Plus Uitmarkt

Wethouder Meliani: ‘Kennis maakt kunst rijker’

Op 23 augustus begint de jaarlijkse Uitmarkt weer. In een reeks artikelen blikt Het Parool vast vooruit. Ditmaal: de Amsterdamse culturele instellingen zijn lang niet zo divers als ze denken, en dus doet wethouder Touria Meliani er alles aan om verandering in gang te zetten. Dat is meer dan een politieke wens, zegt ze, het publiek in de stad vraagt er merkbaar om.

Touria Meliani: ‘Voor beeldende kunst heb ik vaak wat meer tijd nodig, daar moet ik voor gaan zitten.’ Beeld Jakob van Vliet

Touria Meliani (Debdou, 1969) was na haar studie Cultureel Maatschappelijke Vorming aan de Hogeschool van Amsterdam onder meer stagiair bij De Balie en directeur van de Tolhuistuin. Twee jaar geleden werd ze zonder politieke ervaring wethouder Kunst en Cultuur. Een gesprek over haar liefde voor kunst en haar missie om verschillende groepen in Amsterdam bij elkaar te brengen.

Waar komt uw liefde voor kunst vandaan?

“Wij woonden in de Achterhoek en een van mijn zussen besloot dat ze naar de kunstacademie wilde. Mijn moeder vond dat geen goed idee. ‘Wie wordt er nu kunstenaar? Hoe ga je daar geld mee verdienen? Dat wordt niks,’ zei ze, maar mijn zus trok zich daar niets van aan en ging in Arnhem naar de kunstacademie. Ik ging heel vaak naar haar toe; ik weet nog precies hoe de verf in haar atelier rook. Zij schilderde verhalen, dingen die belangrijk waren in haar leven, en ik herkende me daarin. En ik heb dat mijn verdere leven meegenomen.”

Hebt u zelf nooit kunst willen maken?

“Nee, nee, nee. Ik wilde het altijd organiseren. Ik organiseerde thuis alle feestjes.”

Ziet u veel kunst?

“Voordat ik wethouder werd was kunst ook al onderdeel van wie ik ben, en dat is het nog steeds.”

Maar nu wil iedereen iets van u als u een museum of theater binnenloopt. Is dat lastig?

“Ik ervaar dat niet zo. Ik kende al heel veel mensen in het kunst- en cultuurwereldje, dus ik kom altijd wel iemand tegen die ik ken. Nu ik wethouder ben krijg ik soms andere vragen, maar het is niet dat dat mij stoort.”

Waar gaat u graag naartoe?

“Muziek, film, theater. En beeldende kunst en performance. Het wisselt een beetje, maar muziek komt op de eerste plaats. Muziek is een levensader. Ik onthoud films door de muziek; The Hours, bijvoorbeeld, door de prach­tige muziek van Philip Glass.”

“Voor beeldende kunst heb ik vaak wat meer tijd nodig, daar moet ik voor gaan zitten. Voor mijn vakantie heb ik de Biënnale van Venetië bezocht, niet op de opening maar voor mezelf, privé. Het was heerlijk, ik heb er uren achter elkaar ongestoord naar kunst kunnen kijken. Het is een zwaarmoedige biënnale, met heftige, confronterende kunst. Er stond een vissersboot die vier jaar geleden kapseisde in de Middellandse Zee, waardoor meer dan zevenhonderd migranten en vluchtelingen verdronken – dat heeft me erg geraakt.”

“Ik ben natuurlijk ook naar het Nederlandse paviljoen geweest, omdat ik het werk van de Remy Jungerman wilde zien, van wie ik een schilderij op mijn werkkamer heb hangen. Het vervulde me met trots dat wij als Nederland voor Surinaams-Nederlandse kunstenaars als Remy en Iris Kensmil hebben gekozen. Ik zag zo mooi de gelaagdheid van iemand die is geïmmigreerd – omdat het eigen is én je er tegelijkertijd ook inspiratiebronnen als Mondriaan in herkent.”

Is die gelaagdheid voor u belangrijk in kunst?

“Ik houd van kunst omdat je er zoveel meer in kwijt kunt dan het alledaagse; ik moet in een paar zinnen kunnen formuleren, terwijl kunst vaak veel breder is en daardoor een bepaalde gelaagdheid kan laten zien. Dan denk je iemand te kennen, en zie je dat er veel meer achter zit. Ik was onlangs met een cultuurmissie naar Parijs, om onze onderlinge relatie te versterken. De nadruk lag op migratie, dat wordt vaak gerelateerd aan de mensen die nu hiernaartoe komen en een bedreiging zouden kunnen zijn, terwijl de geschiedenis van beide steden juist laat zien dat er ook andere kanten zijn.”

“Ik ben vaak in de Opéra Garnier in Parijs geweest, met dat prachtige, door Marc Chagall geschilderde plafond. Iedereen, en er komen nogal wat mensen, maakt daar ­foto’s van. Iedereen vindt het mooi, maar bijna niemand weet dat Chagall ook een migrant was. Hij was een Russisch-Joodse migrant die nationalisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme heeft ervaren, voordat hij dit schilderde. Die kennis is nodig. Die kennis maakt het werk rijker. Kunst moet niet alleen op een witte muur omdat het mooi is – dat is niet meer voldoende.”

“Daarom ben ik ook zo blij dat het Stedelijk Museum dit najaar voor het eerst in bijna zeventig jaar zijn grote collectie Chagalls toont, ingebed in een het verhaal van een migrant. Die verhalen worden steeds belangrijker voor een heel grote groep mensen. Als zij weten dat Chagall destijds dikwijls werd geconfronteerd met het feit dat hij niet Frans was, kunnen ze zich daarin herkennen. Omdat kunst hen herinnert aan wie en wat zij zelf zijn. En dat ­onderschrijf ik met mijn beleid: alles wat wij doen, komt ergens vandaan.”

Hoe ziet u dat voor zich?

“Ook de grote, gevestigde organisaties, die al jaren meedraaien, kunnen én moeten zich veel meer openstellen voor een ander publiek. Dat betekent dat ze hun pro­gramma op een andere manier moeten presenteren, zodat anderen toegang krijgen tot dezelfde kunst. Daarnaast moet er plek zijn voor nieuwe dingen, om nieuwe dingen te laten ontstaan.”

Bent u tevreden over het advies van de Amsterdamse Kunstraad, waarin de nadruk ligt op meer diversiteit en inclusie?

“Ik vond het mooi dat voorzitter Felix Rottenberg mij complimenteerde omdat ik zo op dat onderwerp zit te ­hameren. Het is belangrijk om duidelijk te maken wat ik er precies mee bedoel. Divers betekent wat mij betreft beweging; dat de dingen in beweging zijn omdat ze allemaal verschillend zijn. En dat jij en ik los van onze kleur misschien wel veel meer overeenkomsten hebben dan we denken. Maar dat weten we pas als we elkaar ons verhaal vertellen. Die gelaagdheid in diversiteit is belangrijk om te begrijpen wat ik eigenlijk bedoel met mijn beleid.”

Vindt u dat er een karikatuur van uw beleid wordt gemaakt?

“Soms wel. Het gaat niet alleen om kleur. En je bent er niet als je drie mensen met een kleurtje in je organisatie benoemt. Als je je omringt met mensen die niet op jou lijken, ook in gedachten, dan verandert er pas werkelijk iets.”

Moeten alle kunstinstellingen samen een afspiegeling vormen van de stad of moet elke kunst­instelling dat zijn?

“Als het vanzelfsprekend zou zijn, was het al gebeurd. Maar het is niet vanzelfsprekend. Er zijn wel langzamerhand nieuwe initiatieven ontstaan omdat mensen niet langer willen wachten tot de gevestigde orde in actie komt en ze binnenhaalt.”

Dus alle instellingen die in aanmerking willen komen voor gemeentesubsidie moeten kenbaar maken wat ze de komende vier jaar gaan doen om hun publiek, programma, publiciteit, bestuur en organisatie inclusiever te maken?

“Ja. Als instellingen niets doen, zul je zien dat ze hun publiek verliezen, dus ze kunnen het zich niet permitteren om niks te doen. Ik heb de indruk dat dat nu wel overal is doorgedrongen. En dat er een beweging in gang is gezet die niet is terug te draaien. Dat komt niet alleen door mij, ik vertaal wat er in de stad gebeurt in beleid.”

Is er genoeg geld om uw beleid te realiseren?

“We hebben er 5 miljoen euro bijgekregen, waarvan we een deel in de wijken willen investeren. Als we ook nog eens serieus werk willen maken van de Fair Practice Code – en dat willen we – zul je prioriteiten moeten stellen. Maar als ik vraag om een diversere afspiegeling, gaat het niet per se over meer geld. Het gaat over mentaliteit; wil je het écht. Het is een keuze.”

Geniet u van uw werk?

“Ja, ik vind het heel leuk. Dat is ook de reden om het te gaan doen; ik kan eigenlijk alleen maar werken vanuit een noodzaak. Ik heb ontzettend veel zin om ervoor te zorgen dat we de komende jaren al die nieuwe verhalen en perspectieven gaan terugzien in de stad en al die prach­tige plekken wat meer voor iedereen gaan maken. Daar wordt al zoveel jaar naar gesnakt – ik snak er zelf ook al jaren naar – en ik denk dat heel veel mensen er heel blij door zullen worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden