PlusAchtergrond

Wie was de mysterieuze Madoc uit de beginregel van Van den Vos Reynaerde?

‘Willem die Madocke maecte.’ Met deze woorden maakt de verder anonieme auteur van Van den Vos Reynaerde zich bekend in de beginregel van het dierenepos. Maar wie of wat was Madocke? Nico Dros dook voor zijn historische roman in het mysterie.

De schelmenstreken van Reinaert de Vos Beeld Alice Hoogstad
De schelmenstreken van Reinaert de VosBeeld Alice Hoogstad

Lang liep schrijver en historicus Nico Dros (65) rond met het idee: hier moet ik iets mee. Maar toen hij vijf jaar geleden begon aan wat uiteindelijk de historische raamvertelling Willem die ­Madoc maakte zou worden, drukte het op zijn borst.

Op een zuipen zetten

“Het is met name in het eerste jaar wel gebeurd dat ik wakker werd met een snel kloppend hart, helemaal bezweet, dat ik dacht: o god, ik ga dit niet redden. Dan kun je twee dingen doen: het op een zuipen zetten of melk opwarmen. Dat laatste meestal. Maar overdag had ik dan toch weer goede moed. En gaandeweg kwam mijn personage dichterbij, van een schemergestalte tot een echt mens met echte gedachten.”

Dat personage: de weesjongen Beda – enige overlevende van een scheepsramp en mogelijk van koninklijke geboorte – die opgroeit in een klooster, de wereld ingaat onder de naam ­Madoc, zich ontwikkelt tot agnost en vrijdenker – én als dichter Willem zich liet inspireren door de Franse Roman de Renart. Het is de Vlaamse mediëvist Willem de Reuvere die ­Madocs ­verhaal optekent en zo in droste-effect ook de Willem wordt ‘die Madoc maakte’. En om dat droste-effect nog te versterken, is Dros’ ­eigen tweede naam ook Willem.

Stoppen

De Reuvere krijgt een verzamelhandschrift uit de 13de eeuw in handen waarvan hij vermoedt dat het van de ­bewuste Willem is, en een verborgen kortschrift dat hij niet kan ontraadselen. Het inspireert hem tot het schrijven van een roman waarin hij, met terzijdes over het schrijfproces zelf, het leven van deze Willem herschept.

“Als je je gaat documenteren over Willem en dat merkwaardige handschrift van Van den Vos Reynaerde met die beginregels, kom je niet verder dan het destilleren van een hypothese over wie hij geweest zou kunnen zijn. In Vlaanderen is het een volkssport om telkens ergens een Willem te traceren, maar nooit met veel bewijslast. Eerst dacht ik: stoppen, je komt niet verder. Maar ineens bedacht ik dat het juist geweldig was dat we niets weten van Willem of van ­Madoc. Daarmee kreeg ik de vrije hand en heb ik dit boek geschreven zonder me te storen aan ­potentiële commentaren van welke letterkundige dan ook.”

Historicus en schrijver Nico Dros. Beeld Carla Schoo
Historicus en schrijver Nico Dros.Beeld Carla Schoo

Verzamelhandschrift

De vondst van het verzamelhandschrift was een ‘intuïtieve geste’, zegt Dros. Hij was zich aan het inlezen over de 13de eeuw voor de ­historische ambiance van zijn roman, en las gelijk op met zijn dochter Jessica, die voor haar studie Boekwetenschappen bezig was met ­middeleeuwse schriftcultuur. “Zo kwam ik op dat verzamelhandschrift in het heden dat leidt tot het middeleeuwse verhaal.”

Hierbij heeft hij parallellen kunnen trekken tussen heden en verleden. Zoals die van het seksuele misbruik binnen de katholieke kerk, een van de redenen voor de jongen Beda om op de vlucht te slaan. “Ik denk dat heel veel van de verziektheid in de moederkerk die er toen al was met het celibaat te maken heeft. Toen actueel, nu actueel.”

In brand gestoken

Pas halverwege het schrijven van het boek ­begon hij te begrijpen wat hij nou eigenlijk aan het maken was. “Ik heb nooit een boek geschreven op een dergelijke, aftastende wijze. Zo werk ik normaal niet, maar het was een openbaring om het wel zo te doen. Ik was een beetje als de held in ons verhaal die de wereld ingaat, de ­grote onbekendheid tegemoet. Ik heb veel gefabuleerd met mijn personage, waarbij ik wist dat ik moest uitkomen bij wat wij ‘het boek Madoc’ noemen.”

“En dat moest een tekst zijn, die wat kan aanrichten, die zijn personage in groot gevaar brengt als in de Lage Landen de inquisitie toeslaat. Godendeemstering, de teloorgang van de goddelijke familie: zo bedreigend in de middeleeuwse wereld. Als iemand dat durfde te bedenken was je eigenlijk een onmens. Het ongeloof was vermoedelijk groter dan wij weten, maar je kon er niet mee leuren. De moederkerk was zo machtig en had zoveel tentakels dat je voor je het wist op takkenbossen werd gebonden en in brand werd gestoken.”

Homerisch

En zo schiep Dros binnen de raamvertelling die is opgedeeld in de jongensjaren, het tweede deel dat een beetje leest als een ridderroman, en tot slot de geestelijke rijping van zijn hoofdpersoon, ook nog dat gewraakte manuscript. “Het moest een andersoortig werk worden, en het moest vanuit het Latijn komen. Voor een grotere gedragenheid, een grotere wiekslag dan het Diets, een zich snel emanciperende boerentaal. Madoc is ooit, bij zijn omzwervingen in Parijs, homerisch werk in Latijnse vertaling tegengekomen, en zo wilde ik het opschrijven: in homerische trant.” Lacht. “Nou ja, allemaal intuïtief. De botsing van de heidense geest en het christelijke geloof. Ik ben ook maar een dilettant die dat allemaal gelezen heeft en prachtig vindt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden