Plus

William Wegmans muze: zijn hond Man Ray

Casual (2002) van William Wegman. Alle honden stammen af van zijn eerste, die hij Man Ray noemde.Beeld William Wegman, courtesy of the artist

De Amerikaanse fotograaf William Wegman (76) portretteerde zijn Weimaraner en al haar nakomelingen, soms als ‘zichzelf’ maar minstens zo vaak uitgedost met pruiken en kleding.

Via een advertentie in een lokale krant in Long Beach, Californië kocht kunstenaar William Wegman in 1970 een puppy. Toen hij met het dier naar huis reed, was hij er zelf nog niet helemaal van overtuigd of die aankoop een goed idee was. Eigenlijk was het meer een langgekoesterde wens van zijn vrouw om een hond te nemen.

Hij noemde het dier Man Ray, naar de beroemde Amerikaanse surrealist. Als Wegman een foto of video wilde maken, liep de Weimaraner steevast door het beeld. Dat was aanvankelijk irritant, maar het dier aan de lijn houden resulteerde in gejammer. Wegman besloot om Man Ray in zijn werk toe te laten. Sterker nog, hij werd zijn muze en samen werden ze wereldberoemd. Toen de hond in 1982 overleed, werd hij door The Village Voice postuum uitgeroepen tot Man of the Year.

Nu is in het Fotomuseum Den Haag een overzichtstentoonstelling te zien van de foto’s van Wegman (76). Na Man Ray volgde Fay Ray en de honden die daarna in de foto’s en video’s figureren zijn diens nakomelingen.

Soms zijn de Weimaraner honden zichzelf en zitten ze op een kleurige stoel, soms zijn ze compleet uitgedost en spelen ze een menselijke rol, compleet met pruiken en kleding. Aanvankelijk was Wegman nogal huiverig om zijn honden te vermenselijken. “Maar uiteindelijk is het onvermijdelijk,” vertelt hij telefonisch vanuit zijn woonplaats New York. “Man Ray heb ik nooit echt aangekleed. Ik transformeerde hem wel in andere dieren, in een kikker of een olifant bijvoorbeeld. Maar met Fay Ray veranderde dat. Toen klopte het ineens. Ik vond dat zij eruitzag als een Egyptische godin.”

De foto’s zitten vol referenties aan kunststromingen. Er is bijvoorbeeld een serie waarin de honden met kubussen in de weer zijn, als verwijzing naar het kubisme.

“Ik ben kunstenaar, dus al die dingen zitten in mijn hoofd. In het begin probeerde ik verwijzingen naar kunst te vermijden. Als je jong bent, ben je veel militanter over wat je niet wilt dan over wat je wel wilt, maar op een gegeven moment liet ik het los. Ik werd gevraagd om een kinderboek te maken, of een video voor Sesamstraat. Ik realiseerde me dat het gewoon allemaal heel leuk was en dat ik niet altijd zo verschrikkelijk kritisch moest zijn.”

De foto’s zijn vaak heel grappig. Dat lijkt ver verwijderd van uw oorspronkelijke reputatie als conceptuele kunstenaar.

“Toen humor voor het eerst in mijn werk kwam en er werd gelachen, wist ik dat mensen er aandacht voor hadden.”

Waarom zijn de honden na al die jaren nog steeds zo fascinerend?

“De Weimaraners die ik heb gehad, willen altijd bij me zijn. Ik heb er nu twee. Als ik de een fotografeer, doe ik alsof ik de ander ook fotografeer, anders worden ze jaloers.”

Ze hebben duidelijk geen idee wat fotografie is. Waarom doen ze mee?

“Het is een soort parallel spel, zoals kinderen doen voordat ze leren delen. Ze houden van aandacht en meestal zet ik ze op een sokkel of een verhoging. Er zijn ook vaak mensen bij die hen beschermen of hun armen worden. Het is een gezellige groepsinspanning.”

De honden houden duidelijk van aandacht, maar soms worden ze helemaal in papier gewikkeld en zijn ze onzichtbaar.

“Sommige honden vinden het niet erg om dingen op hun kop te krijgen, andere wel. Ik ben altijd heel voorzichtig geweest, want je wilt niet dat een hond ongelukkig is. Het belangrijkste is om zelf kalm te blijven en de omgeving kalm te houden.”

“Er zijn verschillende trucs om ze op een bepaalde manier te laten kijken. Een van de honden die ik nu heb, krijgt een heel interessante blik als ik me verstop en dan tevoorschijn kom. Dan kijkt hij me aan met grote ogen en een scherpe blik. Een andere die ik jaren geleden in een film gebruikte moest een gemeen persoon spelen. Als ik ver weg ging staan, ging ie een beetje scheel naar mij zoeken en dat zag er voor de camera heel gemeen uit.”

In Den Haag hangen veel grote polaroids. Later bent u overgestapt op digitaal.

“De polaroids hebben allemaal hetzelfde formaat, je hoeft niet na te denken over hoe groot ze afgedrukt moeten worden. Het is een hele directe werkwijze, maar je kunt de honden niet stiekem besluipen want zo’n camera heeft het formaat van een koelkast. In 2006 stopte de productie van films voor die camera dus ik moest wel overstappen. Ik vond het aanvankelijk vervelend dat mensen zouden denken dat de digitale foto’s gefotoshopt zouden zijn. Dat wilde ik echt niet. Inmiddels is dat geen issue meer.”

William Wegman, Being Human, Fotomuseum Den Haag, t/m 3/1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden