Review

William Burroughs en Jack Kerouac - En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins

De dramatische gebeurtenis waarop En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins is gebaseerd, behoort tot de centrale mythes rond de Beat Generation. Dit is in een notendop wat gebeurde. Op 14 augustus 1944 kwamen de mooie, jonge student Lucien Carr en de 34-jarige David Kammerer na een rijkelijk met drank besprenkelde avond in Riverside Park terecht. Kammerer was, sinds hij de hopman van de veertienjarige Carr was geweest in St. Louis, uitgegroeid toen diens mentor en bewonderaar. Zijn stalker ook, want de ex-leraar was zó smoorverliefd op zijn pupil dat hij hem, toen-ie eenmaal ging studeren, achterna reisde naar New York.

Carr liet het zich lang met een gespannen mengeling van ijdelheid en opflakkerende ergernis aanleunen. Maar die nacht, rond drie uur, ging het mis. Kammerer maakte voor de zoveelste keer avances, waarop Carr zijn padvindersmes pakte, hem twee keer in het hart stak en het lijk in de rivier de Hudson rolde.

In paniek vluchtte hij naar twee vrienden. Eerst naar William Burroughs, die hem droogjes adviseerde naar de politie te gaan en een goede advocaat in de arm te nemen. En vervolgens naar Jack Kerouac, die de gehele volgende dag met hem optrok en hem zelfs hielp van het moordwapen af te komen voordat de dader zich alsnog liet arresteren.
De twee literaire iconen in spe werden korte tijd ingerekend als getuige annex medeplichtige en Carr verdween voor twee jaar achter de tralies.
De moord inspireerde sindsdien talloze schrijvers. James Baldwin bouwde er bijvoorbeeld zijn Giovanni's room (1956) omheen. En Allen Ginsberg begon eind 1944 aantekeningen te maken voor een boek rond het incident, The bloodsong, dat er uiteindelijk niet kwam omdat de rector van Colombia University het obsceen noemde en hem dringend adviseerde ervan af te zien. Maar de grootste faam verwierf toch die roman die tot vorige week óók nooit verscheen: En de nijlpaarden kookten in hun bassins van... Kerouac en Burroughs.

De twee voltooiden het manuscript, waarvan ze om en om de hoofdstukken schreven, in het voorjaar van 1945, ruim voor hun officiële debuten met respectievelijk The town and the city (1950) en Junkie (1953). Maar, al beschreef Kerouac het in een brief aan zijn zuster als een portret van het verloren deel van onze generatie, hard-boiled, eerlijk en sensationeel echt, uitgevers bleken niet geïnteresseerd te zijn. En toen Carr weer vrij man was, besloot vooral Burroughs, die het inmiddels 'not a very distinguished work' vond, het uit piëteit te laten rusten.

Dat het nu, drie jaar na het overlijden van de man die als 'Lou' Carr een keurige journalistieke carrière opbouwde, alsnog te lezen is, kun je dus rustig een literair-historische gebeurtenis van betekenis noemen.

Of het ook een briljant boek is, is een tweede.

De nauwelijks versleutelde sleutelroman wordt verteld door Mike Ryko (Kerouac, vermomd als Fins matroos) en de barkeeper Will Dennison (Burroughs). Carr en Kammerer heten hier Philip Tourian ('het soort jongen aan wie literaire flikkers sonnetten opdragen') en Ramsay Allen. En nadat beschreven is hoe ze met hun vriendinnen en vage kennissen een groepje drinkende, bohemienachtige klaplopers vormen en Ryko en Tourian een groot deel van de 150 pagina's tevergeefs proberen op de grote vaart aan te monsteren, wordt de moord inderdaad gepleegd. Met een hakbijl.

Diepste inzicht in de relatie tussen slachtoffer en dader: 'als die twee samen zijn, gebeurt er iets'.

Dáár hoef je het dus niet voor te lezen. En misschien is, zoals wel vaker bij de Beats, de mythe rond En de nijlpaarden... leuker dan de realiteit.

Maar, hoe ongepolijst en onhandig ook, de sfeer van een ontkiemende subcultuur in het Manhattan van de jaren veertig wordt aardig opgeroepen. En voor de liefhebber zijn er wel degelijk glimpen op te vangen van de schrijvers die Burroughs en Kerouac zouden worden. Van de surrealistische scène waarin Burroughs twee mannen een glas laat opeten en een beschrijving van een morfineroes die vooruitwijst naar Junkie tot de laatste woorden van Mike Ryko: 'We schudden elkaar de hand, klopten elkaar op de schouder en grijnsden naar elkaar. Toen zei hij tot ziens en ik zei tot ziens, hij draaide zich om en liep de hal in, en ik wandelde naar Columbus Square, waar twee vrachtwagens voorbijreden, waardoor ik zin kreeg een heel lange reis te maken.'
Twaalf jaar later verscheen On the road. (DIRK-JAN ARENSMAN)

William Burroughs en Jack Kerouac - En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins
Vertaald door Ton Heuvelmans, Lebowski, €17,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden