Plus Interview

Yentl Schieman: ‘Een liedje over een baby ligt te veel voor de hand’

Yentl Schieman (33) over opgroeien in Kruiningen, kritische types op de Kleinkunstacademie en cabaretpartner Christine de Boer, van Yentl en de Boer. ‘Weet je al dat wij allebei zwanger zijn?’

Yentl Schieman. Beeld Pieter Verburgt

Yentl Schieman is nog niet vaak geïnterviewd zonder haar cabaretpartner Christine de Boer, zegt ze nadat we thee hebben besteld op het terras van Podium Mozaïek aan de Bos en Lommerweg. Ze vindt het wel leuk, een keer alleen. Hoeft ze niet in de gaten te houden of ze allebei ongeveer evenveel aan het woord komen. Zo zijn Yentl en de Boer: lief voor de ander.

Dat zie je ook als ze op het podium staan met hun soms absurdistische, vaak ironische, altijd scherpzinnige, maar niet harde liedjes over menselijk gedrag, waarbij ze ook zichzelf niet sparen. Hun voorstellingen stralen liefde uit, voor de liedjes die ze met z’n tweeën maken, voor dat rare leven van ons en voor elkaar.

Over dat laatste zegt Schieman: “Dat kan ook niet anders, want we zijn bijna elke dag samen. Als je niet van elkaar houdt, houdt de samenwerking snel op. We hebben wel echt moeten leren een duo te zijn. Het is net als in een relatie; je moet eraan blijven werken, goed naar de ander luisteren en het vertrouwen hebben dat je eerlijk kunt zijn over iets wat je niet goed vindt, zonder dat het hele huis meteen in elkaar stort. Als ik wat heb, krop ik het niet op. Christine ook niet volgens mij. Ik zie het trouwens meteen aan haar gezicht als er iets is.”

Ze veert op. “Weet je al dat wij allebei zwanger zijn? Christines uitgerekende datum is drie dagen na de mijne. Ik ben uitgerekend op 26 december en zij op 29 december.”

Knap gepland, hoor.

“Ongelooflijk hè? Ik wist het iets eerder dan zij en vertelde het meteen, ook omdat we voor dit najaar een theatertour hebben staan die een half jaar moet worden uitgesteld. Ze was superblij voor me, maar ik zag ook vertwijfeling in haar ogen: wat moet ik dan doen? Een week later reden we ergens heen toen ze zei dat ik even de auto aan de kant moest zetten, omdat ze iets wilde vertellen.”

Wist u niet van elkaar dat er aan werd gewerkt?

“Nee, dat hadden we opzettelijk stilgehouden. Je moet er toch niet aan denken dat we in een soort ongemakkelijke nou-spannend-we-gaan-allebei-beginnen-situatie terechtkomen. En dat het dan bij de een niet lukt en het bij de ander meteen raak is. Maar goed, we wisten natuurlijk wel van elkaar dat we graag kinderen wilden. En we hebben er allebei de leeftijd voor en een vriend met wie we het zien zitten. Morgen hebben we een vervroegde pretecho om te zien wat het is.”

U en Christine?

“Haha. Zo vergroeid zijn we nu ook weer niet. Nee, mijn vriend en ik.”

Die vriend is acteur Yannick van de Velde. Hij vormt ook een cabaretduo met zijn beste vriend (Tom van Kalmthout): Rundfunk, eerst populair op televisie en nu in het theater. Schieman en hij kennen elkaar nog van de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie, hij zat in het eerste jaar toen zij bijna afstudeerde.

“Hij doet nu precies hetzelfde als ik,” zegt ze stralend. “We hebben hetzelfde ritme als we spelen: de ochtenden voor onszelf en om drie uur naar het theater. Dat is fijn. Het had ook anders gekund: dat hij bij de gemeente werkt en om kwart over acht de deur uit moet en thuiskomt als ik net weg ben. Vreselijk.”

Is het niet ook ingewikkeld dat u min of meer hetzelfde werk doet en daar ambitieus in bent? Zo makkelijk is het niet om in uw wereld succesvol te worden en te blijven.

“Wij gunnen elkaar alles. Ik ben alleen maar trots op wat Yannick al heeft bereikt, en hij is nog niet eens dertig. Maar je wilt elkaars werk wel echt goed vinden. Dat kan zeker ingewikkeld zijn. Na de eerste keer dat hij kwam kijken naar een voorstelling van ons zei hij: ‘Ik was blij dat ik je goed vond.’ Dat had ik bij hem ook. Als het niet zo is, ga je toch twijfelen denk ik, ook al ben je verliefd.”

Christine en u zijn net begonnen met liedjes maken voor de nieuwe voorstelling getiteld Lacrimosa. Wat betekent dat?

“Lacrimosa is een onderdeel van het Requiem van Mozart en betekent zoiets als ‘diepbedroefd’ of ’tot tranen geroerd’. Deze titel doet ons ook denken aan: vol durven leven, opera en grote emoties.”

Denkt u dat uw huidige conditie erin terugkomt?

“Ik heb sterk het gevoel dat ik er juist niet over wil schrijven: zo’n liedje over zwanger zijn of net een baby hebben, het zou te voor de hand liggend zijn. Maar wie weet komt het nog, want we zijn er natuurlijk wel verschrikkelijk vol van, en als wij ergens verschrikkelijk vol van zijn komt het vaak in een liedje.”

“En het is natuurlijk een universele gebeurtenis, een kind krijgen. Wij schrijven vanuit verwondering over iets wat we meemaken of zien gebeuren, maar ook vanuit het rustgevende gevoel dat mensen best veel op elkaar lijken. Ken je ons liedje Zo origineel? De helft van waar we over zingen hebben wij ook gewoon thuis.”

Een deurmat met een grap: ‘If you bring beer you’re welcome here?’

“Die dan niet.”

Boeddha’s op de wc?

“Dat dan ook niet.”

Een zwart-witposter van New York met de gele taxi’s in kleur?

“Nee, maar wel een industriële lamp, iets van steigerhout en Rituals in de badkamer. Wat ik wil zeggen, is dat wij ook onszelf bedoelen als we de draak met iets steken. In Magie, ons vorige programma, zit een liedje over hoe reizigers op een perron zich gedragen als de treindeuren opengaan. Die mensen zijn wij ook, wij willen net als iedereen het liefst als eerste de trein in.”

Nadenkend: “Het zou ons misschien toch lukken iets origineels en niet tuttigs te doen met zo’n zwangerschap.”

Yentl Schieman: ‘In de zomer gingen we altijd naar de Costa Brava.’ Beeld Pieter Verburgt

Materiaal genoeg, want mensen gaan goedbedoeld steeds dezelfde rare en irritante dingen zeggen als je zwanger bent. Heeft u dat nog niet gemerkt?

“Wat ik wonderlijk vind is dat mensen met vrij veel stelligheid denken te weten wat het geslacht van de baby is. Volgens mijn schoonmoeder wordt het een meisje. Ze ziet het aan me. Mijn moeder is daar ook van overtuigd. Laatst zei ze: ‘Ik heb dus gehoord dat meisjes je schoonheid stelen en het valt me op dat je er een beetje flets uitziet.’ Haha. Ben je net binnen.”

Binnen is in dit geval haar ouderlijk huis in Kruiningen, een klein dorp in Zeeland. Schieman is er geboren en opgegroeid, in een gezin met twee leerkrachten als ouders en een vier jaar jongere broer.

“Mijn moeder is al sinds haar achttiende kleuterjuf in het dorp, mijn vader gaf onder andere les op het ROC in Goes. Ze hadden vaak vakantie, acht keer per jaar. In de zomer gingen we altijd naar dezelfde plek aan de Costa Brava. Met z’n vieren in een piepklein caravannetje. Dat konden wij goed, zo’n leven daar: naar het strand, lekker veel eten, spelletjes doen. Mijn moeder is fantasierijk en creatief, ze voedde ons op met verhalen van Roald Dahl, sprookjes en veel knutselen. Omdat nog niemand een mobiele telefoon had of andere moeilijke dingen heb ik ook altijd eindeloos buiten gespeeld.”

Het klinkt bijna te idyllisch om waar te zijn.

“Dat was het ook. Ik heb oprecht een heerlijke jeugd gehad in een rustig, vrolijk, normaal gezin. Mijn ouders hadden, en hebben, een gelukkig huwelijk. Vanaf mijn veertiende hing ik na schooltijd met vriendinnen rond het trapveldje achter ons huis. Beetje zitten op de tribune, drankjes drinken, stiekem roken, maar niet grenzeloos. Het was gewoon leuk. Ik heb nooit problemen gehad.”

Kruiningen was voor u niet een dorp waaraan u wilde ontsnappen? Ik zie toch ook wel een strenggelovige gemeenschap voor me.

“Kruiningen heeft drie kerken die drie keer per week volliepen met gereformeerde families in zwarte kleren en met zwarte hoedjes op. Zo is het nog steeds. Niet-gelovigen, zoals wij, zijn altijd zwaar in de minderheid geweest.”

En toch kon u er aarden?

“Ja hoor, wij mixten prima met de gelovige kinderen. Ik ging veel om met jongens uit streng gereformeerde gezinnen. Die moesten wel om twaalf uur thuis zijn als we op zaterdagavond uitgingen in Goes.”

En de meisjes uit die gezinnen dan?

“Geen idee waar die waren. Ik zat met een paar ongelovige vriendinnen op damesvoetbal – bij VV Kruiningen, wohoo – en daar leerde ik al die jongens kennen. Echt balen dat ze altijd vroeg naar huis moesten, vooral omdat ik zo nu en dan verliefd op ze werd.”

“Maar ik zit nu even na te denken over die vraag of ik dan niet weg wilde… Dat wilde ik zeker want ergens overheerste de saaiheid, maar ontsnappen is een te heftige typering. Wat ik vooral sterk voelde was dat ik musicalster wilde worden. Ik wist dat ik kon zingen, ik zat bij het jeugdtheater en ik hield enorm van musicals, daar ging ik vaak heen met mijn moeder en een vriendin van haar.”

Hebt u iets gedaan met die droom?

“Een vooropleiding in Rotterdam. Elke zaterdag musicalles met drie andere meiden. Het was vrij snel duidelijk dat ik er niet helemaal paste; ik was steviger gebouwd, ik kon niet sierlijk dansen en niet zo hoog zingen. Dat ik ook iets kon, voelde ik wel, maar ik wist niet wat, ik kon er nog niet bij komen. Na de auditie voor de echte musicalopleiding werd ik als enige afgewezen. Dat was de eerste grote teleurstelling in mijn leven. Vreselijk vond ik het, die meiden waren vriendinnen geworden en daar hoorde ik niet meer bij.”

Kreeg u van die meewarige blikken.

“En deze: ‘Awww, zo kut voor je.’ Zelf superblij natuurlijk. Tegen beter weten in deed ik de vooropleiding nog een keer. Gelukkig kwam ik tijdens dat jaar in aanraking met het werk van Maarten van Roozendaal en De Vliegende Panters. Door hen ging ik denken: misschien is dat wat ik goed kan. Niet de hoogste noten van Don’t cry for me Argentina halen en heel dun zijn om al die dansjes te kunnen doen, maar muzikaal cabaret. Ik zocht uit waar De Vliegende Panters hadden gestudeerd: de Kleinkunstacademie natuurlijk. Toen wist ik zeker: daar moet ik ook naartoe. En ik werd meteen aangenomen.”

Viel u daar wel op uw plek?

“Helemaal niet, want ik kwam rechtstreeks uit Kruiningen. Een meisje uit mijn klas zei: ‘Ik snap niet dat jij bent aangenomen met zo’n zwaar accent.’ Ik sprak toen nog erg Zeeuws. En ik was verschrikkelijk bleu en had nog nooit een serieus toneelstuk gezien. In de eerste twee weken kregen we les van Adelheid Roosen die ons veel meenam naar het toneel. Ik vond er geen reet aan, maar waarom wist ik niet, ik had nergens een heldere mening over.”

Ze lacht verlegen. “Ik vond het ingewikkeld allemaal. Ten eerste kwam ik in Amsterdam waar iedereen al eindeloos veel opener is dan in Zeeland, en dan ook nog op zo’n school waar alle leerlingen helemaal lekker vrij zijn, overal over durven te praten en over alles een mening hebben, die ze welbespraakt rondbazuinen. Ik was totaal geïntimideerd. Ook door de leraren. Volgens mij deed ik alles om maar goed gevonden te worden.”

Grinnikend: “Dit klinkt best stom eigenlijk. Maar het is wel zo. Nu, achteraf, denk ik: hoe ben ik in godsnaam die eerste drie jaar doorgekomen?”

Was u eenzaam?

“Nee, dat ook weer niet. Ik had wel vrienden in de klas, onder wie Christine, maar het gekke is, hoe langer die Kleinkunstacademie achter me ligt, hoe sterker het onprettige gevoel dat ik eraan heb overgehouden, hoe graag ik nu ook wil zeggen dat ik het leuk vond, die zoektocht naar mezelf te midden van al die kritische types. Het is alsof ik een ander iemand was toen. Ik keek onzeker uit mijn ogen, ik was steviger, en ik had heel veel haar. Laatst zei een jongen die ik ken uit die tijd: ‘Je leek altijd een soort waarzegster.’ Ik denk dat de meeste van mijn klasgenoten ook vonden dat ik er niet bovenuit steeg. Ze zullen wel verbaasd zijn dat ik zo goed terecht ben gekomen.”

Beter dan de meesten vermoedelijk.

“Zeker.”

Een van de grappigste liedjes uit jullie laatste voorstelling vond ik Hogwarts, waarin iemand die al lang en breed volwassen is alsnog wordt toegelaten op de school voor tovenaars en heksen uit Harry Potter. Gaat dat liedje eigenlijk over het afscheid van een oud leven? Of over de sfeer op de Kleinkunstacademie, toch ook een bijzondere school vol spanning en onverwacht avontuur?

“Het hangt ergens in de verte meer samen met weg willen naar de grote stad. Ik heb altijd van fantasyfilms gehouden. Harry Potter en Lord of the Rings kwamen uit toen ik een jaar of vijftien was en ik kon daar helemaal in zwelgen. Toch een soort uitvlucht misschien.”

“Dat gevoel heb ik altijd onthouden, maar de directe aanleiding voor het lied was mijn vriend die vroeg wat ik zou doen als ik zo’n perkamenten brief met een zegel van Hogwarts zou krijgen. Zou ik ingaan op de uitnodiging? Moeilijke vraag want ja, ik ben 33 en zou alles nog moeten leren. Dat gaat niet makkelijk worden. Wil ik dat echt, naar school met mensen van elf van wie de meeste zijn opgevoed in een tovenaarsfamilie? En ik ben vier jaar weg van Yannick want je zit daar op dat kasteel en je mag alleen in de kerstvakantie naar huis, en een paar weken in de zomer. We kregen er echt een serieus gesprek over.”

En, zou u het doen?

“Ik zou het uiteindelijk toch wel doen, zo’n kans krijg ik nooit meer. Een tijdje later zei Yannick: ‘Misschien moet je ons gesprek over Hogwarts opschrijven.’ En toen was daar dat lied.”

Yentl Schieman: ‘Wat ik vooral sterk voelde was dat ik musicalster wilde worden.’ Beeld Pieter Verburgt

Is het moeilijk om te beginnen aan een nieuwe voorstelling?

“Nee, we zijn nu twee weken bezig en het gaat lekker; we zijn weer ouder, we hebben nieuwe dingen meegemaakt, er is ons van alles opgevallen. En we zijn natuurlijk samen, dus je hebt twee keer zo veel ideeën, waar we vaak allebei iets in zien. Ons liedje Kaas bijvoorbeeld is een idee van Christine maar het komt voort uit een gedeelde liefde voor kaas. Wij houden van alles met kaas en de stinkendste kazen vinden wij het allerlekkerst. Dat is die verwondering van waaruit we schrijven: waar word je blij van? Ja, toch erg van kaas.”

Ik dacht dat Kaas over sleur ging.

“Kan, maar zo begonnen wij er niet aan. Kaas is voor ons geen sleur, daarvoor houden wij te veel van kaas. Ik hou trouwens ook enorm van De Rijdende Rechter. Daarin zie je mooi wat mensen beweegt, en hoe lelijk ze kunnen zijn. Dat is fijn als liedjes maken je beroep is.”

Lijken jullie, afgezien van jullie liefde voor stinkende kazen, meer op elkaar dan jullie van elkaar verschillen?

“We zijn ook heel anders. Christine komt uit een ondernemersgezin. Toen we net begonnen wist zij al hoe het allemaal moet met de belasting en hoe je een slechtnieuwsgesprek voert. Ik probeer altijd aardig te zijn, vind het echt vreselijk om iemand iets te moeten zeggen wat niet leuk is, maar ik heb wel van haar geleerd dat als je een eigen bedrijf hebt, je soms wat harder moet zijn om verder te komen.”

Voelt u zich hier nog weleens dat meisje uit Kruiningen?

“Nee, ik ben nu thuis in de stad, en in het vak. Ik ben zelfverzekerder. Als het vroeger niet klikte met iemand dacht ik altijd dat het aan mij lag. Gebeurt dat nu denk ik: gewoon niet mijn type. Ik kan er ook beter tegen dat ik niet goed ben in groepen. Bij meer dan zes mensen bij elkaar word ik al stil, luister ik liever. Ik ga mezelf niet meer stom vinden als ik dan geen geestig verhaal kan vertellen. In mijn schooltijd sloeg ik mezelf voor mijn kop als dat niet lukte.”

Knap wel dat u zo bent komen bovendrijven met uw eigen geluid terwijl u op de school waar u dat geluid kon ontdekken zo hard bezig was u aan te passen.

“Ergens bleef ik kennelijk trouw aan wie ik was. Gelukkig had ik Christine, zij benoemt altijd wat ze zo leuk en eigen aan mij vindt. Daar heb ik ontzettend veel vertrouwen uitgehaald. Ik weet niet of ik in mijn eentje zover was gekomen, ik denk het niet eigenlijk. Samen met haar durf ik groter te dromen. Zij kan dat zo goed.”

“Het was bijvoorbeeld haar idee dat we in Paradiso moesten staan. Mijn eerste reactie is: ‘Ja maar, kan dat wel joh, ze zien ons aankomen.’ En dan staan we daar en zegt zij: ‘Het is bijna kerst, we moeten een sneeuwinstallatie.’ En dan ik weer: ‘Ja maar, dat is wel duur hoor.’ Ik ben de nuchtere. Dat heeft soms ook weer voordelen.”

Even later komt het onderwerp van ons gesprek het terras opgelopen. Ze gaat een paar tafels verder zitten. Schieman zwaait. “Elke ochtend komen we bij elkaar, meestal hier op het terras. We kijken wat ieder voor zich gemaakt heeft, we overleggen, we verzinnen wat en dan verdelen we het werk. Maak jij hier muziek bij? Kijk jij nog even naar die tekst?”

“Heel harmonieus, terwijl we voor een duo vrij veel alleen werken. We worden er ook steeds beter in iets te laten als het niet gaat. Dan gaan we de volgende dag weer verder in plaats van dat we verbeten blijven zitten.”

Gaan jullie de voorstelling afkrijgen voordat die buik zo dik is dat u alleen nog maar op de bank stripboeken wilt lezen?

“Ik denk het wel. We zorgen in elk geval dat we veel materiaal hebben. In het najaar gaan we er dan even uit en in april starten we weer op. Je zal zien dat de baby’s op dezelfde dag geboren worden, liggen Christine en ik straks naast elkaar in zo’n kraamkamer.”

Dan is er van vrolijk samen liedjes zingen geen sprake, kan ik u vertellen.

“O echt? Jezus. Ik ben best kleinzerig. Gelukkig ben ik nog totaal niet bezig met de bevalling. Ik probeer het maar zo te zien: dat wordt gewoon een vervelende dag maar daarna hebben we wel een baby.”

Yannick en jij?

“Ja. En Christine en ik.”

Yentl Schieman

22 mei 1986, Kruiningen

1998-2003 Havo op het Goese Lyceum, Goes

2003-2005 Vooropleiding Muziektheater Codarts, Rotterdam

2004-2005 Communicatie, HZ in Vlissingen

2005-2010 Toneelschool en Kleinkunst-academie, Amsterdam

2010-2011 Here, There and Everywhere SENF

2011-2012 BonteHond: OMA en M-Lab: Asterdorp

2012-2014 Fringe Festival: Club Silenzio

2013 Tournee AKF met Yentl en de Boer

2014-2015 De Meisjes met Yentl en de Boer

2015-2017 De snoepwinkel is gesloten met Yentl en de Boer

2018 Yentl en de Boer in Concert met Yentl en de Boer

2017-2019 Magie met Yentl en de Boer

2013 Wim Sonneveldprijs en de publieksprijs

2015 Annie M.G. Schmidtprijs voor Ik heb een man gekend

Schieman woont met haar vriend in Bos en Lommer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden