Recensie

Witte bloemen op flats: een gebouw is nu eenmaal geen kerstboom (***)

Als 99 procent van de Amsterdammers het voor het zeggen had, waren alle hoofdstedelijke bouwsels uit de jaren tachtig al lang en breed met een sloopkogel ter grootte van de planeet Neptunus neergemaaid.

Lelijk zijn de versieringen op de panden van de Kop van Jut niet, maar ze lijken er lukraak op gekalkt. Beeld Dida Mulder

Het grootste deel van de jarentachtigbouw in de stad bestaat uit architectonische vergissingen, bij voorkeur opgetrokken in diverse crematoriumtinten om het deprimerende aspect nog eens extra te onderstrepen.

Asgrauwe blokken
Wie bijvoorbeeld door de Jordaan loopt en zich walgend opwindt over de asgrauwe blokken die er nog steeds staan, zal het gevoel van wanhoop herkennen. 'Waarom worden die dingen toch niet gewoon áfgebroken?' is een veelgehoorde kreet. Simpel: omdat afbreken tijd, geld en koortsachtig zoekwerk naar vervangende woonruimte kost, en van alle drie is er in het leven permanent te weinig.

Als je op een zonnige dag de brug van de Tweede Hugo de Grootstraat over fietst en naar links kijkt, zie je aanvankelijk een hoop prachtigs. Fel flikkerend water onder ontroerende stadse vergezichten. Maar rechts liggen de vaalbruine blokkendozen van de Kop van Jut en de Marcantilaan: vreugdeloze gezwellen, zo lelijk dat zelfs een ontwerper zonder hoofd er nog geen complimentje van zijn moeder voor zou krijgen. 'Gelukkig woon ik er zelf in, dan hoef ik er tenminste niet tegenaan te kijken,' zegt een langsschuifelende vrouw met een hondje snuivend.

Sierlijke flora
Afbreken en er iets anders voor in de plaats zetten kan niet, dus is de enige andere optie: roeien met de riemen die je hebt. Dit soort objecten transformeer je alleen niet zomaar in iets visueel aantrekkelijks, dus al voortbrainstormend op het woord 'opfleuren' moet het idee zijn ontstaan zijn om enorme witte bloemen op de gevels te laten schilderen. Dat klinkt als een vreemd idee, en dat is het in de praktijk ook. Gezien vanaf de brug vormt het een curieus aangezicht: zes van die stugge, strenge laagbouwflats die zijn versierd met gigantische tulpen, anjers, narcissen en andere sierlijke flora.

Lelijk is het niet en het heeft zelfs wel iets liefs. Maar het is een beetje alsof je strassteentjes op een paardenvijg plakt: nogal lukraak. Het initiatief komt van het stadsdeel en Ymere, die de meeste van de panden beheert. Die laatste blijkt fervent voorstander van kunst en illustratie in de openbare ruimte. 'Dat vinden we belangrijk,' meldt een woordvoerder. 'Je merkt dat bewoners daar ook wel een zekere verbondenheid mee voelen. Dan kun je bijvoorbeeld zeggen: ik woon in het pand met het rode kunstwerk ervoor, of in dit geval: in dat complex met die bloemen. Mensen zullen er in elk geval iets van vinden, en er iets bij voelen.'

Bloemsilhouetten
Een kleine steekproef onder de passanten leert dat dat laatste inderdaad zo is. 'Lelijke flats zijn het toch, dus heel veel lelijker kan het niet,' zegt iemand. 'Het is best een aardig 'kunstwerk' hoor. Ahum,' zegt een ander gniffelend. Dat is zuinig, en ook wel terecht. De gebouwen zijn bruinig en beige en hadden meer baat gehad bij een kleur die daar organisch bij aansluit.

Nu zijn de spierwitte bloemsilhouetten er schijnbaar zonder al te veel nadenken op gekalkt, waardoor het als een lichtelijk geforceerde poging aandoet om een lelijke basis te maskeren. Die valt daardoor ironisch genoeg extra op. Waren er echt geen betere ideeën voorhanden? Bovendien, waarom überhaupt die versiering? Een gebouw is nu eenmaal geen kerstboom.

Wat is er eigenlijk op tegen om zo'n complex volledig in een frisse, romige wittint te schilderen? Dat haalt op, het maskeert pokdalige materialen, en voor je het weet staat zoiets fris minimalistisch te fonkelen aan de toch al fotogenieke waterkant. Kunnen die bloemen gewoon ergens groeien in een aanpalend hondenpoepperkje; daar waar ze thuishoren.

 
Gelukkig woon ik er zelf in, dan hoef ik er tenminste niet tegenaan te kijken
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden