PlusAlbumrecensie

Willie Nelson heeft zijn laatste troef nog altijd niet gespeeld

Zou hij het nog vieren? Willie Nelson passeerde in zijn loopbaan al zo veel mijlpalen dat het feit dat hij zeventig studioalbums heeft gemaakt, niet eens meer op de bovenmenselijke prestatie lijkt die het in werkelijkheid is. Nelson is inmiddels 87 jaar. Een leeftijd waarop elk nieuw werk onvermijdelijk met die ene vraag vergezeld gaat: is het zijn laatste?

Maar met een productie van tenminste één volledig album per jaar lijkt de tijd nog nauwelijks vat op de countrytroubadour te krijgen. Zijn whiskyloze dieet met een ferme joint per dag geeft hem de energie. De man die in 2012 de pro-cannabissong Roll Me Up and Smoke Me When I Die op plaat zette, treedt het liefst nog zeker 100 keer per jaar op.

Dat First Rose of Spring niets wegheeft van een donkere bijna-doodervaring is daarom niet zo vreemd. Nelson heeft nog te veel levenslust om nostalgisch te worden. Zijn teksten zijn doordrenkt van het besef dat het einde nadert, maar hij bezingt liever de verworven levens­wijsheid dan te peinzen over wat verloren gaat.

Geloofwaardig

Toch staat hij zichzelf een kleine mijmering wel toe. Hij covert de Engelse versie van Aznavours Hier encore (Yesterday When I was Young). Het klinkt zoals je het had verwacht: tikje sentimenteel, een vioolstrijkje te veel, maar dankzij Nelsons al maar doorleefder klinkende stem toch volkomen geloofwaardig.

Ook de keuze voor I’m the Only Hell My Mama Ever Raised (een song van de in 2015 overleden countryzanger Wayne Kemp) is symbolisch. Nelson spreekzingt over een moederfiguur: She tried to turn me on to Jesus/ but I turned on to the devil’s ways. En uiteraard is zijn favoriete vrijetijdsbesteding niet ver weg: She told me not to smoke it/ but I did and it took me far away.

Twee liedjes zijn nieuwe composities van de oude meester zelf. Met Love Just Laughed maakt hij aan alle neiging tot het romantiseren van het verleden een einde. Het is net als Blue Star – waarop hij zijn sterfelijkheid bezingt – een countrywalsje zoals Nelson er al honderden maakte: verzorgd geproduceerd en lekker korrelig gezongen, maar voor wie Nelsons uitdijende oeuvre probeert bij te houden enigszins voorspelbaar.

Zusteralbum

Je zou wensen dat Nelson nog een keer uitgebreid de tijd nam om al zijn talenten samen te laten komen op één monumentaal album. Op Last Man Standing uit 2018 kwam hij aardig in de buurt. Maar daarna volgde binnen 16 maanden een album met Sinatracovers en een plaat met voornamelijk eigen werk: Ride Me Back Home.

Dat laatste album heeft met First Rose of Spring een zusteralbum gekregen. Samen beschikken ze over voldoende materiaal voor een werkelijk gedenkwaardige plaat. Nu is Nelsons zeventigste vooral een werkstuk dat duidelijk lijkt te willen maken dat de maker zijn laatste troef nog altijd niet heeft gespeeld. Ook dat is een fijne conclusie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden