PlusInterview

Zanger Jeangu Macrooy: ‘Alle mooie plannen de prullenbak in’

Dit weekend zou hij in Ahoy aan de repetities voor het Songfestival beginnen. In plaats daarvan zit Jeangu Macrooy thuis met de opdracht een nieuwe kanshebber op de Eurovisiezege te schrijven. ‘Ik ben nog niet eens begonnen.’

Jeangu Macrooy: ‘Het ging zó goed.’ Beeld Jitske Schols

Jeangu Macrooy ontvangt – hoe kan het ook anders – thuis. Eigenlijk vermeldde zijn agenda dat hij deze ­dagen zijn koffers moest pakken voor zijn verblijf in Rotterdam. In Ahoy zouden komend weekend de repetities beginnen voor het Eurovisiespektakel. In plaats daarvan overlegt de zanger nu over de meest veilige interviewschikking aan zijn keukentafel.

Macrooy (26) zou ons land vertegenwoordigen op het eerste in Nederland te houden Songfestival in veertig jaar. Met Grow, een gospelhymne over de groeipijnen van het leven, zou hij meteen in de finale van 16 mei staan.

“Het is bizar verlopen,” constateert hij nu het festival een jaar is uitgesteld, zijn theatertournee voorlopig naar de herfst is verplaatst en hij uitkijkt over een bijna eindeloze vlakte vol onzekerheden. “Dit jaar is een non-stop wervelwind geweest. Die is ineens gaan liggen. Vaak heb je voor het begin van een nieuw jaar een voorgevoel, toch? Ik dacht in december: ‘2020 gaat zó mooi worden.’ Ik had er zoveel zin in. En nu zitten we hier.”

Hoe is uw gemoedstoestand?

“Ik ben nu verdrietig. We hebben deze week mijn opa begraven. Hij is bijna 93 geworden, heeft een mooi leven gehad, maar toch. We hadden een goede band. En ik merk ineens hoe beperkend die maatregelen zijn in tijden van rouw. Ik zou mijn oma, ze is 90, zo graag willen knuffelen, maar dat gaat niet.”

“Los daarvan: ik moest de eerste weken na de afgelasting van het Songfestival echt even bijkomen. We waren zo hard aan het werk. En het ging zó goed. Ineens konden alle mooie plannen de prullenbak in.”

Tot wanneer hebt u gehoopt dat het door zou gaan?

“Er hing iets in de lucht natuurlijk. Maar deze uitkomst was voor mij het worstcasescenario. Ik hoopte op verplaatsing naar bijvoorbeeld december. Het goede nieuws was dat de mensen van AvroTros meteen zeiden met me door te willen. Anders was het wel heel erg zuur geworden.”

Had u een editie zonder publiek zien zitten?

“Het had gekund, maar het zou niet hetzelfde zijn geweest. Ik zag het op Koningsdag al. Ik mocht optreden in een Amsterdamse binnentuin, maar merkte meteen hoe anders het nu is. Optreden doe je om energie uit te wisselen. Dat gaat bijna niet als iedereen afstand houdt. Ik mis dat saamhorigheidsgevoel ontzettend. Maar goed, ik vrees dat we ook niet zeker zijn dat het Songfestival van volgend jaar wel gewoon hetzelfde wordt als in vorige jaren.”

Grow mag, net als alle andere inzendingen, niet mee naar volgend jaar van organisator EBU. Hebt u daar begrip voor?

“Ik snap best waarom de organisatie wil dat songs niet te lang circuleren. Iedereen moet een gelijke kans krijgen. Da’s lastig als het ene lied een grote hit is geworden en het andere niet. Toch was ik echt teleurgesteld toen ik het hoorde. Ik ben heel trots op het nummer en had veel vertrouwen in wat we ermee zouden doen.”

Nu moet er een nieuw lied komen. Hoe pakt u dat aan? Hebt u iets klaarliggen?

“Ik ga het nog schrijven. Het verschil is dat ik Grow vorig jaar maakte zonder te weten dat ik ermee naar Ahoy mocht. De commissie moest me toen nog aanwijzen. Nu staat het vast dat een van de liedjes die ik de komende maanden ga schrijven naar het Songfestival gaat. Ik probeer niet over de bestemming na te denken, maar weet wel dat het er aan het einde van het jaar moet zijn. En ik moet nog beginnen. Het moet in elk geval geen Grow, deel twee worden. Dat zou voor mezelf heel saai zijn. Ik hoop dat het straks natuurlijk komt, dat ik weer kan meeschrijven met de staat van mijn eigen leven of de wereld om me heen.”

Zou het Songfestivallied over de huidige coronatijd kunnen gaan?

“Zou kunnen, ja. We moeten zien waar ik in mezelf urgentie ontdek om over te zingen. Als ik er te veel over na zou denken, kom ik uit bij thema’s als hoop, samen zijn en vertrouwen. Mooi natuurlijk, maar ik geloof dat het persoonlijke het beste werkt. Dat was met Grow ook zo.”

Hoe zou het lied er op het podium in Ahoy hebben uitgezien?

“De kracht van dat lied zat in de eenvoud en de langzame opbouw. Met regisseur Hans Pannecoucke wilden we die naakte kwetsbaarheid opbouwen naar iets hoopvols en euforisch. Ik zou in mijn eentje beginnen, later zouden ook de backing vocals het licht in stappen. Maar goed, we zullen het nooit zien.”

Had u zichzelf een kans gegeven in dit deel­nemersveld?

“Ik ben niet enorm competitief, eerlijk gezegd. Mijn belangrijkste doel zou zijn precies het optreden te geven wat ik mijn hoofd had. Maar ik heb bijna alle andere liedjes wel beluisterd, hoor. Volgens de bookmakers waren we de underdog. Maar ik had echt vertrouwen dat we iets moois zouden neerzetten. Als mensen dan door het scherm de universele emotie herkennen, had er best eens winst in kunnen zitten.”

Van Grow zijn twee nieuwe uitvoeringen verschenen.

“Een sobere versie, opgenomen in een leeg Concertgebouw met zijn prachtige akoestiek. En eentje met de hele band, ingespeeld in een verlaten Ahoy. Op de plek waar het Songfestival zou zijn werd toen een noodhospitaal opgebouwd. Het nummer had voor mij al veel lading, maar die is dankzij het tekstregeltje It ain’t what I thought it would be weer toegenomen. Het is inderdaad allemaal heel anders gegaan.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden