PlusBeeldspraak

We kunnen allemaal de boom in met Avatar: The Way of Water, de nieuwe film van James Cameron

Terwijl de Verenigde Naties over biodiversiteit vergaderen, maakt de bioscoopwereld zich op voor Avatar: The Way of Water van bomenknuffelaar James Cameron.

Bart van der Put
De verenigde Na’vi houden zich schuil in ‘Avatar: The Way of Water’. Beeld The Walt Disney Company
De verenigde Na’vi houden zich schuil in ‘Avatar: The Way of Water’.Beeld The Walt Disney Company

Deze week beleggen de Verenigde Naties hun vijftiende conferentie over biologische diversiteit. De bijeenkomst vindt plaats in de Canadese stad Montreal. COP15 stond oorspronkelijk in de agenda voor 2020 en zou toen in de Chinese stad Kunming belegd worden. Een dodelijke pandemie bracht de wereld tot stilstand, alsof de conferentie haar bestaansrecht demonstreerde. De fysieke bijeenkomst werd twee jaar lang uitgesteld. Uiteindelijk was het ook nog nodig om de locatie te wijzigen: in China is de pandemie nog steeds een formidabele ontregelaar.

Het haperende zerocovidbeleid van de Chinese staat is niet het enige struikelblok op de weg naar een gezonde en houdbare toekomst. Wie zich in het biodiversiteitsvraagstuk wil verdiepen raakt snel verstrikt in een wirwar aan hoogdravende plannen, schrijnende omissies, stinkende populariekoek en traag voortschrijdende inzichten. Daarmee komen we na jarenlang overleg tot het voornemen om af te spreken dat we 30 procent van alle land- en zeegebieden gaan beschermen. Het is beter dan niets. Maar is het genoeg? De ene 30 procent is diverser dan de andere.

Opdat wij niet vergeten: autoriteiten op het gebied van schimmels, paddenstoelen en bacteriën moesten de Europese Unie na vijf halfbakken rapporten erop wijzen dat biodiversiteit meer omvat dan bomen, eetbare planten en dieren met kieuwen. Er werd vooral over vis gesproken. Zou daar een economisch belang mee gediend zijn? Poept een beer in het bos?

Veganist en erwtenkweker

De delegaties kunnen de komende dagen in Montreal nuttige plannen en afspraken maken voor een groene toekomst. Maar dat is niet eenvoudig nu de wereld in een krankzinnig tempo verandert. De beroemde Canadese veganist en erwtenkweker James Cameron kan erover meepraten. Hij woont en werkt tegenwoordig klimaatvriendelijk in Nieuw-Zeeland. Maar zijn erwten groeien in de Canadese provincie Saskatchewan, waar Cameron een hoogwaardige productielijn voor vegan voedingsmiddelen financiert. Op het zuidelijk halfrond verbouwt hij hennep en organische groenten, en werkt hij als filmmaker in de studio’s die Peter Jackson voor The Lord of the Rings bouwde.

Cameron stond jarenlang te boek als de gevierde maker van The Terminator, Aliens en Titanic. Maar in 2009 werd hij de man van Avatar. Toen de technisch verbluffende 3D-film de grootste kaskraker uit de geschiedenis was geworden, richtte de maker zich op de ontwikkeling van Avatar 2, 3 en 4. Hij stak tien jaar van zijn leven in de productie van de drie scenario’s en de voltooiing van de tweede film, die volgende week in première gaat. In de tussentijd werd Avatar van de troon gestoten door Marvels ensemblefilm Avengers: Endgame. In de bioscoop maken superhelden de dienst uit.

Maar in 2021 gingen honderden Chinese bioscopen tussen de covidgolven lang genoeg open om Avatar met een heruitbreng wederom tot de grootste hit aller tijden te maken. De opbrengst bedraagt nu 2,923 miljard dollar. Filmhistorici en economen memoreren dat Gone with the Wind (1939) na inflatiecorrectie nog altijd ongeslagen is. James Cameron zal na de elf Oscars en eerdere recordopbrengst van Titanic (1997) ongetwijfeld een goede winstverdeling voor de Avatarfilms bedongen hebben. Daarom kan hij de innovaties op het gebied van de erwtenteelt en organische proteïnebewerking bekostigen. En daarom kan hij als filmmaker een krankzinnig monomaan en risicovol pad inslaan.

Futuristisch ecospektakel

Vorige week gaf de Chinese censor groen licht voor Avatar: The Way of Water. Als de zalen opengaan zullen de kassa’s langdurig rinkelen. Het Chinese succes van Camerons futuristische ecospektakel onderstreept de universele behoefte aan een ontsnapping in de natuur. Op een plat beeldscherm oogt de volkomen synthetische flora en fauna op de maan Pandora fnuikend gekunsteld en kitscherig. Maar in een hoogwaardige 3D-projectie in een grote bioscoopzaal transporteert Avatar de kijker naar een buitenaards woud waarin het heerlijk dwalen is. Tot de mijnbouwers van de uitgeputte planeet Aarde er met bommen en kogels een puinhoop aanrichten en de moederboom van het inheemse Na’vi-volk opblazen.

Het is van dik hout zaagt men planken, maar de donderpreek komt luid en duidelijk over. Cameron is er nu trots op dat hij de wereld liet huilen om een gevelde boom. Zijn gelijk heeft hij inmiddels gekregen, al is het allicht zuur voor een bomenknuffelaar dat er weinig schot in de groene zaak zit. Het is afwachten of Avatar: The Way of Water meer kan zijn dan een oogverblindende kermisattractie met een ecologische boodschap. Bij films van dit kaliber gaat het ook over winst en verlies voor de makers en voor de bioscoopwereld, die na Top Gun: Maverick weer naar een grote klapper snakt. Het is net de echte wereld. We willen heus iets voor de dieren en de bomen doen, maar de kassa moet rinkelen.

Avatar: The Way of Water is vanaf 14 december in de bioscoop te zien.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden