Plus Boekrecensie

West van Carys Davies: briljante prestatie, meesterlijk boekje

In West, het compacte maar verrassend episch aandoende romandebuut van Carys Davies, draait het om de grote dromen en verzwegen nachtmerries van het Amerikaanse Westen. Of, specifieker: die van Cyrus Bellman en zijn dochter Bess.

West is vertaald naar het Nederlands door Nicolette Hoekmeijer.

Het is 1815 wanneer de 35-jarige ‘Cy’ Bellman – Brits immigrant, weduwnaar en muildierenfokker – een krantenbericht leest dat zijn fantasie in vuur en vlam zet. ‘Verzonken in de zilte modder van Kentucky’ zijn de reusachtige beenderen van een nog onbekende diersoort gevonden, die hij meteen voor zich ziet: ‘tanden zo groot als pompoenen, schouderbladen van bijna een meter’. 

En, meent hij, misschien lopen die megamonsters wel nog steeds rond, ergens in de onontgonnen wildernis ten westen van de Mississippi. Prompt besluit hij zijn dagelijkse beslommeringen in Pennsylvania achter te laten en naar dat gebied te trekken, om ze als eerste mens te vinden. Deels uit (midlife)onvrede met zijn weinig avontuurlijke leven, maar vooral uit de bijna religieuze overtuiging dat door die queeste ‘op de een of andere manier een deur geopend zou worden naar het mysterie van het bestaan’. Klinkt vergezocht?

Eén van de wonderen van West is dat de Welshe(!) Davies erin slaagt zijn jarenlange dooltocht – heroïsch en krankzinnig tegelijk – volstrekt geloofwaardig te maken. Zijn ontberingen en de pracht van het landschap te vangen in even grimmig als poëtisch proza.

Intussen wacht dochter Bess, tien jaar oud toen Cy vertrok, hoopvol op zijn terugkeer, onder de niet-zo-beschermende vleugels van haar tante Julie. Creepy knecht Elmer Jackson heeft zijn zinnen niet alleen op de familieboerderij, maar ook op haar gezet: ‘Die kleine meid is volmaakt – doet hem denken aan melk, of room, die staat af te koelen in de schuur, een zijdeachtige koelte wanneer je je vinger erin steekt, maar vanbinnen een zachte warmte. O lieve god, om daarvan te mogen proeven.’

Davies schakelt soepel tussen de perspectieven van alle voornoemde personages. En dan is er ook nog die Shawneejongen met ‘de weinig veelbelovende naam Oude Vrouw In de Verte’, die Bellmans gids/metgezel wordt. (Zijn Native American Sancho Panza, zeg maar.) Die over de gruwelijke keerzijde van de blanke pioniersdrang naar het westen vertelt én de verhaallijnen van vader en dochter in de finale op een even spectaculair toevallige als sprookjesachtig onvermijdelijke manier aan elkaar knoopt. Briljante prestatie, meesterlijk boekje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden