PlusAchtergrond

Weinig bezoekers in Amsterdamse musea: dé kans om rustig Caravaggio te bekijken

Zeeppompjes, gestickerde pijlen en strepen, reserveren in tijdsblokken en natuurlijk anderhalve meter afstand. De Amsterdamse musea zijn weer open, maar er komen weinig bezoekers.

Gewoonlijk bestaat het publiek van Ons’ Lieve Heer op Solder voor driekwart uit buitenlanders.Beeld Marc Driessen

Het Amsterdam Museum is op zaterdagmiddag vrijwel uitgestorven. Toch is de poort vanaf de Sint Luciënsteeg afgesloten. Een bord geeft aan dat we mogen omlopen naar de ingang vanaf de Kalverstraat. De kassa wordt gemarkeerd met gele stickers op de vloer waarop de bezoeker wordt herinnerd aan de anderhalvemeterregel. In de gangen leiden gele, witte en rode pijlen naar de verschillende tentoonstellingen. Bij de kassa zijn mondkapjes te koop met het logo van het museum. Er staan zeeppompjes. De audiotour wordt keurig ontsmet.

Binnen is het een oase van rust. Een handjevol mensen in het museum schuifelt langs de objecten, tekstborden en video’s. En vreemd genoeg levert dat een totaal andere ervaring op dan normaal. Wie door goedgevulde zalen loopt, ervaart de andere bezoekers als anonieme ‘anderen’. Nu worden het plotseling bekende gezichten die je steeds tegenkomt. Er wordt gegroet. Commentaar van medebezoekers is veel nadrukkelijker te horen. Wildvreemden raken met elkaar in gesprek.

Ook de kunstwerken zijn veel nadrukkelijker aanwezig. Bij het betreden van een lege zaal lijken ze allemaal om aandacht te schreeuwen. In lege zalen is het verleidelijk om eens echt de tijd te nemen voor een mooi schilderij, een bijzondere brief of historisch object.

Lege museumzalen

Het beeld van lege museumzalen is vooral in de kleinere musea opvallend. In Eye was de tentoonstelling van Chantal Akerman op zaterdagmiddag vrijwel uitgestorven. In Museum Het Rembrandthuis is een mooie tentoonstelling te zien over zwarte mensen in het zeventiende-eeuwse Nederland en de manier waarop zij vroeger werden afgebeeld. Bijzonder actueel door Black Lives Matter, maar er komt bijna niemand op af. Ons’ Lieve Heer op Solder, waar het publiek gewoonlijk voor driekwart uit buitenlanders bestaat, doet helemaal uitgestorven aan. In de eerste maand na heropening trok het kleine museum op de Wallen slechts 11,7 procent van het aantal bezoekers dat het vorig jaar verwelkomde in juni, doorgaans een van de topmaanden.

De toeristenstroom begint ondertussen langzaam weer op gang te komen, maar begin juni kregen de musea vrijwel alleen Nederlandse bezoekers binnen, het merendeel uit Amsterdam en omstreken. De buitenlanders die nu komen, zijn vooral Duitsers, gevolgd door Belgen en Fransen. Amerikanen en Japanners zijn een uitzondering.

Ellebogenwerk

In het Van Gogh Museum, normaal een Amsterdamse topattractie, is het iets drukker maar ook hier is het bezoekersaantal sterk gedaald. Vaak sta je in je eentje voor een schilderij, zonder de gebruikelijke drommen toeristen, al neemt de bezoekersdichtheid een beetje toe bij De aardappeleters en een enkel ander schilderij. Ook in ruimtes met veel zaalteksten ontstaan af en toe opstoppingen en is het lastig om anderhalve meter afstand te bewaren.

Het verschil is nog zichtbaarder in het Rijksmuseum, dat de afgelopen jaren enorm veel kritiek kreeg over bomvolle zalen. De teller stond vorig jaar op 2,8 miljoen bezoekers en vooral de Nederlandse bezoekers vonden dat een domper op de ervaring. Op de tentoonstelling Alle Rembrandts was het ellebogenwerk om een glimp op te vangen van de werken, die vaak bescheiden van formaat waren. Kleinere of iets minder assertieve kunstliefhebbers zagen alleen de achterhoofden van medebezoekers.

Wie een tijdslot vastlegt, kan nu totaal onbekommerd door de tentoonstelling Caravaggio-Bernini rondlopen, met topstukken uit de barok uit het zeventiende-eeuwse Rome. Een enkele zaal is slechts toegankelijk voor een aantal mensen, maar tijdens ons bezoek waren die er eenvoudigweg niet. In de meeste zalen liepen slechts twee of drie bezoekers. Een verademing.

Dat is natuurlijk mede doordat de musea gebonden zijn aan de opgelegde beperkingen. Bezoekers moeten een tijdslot reserveren, om pieken in de toeloop te reguleren. In het Joods Historisch Museum mogen we zelf onze QR-code onder de scanners houden. Bij Foam staat een medewerker met clipboard aan de deur die namen afvinkt op een lijst en iedereen aan een kort intakegesprek onderwerpt. Door de restricties is het aantal bezoekers dat tegelijk naar binnen mag beperkt en is het dus, vooral in de ochtend, erg stil in de musea.

De musea hebben te maken met een enorme terugval in het aantal bezoekers, maar zien bovendien tandenknarsend toe hoe een percentage van de reserveringen niet komt opdagen. Dat zijn voor het overgrote deel mensen met een Museumkaart, die gratis kunnen reserveren, maar uiteindelijk niet aan de deur verschijnen. In het Rijksmuseum is dat liefst 35 procent. Nu dit cijfer bekend is, gaat het museum daar in het vervolg rekening mee houden en het aantal reserveringen uitbreiden. De bekende overboekingen van vliegtuigmaatschappijen doet dus ook zijn intrede bij de musea.

Virtuele rondleiding

Positieve neveneffecten zijn er ook. Museum Het Schip, waar het zo rustig was dat we een privérondleiding door het complex kregen, ontwikkelde tijdens de lockdown een speciale service waarbij het publiek een-op-een met een gids kan facetimen en zo een virtuele rondleiding kan krijgen over de tentoonstelling van de Duitse architect Bruno Taut. Nu het museum weer open is, krijgt Het Schip nog steeds af en toe een verzoek voor zo’n rondleiding, bijvoorbeeld van geïnteresseerden uit het buitenland.

In vrijwel alle musea leiden stickers met pijlen op de grond de bezoekers in de juiste richting, om de anderhalvemeterregel zoveel mogelijk te respecteren. Consistent is het niet: bij sommige musea wordt je geacht links te lopen en bij andere rechts, soms wisselt de looprichting zelfs binnen een en hetzelfde gebouw.

Sommige musea gaan in hun bestickering verder dan andere. In het Rembrandthuis heerst eenrichtingsverkeer en in het Cobra Museum is de hele tentoonstellingsruimte beplakt met cirkels, waardoor bezoekers op subtiele wijze herinnerd worden aan hoeveel anderhalve meter eigenlijk is. De meeste musea hebben koptelefoons verwijderd en het geluid bij filmpjes opgenomen in de audiotour. Het Van Gogh Museum levert koptelefoons met speciale kapjes, om besmetting tegen te gaan. Bij onder andere het Scheepvaartmuseum en Tropenmuseum krijgen we een touchscreenstift om beeldschermen aan te klikken en liftknopjes te bedienen.

Maximum aantal bezoekers

In Huis Marseille staat bij de ingang van elke zaal het maximum aantal mensen vermeld dat naar binnen mag – variërend van twee tot acht – maar je moet soms de ruimte in om te kijken of dat aantal al gehaald is. Ook in het Stedelijk wordt in de zalen een maximum aantal bezoekers gehanteerd. Vlak voor de ingang van de vaste collectieopstelling Stedelijk Base geeft een gele sticker op de vloer aan dat er maximaal veertig mensen tegelijk naar binnen mogen, maar er is niemand om dat te controleren. 

In kleinere zalen wordt het maximale aantal bezoekers ook aangegeven, maar hier worden bezoekers af en toe wel streng toegesproken door suppoosten. Daardoor wordt de doorloop in de geschakelde kabinetten in de oudbouw een soort kettingreactie. Er ontstaan opstoppingen, mensen wachten in deuropeningen en er wordt af en toe ‘illegaal’ ingehaald door bezoekers die dat allemaal te omslachtig vinden.

Eye doet in de tentoonstellingszalen helemaal niet aan stickers, daar wordt de verantwoordelijkheid bij de bezoeker gelegd. Dat is ook de aanpak van het Rijksmuseum, al wordt het publiek in de gangen en op trappen wel in strikte banen geleid. Het kan niet voorkomen dat bezoekers soms, in hun enthousiasme voor het getoonde, van de voorgeschreven paden afwijken en ‘gevaarlijk’ dicht bij het andere publiek komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden