PlusInterview

Youngadultschrijver Eva Burgers: ‘Ik schreef al veel voor ik bij de politie ging’

Youngadultschrijver Eva Burgers komt met een misdaadreeks voor volwassenen over rechercheur Robin Escher. Het is gebaseerd op haar eigen tijd bij de afdeling zware criminaliteit. ‘Het is honderd procent psychisch verwerken.’

Eva Burgers: ‘Ik heb op het allerlaatste moment nog besloten tot een megaplot­wijziging.’ Beeld Tammy van Nerum

Zoals ze het nu voor zich ziet: ieder voorjaar een jeugdboek en ieder najaar een misdaadroman voor volwassenen bij Gloude Publishing, de nieuwe, kleine uitgeverij van Wanda Gloude, waar ook de Amsterdamse thrillerschrijver Willem Asman nieuw onderdak heeft gevonden.

Eva Burgers (50) wordt neergezet als ‘de nieuwe Baantjer’, die haar boeken baseert op haar eigen ervaringen als rechercheur bij de politie, onder meer in Amsterdam. Met dat verschil, onderstreept Burgers, dat zij in tegenstelling tot Appie Baantjer al heel veel had geschreven voor ze als 28-jarige de overstap maakte naar de politie. ”En ik heb altijd de wens en de passie gehad om dat ook fulltime te kunnen doen.”

Lichtend voorbeeld was haar vader Wibo Burgers, journalist bij de Haagsche Courant en het ANP. “Ik zocht mijn schrijven eerst in de journalistiek. Daarvoor moet je nieuwsgierig zijn, het heeft raakvlakken met de recherche.” In de fictie is ze pas echt op haar plek terecht gekomen. Zaken waarmee ze te maken heeft gehad in haar 18 jaar bij de politie verwerkte ze in haar succesvolle jeugdthrillers. Rechercheur Robin Escher in haar nieuwe misdaadreeks voor volwassenen, die net met Stil is afgetrapt, is haar op het lijf geschreven.

Robin Escher wordt geconfronteerd met een behoorlijk seksistische sfeer bij de politie en ziet zich gedwongen op te stappen. Is dat ­gebaseerd op uw eigen ervaring?

“Robin ervaart de sfeer als seksistisch en bevestigt dat als haar ernaar wordt gevraagd, maar het is niet haar bedoeling dat het zulke verstrekkende gevolgen heeft. Dan zie je in het team twee kampen ontstaan, waarbij iedereen zich tegen haar keert. Dat heb ik ook zo ervaren. Het was een best pittig machocultuurtje waarin iedereen elkaar de hand boven het hoofd hield. Het is niet mijn bedoeling de politie in een kwaad daglicht te stellen; het gaat nu ook beter, het wordt aangepakt. Het is ook niet waarom ik ben vertrokken. Ik ging weg omdat ik kon leven van schrijven, maar dit is wat er speelde en dit is mijn vorm om er aandacht aan te schenken. ”

Ook heel actueel: de moord in Stil op een ­officier van justitie. Sinds de moord op ­advocaat Dirk Wiersum worden veel rechters en officieren van justitie beveiligd.

“Die moord paste in de sfeer van het verhaal, dat maakte het ook goed heftig. Toen ik het nieuws hoorde van Derk Wiersum was dat echt een mokerslag, ik appte meteen naar mijn uitgever. We waren echt in shock, het lijkt wel of ik een vooruitziende blik heb gehad. Zo ver kan het gaan – en dat blijkt dan maar weer.”

Waarom bent u nu pas voor volwassenen gaan schrijven?

“Toen ik met mijn eerste idee voor een boek bij mijn toenmalige uitgever kwam, vonden ze het geschikter voor tieners. Zo ben ik in die hoek gerold en daar blijven hangen. Het plan voor Stil had ik echter al zo’n drie jaar geleden. Toen Wanda Gloude, mijn redacteur, een eigen uitgeverij begon, had ik veel geloof in haar en zij in mij en ben ik opnieuw met dat idee verdergegaan.”

“Ik vind het mooi dat er elk jaar een jeugdthriller blijft verschijnen. Het is fijn een bijdrage te leveren aan de leesbevordering. Ik doe maandelijks zo’n vijf à zes lezingen op scholen en ik ga graag naar het vmbo, waar leerlingen een extra steuntje in de rug nodig hebben. Als ik er maar ééntje echt kan bereiken, ben ik al zo blij. Dat had ik bij de politie ook al, ik was heel erg gefocust op jongeren die het lastig hebben.”

Jaarlijks twee boeken, hoe gaat u dat doen?

“Als ik begin aan een boek, werk ik zeven dagen in de week, heel gestructureerd: ik schrijf twee à drieduizend woorden per dag. De schema’s heb ik al gemaakt en dan gaat het snel. Er is dan geen dag dat ik niet schrijf. De plots zijn best ­ingewikkeld, daar wil ik in blijven. De personages moeten goed in je hoofd blijven hangen. Vooraf maak ik ook collages op de muur, ik knip veel uit bladen: zo ziet zij eruit, zo ziet hij eruit.”

“Ik zie literaire schrijvers meer als de kunstenaars onder de schrijvers, die denken anders. Ik val meer in de categorie journalistiekachtige schrijvers met veel fantasie. Dat is een heel ander soort. Maar ik heb aan geen enkel boek zo hard gewerkt als aan dit. Ik heb op het allerlaatste moment besloten tot een megaplotwijziging. Toen heb ik er dag en nacht aan gewerkt het hele boek te herschrijven om alles te laten kloppen.”

Is het schrijven ook therapeutisch na wat u bij de politie heeft meegemaakt?

“Het is honderd procent psychisch verwerken. De zaken die ik heb meegemaakt maak ik net anders – en het mooie: nu kan ík de lijn en de afloop bepalen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden