moest wel mijn haar eraf. Het was kiezen tussen brood en dreadlocks. Ik koos voor mijn brood. Om vervolgens twee weken later te worden ontslagen. Ik ben geen rastafari, ik vind het gewoon mooi zo, het heeft geen spirituele betekenis. Witte mensen met dreadlocks? Van mij mag het, absoluut. Ik vind het juist verbindend werken als mensen dingen uit elkaars cultuur overnemen. Ik vind het echt onzin dat die mevrouw Koblenko er zo hard op is aangevallen dat ze vlechtjes had die alleen zwarte vrouwen zouden mogen dragen. Ik draag vaak een pangi, een omslagdoek zoals ook mijn voorouders in de binnenlanden van Suriname die droegen. Als jij zo’n doek mooi vindt en ook zou willen dragen, zeg ik: ga je gang. Bij een indianentooi zou ik wel zeggen: Denk er nog even over.”

Nummer 1

“In Nederland heb ik maar één nummer 1-hit gehad. In Suriname wel dertien, geloof ik. Zeker twaalf. Waar ik bekender ben? In Suriname wonen veel minder mensen natuurlijk, ergens tussen de 550.000 en 600.000 mensen, dus dan kent al snel iedereen je. Maar laatst was ik op Kwakoe en ben ik vier uur lang aan niets anders toegekomen dan met mensen op de foto te gaan.”

Vlees

“Vis eet ik nog wel, dat is goed voor je hersenen, maar vijftien jaar geleden ben ik gestopt met het eten van vlees. Ik vond het te veel lijken op mijn eigen vlees. Om me heen zie ik wel mannen die sterker en gespierder worden van vlees, voor mij deed het niets. Het eten ervan begon me echt tegen te staan. En als je niet kan zwemmen, moet je het niet doen. Ik vind de manier waarop we met dieren omgaan ook vreselijk. Hun hele leven zitten ze in een hok en worden ze vetgemest, als ze er eindelijk uit mogen, worden ze geslacht. Maar ook dieren die in vrijheid leven verdienen het niet om door mij te worden opgegeten. In het binnenland van Suriname aten we apen. Daar jaagden we op in het bos. Natuurlijk wilden die beesten niet dood en renden ze weg met hun kinderen. Wreed, denk ik nu.”

AZC Zeewolde

“Ik ben als asielzoeker naar Nederland gekomen. Het was de tijd dat er sprake van was dat zich buitenlandse militairen bij het Junglecommando zouden aansluiten. Adviseurs hadden daar bij Brunswijk op aangedrongen. Ik was daar fel op tegen. Het idee dat mensen van buiten op Surinamers zouden schieten! Ik zei, en public: daar doe ik niet aan mee. Dat bracht me wel in problemen natuurlijk. De Nederlandse ambassade heeft me geholpen naar Nederland te vluchten. Daar zat ik eerst een paar maanden in het asielzoekerscentrum in Zeewolde. Een heel leerzame periode.”

“Wij hadden serieuze problemen in Suriname, maar in Zeewolde bleek onze binnenlandse oorlog een oorlogje te zijn vergeleken met wat andere mensen in het kamp hadden meegemaakt. Ze waren totaal ontredderd. Ik sprak mannen die hun vrouw waren kwijtgeraakt, die hun kinderen hadden zien sterven. Ik heb met Joegoslaviërs live op tv gezien hoe hun stad werd platgebombardeerd. Helaas heb ik met niemand uit die tijd contact meer. In Tilburg is wel een junk die ik nog ken uit het kamp. Hij was ook muzikant, maar is totaal aan lager wal geraakt. Het is of ik een variant op mezelf zie. Hij is linksaf gegaan, ik rechtsaf.”

60

“Ja, bizar dat ik zo oud al ben. Ik ben een laatbloeier, was al 53 toen ik scoorde met Parijs. De meeste mannen van mijn leeftijd liggen op de bank met een biertje en denken: ze zoeken het maar uit met de wereld. Ik verkeer sinds die hit in een heel andere wereld. Ik moet daarna een keer 54 zijn geworden en 55 en... maar het is net of ik maar niet ouder word. Het is best wel apart om mij te zijn. Mijn publiek bestaat dus voor een groot deel uit twintigers, maar ik zou ook de papa kunnen zijn van de jongens in mijn band. En ik sta vaak op festivals met van die jonge gasten. Ik moet dan soms oppassen ze niet te gaan corrigeren. Ik ben niet hun vader, ik ben hun collega.”

Nergens heen

“Mijn nieuwe single. Een eenvoudige love song, echt een feelgoodnummer. Nee, ik voel bij het schrijven van een nummer nooit de druk om met een nieuw Parijs te komen. Er bestaat geen recept voor een hit. Het is echt niet zo dat Parijs met chirurgische precisie tot stand is gekomen, het was gewoon geluk hebben. Guus Meeuwis heeft veel hits gehad, maar hij heeft ook geen pasklare methode. Als hij die wel had, schreef hij elke dag een hit. En weet je nog, dat Koningslied? Daar kwamen toch heel wat deskundigen aan te pas, maar de mensen vonden het helemaal niks.”

The Story of Kenny B, De Kleine Komedie, zondag 25 september om 20.15 uur

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden