PlusInterview

Zanger Gregory Porter: ‘Ik ben net zo Amerikaans als de gemiddelde Jack of Joe’

Jazzzanger Gregory Porter stond deze lente op het punt een album uit te brengen over het racisme in zijn jeugd, maar toen werd zijn leven ontwricht door corona. Een gesprek in twee delen.

‘Het gaat er niet om dat we zwarten boven witte mensen gaan plaatsen, maar dat het zwarte ras van de grond wordt opgeraapt.’Beeld BORY AGLAE/HH

Gregory Porter probeert te lachen. Normaal betekent die aanzet het begin van een aanstekelijke bulderpartij met oplopend volume. De Grote Vriendelijke Reus wordt hij genoemd, de 1 meter 96 grote soul- en jazzzanger (48), bij wie de glimlach op het gelaat gebeiteld lijkt en wiens stem zo zoet klinkt als honing en zo diep als een oceaan. Hij veroverde er in ons land een publiek mee dat zo groot werd dat hij afgelopen april voor het eerst solo in de Ziggo Dome zou staan.

Maar de aanzet tot de lach strandt in wat gesmoord gekuch via de telefoonverbinding met Bakersfield, een provinciestad een kleine twee uur ten noorden van Los Angeles. “Toen bij ons de coronalockdown begon, probeerde ik het van de zonnige kant van te bekijken,” zegt hij. “Na al die jaren van over de wereld jagen leken een paar weken stilstand me niet verkeerd. Ik heb een jonge zoon, snap je? Wat tijd met mijn gezin doorbrengen was in het begin best prettig. Maar toen werd mijn broer ziek en veranderde alles in een grote nachtmerrie.”

Eind maart werd Lloyd Porter, anderhalf jaar ouder dan Gregory, met longklachten opgenomen in een ziekenhuis in New York. Een test toonde enkele dagen later een besmetting met het coronavirus aan. Toen lag Lloyd al op de intensive care aan de beademing. Toen hij daar na bijna vier weken af mocht, leek de redding nabij. Tot een terugslag hem alsnog velde.

Lloyd Porter, die met zijn vrouw een bakkerij had in Brooklyn en vader was van een dochter van 10, overleed op 6 mei op 49-jarige leeftijd. Zijn jongere broer, voor wie hij als producer had gewerkt bij vrijwel al zijn videoclips, was er niet bij. Gregory Porter: “Ik kon niet naar New York komen, zat vast in Californië. Maar ik had ook niet aan zijn bed mogen komen. Ik heb in mijn hoofd en hart afscheid van hem moeten nemen, want ook een waardige afscheidsdienst hebben we niet kunnen houden. Ik kan je gewoon niet uitleggen hoe moeilijk het allemaal is geweest. Corona heeft mij overgeslagen, maar ik lijd ik aan de stress, de zorgen en de rouw.”

Porter ademt zwaar over de telefoonlijn. Het praten over de broer die hem altijd aanmoedigde te blijven zingen – ook toen jarenlang niemand interesse toonde in zijn uitvoeringen van jazzstandards – valt hem zwaar. “Hij was mijn partner. Hij heeft altijd in me geloofd. Het enige dat me beter doet voelen is het besef dat hij doorklinkt in alle muziek die ik heb gemaakt. Ook op mijn nieuwe album weer. Het lied Thank You bevat de regel: ‘Rough cut stone/ I couldn’t polish myself/ It had to be done by someone else.’ Die someone else, dat is hij.”

Er valt een stilte. “Yeah,” mompelt Porter om daarna verder te gaan met zwijgen.

Onbekommerd is de stemming op 26 februari in het centrum van Parijs. Hoewel het buiten regent dat het giet, is Porter op het Franse hoofdkwartier van zijn platenmaatschappij in een zonnig humeur. Een dag later zal in Nederland de eerste officiële coronabesmetting worden vastgesteld, maar in Parijs slaat Porter zijn bezoek nog hartelijk op de schouder.

Zoals altijd draagt hij zijn platte pet met nauwsluitende zijpanden. Ze onttrekken de littekens aan het zicht die Porter overhield aan een operatie waarover hij nooit spreekt.

Er is voor deze locatie gekozen omdat Porter zijn album All Rise grotendeels in een studio elders in de nauwe straatjes van de wijk Saint-Germain-des-Prés opnam. Hij heeft er intens van genoten, zingt de lof over ‘de perfecte croissant’ en spreekt over een ‘bevrijdende Europese vibe’. “Het idee was dat ik door de stad zou wandelen en inspiratie zou opdoen. Maar de wandelingen werden steeds korter, zo graag wilde ik naar de studio om te gaan spelen.”

Aanvankelijk was hij van plan een flinke bulk boze, politiek getinte songs op te nemen, vertelt hij. Maar hij besloot op het laatste moment anders. “Die liedjes stonden bol van de frustratie over de manier waarop onze president ons land bestuurt. Ik bedacht me dat ik alleen maar reageerde op de gekke dingen die hij had geroepen. Dat is precies waar hij van houdt. En ik wilde niet het kleinste snufje van zijn gescheld op mijn plaat hebben. Ik moest mijn eigen verhaal vinden.”

Dat lukte op een van de sleutelsongs op het album, Mister Holland. Daarin bedankt Porter de vader van een jeugdvriendinnetje die ‘geen probleem maakt van de kleur van de huid’ van het vriendje van zijn witte dochter. Mister Holland nodigt de jongen thuis uit en neemt hem op in zijn familie. Porter: “Dit verhaal is een direct antwoord op de mensen die denken het land weer groot te maken door terug te gaan naar een periode waarin we bepaald niet great waren. Ik ben net zo Amerikaans als de gemiddelde Jack of Joe. Mister Holland onderkende dat.”

Is het waar gebeurd?

“Nee. Het ware verhaal is dat ik daar op de drempel stond en de vader van mijn meisje zei: ‘Get away from my door, nigger.’ Dat is mijn vorm van ironie: daarna zingen dat ik zo dankbaar ben voor zijn goedheid.”

Hoe oud was u toen dat gebeurde?

“Een jaar of 16, 17. Mijn familie heeft in Bakersfield een moeilijke geschiedenis gehad. Er zijn lang grote raciale problemen in de stad geweest. Er was een groep mannen – ze zaten tegen de Ku Klux Klan aan, sommigen er misschien zelfs middenin – die er echt op uit waren onze familie wat aan te doen. Toen ik 9 of 10 was, werd ons huis regelmatig aangevallen, tot het beruchte brandende kruis in de tuin aan toe. De mannen urineerden in flessen en gooiden die bij ons door de ramen. Je zou denken dat dit verhalen uit de jaren vijftig zijn, maar het waren gewoon de jaren tachtig.”

Hoe bleef u op de been?

“We zijn naar een wijk aan de andere kant van de stad verhuisd. Gevlucht, ja, maar het hielp ons wel. Het ging niet meer daar.”

Denkt u dat uw liedjes iets kunnen bewerk­stelligen op dit vlak?

“Dat hoop ik echt, ja. Als jongen probeerde ik mijn leven deels te leven volgens de liedteksten van mijn helden. Curtis Mayfields We’re a Winner. Of die regel van James Brown: Say it loud: I’m black and I’m proud. Of de beste levensles die er is, uit de mond van Nat King Cole: The greatest thing you’ll ever learn/Is to love and be loved in return. Ik hoop ook zo’n liedje te hebben geschreven.”

Het afscheid is hartelijk. Porter verheugt zich erop snel in Amsterdam te zijn, en later nog in Rotterdam, want hij komt naar het ‘insanely beautiful’ North Sea Jazz Festival.

Het zal allemaal anders lopen. De concerttournee gaat niet door en het verschijnen van All Rise wordt uitgesteld van half april tot 28 augustus. Het zijn beslissingen die Porter vanuit zijn huiskamer aankondigt, de plek waar hij ook het nieuws van de Black Lives Matterprotesten volgt die volgen op de gewelddadige dood van George Floyd. En de plek waar hij half augustus nog altijd bivakkeert. “De lockdown is bij jullie voorbij,” vertelt hij aan de telefoon. “Bij ons nog niet. We hebben hier nog steeds strenge social distancing-regels. Ik kom amper buiten.”

Wat dacht u toen u de protesten van Black Lives Matter op televisie zag?

“Ik dacht: dit is precies waar het om gaat. Dit zijn mensen die gewoon als mens behandeld willen worden. Het gaat om gelijkheid. Precies de boodschap van het liedje Mister Holland: in mijn jeugd was ik voor velen bij voorbaat een verdachte in plaats van een gewone jongeman. Het was een uitzondering als er van mijn huidskleur geen probleem werd gemaakt. Het gaat er niet om dat we zwarten voortaan boven witte mensen gaan plaatsen. Het gaat erom dat het zwarte ras van de grond wordt opgeraapt.”

Denkt u dat er iets zal veranderen?

“Dat moet haast wel. Ik werd er in elk geval echt door bemoedigd. Vooral ook doordat er niet alleen zwarte mensen meeliepen in de protestmarsen, maar een grote variëteit aan medestanders. Er was helaas ook geweld, maar de beste protesten voltrokken zich in de geest van de lessen van Doctor King en John Lewis.

Absoluut geweldloos, maar wel agressief. Want je moet ons wél horen. Kijk naar het recht om te mogen stemmen of het recht op de goede behuizing: dat hebben we ook niet zomaar gekregen. Je moet ervoor vechten.”

Uw plaat lijkt tijdens die vijf maanden van wachten alleen maar aan actualiteit te hebben gewonnen.

“Dat klopt. Maar het thema ‘gelijkheid’ kwam al veel vaker terug in mijn songs. En tot we het ideale punt hebben bereikt waarop het niet meer nodig is, zal ik ze blijven zingen.”

Het album All Rise verschijnt aanstaande vrijdag. Het concert dat Gregory Porter in april zou geven in de Ziggo Dome, staat nu gepland voor 19 januari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden