Plus Achtergrond

Wordt radio ooit weer ontregelend en eigenwijs?

‘De radio overleeft alles,’ verklaarde mediaprofessor Huub Wijfjes naar aanleiding van de bekendmaking van de Onvergetelijke Luisterlijst. Is dat wel zo?

Beeld Shutterstock

In Nederland werd de radio honderd jaar geleden geboren, toen pionier Hanso Idserda op 6 november 1919 in zijn woning aan de Beukstraat in Den Haag zijn zelfgebouwde radiozender startte. Wie met loodglanskristal, een naaldje en een om een WC-rol gewonden koperdraad een ontvangertje had weten te fabriceren, kon als eerste de mars Turf in je ransel horen, uitgevoerd door de Koninklijke Militaire Kapel onder leiding van Nicolaas Bouwman, de opa van Mies.

In het volgende decennium ­veroverden de zuilen het nieuwe ­medium, dat in de eerste helft van zijn bestaan de spreekbuis was van de verzuiling, prekend voor eigen parochie. Iedereen luisterde naar zijn geestverwante omroepvereniging; socialisten naar Wim Sonneveld als de orgelman Willem Parel (‘Niet op reageren, Lena!), protestanten naar Mast­klimmen, katholieken naar Negen heit de klok en liberale burgerheren naar De bonte dinsdagavondtrein.

Creatief en dwars

In de tweede eeuwhelft, vanaf 1969, brokkelden die zuilen in hoog tempo af. Commerciële zenders, nazaten van roemruchte ‘piraten’ als Veronica, overvleugelden de publieke radio in luisterdichtheid en in de decennia daarna waren de omroepverenigingen steeds op zoek naar zichzelf: waartoe zijn wij nog op aarde? Toen men zich eenmaal aan het keurslijf van de verzuiling had ontworsteld, bleek ook de radio een fontein van creativiteit en dwarsigheid.

Die periode had in het gedenkboek, dat woensdag werd gepresenteerd, wel wat levendiger en gedetailleerder beschreven mogen worden. De ‘Beursberichten’ voor rode Libanon en andere drugs van Koos Zwart in In de Rooie Haan komen er niet eens in voor. Denk je eens in: Ronflonflon, de Dikvoormekaar Show, (winnaar van de publieksprijs voor het memorabelste radioprogramma), Paranoia Radio Show, Wim T. Schippers, ­Willem de Ridder, Germaine sans gêne, VPRO-Vrijdag, Het Gebouw!

Via de Onvergetelijke Luisterlijst zijn de meeste daarvan nu op internet te horen, bijna allemaal van de VPRO. Daar hadden ze het meest drastisch de dominees naar huis gestuurd om hun eigen goddelijke gang te kunnen gaan – ontregelend en eigenwijs, zonder acht te slaan op luisterdichtheden.

Dwangbuis

Toen ik in die tweede eeuwhelft zelf bij de VPRO- en NOS-radio werkte, werd de radio gaandeweg in een nieuwe dwangbuis geperst, in een poging te redden wat er te redden viel. De omroepverenigingen moesten plaatsmaken voor zendermanagers en de horizontale programmering (elke dag op elk uur hetzelfde) nam hand over hand toe. De smaak van de grootste gemene deler vierde hoogtij. Radio werd stabieler en voorspelbaarder, met gekkigheid en originaliteit was het gedaan, behalve dan bij Radio Bergeijk.

Ook aan dat nieuwe keurslijf ontworstelt de radio zich in hoog tempo, nu dankzij de technologie. Down­loads, apps, iPhones en podcasts maken het mogelijk dat iedereen kan luisteren wanneer het uitkomt, terwijl bij groot nieuws de radio nog altijd, zoals radioveteraan Sjors Fröhlich zei, ‘de enige manier is om erbij te zijn’.

Uitzicht en inzicht

De podcast maakt radio opnieuw tot het intiemste, individueelste medium. “Wij metselen werelden,” zegt Nele Eeckhout van AudioCollectief Schik. De blinde cabaretier Vincent Bijlo getuigt: “Radio is mijn uitzicht en tevens mijn inzicht.” Dus ja, Wijfjes heeft gelijk: radio overleeft alles.

Huub Wijfjes (red.), ‘De radio, Een cultuurgeschiedenis’. Uitg. Boom, € 37,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden