PlusInterview

Youp van ’t Hek: ‘Ik geniet van elk uur dat ik er nog sta’

Youp van ’t Hek: ‘Toon Hermans, die tot op hoge leeftijd bleef spelen, snap ik best. Het is een verslavend vak.’Beeld Linda Stulic

Nu cabaretier Youp van ’t Hek de 70 nadert, denkt hij na over zijn afscheid van het podium. Hij wil op tijd stoppen, maar wanneer is dat? Eerst is er een serie van vijf weken in Carré.

Zijn dokter belde hem toen hij in een Rotterdamse ambulance lag. “Youp, ik lees online dat je niet lekker bent. Wat is er?” De arts stond op een borrel, vertelt Youp van ’t Hek (65) over de avond, ­begin november, waarop hij onwel werd op het podium van het Oude Luxortheater. “Ik antwoordde: ‘Da’s geen gezellig feestje, als je op je telefoon staat te kijken.’ Toen was ze gerust­gesteld dat het niet ernstig was.”

U had het podium die avond na tien minuten verlaten, omdat het niet meer ging. In 2015 gebeurde dat ook enkele keren. Toen volgde later een openhartoperatie. Dit moet schrikken zijn geweest.

“Het was een rotgevoel, ja. Als ik nou gewoon rustig tegen een schap in de supermarkt was gezakt… Hier waren 900 mensen bij. En dankzij al dat getwitter wist half Nederland het eerder dan mijn vrouw. Het verhaal werd ook steeds sterker, alsof ik halfdood was. Zoveel was er niet aan de hand. Een van mijn vaste medicijnen was vervangen. Daar reageerde ik gewoon niet goed op.”

Wat gebeurde er precies?

“Ik voelde me al twee dagen landerig, maar toen ik op het podium stond, kon ik na een minuut of tien ineens geen stap meer zetten. Ik voelde het licht uitgaan en dacht: ‘Ik moet nokken.’ In het ziekenhuis moest ik even aan een infuus om dat wat ik tekortkwam aan te vullen. En daarna een nachtje blijven voor de zekerheid.”

In uw huidige voorstelling zegt u: ‘Sindsdien komt elke avond de theaterdirecteur in de kleedkamer checken of ik het ga redden.’

“Nou ja, ik ben een draaideurcrimineel wat dat aangaat, maar het gaat nu goed met me, hoor. Al word je van deze dingen niet zekerder, natuurlijk. Ik ben op mijn hoede. En ik leef gezond. Deed ik al een tijdje, hoor. Ik stond vanochtend om 10 uur in de sportschool. Ik doe er alles aan om zo kwiek mogelijk te zijn. Ik wil hier in Carré die tent laten swingen. Dan moet ik fit zijn.”

“De Youp van ’t Hek die overal het licht uitdeed, bestaat al lang niet meer. In theaters drink ik al bijna 15 jaar geen alcohol meer. Omdat ik word gereden, is het risico van doordrinken iets te groot. Dat is niet goed voor je realiteitszin. Dan stap je met zes witte wijn op de achterbank en denk je: goh, wat was ik weer goed vanavond.”

U speelt de komende maand twintig keer in Carré uw programma Met de kennis van nu. Op het podium vertelt u nu meermaals hoeveel plezier u in uw vak heeft.

“Dat is niet gespeeld. Toen ik net Carré binnenwandelde, hoorde ik dat meer dan 90 procent van de kaarten voor de serie al is verkocht. Daar word ik op mijn bijna 66ste toch wel onbedaarlijk vrolijk van. De tijd die me op het podium nog rest, wordt steeds korter. Dus elk uur dat ik er nog sta, geniet ik.”

U geeft dergelijke persoonlijke overpeinzingen volop ruimte in de voorstelling.

“Naarmate je ouder wordt, wordt het vanzelf persoonlijk. Hoe je het ook wendt of keert, ik heb steeds minder leef-tijd over. In mijn eerste programma, begin jaren tachtig, zat ik achter de wijven aan, nu vertel ik over mijn kleinkind. Mijn eerste oudejaarsconference ging over mijn kinderen die knäckebröd in de videorecorder stopten. Dat apparaat bestaat niet eens meer. Alles is veranderd. En daarin moet ik zo eerlijk mogelijk mee.”

En dus deelt u ook uw overwegingen over het einde van uw loopbaan. U maakt grapjes over mensen die in de pauze tegen elkaar zeggen: ‘Hij had het niet meer moeten doen.’

“Daarom zit er ook geen pauze in dit programma. Ik wil de vraag voor zijn of het publiek nog wel op die oude cabaretier zit te wachten.”

Collega Freek de Jonge is 75. Hij zei recent in deze krant: ‘Ik ga door zo lang het wonder van de creativiteit werkt. Hoe groot de zalen zijn, maakt me niets uit.’ Hij speelt soms voor nog geen 100 man publiek.

“Dat snap ik best. En Toon Hermans, die tot op hoge leeftijd bleef spelen, snapte ik ook. Het is een verslavend vak: het oplopen van het podium, de lach in de zaal, het nadenken over ­nieuwe dingen.”

Waarom hebt u dan aangekondigd dat u dit jaar uw laatste Oudejaarsconference speelt?

“Het wordt mijn tiende. Een mooi moment om hem door te geven aan anderen. Ik wil daarna nog wel een nieuwe show maken, heel misschien twee. Maar als ik vooruitkijk, zegt mijn gevoel nu, ook gezien mijn fysieke gesteldheid: ik houd ermee op als ik 70 ben.”

Ook als u er nog zoveel lol in heeft?

“Natuurlijk: als je fysiek overeind blijft, kun je door. Ik ben nog naar Charles Aznavour geweest op zijn 92ste. Toen kwam zelfs She van de autocue. Zulke taferelen wil ik niet, dan houd ik liever de herinnering glanzend. Wat dat betreft ben ik anders dan Freek. Ik ga niet naar het Dorpshuis in Berlicum. Ik heb het rondje zo vaak gemaakt, ik heb bijna 50 jaar op het podium gestaan. Ik hoop met een spetterende show te eindigen en met het gevoel dat ik mijn ­verhaal heb verteld.”

Wat wordt dat voor afscheid? Een vaarweltournee?

“Ik zie het wel voor me hoe ik op mijn 70ste verjaardag mijn laatste voorstelling speel. Hier in Carré. Met iedereen met wie ik ooit heb gewerkt in de zaal. Nog één keer hard lachen en dan een punt erachter. Ik weet: er zijn er meer die zoiets beloofden en vervolgens toch doorgingen. Misschien blijk ik straks ook maar een mens en moet ik uitkijken met deze grote uitspraken. Of ik ben tegen die tijd zelf al omgevallen. Maar dit is hoe ik me nu voel.”

Youp van ’t Hek: Met de kennis van nu. 22-1 t/m 22-2 in Carré.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden