Plus

Youp van 't Hek: 'Ik doop mijn pen in mijn hart'

Youp van 't Hek is 65, maar heeft nog te veel lol in zijn werk om te stoppen. 'Ik maak nog twee of drie vrolijke programma's, en dan maak ik een buiging en dan was dat het wel.' Donderdag verschijnt een boek over zijn werk en zijn leven.

Youp van 't Hek: 'Ik doe ook al vijftig jaar hetzelfde, maar ik zeik niet. Omdat ik het nog steeds hartstikke leuk vind' Beeld Linda Stulic

Als de vrolijkheid er maar van afspat, dat was de enige voorwaarde die Youp van 't Hek stelde bij het samenstellen van Youp als beroep, het boek ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag. "Je hebt van dit soort boeken die vol staan met wetenschappelijke verhandelingen. Ik wilde een boek waarin de lol die ik altijd in mijn werk heb gehad zou terugkomen." Het resultaat is een dartel vormgegeven en rijk geïllustreerd overzicht van een carrière die bijna vijftig jaar beslaat.

Voor wie is dit boek gemaakt?
"Dat heb ik mij ook afgevraagd, maar er zijn natuurlijk ook kruidenierswinkels die bij hun jubi­leum zo'n boek maken. De uitgeverij stelde eerst voor om ter ere van mijn verjaardag al mijn columns te bundelen. Dat zijn er gigantisch veel, en ik weet niet wie er nou zit te wachten op stukjes uit begin jaren negentig over Kees Jansma en Leo Beenhakker. Een boek als dit leek mij aardiger."

"Je maakt zo'n boek voor jezelf én voor alle mensen met wie ik heb samengewerkt en nog steeds werk. En zonder arrogant te willen klinken, maar sinds 1984 zijn al mijn voorstellingen uitverkocht. Het boek is er dus ook voor mijn publiek. Voor veel mensen ben ik een soort familie: ze lezen me elke week in de krant, zien me op oudejaarsavond."

Is het grote terugkijken begonnen?
"In het programma dat ik nu speel, zing ik: 'Mijn godvergeten leven duurt nog hooguit dertig jaar.' Dat is niet zo lang meer. En bij het ­samenstellen van zo'n boek sta je weer even stil bij wat een leuk leven je eigenlijk hebt gehad. De eerste keer in Carré, al die oudejaarsconferences, het blad Youp, dat ik maakte om Matthijs van Nieuwkerk te pesten, die toen de Matthijs had. En al die mensen die ik al jaren om mij heen heb."

Stemt het melancholisch?
"Je merkt dat het leven voorbijvliegt. Zeker in de eerste jaren van mijn loopbaan was ik gespannen en alert. Dat ben ik nog steeds wel, maar inmiddels heb ik alles ook wel een keertje meegemaakt. Er komt geen Ziggo Dome meer, geen speelfilm, geen roman. En ik ga ook niet klassiek zingen of balletdansen. Misschien nog twee of drie vrolijke programma's, en dan maak ik een buiging en dan was dat het wel."

Nog een jaar of vijf?
"Zoiets ja."

De wereld verandert, wordt steeds ingewikkelder. Hoe gaat u daarin mee?
"Ik probeer alles bij te houden: kranten, boeken, internet. Maar ik zal ook niet meer gaan vloggen, of foto's van mijn kinderen op Instagram zetten ofzo, als je dat bedoelt."

Wat ik bedoel is dat, afgaande op uw columns in NRC Handelsblad, u moeite lijkt te hebben met sommige moderniteiten en maatschappelijke ontwikkelingen. Dat komt u ook geregeld op kritiek te staan.
"Dat vind ik niet erg, dat hoort bij een column. Mijn vader leerde mij: zorg dat een groot deel van de mensen je een onbedaarlijke eikel vindt. Ik sta inderdaad wantrouwend tegenover politieke correctheid."

"Neem dat #MeToo-gedoe. Ik zie ontzettend veel vrouwen de kroeg binnenkomen met één doel: een kerel in bed krijgen."

Dat heeft toch niets met #MeToo te maken?
"Als mannen hetzelfde doen dan krijgen we op onze sodemieter."

Maar #MeToo gaat over machtsverhoudingen en -misbruik, niet over vrouwen of mannen die de kroeg binnenstappen om...
"Wat ik bedoel is dat het een wederzijds spel is. En dat vrouwen dat spelletje ook spelen."

Veel mensen vielen over u heen toen u het woord 'pisnicht' gebruikte.
"Ja, dat is mijn taalgebruik, ik vind het een leuk en onschuldig woord. Volgens mij heb ik het van een homo geleerd. Het heeft helemaal niet de lading die mensen eraan geven. Het is Amsterdams, mijn oom Wim zei het al."

Mijn opa had het over moffen, maar dat zeggen we nu toch ook niet meer. De maatschappij kantelt...
"En ik kantel rustig mee. Maar pisnicht kun je nog makkelijk zeggen."

Hebt u er lol in dat mensen boos worden over uw column?
"Ik vind dat geen enkel probleem. Er zit ook een laag ironie onder, het is een column, geen essay. Als je dat niet begrijpt of niet leuk vindt, moet ik stoppen met schrijven, of jij stoppen met lezen. En dat eerste gaat voorlopig niet gebeuren."

"Gelukkig zijn er ook veel mensen die wel van mijn stukjes en woordgebruik houden, mijn column wordt idioot goed gelezen. Ik ken zoveel zeikerds door wie ik niet leuk gevonden wil worden. Die hoor ik dan praten over auto's die ze kopen en reisjes die ze maken en over dat ze over de Huishoudbeurs of meubelboulevard sjouwen: ik vind het niet erg dat zij mij niet leuk vinden."

Volgens mij vinden die mensen u juist wel leuk. Zoals hockeytypes het vroeger heel grappig vonden dat u hen in uw shows belachelijk maakte.
"In mijn laatste programma's doe ik dat niet meer. Ik doop mijn pen in mijn hart en schrijf een stukje. Dat is dan mijn mening. Ik lees veel columns waarbij ik denk: ja... keurig, prima zin, mooi opgeschreven, goed zo. Ik moet er niet aan denken dat ik dat soort columns schrijf."

Als u, met dit boek in handen, uw loopbaan ­beschouwt, wat is dan de rode draad?
"Vrijheid. Dat je je leven niet moet laten leiden door je hypotheek, of door je man of vrouw waarmee je in een ongelukkig huwelijk zit. Als je het zo vreselijk vindt, zeik niet zo en ga weg! Zoveel mensen zitten vast, terwijl je maar één leven hebt, straks ben je dood."

"Kijk, ik doe ook al vijftig jaar hetzelfde, maar ik zeik niet. Omdat ik het nog steeds hartstikke leuk vind. Ik heb op mijn 16de een vak gekozen dat ik op mijn 65ste nog steeds mag doen en waar ik nog steeds ontzettend veel lol in heb."

"Mijn doel is mensen een leuke avond te ­bezorgen en dat doe ik met een schets van het ­leven. Ik kijk met grote verbazing naar de mensheid en heb er plezier in dat te beschrijven. Zo'n programma als De Rijdende Rechter, daar geniet ik van. Dat mensen zich zo druk kunnen maken over een schutting. En er zit ook genoeg mededogen en zelfspot in mijn teksten hoor, vaak genoeg loop ik in mijn sketches ook zelf door de Ikea."

Hebt u mensen geïnspireerd om daadwerkelijk het roer om te gooien?
"Jazeker. Toen ik in mijn show in 1989 zei dat je de plek moet verlaten waar je niet wilt zijn, is de broer van een vriend van mij de volgende dag uit huis vertrokken, om nooit meer bij zijn vrouw terug te keren. En af en toe ontvang ik brieven van mensen die het na het zien van een voorstelling helemaal anders zijn gaan doen. Dat maakt mij geen profeet of zo, uiteindelijk is mijn doel vooral mensen aan het lachen te krijgen."

Donderdagavond is de première van uw show, bent u daar nog zenuwachtig voor?
"Het is geen echte première, ik speel het programma al sinds december. Maar vanavond is de pers uitgenodigd. Zenuwachtig ben ik niet, maar ik vind het fijn als het achter de rug is. De meeste recensenten volgen mij al zo lang dat ik van tevoren al weet wat ze gaan schrijven. Ik heb ooit een lijstje gemaakt van alle journalisten, met een voorspelling van hoe hun recensie zou zijn. Klopte voor negentig procent."

Freek de Jonge belt recensenten op als ze bij hem in de zaal hebben gezeten.
"Alsjeblieft zeg. Tegen de tijd dat ik dat ga doen ben ik hopelijk allang gestopt."

Youp als beroep, Thomas Rap, €39,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden